oefening webquest groep 2
 Share
The version of the browser you are using is no longer supported. Please upgrade to a supported browser.Dismiss

 
%
123
 
 
 
 
 
 
 
 
 
ABCDEFGHIJKLMNOPQRSTUVWXYZAA
1
2
Criteria voor goede webquests
3
4
Hieronder staan de belangrijkste criteria voor een goede webkwestie / webquest.
5
Op geen van de onderdelen mag negatief gescoord worden.
6
Vul in de kolommen C, D en E per webquest de scores in: 0=nee; 1=gedeeltelijk; 2=ja.
7
Maak onderaan het totaal per webquest.
8
9
CriteriumWebquest 1Webquest 2Webquest 3
10
Bio met BrioWereldmuziekBoerentoren
11
1. Onderdelen
De WebQuest bevat de zeven basisonderdelen.
12
2. Inleiding
De interesse van de leerling wordt in de inleiding duidelijk aangewakkerd.
13
3. De opdracht
- is helder geformuleerd en goed te begrijpen;
- sluit aan bij de doelstellingen van de WebQuest (zoals die in de leerkrachtpagina worden beschreven);
- is uitdagend en nodigt uit tot (denk)activiteiten die verdergaan dan alleen begrijpen (leerlingen verwerken de verzamelde informatie in een eindopdracht).

Ter vergroting van de authenticiteit van de opdracht, krijgt een leerling een rol toegewezen (o.a. onderzoeker, ontwerper, rechter, journalist, directeur van…, etc.)
14
4. Werkwijze
De werkwijze is helder omschreven m.a.w. leerlingen weten precies hoe zij de eindopdracht het beste kunnen uitvoeren.
15
5. Informatiebronnen
- Er is een duidelijke relatie tussen de bronnen en de informatie die een leerling nodig heeft voor de uitvoer van de opdracht.
- Bronnen zijn indien mogelijk gecategoriseerd (o.a. per deelhandeling/thema)
16
6. De beoordeling
- De beoordelingscriteria zijn helder geformuleerd.
- Het eindproduct van de leerlingen (werkstuk, krant, poster, etc.) wordt minimaal op 4 verschillende dimensies beoordeeld (zoals inhoud, lay-out, presentatie, spelling/grammatica…).
17
7. De afsluiting geeft een realistisch beeld weer van wat de leerling heeft geleerd.
18
8. De leerkrachtpagina geeft de leraar een helder overzicht van de webquest.
19
9. Andere criteria
- De webquest is aantrekkelijk opgemaakt zonder dat het afbreuk doet aan de inhoud.
- Er is met de opmaak ook rekening gehouden met de doelgroep.
- Leerlingen kunnen op een duidelijke manier door de webquest navigeren?
- Het taalgebruik past bij de doelgroep.
- De lengte van de zin sluit aan bij het leesniveau van de bedoelde doelgroep.
- In de webquest staan geen spellingfouten.
20
TOTAAL000
21
22
Meer info per criterium:
23
Toelichting
24
1. Onderdelen
De 7 basisonderdelen zijn: inleiding, opdracht, werkwijze, infobronnen, beoordeling, afsluiting en leerkracht.
25
2. Inleiding
De inleiding moet niet te lang zijn, want anders verlies je al snel de aandacht van de leerling(en).
Op verschillende manieren wek je de interesse van de leerling op. Dat kun je doen door de opdrachten:
• te laten aansluiten bij de beginsituatie van de leerling;
• relevant te laten zijn voor de uiteindelijke doeleinden van de leerling;
• attractief te maken en visueel interessant te maken;
• leuk te maken, door de leerling een rol te geven of iets te laten maken.
26
3. De opdracht
Een WebQuest is meer dan alleen maar antwoorden vinden op een aantal vragen. Een goede opdracht voldoet aan de volgende eisen.
De opdracht
• moet passen binnen de huidige leerstof;
• dient om leerplandoelen te bereiken;
• moet (op zijn minst) goed gebruik van internet maken;
• moet de leerling aanzetten tot een hoger niveau van leerstofverwerking en dus geen training zijn in automatismen;
• moet nieuwsgierige interesse bij de leerlingen opwekken;
• kan gebruikt worden om een stuk(je) leerstof te vervangen/aan te vullen waarover je niet tevreden bent.

Er zijn allerlei invalshoeken mogelijk:
• een probleem oplossen;
• een standpunt innemen of verdedigen;
• iets tastbaars maken;
• bepaalde dingen moeten met elkaar vergeleken worden;
• zaken sorteren volgens bepaalde regels of zelf de sorteerregels laten samenstellen;
• een samenvatting maken;
• met de juiste redenen iemand overtuigen;
• iets creatiefs maken;
• een presentatie geven;
• alles waarbij van de leerlingen gevraagd om informatie te categoriseren, te structureren, op volgorde zetten, enz.
27
4. Werkwijze
Het onderdeel werkwijze beschrijft hoe de leerling zijn taak moet aanpakken. Hier moet in logische stappen met de juiste "gereedschappen" de gevonden informatie worden verwerkt. Het is heel belangrijk om de leerling precies te vertellen hoe en wat hij moet doen. Door duidelijke formulering en instructies moet de leerling geheel zelfstandig (zonder de leerkracht nog extra vragen te moeten stellen) de taak kunnen uitvoeren.
Dus de leerling moet kortweg alles lezen over: wat, hoe, waarmee, waarop…
28
5. Informatiebronnen
Op de pagina met de informatiebronnen moeten bruikbare websites opgesomd zijn, geselecteerd door de webquestmaker. Deze selectie moet er zorg voor dragen dat:
• de leerlingen alle informatie kunnen vinden die ze nodig hebben;
• de websites voor de doelgroep leesbaar zijn;
• er minstens vijf bruikbare links zijn.

Bij voorkeur geen verwijzingen naar zoekpagina's en/of zogenoemde startpagina's. Niets is teleurstellender dan een zoektocht, waarbij de leerling niets bruikbaars heeft gevonden. Bovendien kun je nog ten dele voorkomen dat ze op volkomen "foute" sites terecht komen.
29
6. De beoordeling
Op de beoordelingspagina vertel je de leerling welke eisen aan het werk gesteld zal worden. De beoordelingspagina is geschreven in de je/jullie aanspreekvorm.
Vanzelfsprekend moeten de eisen overeenkomen met de opdrachten die gegeven zijn. Geef ook aan of het werk individueel of als groep beoordeeld zal worden.
Veel beoordelingspagina's maken een schema, waarin de leerlingen snel kunnen zien waar op gelet zal worden en wanneer ze wel of geen voldoende halen voor een bepaald onderdeel. Dit is ook prettig voor andere leerkrachten die jouw webquest gebruiken, want die zien immers zelf hoe een en ander beoordeeld moet worden. Door een beoordeling per onderdeel te geven, zien de leerlingen ook meteen welke onderdelen zwaarder worden beoordeeld dan andere onderdelen.
30
7. afsluiting
In de afsluiting wordt opgesomd wat de leerling heeft bereikt of heeft geleerd als hij de opdracht goed heeft uitgevoerd. Het gaat daarbij dan natuurlijk niet alleen over de opgedane feitenkennis, maar het kan ook gaan over bepaalde soorten samenwerkingsactiviteiten, wijze van presenteren, enz.
31
32
Bron: webkwestie.nl
33
34
35
36
37
38
39
40
41
42
43
44
45
46
47
48
49
50
51
52
53
54
55
56
57
58
59
60
61
62
63
64
65
66
67
68
69
70
71
72
73
74
75
76
77
78
79
80
81
82
83
84
85
86
87
88
89
90
91
92
93
94
95
96
97
98
99
100
Loading...