1 of 67

Personeels-

vergadering

woordenschat

via prentenboeken

maandag, 28 november 2022

1

2 of 67

Doelstellingen

  • Kennismaken met de visie op woordenschatontwikkeling
  • Weten hoe we woordenschat rijker kunnen maken
  • Nadenken over thema’s selecteren, verhalen selecteren, woorden selecteren en inzetten op woordenschat
  • Verwerkingsactiviteiten rond woordenschat uitwisselen
  • …

​

​

2

3 of 67

Kies een boek

Welk thema?

Welke leeftijdsgroep?

Welke focus?

Welke woordenschat?

​

​

3

4 of 67

Kies een boek

Welke subthema’s zijn er mogelijk binnen het thema …. ?

​

Welk boek past er nog bij?

​

Vanuit welke focus? (Zill-doel?)

4

5 of 67

Uitwisseling …

Hoe pak je woordenschat aan in je eigen klas?�

Hoe selecteer je woorden?�

Gebruik je een methode? Hoe?�

5

6 of 67

Boekenladders

Welk boek past bij welke leeftijd?

�Orden de boeken van jongste naar oudste �

Welke criteria hanteer je?

​

6

7 of 67

Criteria boekenladder

-voorspelbaarheid

-verhaallijn

-moeilijkheidsgraad

-abstractheid

-illustraties

-…

7

8 of 67

De boekenladder

Voorspelbaar

boek

Verhaal

Informatief boek met verhaaltje

Informatief boek

(Neuman & Wright, 2013)

8

9 of 67

Wat stelt de onderwijsinspectie zoal vast?

9

10 of 67

Woordenschat in Zill

10

10

11 of 67

Zill? Taalontwikkeling

⭢Talige grondhouding (TOtg)

​

⭢Mondelinge taalvaardigheid Nederlands (TOmn)

(een mondelinge boodschap verwerken)

​

  • Mondelinge taalvaardigheid Frans (TOmf)

​

  • Schriftelijke taalvaardigheid Nederlands (TOsn)

(een schriftelijke boodschap verwerken)

⭢Schriftelijke taalvaardigheid Frans (TOsf)

​

⭢Taalbeschouwing Nederlands (TOtn)

Nadenken over de belangrijkste aspecten van het taalsysteem.

Daarbij taalbeschouwelijke termen gebruiken.

  • Betekenissen van woorden en woordgroepen

​

​

​

​

​

11

11

12 of 67

12

TOtn2 Nadenken over de belangrijkste aspecten van het taalsysteem. Daarbij taal –

beschouwelijke termen gebruiken – betekenissen van woorden en woordgroepen

2,5-12 jaar

5 – 9 jaar

  • Experimenteren met en onderhandelen over woordbetekenissen in functie van (expressief) overbrengen van boodschappen of om te komen tot een juister woordbegrip

​

  • Nieuwe betekenissen van woorden en

woordgroepen waarnemen en er zich

over verwonderen

​

  • Zelf bepalen welke woordbetekenissen je wil onderzoeken of inschatten welke

woordbetekenissen je nodig hebt in

functie van de boodschap

​

Nieuwe woorden en hun betekenissen onderzoeken:

  • de samenhang tussen woorden en de

voorwerpen

  • handelingen en kenmerken waarnaar

woorden verwijzen

  • eenvoudige verbanden tussen

woordbetekenissen

​

Verbanden tussen woordbetekenissen waarnemen en er zich over verwonderen�

Inzetten van woordleerstrategieën op initiatief van en met hulp van de leraar:

  • de betekenis afleiden uit de context

- woordstructuren analyseren

  • betekenis onderhandelen met een

medeleerling of leraar

- thuistaal inzetten

- een afbeelding zoeken

- ...

12

13 of 67

Een wereld vol taal

13

14 of 67

Taal-de-hele-dag? In de praktijk klopt dat niet.

Elke activiteit is even talig

Wat denk

jij?

14

15 of 67

15

16 of 67

Het is gemakkelijker voor kleuters om een woord te begrijpen dan het zelf te produceren

et.

Wat denk

jij?

16

17 of 67

Kleuters zijn taalsponzenet.

Wat denk

jij?

17

18 of 67

Met woordenlijsten zijn we in orde…

Wat denk

jij?

Woordenlijsten

Voor jezelf

Voor de kleuters

Voor de collega’s in de klas

Voor de collega’s in de school

18

19 of 67

IN GESPREK

​

Hoe zorgen jullie op school voor een dynamisch /�flexibel overzicht van

de woordenschat �van jkl tot okl?

19

20 of 67

Kleuters met een kleine woordenschat hebben meer moeite om nieuwe woorden te leren

et.

Wat denk

jij?

20

21 of 67

Basiswoordenschat aanbieden is voldoende

Wat denk

jij?

21

22 of 67

Ik wil dat mijn kleuters weten dat...

Uitdagende woorden die de wereldkennis verruimen of verdiepen vb. bevriezen

Basiswoordenschat vb. knippen

Welke woorden selecteren?

22

23 of 67

Tip 1: verbind taal met de wereld

Techniek

Wetenschappen

Onderzoekend leren

23

24 of 67

dierenarts

volwassen

tam

Golden Retriever

hond

pup

neus

24

25 of 67

superman.jpg

Tip 2.

25

26 of 67

Minder rijk taalaanbod waar het meest nodig is.

​

(Wright, 2012; Justice et al., 2013)

26

27 of 67

Uitdagende woorden!

  • Verdiepen de wereldkennis van de kleuter
  • Nuttig voor de hele schoolloopbaan
  • Passen bij elkaar
  • Nog niet gekend
  • Niet vanzelf in dagelijkse routines
  • Betekenis vatbaar voor de kleuter
  • Uitbeelden of afbeelding is mogelijk

27

28 of 67

Brainstorm enkele woorden

  • Samengevat

​

​

​

​

​

woorden

​

​

​

​

​

​

​

28

29 of 67

Aan de slag

  • Lees het boek van je keuze.��Noteer basiswoordenschat en uitdagende woordenschat.

​

29

30 of 67

Aandacht voor belangrijke �(= uitdagende) woorden

  • Expliciet aanbrengen van woorden:
    1. Welke woorden vloeien op een natuurlijke wijze voort uit het boek?
    2. Voor welke van deze woorden is de betekenis voor een deel van de kinderen in mijn klas onbekend?
    3. Is het woord functioneel voor de kinderen? (d.w.z. moeten ze het woord begrijpen voor het volgen van de activiteit?...)

​

30

31 of 67

Kindvriendelijke definitie zoeken

  • Ga op zoek naar kindvriendelijke omschrijvingen…
  • Doe aan betekenisonderhandeling met de kleuters
  • Zoek het woord samen

met de kleuters op…

  • Leg verbindingen met �andere woorden.

​

31

32 of 67

Vandaar … visie op goed woordenschatonderwijs

Woordenschatmomenten vanuit lkr.-perspectief :

​

  • intentioneel (= bewust inplannen: lkr. selecteert vooraf woorden)
  • semi-intentioneel (lkr. heeft vooraf nagedacht over moeilijke woorden, op inzetten bij extra zorg)
  • incidenteel (= spontane kansen benutten, vooral zo leren kinderen woorden op een natuurlijke wijze – opm.: een ‘incident’ kan je uitlokken!)

​

Beste resultaat:

mix van intentionele én incidentele aanpak.

32

33 of 67

Vandaar …

visie op goed woordenschatonderwijs

Woordenschatmomenten vanuit lln.-perspectief :

​

  • impliciet (= lln. zijn zich er niet bewust van dat ze woorden leren)
  • expliciet (= lln. worden door lkr. op bepaalde woorden gewezen)

​

Zowel een impliciete als een expliciete aanpak is nodig!

​

ATN: starten met expliciet en intentioneel.

33

34 of 67

De leraar doet er toe!

Hoe breng je woordenschat aan in je klas?

​

JUF

​

​

​

LEERLING

toevallig

incidenteel

zonder selectie

semi -intentioneel

met selectie

intentioneel

onbewust

impliciet

​

​

​

bewust

expliciet

​

​

​

34

35 of 67

De leraar doet er toe!

Hoe breng je uitdagende woordenschat aan in je klas?

​

JUF

​

​

​

LEERLING

toevallig

incidenteel

zonder selectie

semi -intentioneel

met selectie

intentioneel

onbewust

impliciet

​

​

​

bewust

expliciet

​

​

X

35

36 of 67

Vandaar …

visie op goed woordenschatonderwijs

36

37 of 67

Leidraad voor woordenschat

37

38 of 67

38

39 of 67

Expliciet taal nastreven

  • Uitbeelden of tonen
  • Analyseren = meervoudige betekenissen,�synoniemen, verhoudingen tss woorden)
  • Contextualiseren= in verschillende situaties gebruiken
  • Definiëren =kindvriendelijk uitleggen
  • Klankstudio = fonologische bewustzijn

​

39

40 of 67

Expliciet taal nastreven: ACTIES

  • Doordacht boekenaanbod
  • Responsieve interactiestijl
  • Inzetten op betekenisonderhandeling
  • Veelvuldig herhalen van belangrijke woorden in verschillende contexten = hoekenverrijking
  • Woorden met de wereld verbinden met foto, voorwerpen, schema’s,..

40

41 of 67

Ondersteunen van incidentele en intentionele woordenschatontwikkeling

Complex samenspel tussen

  • inkleden
  • Uitleggen
  • inoefenen
  • controleren�

=viertaktmodel

41

42 of 67

Hoe woorden bijbrengen?

Basiswoordenschat ?

Uitdagende woorden die de wereldkennis verruimen of verdiepen vb. bevriezen

​

OP DEZE WOORDEN ZETTEN WE INTENTIONEEL IN!

42

43 of 67

Tip 3

Plan verwante thema’s na elkaar

43

44 of 67

Boeken vergelijken

44

45 of 67

45

46 of 67

Tip 4

46

47 of 67

Meteen na het vertellen

Kleuters leren meer en beter woorden!

(Neuman & Marulis, 2010)

47

48 of 67

Wie weet wat gulzig betekent?

Dit is precies niet voor mij bedoeld.

(Neuman & Wright, 2013; Van den Nulft & Verhallen, 2009)

48

49 of 67

Iedereen is mee als de leraar eerst uitleg geeft!

Als je gulzig bent, dan eet je snel en heel veel. Zo. Wie is er allemaal gulzig aan het eten?

Varken is gulzig!

49

50 of 67

Tip 5 Zet kleuters aan het denken

50

51 of 67

51

52 of 67

Is dit dier aan de lijn?

52

53 of 67

2 Verdiepen

1 Uitleggen

0 Gesloten vraag

​

​

​

53

54 of 67

Tip 6

Werk aan een goed gesprek.

54

55 of 67

Vragen doorspelen aan meerdere kleuters

(bron: de taallijn, gesprekken met peuters)

Wat denk jij? En jij?

En jij?

Is deze hond tam? Wat denk jij? Enjij?

Hoe zie je dat?

55

56 of 67

Varieer in groepsgrootte

56

57 of 67

Duopraten�met je schoudermaatje

57

58 of 67

58

59 of 67

59

60 of 67

60

61 of 67

UITDAGING

​

Welke uitdagingen zie je nu al voor je eigen klas?

Welke kansen zie je nu al voor jouw school?�Waar ga je voor?�Stuur eventueel

een foto of kort filmpje

61

62 of 67

  • Een prentenboek uitwerken en delen met elkaar.
  • Verbinding prentenboeken – informatieve boeken
  • Wat doen om de gekozen woordenschat in te oefenen? (4-tact-model)

Wat nog … vragen …

Link met Koala …

​

Uitdaging…

62

63 of 67

�Link met Koala

63

Onze wegwijzer

De praktijkgids

63

64 of 67

64

64

65 of 67

Bouwsteen 3: mondelinge taalvaardigheid

65

DEZE SESSIE

65

66 of 67

Inspiratiebron �Doctoraatsonderzoek Héléna Taelman�Pro-pagina Katholiek onderwijs Vlaanderen�Zilml

66

67 of 67

67