| A | B | C | D | E | F | G | H | I | J | K | L | M | N | O | P | Q | R | S | T | U | V | W | X | Y | Z | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
1 | Risico-inventarisatie en evaluatie (versie 25-10-2021). | G=Groot | Plan van Aanpak | |||||||||||||||||||||||
2 | Naam vereniging: | M=Midden | ||||||||||||||||||||||||
3 | Datum: | K=Klein | ||||||||||||||||||||||||
4 | Werk Proces | Onderwerp | In Orde | Niet in orde | N.V.T. | Constatering | Mogelijk risico | Risco klasse | Maatregel (Verbetervoorstel) | Kosten | Gewenst gereed | uitvoerder | Gereed | Riscoklasse na uitvoering maatregel | Toelichting | |||||||||||
5 | Beleid | |||||||||||||||||||||||||
6 | Beleid 01 | Zijn in het bestuur taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden t.a.v. arbo en milieu vastgelegd? | ||||||||||||||||||||||||
7 | Beleid 02 | Worden (bijna)ongevallen gemeld, geregistreerd en onderzocht? | Het bestuur dient de oorzaak van (bijna) ongevallen direct te laten onderzoeken. Er moeten direct maatregels getroffen worden zodat soortgelijke ongevallen niet meer kunnen gebeuren. De bevindingen en maatregels dienen geregistreerd te worden. En het worden opgenomen in de Risico-inventarisatie en evaluatie . De vrijwilligers dienen hierover geïnformeerd te worden. | |||||||||||||||||||||||
8 | Beleid 03 | Wordt er bij het inhuren en aanschaf van materiaal aandacht besteed aan milieu, arbo en veiligheid? | 1. Vraag en controleer of het materiaal aan de wettelijke eisen en keuringen voldoet. 2 .Vraag en controleer of dat het onderhoud is uitgevoerd. 3. Zorg dat er een duidelijke Nederlandstalige gebruiksaanwijzing bij zit. | |||||||||||||||||||||||
9 | Beleid 04 | Zijn de leden / bestuur bij de RI&E betrokken en van de resultaten op de hoogte gesteld. | Geen betrokkenheid van leden en bestuur bij veiligheid | Arbeidsomstandighedenwet artikel 5 en 12 | ||||||||||||||||||||||
10 | Beleid 05 | Is er een aanspreekpunt voor het melden van gebreken aan gereedschappen en materialen? | ||||||||||||||||||||||||
11 | Beleid 06 | Heeft het bestuur van de vereniging/schutterij één van de bestuurders of een ander kaderlid benoemd als vertrouwenscontactpersoon (VCP)? | Het is van belang dat de leden van de schutterij, wanneer zij zich zorgen maken omtrent het bezit van en de omgang met vuurwapens door een van de leden van de schutterij, weten op welke wijze en bij wie zij daarvan, zo nodig vertrouwelijk, een melding kunnen doen. De vertrouwenscontactpersoon is dan degene bij wie de leden van de schutterij die melding kunnen doen; de vertrouwenscontactpersoon treedt in dat geval op als intermediair en zal daarna het bestuur of andere instanties informeren. | |||||||||||||||||||||||
12 | Instructie | |||||||||||||||||||||||||
13 | Instructie 01 | Krijgen de leden en vrijwilligers duidelijke informatie over hun taken en verantwoordelijkheden? | ||||||||||||||||||||||||
14 | Instructie 02 | Zijn de uitvoerders bekend met de risico's en kunnen ze bij een incident de juiste maatregelen nemen? | Zijn er schriftelijke instructies aanwezig voor het lood smelten, gieten, patronen maken, laden zware buks | |||||||||||||||||||||||
15 | Instructie 03 | Is het de uitvoerders bekend dat men tijdens het werken met milieugevaarlijke stoffen niet mag eten en drinken? | vergiftiging | |||||||||||||||||||||||
16 | Instructie 04 | Is het bij de vrijwilligers en leden bekend, bij wie ze gevaarlijke situaties en (bijna)ongevallen moeten melden? | ||||||||||||||||||||||||
17 | Wapenopslag | |||||||||||||||||||||||||
18 | Wapenopslag 01 | De beheerder draagt er zorg voor dat de wapens en munitie separaat van elkaar in een deugdelijk beveiligde en afgesloten wapenkluis dan wel wapenkamer worden opgeslagen | kans op oneigenlijk gebruik. Wetsovertreding, inbeslagname van wapens en boete. | Regeling wapens en munitie Artikel 43a onder 10 | ||||||||||||||||||||||
19 | Wapenopslag 02 | De (reserve)sleutels van de wapenkastkluis mogen niet in het pand van de vereniging worden opgeslagen | kans op oneigenlijk gebruik. Wetsovertreding, inbeslagname van wapens en boete. | CWM | ||||||||||||||||||||||
20 | Wapenopslag 03 | Is het onbewoonde gebouw waar wapens worden opgeslagenvoorzien van een alarm? | Diefstal / niet voeldoen aan de regelgeving | Voorwaarde Korpschef Limburg Indien de wapens opgeborgen zijn in een gebouw waar normaliter geen bewoners aanwezig zijn (clublokaal/schutterslokaal) dient dit gebouw beveiligd te zijn. Tevens dient dit gebouw te zijn voorzien van alarm. Bij alarm dient te allen tijde opvolging plaatst te vinden. | ||||||||||||||||||||||
21 | Wapenopslag 04 | De wapenkast dient in een deugdelijk afsluitbare ruimte te staan. | Diefstal / niet voeldoen aan de regelgeving | De omvang van de te treffen beveiligingsmaatregelen is afhankelijk van de soort (gevaarzetting) en het aantal wapens of munitie dat in het gebouw ligt opgeslagen alsmede van de ligging en de beveiliging van het gebouw, hetgeen per geval zal moeten worden beoordeeld door een beveiligingsexpert van de politie. | ||||||||||||||||||||||
22 | Wapenopslag 05 | Is de munitie afzonderlijk van het wapen opgeborgen in een deugdelijk afgesloten kast. | kans op oneigenlijk gebruik. Wetsovertreding, inbeslagname van wapens en boete. | Als een deugdelijke bergplaats voor wapens en/of munitie wordt uitsluitend aangemerkt een speciaal voor de opslag van wapens vervaardigde wapenkast/wapenkluis of een andere kluis die qua uitvoering en inbraakwerendheid daarmee kan worden gelijkgesteld. | ||||||||||||||||||||||
23 | Wapenopslag 06 | Het voorhanden mogen hebben van kruit (in losse vorm) is geregeld in de Wet explosieven voor civiel gebruik (Wecg). De buksmeesters dienen voor het overbrengen, opslaan en gebruiken van kruit in bezit te zijn van een Wecg-erkenning. Buksmeesters met een Wecg-erkenning voor rookzwakkruit, mogen maximaal 3 kg voorhanden hebben. Buksmeesters met een Wecg-erkenning voor zwartkruit, mogen maximaal 1 Kg voorhanden hebben. Een combinatie van beide kruitsoorten is toegestaan | ||||||||||||||||||||||||
24 | Wapenopslag 07 | Wordt de toegestane hoeveelheid opgeslagen patronen, slaghoedjes en kruit niet overschreden? | Overtreding voorschricften Wecg Brand. Overtreding milieuvergunning. | Wet explosieven voor civiel gebruik (Wecg); Totaal 10000 patronen en of slaghoedjes, totaal 3 kg kruit waarbij zwart kruit dubbel telt. De hoeveelheid staat vermeld in de Milieuvergunning c.q/ aanvullende regels van de gemeente. | ||||||||||||||||||||||
25 | Wapenopslag 08 | Is de ingebouwde muurkast (wapenkast), voorzien van een massief houten dan wel gelaagde houten kastdeur met een dikte van minimaal 4 cm? | Diefstal / niet voeldoen aan de regelgeving | |||||||||||||||||||||||
26 | Wapenopslag 09 | Is de losse kast of kluis deugdelijk aan een stevige muur of vloer verankerd? | Diefstal / niet voeldoen aan de regelgeving | Bij gewicht > 200 kg is verankering niet noodzakelijk. | ||||||||||||||||||||||
27 | Wapenopslag 10 | Bestaat de constructie van de losse kast/kluis uit plaatstaal van minimaal 3 mm? | Diefstal / niet voeldoen aan de regelgeving | |||||||||||||||||||||||
28 | Wapenopslag 11 | Heeft de ingebouwde muurkast, losse kast of kluis deugelijke inwendige scharnieren dan wel deugdelijke externe scharnieren | Diefstal / niet voeldoen aan de regelgeving | |||||||||||||||||||||||
29 | Wapenopslag 12 | Heeft de deur van de ingebouwde muurkast, losse kast of kluis minimaal 2 versterkte schoten? | Diefstal / niet voeldoen aan de regelgeving | |||||||||||||||||||||||
30 | Wapenopslag 13 | Is de ingebouwde muurkast, losse kast of kluis afsluitbaar door 1 of 2 cilindersloten? | Diefstal / niet voeldoen aan de regelgeving | |||||||||||||||||||||||
31 | Vervoer Kruit en munitie (Wet vervoer gevaarlijke stoffen) | |||||||||||||||||||||||||
32 | 01 WGVS | Voor het overbrengen, opslaan en gebruiken van kruit heeft de buksmeester een Wecg-erkenning. | ||||||||||||||||||||||||
33 | 2 WGVS | De maximale hoeveelheid geladen patronen en of slaghoedjes mag de 2000 stuks niet overschrijden. | ||||||||||||||||||||||||
34 | 3 WGVS | De maximale hoeveelheid (los) kruit bij transport mag de hoeveelheid niet overschrijden. Toegestaan is 1 kg Rookzwak Kruit (nitro kruit) of 0,5 kg zwartkruit. | Zie Wet explosieven voor civiel gebruik (Wecg) en de regels op de Wecg erkening (in bezit van de buksmeester). | |||||||||||||||||||||||
35 | 4 WGVS | |||||||||||||||||||||||||
36 | ||||||||||||||||||||||||||
37 | Bewaarplaats munitie | |||||||||||||||||||||||||
38 | Bewaarplaats munitie 01 | Zijn de buksmeesters op de hoogte van de wet en regelgeving voor het opslaan van munitie, kruit en wapens? Wet wapens en munitie (Wwm); Wet explosieven voor civiel gebruik (Wecg); Publicatie Gevaarlijke Stoffen 32 (PGS 32); Activiteitenbesluit en de -regeling; NEN-EN 1127-1; Milieuvergunning: | Niet veilig en volgens de regels kunnen handelen | Door het bewust of onbewust afwijken van de regelgeving bij het overbrengen, opslaan en gebruiken van kruit, bijvoorbeeld overschrijding van de toegestane hoeveelheid kruit of het verkeerd opslaan, kan het bevoegd gezag bij een controle een boete opleggen of de vergunning intrekken. Indien schade ontstaat die verbandhoud met het afwijken van de regelgeving, kan de verzekering besluiten de schade niet te vergoeden. | ||||||||||||||||||||||
39 | Bewaarplaats munitie 02 | Het inbrengen of uitnemen van munitie moet geschieden door personen die duidelijk zijn geïnstrueerd omtrent de gevaarsaspecten van munitie en de wijze van brandbestrijding ingeval van calamiteiten. | Niet veilig kunnen handelen | |||||||||||||||||||||||
40 | Bewaarplaats munitie 03 | Voor het overbrengen, opslaan en gebruiken van kruit heeft de buksmeester een Wecg-erkenning. | Het voorhanden mogen hebben van kruit (in losse vorm) is geregeld in de Wet explosieven voor civiel gebruik (Wecg). De buksmeesters dienen voor het overbrengen, opslaan en gebruiken van kruit in bezit te zijn van een Wecg-erkenning. Buksmeesters met een Wecg-erkenning voor rookzwakkruit, mogen maximaal 3 kg voorhanden hebben. Buksmeesters met een Wecg-erkenning voor zwartkruit, mogen maximaal 1 Kg voorhanden hebben. Een combinatie van beide kruitsoorten is toegestaan. Voor houders van een Wecg-erkenning geldt dat bij gelijktijdig, opslaan en gebruiken van rookzwakkruit en zwartkruit het totaalgewicht niet meer mag zijn dan 3kg. Hierbij geldt voor de berekening dat het zwart buskruit dubbel telt. Met andere woorden: 1kg zwart buskruit levert in de berekening 2kg op. Daarnaast zou dan nog maar 1kg rookzwak buskruit opgeslagen mogen worden. | |||||||||||||||||||||||
41 | Bewaarplaats munitie 04 | De maximale hoeveelheid opgeslagen geladen patronen en of slaghoedjes mag de 10.000 stuks niet overschrijden. | ||||||||||||||||||||||||
42 | Bewaarplaats munitie 05 | De hoeveelheid opgeslagen rookzwakkruit mag niet hoger zijn dan de 3 kg. | >Indien men bij het opslaan van kruit afwijkt van de regelgeving kan dit voor de vereniging financiële gevolgen hebben >Intrekken vergunning | Buksmeesters met een Wecg-erkenning voor rookzwakkruit, mogen maximaal 3 kg voorhanden hebben. Het is niet toegestaan de hoeveelheid kruit per buksmeester (Wecg- erkenninghouder) bij elkaar op te tellen. In de bewaarplaats mogen ten hoogste aanwezig zijn 3 kg munitie van het type rookzwak buskruit. Zie toelichting Bewaarplaats munitie 03 | ||||||||||||||||||||||
43 | Bewaarplaats munitie 06 | Voldoet de samenstelling, de opschriften en de verpakking van het kruit en slaaghoedjes aan de voorschriften? | Niet veilig kunnen handelen | De etikettering van de verpakking van een gevaarlijke stof moet zodanig zijn dat de gevaaraspecten van de gevaarlijke stof duidelijk tot uiting komen. Kenmerken etiket t.b.v. munitie en kruit: - vorm: een op zijn punt staand vierkant - vormgeving: een zwarte afbeelding van een barstende bom op een oranje ondergrond. | ||||||||||||||||||||||
44 | Bewaarplaats munitie 07 | Worden bij de vereniging de aankoopbewijzen met "trace code" van het kruit minimaal 10 jaar bewaard? | Deze verplichting staat als volgt vermeld op de erkenning: De houder van deze erkenning dient een registratie bij te houden door middel van aankoopbewijzen waaruit de hoeveelheid buskruit blijkt die is gekocht De aankoopbewijzen dienen voor een periode van 10 jaar te worden bewaard en in geval van controle onmiddellijk beschikbaar gesteld te worden (art 21.3 Weeg). | |||||||||||||||||||||||
45 | Bewaarplaats munitie 08 | In een bewaarplaats mogen zich gelijktijdig met verpakte en/of onverpakte munitie geen andere goederen bevinden, met uitzondering van ongeladen vuurwapens. | Brand | |||||||||||||||||||||||
46 | Bewaarplaats munitie 09 | Het kruit is in de originele verpakking gecompartimenteerd opgeslagen zoals is voorgeschreven in artikel 4.12 van de activiteitenregeling. | Het kruit moet opgeslagen zijn in vakken. De vakken zijn vervaardigd van 105 millimeter metselwerk voor de wanden, en 70 millimeter beton voor de horizontale verdeling. Per vak is maximaal 1 kilogram rookzwakkruit aanwezig in de standaardverpakking. Voor de vakken is minimaal 1 meter vrije ruimte aanwezig. zie verder Artikel 4.12 Activiteitenregeling milieubeheer | |||||||||||||||||||||||
47 | Bewaarplaats munitie 10 | Controleer alle overige voorschriften die in de milieuvergunning zijn bepaalt. | ||||||||||||||||||||||||
48 | Bewaarplaats munitie 11 | Binnen 3 m van een bewaarplaats mogen geen gemakkelijk ontvlambare stoffen en geen drukhouders, met uitzondering van brandblusmiddelen, aanwezig zijn. | Indien men afwijkt van de wet er regelgeving kan dit voor de vereniging financiële gevolgen hebben Dit kan een boete zijn of bij brand/schade kan de verzekering besluiten niet te vergoeden. | |||||||||||||||||||||||
49 | Bewaarplaats munitie 12 | Indien in een bewaarplaats geen elektrische installatie aanwezig is, mag voor de verlichting alleen gebruik worden gemaakt van draagbare, elektrische lantaarns met droge batterijen. | Het kruit kan onbedoeld tot ontbranding komen. | |||||||||||||||||||||||
50 | Bewaarplaats munitie 13 | In een bewaarplaats en binnen een afstand van 2 m van de toegangsdeur van een bewaarplaats mag niet worden gerookt en mag geen open vuur aanwezig zijn; | Het kruit kan onbedoeld tot ontbranding komen. | Plaats hier het verbodsbord “vuur, open vlam en roken verboden”. Dit verbodsbord kenmerkt zich door een rondevorm, een zwartpictogram van een brandende lucifer op witte achtergrond, rode rand en balk die van links naar rechts over het pictogram loopt onder een hoek van 45° ten opzichte van de horizontale lijn, waarbij de rode kleur ten minste 35% van het oppervlak van het bord beslaat. Bron:Arbeidsomstandighedenregeling Hoofdstuk 8.10, bijlage XVIII, deel 2. | ||||||||||||||||||||||
51 | Bewaarplaats munitie 14 | Voor de verwarming en de verlichting van een bewaarplaats mogen slechts toestellen worden gebruikt waarvan de maximale oppervlaktetemperatuur niet boven 100°C kan komen. | Het kruit kan onbedoeld tot ontbranding komen. | Het is verboden en onveilig om lood te smelten in de ruimte waar men met Kruit werkt op opslaat. kruit opslaat Bij het smelten van lood en het gieten van kogels komt de temperatuur van het lood tot een temperatuur van 460°C. Installaties met kans op hete oppervlakken hoger dan 100° C, mogen niet in een opslagvoorziening voor explosieven worden geplaatst (Bron PGS 32). | ||||||||||||||||||||||
52 | Bewaarplaats munitie 15 | Zijn maatregelen genomen zo dat er geen statische ontlading in de ruimte kan ontstaan waardoor het kruit onbedoeld kan ontbranden? | Het kruit kan onbedoeld tot ontbranding komen. | o.a. is de ruimte vrij van vloerkleden waardoor bij wrijving (lopen) statische elektrische kan ontstaan. | ||||||||||||||||||||||
53 | Bewaarplaats munitie 16 | De deur van een bewaarplaats, moet zodanig zijn dat de toegangsdeur zich niet in een vluchtweg bevindt. Niet direct bereikbaar is en niet kan worden geopend door het publiek; de toegangsdeur van de bewaarplaats moet steeds onbelemmerd bereikbaar zijn. | Publicatie Gevaarlijke Stoffen 32 (PGS 32) | |||||||||||||||||||||||
54 | Bewaarplaats munitie 17 | Heeft de constructie van de bewaarplaats een brandwerendheid van ten minste 60 minuten? | >Boete of intrekken verunning. >Schade-Het kruit komt onbedoeld tot ontbranding. | Wanden, vloer en afdekking moeten zijn vervaardigd van metselwerk dik ten minste 105 mm, of moeten bestaan uit beton dik ten minste 70 mm, dan wel bestaan uit een andere constructie met overeenkomstige constructie degelijkheid en een brandwerendheid hebben van ten minste 60 minuten. | ||||||||||||||||||||||
55 | Bewaarplaats munitie 18 | Op de toegangsdeur van een bewaarplaats moet een veiligheidssymbool explosieve stoffen zijn aangebracht. | Dit verbodsbord kenmerkt zich door een driehoekige vorm, een zwarte afbeelding van een barstende bom op een gele ondergrond met zwarte rand, (de veiligheidskleur geel moet tenminste 50% van het oppervlak van het bord beslaan); Bron:Arbeidsomstandighedenregeling Hoofdstuk 8.10, bijlage XVIII, deel 2. | |||||||||||||||||||||||
56 | Bewaarplaats munitie 19 | Als er kruit en munitie is opgeslagen bij een lid thuis, is dit dan met zijn verzekering geregeld? | Opslag van kruit en munitie is bij brand risicoverhogend. De meeste verzekeringsmaatschappijen zullen er geen problemen mee hebben, mits de opslag veilig gebeurd. Maak melding bij de verzekering dat er kruit en munitie in huis is opgeslagen. Laat de gemaakte afspraken SCHRIFTELIJK vastleggen. | |||||||||||||||||||||||
57 | Loodsmelten | |||||||||||||||||||||||||
58 | Loodsmelten 01 | Is de smeltketel nog in goede staat? | Brandwond | Controleer vooral de onderkant en de bevestiging van de handvaten. | ||||||||||||||||||||||
59 | Loodsmelten 02 | Staat de smeltketel met lood stevig zodat het niet kan omvallen? | Brandwond | |||||||||||||||||||||||
60 | Loodsmelten 03 | Is er een deugdelijke afzuiging? (bijvoorkeur een niveau afzuiging.) | Vergiftiging. | Laat de afzuiging geregeld schoon maken. Indien er een filter in de afzuiging zit moet deze geregeld gereinigd of vervangen worden. Registreer dit in een logboek. | ||||||||||||||||||||||
61 | Loodsmelten 04 | Is er stromend leidingwater aanwezig voor het koelen van brandwonden? | Koel tenminste 15 minuten met lauw, rustig stromend leidingwater. | |||||||||||||||||||||||
62 | Luchtbuksschieten / Windbuksschieten | |||||||||||||||||||||||||
63 | Windbuks schieten 01 | Is de baan bij het windbuksschieten zo ingericht dat de omstanders veilig in de ruimte kunnen verblijven? | omstander kan geraakt worden door een kogeltje | De onveilige zone kan verkleind worden door schotten naast de baan te plaatsen. | ||||||||||||||||||||||
64 | Windbuks schieten 02 | Is de kogelvanger zo geconstrueerd dat de kogeltjes niet kunnen terug springen? | omstander kan geraakt worden door kogel | |||||||||||||||||||||||
65 | Windbuks schieten 03 | Worden verschoten windbukskogeltjes verzameld zodat ze niet bij het restafval komen? | Lood bij het restafval | |||||||||||||||||||||||
66 | Windbuks schieten 06 | De personen die het vullen van de persluchtcilinder uitvoeren kennen de technische regels voor het vullen en kunnen het vullen veilig uitvoeren. | https://www.schiettechniek.nl/system/files/pdf/vullen_met_lucht_of_co2.pdf | |||||||||||||||||||||||
67 | Windbuks schieten 04 | Zijn de persluchtcilenders van luchtbuksen gekeurd? | ||||||||||||||||||||||||
68 | Windbuks schieten 05 | Is de persluchtfles gekeurd? | Na 10 jaar gerekend vanaf de productiedatum dient de persluchtcilinder door de fabrikant gecontroleerd worden. De fabricagedatum staat op de cilinder vermeld; op het gedeelte direct bij de vulopening (bron https://www.schiettechniek.nl/). | |||||||||||||||||||||||
69 | Windbuks schieten 06 | Zijn de persluchtflessen tegen omvallen beschermd? | De flessen moeten op de gebruikersplaats eveneens stevig verankerd worden zodat ze niet kunnen omvallen of omgestoten worden, daarbij beschadigingen veroorzakend aan de fles en/of de voeten van omstanders (bron https://www.schiettechniek.nl/). | |||||||||||||||||||||||
70 | Windbuks schieten 07 | De opslag van de persluchtflessen voldoet aan het Wettelijk kader | http://www.duiknieuws.com/assets/plugindata/poola/definitiefopslagduikflessen.pdf PGS 15 ADR Activiteitenbesluit WABO (Wet algemene bepalingen omgevingsrecht) | |||||||||||||||||||||||
71 | Persoonlijke beschermingsmiddelen | |||||||||||||||||||||||||
72 | PBM 01 | Zijn de PBM aanwezig en worden ze ook daadwerkelijk gebruikt? | letselschade, vergiftiging. | Is duidelijk aangegeven welke PBM's wanneer gebruikt dienen te worden. PBM =Persoonlijke Beschermingsmiddelen dit zijn o.a. een voorschoot, handschoenen, veiligheidsbril. Het bestuur dient de PBM ter beschikking te stellen. De vrijwilligers dienen deze te gebruiken, zij moeten instructie krijgen over het juiste gebruik. Spreek elkaar aan bij het niet dragen van de PBM. | ||||||||||||||||||||||
73 | PBM 02 | Staat in de werkplaatsen aangegeven waar de persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM) gedragen moeten worden? | letselschade, vergiftiging. | Dit kan middels een gebodsbord. Gebodsborden kenmerken zich door een ronde vorm, een wit pictogram op blauwe achtergrond, waarbij de blauwe kleur ten minste 50% van het oppervlak van het bord beslaat. Bron:Arbeidsomstandighedenregeling Hoofdstuk 8.10, bijlage XVIII, deel 2. | ||||||||||||||||||||||
74 | PBM 03 | Zijn er voldoende doelmatige gehoorbeschermingsmiddelen aanwezig en kunnen de werknemers tussen verschillende soorten (proppen, doppen, kappen e.d.) kiezen? | Gehoorbescherming | Arbobesluit artikel 6.8 en 9.17 | ||||||||||||||||||||||
75 | Bedrijfshulpverlening | |||||||||||||||||||||||||
76 | BHV 01 | Zijn de vrijwilligers, leden en gasten op de hoogte van het hulpverleningsplan / noodplan? | Tijdens een evenement is het onmogelijk de gasten op de hoogte te stellen. Zorg dan dat er hulpverleners zijn die een eventuele ontruiming kunnen begeleiden. | |||||||||||||||||||||||
77 | BHV 02 | Er is een hulpverleningsplan / noodplan aanwezig? | Niet kunnen inschatten wat te doen bij mogelijke calamiteiten | |||||||||||||||||||||||
78 | BHV 03 | Wordt het hulpverleningsplan / noodplan jaarlijks beoefend en indien nodig bijgewerkt? | Bij calamiteiten niet de juiste hulp/ maatregelen kunnen uitvoeren | Voor een eenmalig evenement is een fase 1 oefening voldoende. | ||||||||||||||||||||||
79 | BHV 04 | Is bekent wie van de vrijwilligers en leden BHV /EHBO hebben? | Niet tijdig EHBO kunnen toepassen. | Laat tijdens evenementen de EHBO-ers voor de herkenbaarheid een hesje of armband dragen. | ||||||||||||||||||||||
80 | BHV 05 | Is men bekend met het gebruiken van (kleine)blusmiddelen? | Niet kunnen blussen. | Geef instructie of laat een BHV opleiding volgen. | ||||||||||||||||||||||
81 | BHV 06 | Is het gebouw brandveilig ingericht? | Brand | In gebouwen moet ervoor gezorgd worden dat de volgende zaken aanwezig zijn: - vluchtmogelijkheden (niet versperd!) naar buiten het gebouw. Indien de afstand tot een deur groter is dan 30 meter zijn er twee deuren in die ruimte nodig. Verdiepingen moeten altijd twee vluchtmogelijkheden hebben (noodtrappenhuis). Verkeersruimten en trappen moeten voldoen aan de eisen uit het Bouwbesluit: - een doorgang en trap moeten minimaal zestig centimeter breed zijn; - een trap moet aan tenminste één zijde een leuning hebben; - trappen breder dan 1,2 meter moeten aan beide zijden een leuning hebben; - deuren voor vluchten moeten naar buiten draaiend zijn en schuifdeuren mogen niet worden toegepast voor vluchten; - keuring brandblussers 1 maal / 2 jaar; - Nooddeuren brandveilig ingericht; - de vluchtmogelijkheden en blusmiddelen moeten gemarkeerd zijn met pictogrammen: groen voor vluchtwegen en rood voor blusmiddelen; - vluchtwegverlichting is nodig als er bij het uitvallen van de verlichting er onvoldoende licht van buiten binnenkomt om de vluchtwegen te vinden; - prullenbakken moeten vlamdovend zijn uitgevoerd | ||||||||||||||||||||||
82 | BHV 07 | Zijn de nooduitgangen vrij van obstakels? | Geen vluchtweg. Struikelgevaar (bij paniek) | |||||||||||||||||||||||
83 | BHV 08 | Zijn de juiste blusmiddelen aanwezig en goed bereikbaar? Zijn deze gekeurd en bruikbaar? | Laat je door de plaatselijke brandweer adviseren welk typebrandblusser nodig is. Branden zijn te verdelen in vijf klasse. Op de blusser staat voor welk typebrand hij geschikt is. ZIE OPMERING | |||||||||||||||||||||||
84 | BHV 09 | Is er transparant en vluchtwegverlichting aanwezig? | Vluchtweg niet kunnen vinden | -Laat dit geregeld controleren. -Registreer waneer de batterijen voor het laatst vervangen zijn. | ||||||||||||||||||||||
85 | BHV 10 | Is er een verbanddoos aanwezig en is deze goed bereikbaar? | Niet de gewenste eerste hulp kunnen verlenen. | |||||||||||||||||||||||
86 | BHV 11 | Is de verbanddoos compleet? | Niet de juiste EHBO kunnen toepassen. | Als er gebruik is gemaakt van de verbanddoos, vul dan de gebruikte artikelen direct aan. De verbanddoos dient regelmatig gecontroleerd te worden. Bij voorkeur ieder half jaar, wijs hiervoor een vaste persoon aan . Voor de inhoud zie opmerking | ||||||||||||||||||||||
87 | Gevaarlijkestoffen | |||||||||||||||||||||||||
88 | Gevaarlijkestoffen 01 | Is er een deugdelijke oog-douche of oog-spoelfles aanwezig? | Oogletsel: Het niet tijdig toe kunnen passen van eerste hulp. | "Spoel voor een periode van minimaal 15 minuten met lauw rustig stromend water. Oog spoel fles kan na leegraken nagevuld worden met kraanwater" Bij een oog-spoelfles mag de vloeistof niet over de datum zijn. | ||||||||||||||||||||||
89 | Gevaarlijke stoffen 02 | Koopt en gebruikt men zoveel mogelijk middelen zonder schadelijke stoffen? | gezondheidsschade. | Belangrijk is om schadelijke stoffen zoveel mogelijk te vermijden. Voor een aantal stoffen zijn minder schadelijke vervangende stoffen te verkrijgen. Denk bijvoorbeeld aan viltstiften op waterbasis of op basis van alcohol, lijm en verf op waterbasis en schuim dat minder schadelijke dampen afgeeft bij smelten. | ||||||||||||||||||||||
90 | Gevaarlijke stoffen 03 | Zijn er van de (milieu) gevaarlijke stoffen veiligheidsinformatiebladen aanwezig of zijn alle verpakkingen van gevaarlijke stoffen voorzien van etiketten? | Vergiftiging: Niet bekent zijn met de samenstelling en eigenschappen van het product en dus niet de juiste voorzorgmaatregelen (PBM) kunnen nemen. | (milieu) Gevaarlijke stoffen zijn o.a. aan kruit, wapenolie en siliconenspray voor de kogelvanger. Alle verpakkingen van gevaarlijke stoffen moeten voorzien zijn van een etiket. Hierop moeten de stofnaam, leverancier, gevarensymbool, waarschuwingszinnen (R-zinnen ) en veiligheidsaanbevelingen (S-zinnen ) staan vermeld. Zie verder in de opmerking | ||||||||||||||||||||||
91 | Gevaarlijke stoffen 04 | Zijn de risico's van (milieu)gevaarlijke stoffen bij de vrijwilligers bekend? | Vergiftiging: Niet bekent zijn met de samenstelling en eigenschappen van het product en dus niet de juiste voorzorgmaatregelen (PBM) kunnen nemen. | (milieu) Gevaarlijke stoffen zijn o.a. aan kruit, wapenolie en siliconenspray voor de kogelvanger. De vrijwilligers moeten worden geïnformeerd over de risico's van de gevaarlijke stoffen en wat te doen bij brand, Bij aanraking met de huid, inslikken, inademen lekkage, kapotte verpakking, etc. Deze informatie is op het etiket of de veiligheidsinformatiebladen te vinden. De veiligheidsbladen moeten door de leveranciers verstrekt worden. Bron: Stoffenregelgeving REACH | ||||||||||||||||||||||
92 | Gevaarlijke stoffen 05 | Zijn de etiketten nog leesbaar en zijn de verpakkingen lek vrij? | Vergiftiging: Niet bekent zijn met de samenstelling en eigenschappen van het product en dus niet de juiste voorzorgmaatregelen (PBM) kunnen nemen. | |||||||||||||||||||||||
93 | Gevaarlijke stoffen 06 | Staat er in de ruimte waar gewerkt wordt gevaarlijke stoffen aangegeven, dat er niet gegeten en gedronken mag worden? | Vergiftiging: | Plaats een verbodsbord. Dit verbodsbord kenmerkt zich door een rondevorm, een zwartpictogram van een "kop en schotel en bestek" op witte achtergrond, rode rand en balk die van links naar rechts over het pictogram loopt onder een hoek van 45° ten opzichte van de horizontale lijn, waarbij de rode kleur ten minste 35% van het oppervlak van het bord beslaat. Bron:Arbeidsomstandighedenregeling Hoofdstuk 8.10, bijlage XVIII, deel 2. | ||||||||||||||||||||||
94 | Gevaarlijke stoffen 07 | De stof moet worden opgeslagen in een vloeistofdichte lekbak. De lekbak opvangcapaciteit dient te voldoen aan de volgende eisen 110% van grootste emballage + 10% van de totale hoeveelheid opgeslagen gevaarlijke stoffen. | Bodemvervuiling. | |||||||||||||||||||||||
95 | Gevaarlijke stoffen 08 | Staat de gasflessenopslag ver genoeg van andere objecten? | Gasflessenopslag afstanden | Arbobesluit artikel 2.5b, 4.1c, 4.1d, 4.6 en 4.10d | ||||||||||||||||||||||
96 | Gevaarlijke stoffen 09 | Zijn de gasflessen tegen omvallen beschermd? | Borging tegen omvallen | Arbobesluit artikel 2.5b, 4.1c, 4.1d, 4.6 en 4.10d | ||||||||||||||||||||||
97 | Gevaarlijke stoffen 10 | Zijn gasflessen apart van verpakte gevaarlijke stoffen opgeslagen? Wordt de vermelde herkeurdatum niet overschreden | Gasflessen apart | Arbobesluit artikel 2.5b, 4.1c, 4.1d, 4.6 en 4.10d | ||||||||||||||||||||||
98 | Gevaarlijke stoffen 11 | Is er absorptiemateriaal aanwezig om eventueel gelekte en gemorste vloeistof te absorberen? | Bodemvervuiling. | |||||||||||||||||||||||
99 | Gevaarlijke stoffen 12 | Gebruikt men bij het bijvullen van brandstof een schenktuit of trechter? | Bodemvervuiling. | Bijvoorbeeld het bijvullen van een aggregaat of grasmachine. | ||||||||||||||||||||||
100 | Gevaarlijke stoffen 13 | Is het bekend of en zo ja waar in het gebouw asbest aanwezig is? | Bij eventuele reparaties longkanker of kanker aan het buikvlies. | In veel gebouwen van voor 1980 is asbest verwerkt. Asbest kan op verschillende plekken in het gebouw aanwezig zijn (isolatie steunkolommen, dakbedekkingplaten, brandvertragende wanden, in vloerbedekking etc.) Inademing van asbestvezels kan op korte of lange termijn longkanker of kanker aan het buikvlies veroorzaken. Zolang er geen asbestdeeltjes in de lucht kunnen komen, kan het blijven zitten. Bij verbouwingen moet echter uitgezocht worden of er geen onderdelen met asbest worden gesloopt. Ook delen die met asbest bespoten zijn en open liggen, moeten verwijderd worden. Dit verwijderen dient op een veilige wijze door een gespecialiseerd bedrijf te gebeuren. | ||||||||||||||||||||||