| A | B | C | D | E | F | G | H | I | J | K | L | M | N | O | P | Q | R | S | T | U | V | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
1 | ||||||||||||||||||||||
2 | ||||||||||||||||||||||
3 | Vak: | Spaans | ||||||||||||||||||||
4 | Leerjaar: | Ciclo Basico 1 | ||||||||||||||||||||
5 | Schooljaar: | 2025 - 2026 | ||||||||||||||||||||
6 | Trimester: | 1 | ||||||||||||||||||||
7 | Studiewijzer trimester 1 | |||||||||||||||||||||
8 | WK # | Lessen en onderdelen | Wat moet je thuis doen na de les? | Leerdoelen | ||||||||||||||||||
9 | 34 | Vocabulario Unidad 1, 2,3 en 5 | Herhaal thuis de behandelde oefeningen uit de les om het begrip te versterken en vaardigheden verder te ontwikkelen. | 1. Uitbreiden van Woordenschat: | ||||||||||||||||||
10 | Leer nieuwe woorden en zinnen toe te passen in dagelijkse gesprekken en schrijfopdrachten om de woordenschat aanzienlijk uit te breiden. | |||||||||||||||||||||
11 | 2. Verdiepen van Begrip: | |||||||||||||||||||||
12 | 18 aug- 22 aug | Ontwikkel een dieper begrip van specifieke vakterminologie en academische woordenschat om complexere teksten effectiever te begrijpen en analyseren. | ||||||||||||||||||||
13 | 35 | Vocabualrio Unidad 1, 2, 3 en 5 | Herhaal thuis de behandelde oefeningen uit de les om het begrip te versterken en vaardigheden verder te ontwikkelen. | 1. Uitbreiden van Woordenschat: | ||||||||||||||||||
14 | Leer nieuwe woorden en zinnen toe te passen in dagelijkse gesprekken en schrijfopdrachten om de woordenschat aanzienlijk uit te breiden. | |||||||||||||||||||||
15 | 2. Verdiepen van Begrip: | |||||||||||||||||||||
16 | 25 aug - 29 aug | Ontwikkel een dieper begrip van specifieke vakterminologie en academische woordenschat om complexere teksten effectiever te begrijpen en analyseren. | ||||||||||||||||||||
17 | 36 | Vocabualrio Unidad 1, 2, 3 en 5 | Herhaal thuis de behandelde oefeningen uit de les om het begrip te versterken en vaardigheden verder te ontwikkelen. | 1. Uitbreiden van Woordenschat: | ||||||||||||||||||
18 | Leer nieuwe woorden en zinnen toe te passen in dagelijkse gesprekken en schrijfopdrachten om de woordenschat aanzienlijk uit te breiden. | |||||||||||||||||||||
19 | 2. Verdiepen van Begrip: | |||||||||||||||||||||
20 | 1 sep - 5 sep | Ontwikkel een dieper begrip van specifieke vakterminologie en academische woordenschat om complexere teksten effectiever te begrijpen en analyseren. | ||||||||||||||||||||
21 | 37 | Vocabualrio Unidad 1, 2, 3 en 5 | Herhaal thuis de behandelde oefeningen uit de les om het begrip te versterken en vaardigheden verder te ontwikkelen. | 1. Uitbreiden van Woordenschat: | ||||||||||||||||||
22 | Leer nieuwe woorden en zinnen toe te passen in dagelijkse gesprekken en schrijfopdrachten om de woordenschat aanzienlijk uit te breiden. | |||||||||||||||||||||
23 | 2. Verdiepen van Begrip: | |||||||||||||||||||||
24 | 8 sep - 12 sep | Ontwikkel een dieper begrip van specifieke vakterminologie en academische woordenschat om complexere teksten effectiever te begrijpen en analyseren. | ||||||||||||||||||||
25 | 38 | Overhoring Vocabualrio Unidad 1, 2, 3 en 5 | Herhaal thuis de behandelde oefeningen uit de les om het begrip te versterken en vaardigheden verder te ontwikkelen. | 1. Uitbreiden van Woordenschat: | ||||||||||||||||||
26 | Leer nieuwe woorden en zinnen toe te passen in dagelijkse gesprekken en schrijfopdrachten om de woordenschat aanzienlijk uit te breiden. | |||||||||||||||||||||
27 | 2. Verdiepen van Begrip: | |||||||||||||||||||||
28 | 15 sep - 19 sep | Ontwikkel een dieper begrip van specifieke vakterminologie en academische woordenschat om complexere teksten effectiever te begrijpen en analyseren. | ||||||||||||||||||||
29 | 39 | Proefwerk Comprensión audiovisual | 1. Kijken naar Spaanse Films en Series: | 1. Toepassen van Grammaticale Regels: | ||||||||||||||||||
30 | Bekijk Spaanse films of series met ondertiteling (eerst in het Spaans, later zonder ondertiteling) om je luistervaardigheid en begrip te verbeteren. | Oefen het correct toepassen van grammaticale regels in zowel gesproken als geschreven Spaans, wat bijdraagt aan een nauwkeurigere taalbeheersing. | ||||||||||||||||||||
31 | 2. Luisteren naar Podcasts en Audioboeken: | 2. Ontwikkelen van Strategische Vaardigheden: | ||||||||||||||||||||
32 | 22 sep - 26 sep | Luister naar Spaanse podcasts en audioboeken die passen bij je taalniveau. Dit helpt je te wennen aan verschillende accenten en snelheden van spreken. | Leer strategische luister- en kijktechnieken, zoals het herkennen van sleutelwoorden en contextuele aanwijzingen, om belangrijke informatie beter te begrijpen en te onthouden. | |||||||||||||||||||
33 | 40 | Gramática, sintaxis y expresión escrita | Herhaal thuis de behandelde oefeningen uit de les om het begrip te versterken en vaardigheden verder te ontwikkelen. | Tijdens de lessen maken leerlingen oefeningen over de onderstaande grammaticale onderwerpen, zodat ze deze kunnen herkennen en toepassen. De onderwerpen zijn: grammatica, syntaxis en schriftelijke uitdrukking, het alfabet, de cijfers 0-100, persoonlijke voornaamwoorden, introductie (begroeten, zichzelf voorstellen, iemand anders voorstellen), vragende voornaamwoorden, lidwoorden, enkelvoud en meervoud van zelfstandige naamwoorden, en de tegenwoordige tijd van de werkwoorden llamarse, ser, tener, hablar en ir. | ||||||||||||||||||
34 | ||||||||||||||||||||||
35 | ||||||||||||||||||||||
36 | 29 sep - 3 okt | |||||||||||||||||||||
37 | 41 | Gramática, sintaxis y expresión escrita | Herhaal thuis de behandelde oefeningen uit de les om het begrip te versterken en vaardigheden verder te ontwikkelen. | Tijdens de lessen maken leerlingen oefeningen over de onderstaande grammaticale onderwerpen, zodat ze deze kunnen herkennen en toepassen. De onderwerpen zijn: grammatica, syntaxis en schriftelijke uitdrukking, het alfabet, de cijfers 0-100, persoonlijke voornaamwoorden, introductie (begroeten, zichzelf voorstellen, iemand anders voorstellen), vragende voornaamwoorden, lidwoorden, enkelvoud en meervoud van zelfstandige naamwoorden, en de tegenwoordige tijd van de werkwoorden llamarse, ser, tener, hablar en ir. | ||||||||||||||||||
38 | ||||||||||||||||||||||
39 | ||||||||||||||||||||||
40 | 6 okt - 10 okt | |||||||||||||||||||||
41 | 42 | Oktobervakantie | ||||||||||||||||||||
42 | ||||||||||||||||||||||
43 | ||||||||||||||||||||||
44 | 13 okt - 17 okt | |||||||||||||||||||||
45 | 43 | Proefwerk Comprensión lectora | Kies boeken in het Spaans die passen bij je taalniveau. Begin met kinderboeken of eenvoudige romans en werk geleidelijk aan naar complexere literatuur | 1. Feiten Identificeren: | ||||||||||||||||||
46 | Herken en benoem belangrijke feiten in een tekst om informatie accuraat te begrijpen en te onderscheiden. | |||||||||||||||||||||
47 | 2. Begrip van Context: | |||||||||||||||||||||
48 | 20 okt - 24 okt | Gebruik contextuele aanwijzingen om de betekenis van onbekende woorden of zinnen af te leiden en vergroot zo het begrip van de tekst. | ||||||||||||||||||||
49 | 20, 21 en 22 okt | 30 min rooster - Lln bespreking periode 1 | ||||||||||||||||||||
50 | 44 | Gramática, sintaxis y expresión escrita | Herhaal thuis de behandelde oefeningen uit de les om het begrip te versterken en vaardigheden verder te ontwikkelen. | Tijdens de lessen maken leerlingen oefeningen over de onderstaande grammaticale onderwerpen, zodat ze deze kunnen herkennen en toepassen. De onderwerpen zijn: grammatica, syntaxis en schriftelijke uitdrukking, het alfabet, de cijfers 0-100, persoonlijke voornaamwoorden, introductie (begroeten, zichzelf voorstellen, iemand anders voorstellen), vragende voornaamwoorden, lidwoorden, enkelvoud en meervoud van zelfstandige naamwoorden, en de tegenwoordige tijd van de werkwoorden llamarse, ser, tener, hablar en ir. | ||||||||||||||||||
51 | ||||||||||||||||||||||
52 | ||||||||||||||||||||||
53 | 27 okt - 31 okt | |||||||||||||||||||||
54 | 27 okt | Nationale Onderwijsdag | ||||||||||||||||||||
55 | 45 | Gramática, sintaxis y expresión escrita | Herhaal thuis de behandelde oefeningen uit de les om het begrip te versterken en vaardigheden verder te ontwikkelen. | Tijdens de lessen maken leerlingen oefeningen over de onderstaande grammaticale onderwerpen, zodat ze deze kunnen herkennen en toepassen. De onderwerpen zijn: grammatica, syntaxis en schriftelijke uitdrukking, het alfabet, de cijfers 0-100, persoonlijke voornaamwoorden, introductie (begroeten, zichzelf voorstellen, iemand anders voorstellen), vragende voornaamwoorden, lidwoorden, enkelvoud en meervoud van zelfstandige naamwoorden, en de tegenwoordige tijd van de werkwoorden llamarse, ser, tener, hablar en ir. | ||||||||||||||||||
56 | ||||||||||||||||||||||
57 | ||||||||||||||||||||||
58 | 3 nov - 7 nov | Toetsvrijeweek | ||||||||||||||||||||
59 | 46 | CP- Week 1 CP Gramatica, sintaxis y expresion escrita: | ||||||||||||||||||||
60 | Gramatica, sintaxis y expresion escrita: ABC, los números 0 – 100, pronombres personales, Introducción: begroeten; zich voorstellen; iemand anders voorstellen; pronombres interrogativos, artículos, número y género de los sustantivos, Presente de indicativo: llamarse, ser, tener, hablar, ir. | |||||||||||||||||||||
61 | ||||||||||||||||||||||
62 | 10 nov - 14 nov | |||||||||||||||||||||
63 | ||||||||||||||||||||||
64 | ||||||||||||||||||||||
65 | ||||||||||||||||||||||
66 | ||||||||||||||||||||||
67 | ||||||||||||||||||||||
68 | ||||||||||||||||||||||
69 | ||||||||||||||||||||||
70 | ||||||||||||||||||||||
71 | ||||||||||||||||||||||
72 | ||||||||||||||||||||||
73 | ||||||||||||||||||||||
74 | ||||||||||||||||||||||
75 | ||||||||||||||||||||||
76 | ||||||||||||||||||||||
77 | ||||||||||||||||||||||
78 | ||||||||||||||||||||||
79 | ||||||||||||||||||||||
80 | ||||||||||||||||||||||
81 | ||||||||||||||||||||||
82 | ||||||||||||||||||||||
83 | ||||||||||||||||||||||
84 | ||||||||||||||||||||||
85 | ||||||||||||||||||||||
86 | ||||||||||||||||||||||
87 | ||||||||||||||||||||||
88 | ||||||||||||||||||||||
89 | ||||||||||||||||||||||
90 | ||||||||||||||||||||||
91 | ||||||||||||||||||||||
92 | ||||||||||||||||||||||
93 | ||||||||||||||||||||||
94 | ||||||||||||||||||||||
95 | ||||||||||||||||||||||
96 | ||||||||||||||||||||||
97 | ||||||||||||||||||||||
98 | ||||||||||||||||||||||
99 | ||||||||||||||||||||||
100 | ||||||||||||||||||||||