1 of 33

Brieven van Paulus

1 Korintiërs

&

2 Korintiërs

2 of 33

1

Hoe ziet de avond eruit?

Les 1 Op reis

Les 2 Op bezoek

Les 3 Op schrift

Les 4 Op datum

Les 5 Op Weg

3 of 33

Les 1: Op reis

3

4 of 33

Apostel Paulus: reiziger met een missie

Predikend, onderwijzend, schrijvend, genezend, legde hij zo’n 20.000 km af op zijn zendingsreizen. Hij was een wereldreiziger die Romeinse heirwegen bewandelde en zeilde over Romeinse zeeën. Zonder paspoort, omdat het Romeinse rijk geen grenzen kende. Reizen binnen het Romeinse Rijk was sinds keizer Augustus veiliger dan ooit, door de pax Romana, maar desondanks bleef het gevaarlijk en waren de ontberingen groot: 2Kor.11:25-27.

Gebeurtenis in Paulus leven

Datering

Keizer Romeinse Rijk

Geboorte

10-15

Augustus (47vC-14nC)/ Tiberius (14-37)

Bekering

34

 

In Cilicië / In Antiochië

36-47

Caligula (37-41)/ Claudius (41-54)

Eerste zendingsreis

47-48

 

Vergadering in Jeruzalem

48

 

Tweede zendingsreis

49-52

 

In Korinthe enz.

50-51

 

Derde zendingsreis

52-56

Nero (54-68)

In Efeze

52-55

 

Arrestatie, Jeruzalem

56

 

In Caesarea / Rome enz.

56-65

 

Martelaarschap

65

 

Saulus uit Tarsus was voor de wet Romeins burger, qua intellect een Griek en qua geboorte en religie een Farizese Jood.

Zending en evangelisatie was in het begin beperkt tot de markt, de synagoge enz. (Hd.3:1; 5:12,42; 8:26-29) maar Paulus was bij uitstek geschikt om het Evangelie te verspreiden over de vele culturele grenzen van het Romeinse Rijk. De 1e zendingsreis die Paulus ondernam was de eerste doelbewust georganiseerde expeditie om een deel van de Grieks-Romeinse wereld tot het Christendom te bekeren. De Hebreeuwse Saulus (Hd.13:1-9) ging vanaf toen verder onder zijn Romeinse naam Paulus (Hd.13:9) en als leider van het reisgezelschap (Hd.13:13).

God maakte van de Farizeeër Saulus (Hand.26:6) een Christen en dienaar van het nieuwe Verbond (2Kor.3:5-6). Zijn leven en bediening lijkt in zekere zin op die van de profeet Jeremia (Rondreis 11) want ook Paulus krijgt een zeer ruime opdracht van God (werktuig onder heidenen en koningen (vgl. Gal.3:26-28) met de boodschap dat hij zal lijden (Hand.9:15-16) en dat hij niet bevreesd hoeft te zijn omdat God met hem is (Hand.18:9-10).

5 of 33

De zendingsreizen van Paulus

De eerste zendingsreis

Aanleiding

Roeping en zending door de Heilige Geest vanuit de gemeente te Antiochië (Hd.13:1-4)

Land/volk/cultuur

Syrië, Cyprus, Klein-Azië

Bezochte steden/route

Antiochië (Syrië) → Seleucië → Sálamis → Pafos → Perge → Antiochië (Pisidië) → Iconium → Lystra → Derbe → Lystra → Iconium → Antiochië (Pisidië) → Perge → Attalía → Antiochië (Syrië).

Datering

47-48 na Chr.

Bijbelteksten/reisverhalen/gebeurtenissen

Hand. 13:4-14:27

Reisgezelschap

Barnabas , Johannes Marcus (Hd.13:2,5)

De tweede zendingsreis

Aanleiding

Initiatief van Paulus vanuit de gemeente te Antiochië (Hd.15:35-36,40-41)

Land/volk/cultuur

Syrië, Klein-Azië, Griekenland, Klein-Azië, Judea, Syrië

Bezochte steden/route

Antiochië (Syrië) → Syrië → Cilicië → Derbe → Lystra → Frygië, Galatië → Mysië → Troas → Samothráce → Macedonië → Neápolis → Filippi → Amfipolis → Apollonia → Thessaloníka → Beréa → Athene → Korinte (18 maanden) → Kenchrea → Efeze → Caesarea (Maritima) → Jeruzalem → Antiochië (Syrië)

Datering

49-52 na Chr.

Bijbelteksten/reisverhalen/gebeurtenissen

Hand. 15:36 - 18:32

Reisgezelschap

Silas (Hd.15:27,32,37-40) i.p.v. Barnabas en Marcus (Hd.15:37-39); later ook Timoteüs vanuit Lystra (Hd.16:1-3)

De derde zendingsreis

Aanleiding

Initiatief van Paulus vanuit de gemeente te Antiochië (Hd.18:23)

Land/volk/cultuur

Syrië, Klein-Azië, Griekenland, Klein-Azië, Fenicië, Judea

Bezochte steden/route

Antiochië (Syrië) → Galatië → Frygië → Efeze → Macedonië → Korinte (3 maanden) → Macedonië: o.a. Filippi → reis van 5 dagen → Troas, waar Paulus 7 dagen is → Assus → Mitylene → Chios → Samos → Milete → Cos → Rhodus → Patara → Tyrus, waar Paulus 7 dagen is → Ptolemaïs, waar Paulus 1 dag is → Caesarea_(Maritima), waar Paulus vele dagen is → Jeruzalem

Datering

54-58 na Chr.

Bijbelteksten/reisverhalen/gebeurtenissen

Hand. 18:23 - 21:26

Reisgezelschap

 

6 of 33

Griekenland in het Romeinse Rijk

Paulus reisde tijdens zijn 2e en 3e zendingsreis o.a. door Griekenland en bezocht daarbij de stad Korinte, ooit een stadstaat van het machtige Griekse Rijk. In de Hellenistische periode was het oude Griekenland op zijn hoogtepunt (323-146 v. Chr.), vanaf de veroveringen van Alexander de Grote tot aan de Romeinse verovering van Griekenland (336-323 vC).

Door de expansiedrift van Rome brachten de Romeinen in 148 v.Chr. het opstandige Macedonië onder hun heerschappij en twee jaar later braken ze het laatste verzet van Griekenland, waarbij Korinte werd verwoest. In deze Romeinse periode (146 v.C.-395 n.C.) werd heel Griekenland onderworpen en verdeeld in twee provincies: Macedonië en Achaje (Hd.18:5,12).

Hoewel de Grieken waren verslagen werd juist het hellenisme de overheersende cultuur onder de elite van het Romeinse Rijk, en heeft via deze weg grote betekenis gekregen voor de hele westerse beschaving. Romeinen spraken Latijn maar het Grieks bleef de overheersende taal: de koinè, het eenheids-Grieks.

7 of 33

Voor Paulus betekent zending teamwork

Toen Paulus na zijn eerste bezoek Korinte verliet, gingen Aquila en Prisca met hem mee en zij vestigden zich in Efeze (Hand.18:24-28). Daar werd Apollos hun leerling, een Jood uit de Egyptische stad Alexandrië, doorkneed in de Schriften en een welsprekend man (Hand. 18:24). In opdracht van Paulus reisde Apollos later van Efeze naar Korinte en heeft daar Paulus’ werk voortgezet. Door Apollos kwamen mensen tot geloof (1 Kor. 3:5) en hij weerlegde de Joden door uit de Tenach te bewijzen dat Jezus de Christus is (Hand. 18:28). Hij werd zo populair in de gemeente dat hij oorzaak werd van partijschap. Sommige gemeenteleden hingen toen Apollos aan, anderen Paulus, of Petrus. Paulus stelt dit aan de kaak in 1Kor.3:3-7 en hij zei:

Ik heb geplant, Apollos heeft begoten, maar God gaf de wasdom. 1Kor.3:6.

Paulus leert ons: zending doe je samen maar uiteindelijk is de vrucht ervan het werk van God.

Paulus was de apostel maar zending betekende voor hem toch teamwork.

Hij wist overal nieuwe en trouwe reisgenoten en medewerkers te vinden en in zijn brieven noemt hij velen bij naam.

Zie extra informatie RR: Met name genoemde reisgenoten en medewerkers van Paulus in chronologische volgorde

Tijdens zijn 2e zendingsreis hadden in Athene slechts enkelen zich bekeerd (Hd.17:32-34) en toen Paulus uit Athene per schip voor het eerst aankwam in Korinte (1Kor.2:3) begon hij in vrezen en beven (1Kor.2:3) en leed hij gebrek (2Kor.11:9). Totdat hij de Joden Aquila en Priscilla (Prisca) ontmoette, die net als hij leerbewerkers waren. [c.q. tentenmakers, maar in steden zoals Korinte stonden geen tenten terwijl leren voorwerpen maken en herstellen dagelijks werk was]. Paulus verbleef bij Aquila en Prisca en werkte met hen samen in hun bedrijf in de handwerkerswijk (Hd.18:3).

Later, toen Silas en Timoteüs uit Berea in Korinte arriveerden om Paulus te helpen (Hd.17:14-15; 18:3), kon Paulus fulltime prediken om een gemeente stichten.

De goede berichten die Silas en Timoteüs overbrachten uit Tessalonica waren voor Paulus aanleiding om deze gemeente vanuit Korinte een brief te schrijven (1 & 2 Tessalonicenzen).

8 of 33

Les 2: Op bezoek

8

9 of 33

De havenstad Korinte in de Peloponnesos (Achaje)

De stad is vernoemd naar Korinthus, een zoon van de Griekse oppergod Zeus. [Veelzeggend want in Pergamum, de stad waarvan Jezus zegt dat daar de troon van satan is (Op.2:12-13), stond de tempel van Zeus!]

Deze Griekse stad lag tussen de Korintische- en Istmische Golf op het grootste schiereiland van Griekenland: Peloponnesos, aan de voet van de 500 m hoge Acrocorinthos met daarop het heiligdom van Afrodite, en een burcht. De stad lag op twee vlaktes, de bovenste met een Dorische tempel van Apollo (6e eeuw vC.) en op de onderste vlakte de Agora, het stadion en de rest.

Korinte was een gunstig gelegen handelscentrum t.o.v. de Egeïsche- en de Adriatische Zee en van groot economisch belang. Korinte was uniek door de twee havens: Lechaeum en Kenchreeën, en doordat het aan de Istmus lag waar al het wegverkeer van noord naar zuid doorheen moest trekken. Bovendien was het gevaarlijk om rond de Peloponnesos te varen en daarom waren de kooplieden gewoon hun vracht aan het ene eind van de Istmus uit te laden, eroverheen te brengen en aan het andere eind weer in een ander schip in te laden (kleine schepen trokken zij zelfs over land op marmeren sleden!).

In 146 v.C. is de stad door de Romeinse veldheer Mummius totaal verwoest maar een eeuw later in 44 vC. toch weer opgebouwd door Julius Caesar: het Korinte van Paulus was dus een Romeinse stad op Griekse fundamenten. Het werd een Romeinse kolonie voor vrijgelaten slaven en veteranen, en volgens een schatting woonden er zo’n 200.000 vrijen en 400.000 slaven (vgl. Rotterdam!). Keizer Augustus maakte Korinte in 27 v.C. tot hoofdstad van de Romeinse provincie Achaje.

Kanaal van Korinte

Nero (63nC) – (1893)

de Istmus

10 of 33

De stad Korinte die Paulus bezocht

Enerzijds was Korinte indrukwekkend. Een wereldhaven met een internationale bevolking van Romeinen, Grieken, Joden, Aziaten, Egyptenaren, Syriërs en handelaars uit alle streken van de wereld. Het was een grote stad met industrieën zoals bronsgieterijen (Corintische helm). De rijkdom was enorm maar in handen van een kleine elite. Die rijkdom was ook zichtbaar o.a. bij de Agora (=markt) waar de Propylaeënpoort toegang gaf tot een met marmer geplaveide weg naar Lechaeum, met een zuilenrij aan beide kanten: de ‘Rechte Weg’ en aan de zuidkant van de Agora vond je de grootste Stoa van Griekenland! (=overdekte zuilengang met winkels). Ten oosten van de hoofdingang van de Agora voorzagen de reservoirs van de beroemde Peirene bron een ondergronds kanaal van koelwater, dat door schachten verbonden werd met de voorraadkelders in deze winkelgalerij en waardoor aan bederf onderhevige goederen (zoals vlees in de vleeshal: 1 Kor.10:25) in een koude luchtstroom gehangen konden worden. [En er waren meer bronnen in Korinte: de Glauke, de Heilige Bron e.a.]

Anderzijds was de stad ook berucht, om haar slechtheid en als havenstad bekend vanwege haar zedeloosheid. [Ten zuiden van de Agora zijn 33 nachtclubs of herbergen opgegraven!]. Op seksueel gebied was hier alles mogelijk en toegestaan, ook tempelprostitutie bij de aanbidding van Afrodite, de godin van de liefde. Het was namelijk ook een stad vol afgoderij met tempels voor religies uit Oost en West (voorzien van Dorische, Ionische of Korintische zuilen), waar offers werden gebracht aan vele goden. En omdat Korinte Grieks is werd er ook (naakt) gesport (o.a. Isthmische en Sikyon spelen) en woonden er vele wijsgeren die al wandelend in de Stoa redetwisten over filosofie, godsdienst en politiek.

Lechaeum weg

Pereino bron

Afrodite

11 of 33

De stad Korinte werd bestuurd door burgers

In het Romeinse Rijk werden de steden bestuurd door burgers. Meestal uit de aanzienlijke en rijke families en dat gold ook voor Korinte. Vrijgelatenen en vreemdelingen waren wel vrije mannen maar geen burgers of, volgens Romeins recht, burgers van een mindere soort, uitgesloten van openbare ambten en zonder stemrecht, maar wel beschermd door de Romeinse wet.

Joden genoten over het algemeen geen burgerrecht en slaven hadden helemaal geen rechten, zij werden beschouwd als ‘zaken’.

De gemeente in Korinte werd een afspiegeling van deze gemeenschap: er was een kleine elite van ontwikkelde leden uit de hogere kringen maar de meerderheid van de plaatselijke gemeente (1Kor.12:13) bestond uit eenvoudige mensen en slaven:

niet vele wijzen naar het vlees, niet vele invloedrijken, niet vele aanzienlijken (1Kor.1:26)

Kort voordat Paulus Korinte bezocht waren er veel Joden (waaronder Aquila en Priscilla) in Korinte komen wonen. Zij waren uit Rome weggejaagd door het besluit van keizer Claudius, die in 49/50 n.Chr. alle Joden uit de stad Rome verdreef (Hand.11:28; 18:2). In Rome had men vaker een bevel tot uitwijzing gegeven tegen buitenlanders of groepen buitenlanders, die door het veroorzaken van tweedracht, vnl. op godsdienstige gronden, een bedreiging vormde voor de openbare orde.

In dit geval waren het de twistgesprekken tussen orthodoxe Joden – die al lang in Rome woonden – en de bekeerden tot het Christendom, die de onrust hadden veroorzaakt (Bron: Suetonius).

keizer Claudius

Ruïnes van Korinte met de Acrocorinthos

Ruïne van de Agora

Ruïne van de Tempel van Apollo

12 of 33

Gemeentestichting in Korinte

Als pionier en apostel stichtte Paulus overal gemeenten, ook in Korinte tijdens zijn 2e zendingsreis. Als wereldhaven bood Korinte kans op verdere verspreiding van het Evangelie maar het was ook een moeilijke opgave. Niet alleen vanwege de gebruikelijke weerstand van de Joodse gemeenschap, maar ook omdat het een wereldstad was en vol afgoderij. (Zet Afrodite, de godin van de ‘liefde’, maar eens naast 1Kor.13!)

Toch ontstond in deze heidense stad een gemeente met bekeerlingen van vooral heidense afkomst, mannen en vrouwen uit vele landen, rangen en standen (1Kor.1:8,26). Hele families kwamen tot geloof en in hun huizen werden de samenkomsten der gelovigen gehouden. Hierbij behield Paulus de algehele leiding en zorg maar tegelijkertijd zorgde hij voor plaatselijke leiding, zoals Apollos in de gemeente te Korinte (Hd.18:24; 19:1; 1 Kor.1:12; 3:4). (Zie tabel gemeenteleden).

Korinte werd een bloeiende gemeente, maar met onenigheden en misbruiken bij de eredienst omdat sommige wedergeboren christenen veel van hun oude gewoonten meenamen! Als de verdeeldheid voortduurt besluit Paulus Korinte weer te bezoeken, maar bij dit 2e bezoek kwam de gemeente openlijk in opstand tegen hem!

Met name genoemde gemeenteleden in Korinthe

Naam

Bediening, rol

Waar en wanner

Bijbelteksten

Aquila en Priscilla

Nieuwe medewerkers uit Korinthe, in hun huis te Efeze kwam de gemeente samen

Logeer en werkadres bij aankomst Paulus in Korinthe; reisgenoten van Korinthe -> Efeze

Hd.18:2-3,18; 1Kor.16:19; Rom.16:3;

2Tim.4:19

Apollos

Leider (herder) in gemeente te Korinthe (volgens Luther schrijver brief aan de Hebreeën)

Bekeerling van Aquila en Priscilla in Efeze. Na vertrek Paulus uit Korinthe het werk daar voortgezet

Hd.18:24-28; 19:1; 1Kor.1:12; 3:4-6

Titius Justus

Korintiër, stelde zijn huis beschikbaar aan Paulus die zich vanaf toen wendde tot de Grieken

Huis naast synagoge in Korinthe

Hd.18:7

Chloë

Bekende uit Korinthe met informatie over de gemeente

Bezocht Paulus in Efeze

1Kor.1:11

Stefanas (met zijn gezin als eersten gedoopt in Achaje)

Gewijd aan de verbreiding van het Evangelie, dienaar en boodschapper van de gemeente te Korinthe

Bracht samen met Fortunatus en Achaïkus een brief naar Paulus in Efeze, mogelijk met vragen die Paulus in zijn brief aan de Korintiërs beantwoord heeft

1Kor.1:16; 16:15-18

Fortunatus

Boodschapper van de gemeente te Korinthe

Als drietal door de christenen te Korinthe naar Paulus gezonden, waarschijnlijk naar Efeze

1Kor.16:17

Achaïkus

Boodschapper van de gemeente te Korinthe

Als deel van het drietal bezocht hij Paulus in Efeze

1Kor.16:17

Febe

Dienaar gemeente

gemeente te Kenchreae

Rom.16:1

Paulus op bezoek in Korinthe

Bezoek

Wanneer

Zendingsreis

Bijbeltekst

1e bezoek

50

2e

Hd.18:1

2e bezoek (tussenbezoek)

55

3e

2Kor.2:1

3e en laatste bezoek

57

3e

Hd.20:2-3

13 of 33

De verspreiding van het Evangelie onder de Joden

Eerst de Jood … (Rom.1:16; 2:9-10; 3:29)

Paulus legde dit zendingsprincipe vast in zijn Brief aan de Romeinen die hij tijdens zijn 3e zendingsreis schreef in Korinte. Overal waar Paulus tijdens zijn zendingsreizen het Evangelie predikte ging hij tijdens de sabbat eerst naar de synagoge. Dit kon ook in Korinte omdat sinds Alexander de Grote de verstrooiing van Joden dusdanig was toegenomen dat er in bijna alle steden een synagoge was te vinden. Paulus benadrukt dat Joden als eersten het Evangelie moeten horen en het heil aangeboden moeten krijgen in de Naam van de Here Jezus Christus (Hd. 4:12). Maar net als Jezus (Mk.1:15) riep Paulus hen ook op zich te bekeren.

En die oproep is nog steeds nodig want ook voor hen is Jezus dé Weg (Joh.3:18).

In het Romeinse Rijk leefden de Joden echter in een bubbel. Een wonder want het waren wel geen burgers maar zij hadden van Rome (en erkend door de andere volkeren) wel het uitzonderlijke recht gekregen om hun geloof in Eén God te belijden. De Joden waren als enig volk ter wereld vrijgesteld van het aanbidden van de keizer en het brengen van offers (een recht toegekend dankzij de overwinning van de Makkabeeën in 165 v.C. over het Syrische rijk).

Waar bij de Joden het Evangelie werd verkondigd veroorzaakte dat veel onrust, zoals ook Luther eens de machtige RK-Kerk op zijn kop zette. De prediking van Paulus onder de Joden riep dus verzet op (Hd.18:6). Toch weet Paulus een gemeente te stichten met enkele Joden waaronder Crispus (de overste van de synagoge) en zijn gezin. Hij werd door Paulus zelf gedoopt (Hd.18:8; 1Kor.1:14). Daarnaast waren er ook bezoekers van de synagoge, zoals de Korintiër Titius Justus, die christen werden (Hd.18:4,7).

bovendorpel

De weg naar Lechaeum: van westelijke haven naar Agora

In de 20e eeuw is bij de weg naar Lechaeum door onderzoekers de bovendorpel van een Joodse synagoge gevonden, mogelijk die van Crispus en Justus (Hand.18:4,7 v.).

14 of 33

De verspreiding van het Evangelie onder de heidenen

… en ook de Griek (Rom.1:16 ..; Hd.13:46)

Het ‘Eerst de Jood’ principe betrok ook de niet-Joden bij het Evangelie, en voor 'Griek’ kan je ook 'heiden’ invullen (Hd.28:28). Vanwege het verzet van de Joodse gemeenschap tegen het Evangelie richtte Paulus zich verder op de heidense Grieken en ging wonen bij Justus die een huis had naast de synagoge (Hd.18:6-7).

In Korinte herhaalde zich dus een gebruikelijk beeld: prediken in de synagoge, bekeringen, tegenstand, het zich richten tot de heidenen. Dit was de roeping van Paulus tot ‘apostel der heidenen’. Door de Heilige Geest (Hd.13:2-4) en de gemeente gezonden (Hd.15:2-25; Gal.1:18), maar geleid door de Heilige Geest (Hd.16:9-10).

En de Heer zegent dit. Er komt een gemeente van ‘geheiligden’, het Lichaam van Christus, gevormd door enkele Joden maar vooral heidenen, van alle stand en rang, arm en rijk:

want door één Geest zijn wij allen tot één lichaam gedoopt, hetzij Joden, hetzij Grieken, hetzij slaven, hetzij vrijen, en allen zijn wij met één Geest gedrenkt. (1Kor.12:13)

Gij nu zijt het lichaam van Christus en ieder voor zijn deel leden. (1Kor.12:27)

De gemeente in Korinte groeide en dat veroorzaakte nog meer onrust in de Joodse gemeenschap.

In die tijd kwam er een nieuwe landvoogd, proconsul Gallio (51-52 n.C.; broer van de wijsgeer Seneca, leraar van Nero). De titel ‘proconsul’ betekende dat hij de hele provincie (Achaje) bestuurde.

Om Paulus het werken onmogelijk te maken riepen de Joden zijn hulp in. En Paulus werd inderdaad voor de rechtbank geleid (de Bema; Hd.18:12) maar Gallio wilde zich niet inlaten met godsdienstkwesties en de aanklacht liep op niets uit (Hd.18:17).

Hierna bleef Paulus ‘nog verscheidene dagen’ in Korinte maar zijn werk daar sloot hij voorlopig af (Hd.18:18).

Gallio inscriptie te Delphi

Rostra (=Bema) te Korinte, zetel van het gerecht

Standbeeld St. Paulus bij het Vaticaan

15 of 33

Les 3: Op schrift

15

16 of 33

Paulus’ brieven en het Nieuwe Testament

De Brieven aan de Korintiërs zijn het 7e en 8e boek van het NT. Brieven waarin we Paulus bij uitstek leren kennen als zielzorger en herder, bewogen over de toestand waarin de gemeente zich bevond.

Paulus en Lucas zijn de enige schrijvers van het NT die Jezus nooit persoonlijk hebben gekend en toch hebben zij beiden een belangrijk deel van de openbaring op schrift vastgelegd.

Lucas heeft hiervoor o.a. ooggetuigen en bronnen geraadpleegd (Luc.1:1-4) en hij was ook een medewerker van Paulus.

Paulus schreef echter geen geschiedkundige verhalen zoals Lucas maar brieven.

Deze brieven zijn doortrokken van de gemeenschap met Christus. Mede vanwege zijn bijzondere bekering, waarin Christus aan hem verschijnt, maar bovenal komt dit, zoals Paulus zegt: ‘door de genade van God .. ben ik wat ik ben’ (1Kor.15:10).

Zijn Leermeesters waren Jezus Zelf en Zijn Geest (Hand.9:16; 16:10; 18:9-11; 20:23; 22:21; 23:11; 26:16; 2Kor.4:6; 12:1-7; Gal.2:2).

Kortom, het was God Zelf Die Paulus een bekwame dienaar maakte van het Nieuwe Verbond (2Kor.3:5-6).

Evangeliën

Mattheüs, Marcus, Lucas en Johannes

Handelingen

Handelingen

Paulinische brieven

Romeinen,

1+2 Korintiërs, Galaten, Efeziërs, Filippenzen, Colossenzen,

1+2 Thessalonicenzen, 1+2 Timotheüs, Titus en Filemon.

Algemene brieven

Judas, Jacobus,

1+2 Petrus, Hebreeën en 1+2+3 Johannes

Openbaring

Openbaring

Paulus en Lucas

17 of 33

De Brieven van Paulus

Paulus schreef in het eenvoudige Grieks van zijn tijd maar in de stijl van een geleerd man. In feite werden de brieven van Paulus niet door hem maar door een secretaris geschreven, zoals in die tijd gewoonte was. Paulus dicteerde zijn brieven veelal (Rom.16:22; 1Kor.16:21; Gal.6:11) maar wel sloot hij elke brief af met: 'Een eigenhandige groet van mij, Paulus.‘ (1Kor. 16:21). Een mogelijke oogkwaal kan hierbij een rol hebben gespeeld (Gal.4:15; 6:11)

Selectief chronologisch overzicht Brieven van Paulus i.v.m. Korinte

Boek

Aard

Auteur

Geadresseerden

Datum

Zendingsreis

Plaats

1 Tessalonicenzen

Brief

Paulus

Gemeente in Tessalonica

50/51

2e

Korinte

2 Tessalonicenzen

Brief

Paulus

Gemeente in Tessalonica

50/51

2e

Korinte

1 Korintiërs

Brief

Paulus

Gemeente in Korinthe

54-55

3e

Efeze

2 Korintiërs

Brief

Paulus

Gemeente in Korinthe

55-56

3e

Macedonië

Romeinen

Brief

Paulus

Gemeente in Rome

57

3e

Korinte

We noemen het brieven, maar het was meer dan dat en door Paulus ook als meer bedoeld. Zij lijken op de ‘edicten’ van de keizers die ook in de vorm van brieven werden geschreven (zoals die van Trajanus aan zijn vriend, de jongere Plinius) In feite waren het voorschriften, heel vaak als antwoord op vragen (zoals bij Trajanus-Plinius) over zaken van gedrag, geloof en de toepassing daarvan. Daarom zijn ze bewaard gebleven, in plaats van alleen maar (voor)gelezen en dan weggegooid te worden.

Brieven schrijven was een tijdrovende klus. Het begon met stengels van papyrusriet die platgeslagen werden tot vezels, in matjes gevlochten en met een aantal op elkaar samengedrukt gedroogd. Het kleverige plantensap deed dienst als lijm. De droge matjes werden gladgeschuurd en zo ontstond papyrus. Een schrijver zat met gekruiste benen op de vloer en schreef, met een pen van riet of een pennenschacht, op papyrusbladen. Na het beschrijven werd het papyrus opgerold bewaard. De bladeren werden aan de rand aan elkaar gelijmd tot een papyrusrol. Op de buitenkant stond het adres, en de brief werd verzegeld. Als de rol te dik was, werd hij in een omhulsel gedaan. Boeken met bladzijden (codex) waren toen nog niet in gebruik.

Papyrusvel

Boekrol van papyrus

18 of 33

Twee canonieke en twee verloren brieven

Er bestaan aanwijzingen dat Paulus 4 brieven heeft geschreven aan de gemeente te Korinte (Hd.18:1-17; 1Kor.3:6; 4:15). Twee brieven, d.w.z. de 2e en de 4e , zijn onze canonieke boeken 1 & 2 Korintiërs.

1e A-brief (1Kor.5:9) is verloren gegaan maar sommigen menen dat een gedeelte daarvan bewaard is gebleven in 2Kor.6:14-7:1. Daarin waarschuwt Paulus tegen omgang met onzedelijke personen. Er hadden hem berichten bereikt dat de christenen in de uitgesproken losbandige stad Korinte ondeugden bij hun geloofsgenoten duldden en zich niet stoorden aan de zedelijke eisen van het Evangelie. Paulus zei daarop dat de wereld uit de gemeente diende te worden geweerd (2Kor.6:17).

2e B-brief (1 Korintiërs) is waarschijnlijk tijdens zijn 3e zendingsreis vanuit Efeze geschreven, in 54 n.C., n.a.v. berichten die het huisgezin Chloë meebracht (1Kor.1:11) èn ten dele als antwoord op vragen die in een brief uit Korinte werden gesteld, meegebracht door Stephanos, Fortunatus en Achaïcus (1Kor.16:17). Zij vertelden Paulus dat zijn 1e brief een negatief effect had gehad. Paulus geeft daarom een 2e brief aan Timoteüs mee om hem in Korinte af te leveren. Later kreeg hij in Efeze bericht van Timoteüs dat het nog slechter ging dan voorheen. Toen reisde Paulus onmiddellijk naar Korinte (55 n.C.) maar de zelfbenoemde leiders wilden hem niet in Korinte hebben (2Kor.2:1; 12:14; 13:1-3). Na zijn terugkomst in Efeze schreef Paulus onder tranen een nieuwe brief aan de Korintiërs:

3e C-brief (2Kor.2:4; 7:8; ‘strenge’ of ‘tranen’-brief) is ook verloren gegaan. Sommigen denken dat een brokstuk terug is te vinden in 2Kor.10-13: Omdat Paulus’ gezag werd betwist (2Kor.10:10), door ‘onvergelijkelijke apostelen’ (2Kor.11:5) schreef Paulus een 3e brief en stuurde Titus daarmee naar Korinte, wat samen met Titus’ overredingskracht wel de gewenste uitwerking had. Paulus vernam dit later van Titus toen hij hem weer ontmoette in Macedonië, en dat werd aanleiding voor de laatste brief:

4e D-brief (2Korintiërs) schreef hij dus in Macedonië, omstreeks 56 n.C., tijdens zijn 3e zendingsreis. De crisis was opgelost. Paulus schreef daarom in blijde en dankbare stemming deze zeer persoonlijke en spontane brief (2Kor.2 : 13, 14; 7 : 5; 8 : 1; 9 : 1). Nu kon Paulus voor de 3e en laatste keer Korinte bezoeken om 3 maanden te overwinteren (Rom. 15 : 19; 1 Kor. 16 : 6). Hij schrijft de Romeinen-brief (Rom.15:25-28; 16:21-23; Hd. 20:4) en reist vervolgens verder (Hd.20-21:1—14).

19 of 33

Les 4: Op datum

19

20 of 33

Chronologische tabel (uit: 2 Korintiërs “Profiel van een evangeliedienaar” �Dr . T.E. van Spanje ; Commentaar op het Nieuwe Testament).

Gebeurtenissen

Dateringen

1.

Paulus’ eerste bezoek aan Korinte (‘stichtingsbezoek’;Hand 18:1-18) van 1,5 jaar (Hand 18:11) tijdens zijn ‘tweede’ zendingsreis

Vanaf ong. Maart 50 n. Chr. Tot ong. September 51 n. Chr.

2.

Paulus wordt voorgeleid aan proconsul Gallio (Hand 18: 12-17)

Juli-Aug 51 n. Chr.

3.

Samen met Aquila en Priscilla vertrekt Paulus per schip uit Korinte naar Syrië en arriveert in Efeze (Hand 18: 18-19)

Ong. Sep 51 n. Chr.

4.

Paulus vertrekt vrij snel uit Efeze om per schip te reizen naar Ceasarea om via Jeruzalem door te reizen naar Antiochië in Syrië (Hand 18:20-22)

Vertrek uit Efeze ruim vóór 11 nov 51 n. Chr.

5.

Begin van de ‘derde’ zendingsreis met een rondreis door Galatië en Frygië (Hand 18:23); intussen arriveert Apollos in Efeze en later ook in Korinte (Hand 18:24-19:1; 1 Kor 1:12; 3:4-6)

Begin van de ‘derde’ zendingsreis omstreeks begin 52 n. Chr.

6.

Na Apollos’ vertrek uit Efeze arriveert Paulus in deze stad om er in totaliteit 3 jaar te verblijven (Hand 19:1-20:1; 20:31); minimaal één ‘tussenreis’ vanuit Efeze naar Korinte

Aankomst in Efeze enige tijd vóór het pinksterfeest (of drie maanden eerder) van 53 n. Chr.

7.

Paulus verstuurt de ‘A-brief’ naar de Korintiërs (1 Kor 5:9)

8.

In Efeze ( 1 Kor 16:8) ontvangt Paulus informatie via de familie van Chloë dat er verdeeldheid heerst in Korinte (1 Kor 1:11), ook verneemt hij zorgwekkende berichten omtrent o.a. ontucht (1 Kor 5:1), tevens ontvangt hij een brief van de Korintiërs (1 Kor 7:1; 8:1;12:1;16:1-12) wellicht via een officiële delegatie (1 Kor 16:17); Paulus reageert met zijn ‘B-brief’

Enige tijd vóór het Pinksterfeest van 55 n. Chr.

9.

De ‘B-brief’ wordt vanuit Efeze (1 Kor 16:8) overgebracht aan de Korintiërs door de Korintische delegatie (1 Kor 16:12,17); inmiddels is Apollos bij Paulus in Efeze (1 Kor 16:12)

Vóór het Pinksterfeest van 55 n. Chr.

10.

Timoteüs (1 Kor 4:17; 16:10) en de delegatie arriveren in Korinte, de ‘B-brief’ wordt slecht ontvangen, Paulus wordt daarvan op de hoogte gebracht (via de delegatie en/of Timoteüs?)

Ong. voorjaar 55 n. Chr.

21 of 33

Chronologische tabel (uit: 2 Korintiërs “Profiel van een evangeliedienaar” �Dr . T.E. van Spanje ; Commentaar op het Nieuwe Testament).

11.

Naar aanleiding van de verontrustende berichten vanuit Korinte acht Paulus het dringend nodig een onaangekondigd ‘tussenbezoek’ vanuit Efeze aan de Korintiërs te brengen (2 kor 2:1-5, 8-10) met als gevolg: uitstel reisschema ‘Plan A’; tijdens zijn afscheid van dit mislukte bezoek maakt hij reisschema ‘plan B’ bekend (2 kor 1:15-16; 13:2) en keert terug naar Efeze

Medio 55 n. Chr.

12.

Vanuit Efeze wordt Titus naar Korinte gestuurd om de ‘C-brief’ over te brengen (2 kor 2:3-4:9; 7:8-12), onder meer ter compensatie van het laten varen van plan B

Na het ‘tussenbezoek’ en na een afkoelingsperiode: de 1e helft 56 n. Chr.

13.

Vrij snel na het tumult rondom Demetrius vertrekt Paulus na een periode van in totaliteit 3 jaar uit Efeze (Hand 20:1-31) en begint te evangeliseren te Troas (2 Kor 2:12), maakt vervolgens een soort afscheidsreis door Macedonië waar hij met spanning uitziet naar Titus’ komst (2 Kor 2:13); in Macedonië ontmoet hij Titus met het bericht dat de Korintiërs positief hebben gereageerd op de ‘C-brief’ (2 kor 7:5-16)

2e helft 56 n. Chr.

14.

In Macedonië schrijft Paulus zijn’D-brief’en laat deze overbrengen door Titus en twee broeders (Hand 20:1b-2a; 2 Kor 8:17-24;9:3)

Ong. najaar 56 n. Chr.

15.

Paulus verblijft 3 maanden in Griekenland, met name in Korinte (Hand 20:2b-3a), terwijl enkele Macedoniërs met hem zijn meegereisd naar Korinte (2 Kor 9:4) waar hij de brief aan de Romeinen schrijft (Rom 15:25-28)

Winter 56-57 n. Chr.

16.

Paulus vertrekt uit Korinte om noodgedwongen via een omweg door Macedonië (Hand 20:3) in Troas in te schepen (Hand 20:6-13) om via diverse plaatsen uiteindelijk in Jeruzalem te arriveren met de collekte (Hand 20:16; 21:17;24:17)

Vertrek uit Korinte begin 57 n. Chr. en aankomst in Jeruzalem vóór het Pinksterfeest van 57 n. Chr.

22 of 33

Les 5: Op Weg

22

23 of 33

Huiswerkvraag over de Christenen in Korinte

2aan de gemeente Gods te Korinte, aan de geheiligden in Christus Jezus, de geroepen heiligen met allen, die allerwege de naam van onze Here Jezus Christus aanroepen, hun en onze (Here): (1Kor.1:2 NBG)

Hoe kan Paulus de gemeente in Korinte een gemeente van God noemen en de gemeenteleden heiligen terwijl er zoveel aan hen mankeert? (1Kor.1:2) In onze tijd zouden ze waarschijnlijk, denk bijvoorbeeld aan misbruik door priesters, massaal veroordeeld worden op tv en social media. En ook kerken nemen hiervan toch afstand?

4Ik dank God te allen tijde over u, vanwege de genade Gods, die u in Christus Jezus geschonken is; 5want in elk opzicht zijt gij rijk geworden in Hem: in alle woord en alle kennis, 6gelijk het getuigenis aangaande Christus onder u bevestigd is, 7zodat gij ten aanzien van geen enkele genadegave te kort komt, terwijl gij uitziet naar de openbaring van onze Here Jezus Christus. 8Hij zal u ook bevestigen ten einde toe, zodat gij onberispelijk zult zijn op de dag van onze Here Jezus [Christus]. 9God is getrouw, door wie gij zijt geroepen tot gemeenschap met zijn Zoon Jezus Christus, onze Here. (1Kor.1:4-9 NBG) [vgl.1Kor.6:9-11: zondaars die (1) zich hebben laten afwassen en die (2) geheiligd en (3) gerechtvaardigd zijn]

Heel kort: Paulus kijkt naar wat er wel is: Gods werk! Hij roemt de Heer, niet de Korintiërs!

Tot slot zegt Paulus dat God belooft dat Hij de gemeente aan het eind zal bevestigen d.w.z. dán zullen zij onberispelijk zijn (bij Zijn Wederkomst) (dus niet nu!) want God is getrouw (hoewel de gemeente niet ‘volmaakt’ is!).

Individuele redding noch collectief gemeentezijn kunnen wij verdienen met onze heiligheid want alles is genade.

Zoals een kind van God kan zondigen (1Joh.1:9) zo kan er nog/ook zonde zijn in een gemeente en desondanks blijft God trouw.

24 of 33

Opbouw 1 Korintiërs

Brief

Schrijver

Tijd

Plaats

Bron

1 Korintiërs

Paulus

54 n.Chr.

Efeze

Studiebijbel

De hoofdlijnen van de brief 1 Korintiërs

Uitgangspunt

Onderwerp

Indeling

Tekst

Reactie op bericht over verdeeldheid

(eerste deel)

Verdeeldheid in gemeente

Bezorgdheid

Bericht over verdeeldheid

1:1

Oorzaak van verdeeldheid

1:18

Reactie op berichten over ontucht

(tweede deel)

Wanorde in de gemeente

Veroordeling

Ontucht

5:1

Rechtszaken

6:1

Zedeloosheid

6:12

Reactie op de brief met vragen

(derde deel)

Moeilijkheden in de gemeente

Uiteenzetting

Huwelijk

7:1

Afgodenoffers

8:1

Eredienst

11:2

Opstanding

15:1

Collecte voor Jeruzalem

16:1

Afsluitende groet

Persoonlijke mededelingen

 

16:10

In zijn brief 1 Korintiërs behandelt Paulus de problemen die door Chloë c.s. worden gemeld en hij geeft antwoorden op vragen (over een scala van theologische en praktische problemen) die vertegenwoordigers van de gemeente uit Korinte aan Paulus stelden (1Kor.7:1; 16:17).

De brief is gericht ‘aan de gemeente Gods te Korinte’ maar dat is geen ‘volmaakte’ gemeente: er was zelfs geen enkele door Paulus gestichte gemeente met zoveel moeilijkheden als deze gemeente. Toch schreef Paulus deze gemeente niet af: hij bezocht hen en schreef hen brieven in de hoop dat zij hun fouten zouden inzien en zich zouden bekeren.

In feite kent iedere gemeente (ook tegenwoordig) problemen:

  1. hoe je als gemeente in de wereld functioneert (o.a. evangelisatie) en
  2. hoe je de wereld buiten de gemeente houdt (heiligheid).

Beide probleemvelden kunnen veel ellende bij gelovigen veroorzaken.

In Korinte hadden de problemen echter specifieke oorzaken:

  • De heidense moraal. Als havenstad was er een grote seksuele vrijheid veroorzaakt door de zeelieden, iets wat de gemeente niet voorbijging.
  • De stad werd geregeerd op basis van Romeins recht en wetgeving en dit was ook de gemeente ingeslopen. Gemeenteleden sleepten elkaar voor de rechter i.p.v. onderlinge geschillen broederlijk op te lossen.
  • De maatschappij in Korinte was gegrond in de Griekse filosofie zoals ook onze westerse beschaving grotendeels gebaseerd is op dit Griekse denken: o.a. bepalend voor ‘onze’ democratie (=Grieks).

Onderwerp

1 Corinthiërs

Begroeting en gebed

1:1-9

Partijschap

1:10-4:21

Bloedschande

5

Rechtzoeken bij ongelovigen

6:1-11

Vrij zijn maar niet losbandig

6:12-20

Het huwelijk

7

Het eten van offervlees

8

De rechten der apostelen

9

Een waarschuwing uit de geschiedenis

10:1-13

Het Avondmaal, liefde jegens de zwakken

10:14-11:1

De hoofdtooi der vrouw

11:2-16

Misbruiken bij het avondmaal

11:17-34

Geestelijke gaven

12-14

De opstanding van Christus

15

Praktische zaken

16

25 of 33

Thema: Grieks denken in de gemeente te Korinte

De maatschappij in Korinte was gegrond op Grieks denken waarin de mens autonoom is. Het stelt de mens centraal zonder rekening te houden met God en Zijn Woord. In het Griekse denken is de mens maat voor alle dingen en de invloed daarvan is ook in onze maatschappij aanwijsbaar daar waar de beslissing van een mens centraal staat, zoals op het gebied van seksualiteit, huwelijkstrouw, echtscheiding, abortus en euthanasie. Tot hun bekering kenden de Grieken niet anders! Maar toen leerden ze God en Zijn Woord kennen. En Paulus confronteert hen vervolgens met Bijbels denken:

'En wordt niet gelijkvormig aan deze wereld, maar wordt hervormd door de vernieuwing van uw denken, …’ (Rom. 12:2)

Zoals de Tenach (OT) verbonden is met Hebreeuws denken d.w.z. Bijbels denken moet ook de gemeente in Korinte het kennen van God centraal stellen en in hun (onderdanige) relatie met God het Woord van God als norm accepteren. Ze moeten anders denken!

Op dit punt wordt de Brief 1 Korintiërs steeds actueler omdat het duidelijk maakt hoe moeilijk het is voor tot geloof gekomen zondaars (1Kor.6:9-10) om een Christelijke gemeente te zijn in een heidense wereld. Deze Brief is geadresseerd aan de gemeente als geheel en niet aan bepaalde individuen want de leden worden door Paulus als een collectieve eenheid gezien, aangesproken en vermaand.

En hoewel niet iedere Christen in Korinte met dezelfde problemen worstelde kwamen ze wel allemaal uit ‘de wereld’ en dus hadden ze dezelfde achtergrond qua denken (vgl. Ef.4:17-18). Paulus benadrukt (in zijn in Korinte geschreven brief aan de Romeinen) dat voor Christenen behalve bekering en wedergeboorte ook de hervorming van het denken noodzakelijk is:

En wordt niet gelijkvormig aan deze wereld, maar wordt hervormd door de vernieuwing van uw denken, opdat gij moogt erkennen wat de wil van God is …. (Rom.12:2).

Paulus noemt dit ‘metanoia’ d.w.z. Grieks voor een complete omkering of transformatie in denken. Dit houdt in dat iedere christen het oude moet wegdoen om los te komen van het wereldse denken (Kol.3:2) en de nieuwe mens aan te doen (Ef.4:24). Het heidense Griekse denken is werelds en zondig, maar ook hardnekkig en daarom is het niet eenvoudig om als Christen staande te blijven. In de gemeente te Korinte leidde het tot zonde en misstanden!

Dit is voor ons een ernstige waarschuwing omdat onze Westerse maatschappij gegrond is op Grieks denken! Ook in onze tijd en in onze cultuur overheerst het Griekse denken. Bijbels gaan denken is echter geen knop die je even omdraait, in tegendeel, het is een langdurig proces van bewustwording en bewust gehoorzaam worden aan Christus.

26 of 33

Lichaam en ziel, sterfelijk en onsterfelijk

Bron: David Pawson. Sleutels tot de Bijbel.

Een kwalijk aspect van Grieks denken is dat ze het lichamelijke helemaal losmaakt van het geestelijke. Voor de Griek waren lichaam en ziel twee totaal verschillende zaken (wat je ook vaak terugziet bij christenen).

De Grieken spraken van een onsterfelijke ziel in een sterfelijk lichaam.

Hebreeuws denken staat hier lijnrecht tegenover! In de Hebreeuwse visie heb je een sterfelijke ziel in een onsterfelijk lichaam. Christenen moeten het Griekse denken afwerpen om net als de Joden te geloven dat het lichaam weer op zal staan.

Het verschil in opvattingen verklaart waarom de Korintiërs zoveel moeite hadden om te bepalen wat wel of niet acceptabel gedrag is voor een christen. Grieken konden namelijk op drie verschillende manieren omgaan met hun lichaam:

  • Ze deden alles wat ze maar lekker vonden (want wat je met je lichaam doet heeft toch geen invloed op je ziel); of
  • Ze verwaarloosden het en probeerden ascetisch te leven (niets voor je lichaam – alles voor je ziel); of
  • Ze verafgoodden het lichaam (daarom maakten ze standbeelden van het ‘volmaakte’ lichaam).

Paulus moest de Korintiërs leren dat hun lichaam een Tempel is van de Heilige Geest.

Of weet gij niet, dat uw lichaam een tempel is van de Heilige Geest, die in u woont, die gij van God ontvangen hebt, en dat gij niet van uzelf zijt? Want gij zijt gekocht en betaald. Verheerlijkt dan God met uw lichaam. (1Kor.6:19-20)

Wat we met ons lichaam doen beïnvloedt wel onze ziel (1Kor.11:20-34). Als je dronken aan het Heilig Avondmaal gaat of naar een prostituee gaat heeft dat gevolgen voor je geestelijk leven als christen.

Verkeerde (heidense) gedachten over de rol van ons lichaam zorgen ook tegenwoordig nog voor veel problemen omdat veel christenen eigenlijk Grieks zijn in hun denken. Zo zijn er christenen die menen dat je God niet kan aanbidden met je lichaam.

27 of 33

Afgoderij

In Grieks denken is er veel aandacht voor het lichamelijke en het uiterlijk. Grieken verafgoodden het menselijk lichaam en de schoonheid ervan. Sportbeoefening zoals de wedloop (1Kor.9:24-25) was zo’n vorm van lichaamsverheerlijking en het gymnasion was toen de school waar de sporters trainden en leerden. Ze sportten naakt (gymnos) om de waardering voor het lichaam te bevorderen, waarbij ook homoseksuele gevoelens ontstonden. Naakt sporten leidde tot ontucht en seksuele uitspattingen.

Maar behalve deze heidense moraal was sport ook verweven met afgoderij: sport was een heidens ritueel ter ere van Zeus en Apollo, zoals de lichamelijke liefde (Eros) ook een onderdeel was van het aanbidden van Afrodite.

Volgens Hebreeuws denken is de mens geschapen naar Gods beeld, tot eer van God en niet bedoeld om zelf verheerlijkt te worden: je bent Gods bouwwerk (1Kor.3:9). En Paulus leert de Korintiërs dat het in de gemeente niet gaat om de mens en zijn lichaam maar om Christus en Zijn Lichaam (1Kor.12:12-30): 'Gij nu zijt het lichaam van Christus en ieder voor zijn deel leden. ‘ (1Kor.12:27 NBG)

In Korinte ontkwam je echter niet aan afgoderij, alles was doordrenkt met het occulte, met mysterieculten zoals Mithras en de Egyptische godin Isis, heidense rituelen en spelen, magie, astrologie en waarzeggers. (En nog steeds leren we op het gymnasium de Griekse mythen over een godenwereld met oppergod Zeus, voortgekomen uit Moeder Aarde (Gaia)!)

In Paulus’ tijd was afgoderij overal en heel reëel. Ook het vlees dat de Korintiërs kochten op de vleesmarkt was in het slachthuis eerst aan afgoden geofferd voordat het op de marktkraam lag. Gemeenteleden die vlees wilden kopen kwamen daardoor in gewetensnood. Paulus boodschap aan hen is: ‘Er bestaat geen afgod’ (1Kor.8:4) en er is ‘maar één God, de Vader, uit wie alle dingen zijn en … één Here, Jezus Christus, door wie alle dingen zijn ...’ (1Kor.8:6).

Hoewel de Korintiërs elke dag met afgoderij werd geconfronteerd getuigde de gemeente van het leven door de Heilige Geest!

'want door één Geest zijn wij allen tot één lichaam gedoopt, … , en allen zijn wij met één Geest gedrenkt. ‘ (1Kor.12:13).

De gemeenteleden waren gedoopt in de Heilige Geest en lieten in hun aanbidding de vele gaven van de Geest tot uitdrukking komen. Toch leidde het Griekse denken ook bij de gaven van de Geest tot problemen (1Kor.12-14). (Voorbeeld?)

Paulus antwoord hierop is liefde (1Kor.13), d.w.z. de van God ontvangen gave. Zonder agape liefde stelt niets en niemand iets voor.

28 of 33

1 KORINTE 13: De liefde

EROS

Vleselijke liefde

Wellust

Aantrekkelijkheid

Lichaam

Emotioneel

Reactief

afhankelijk

FILADELFIA

Broederliefde

Aardig vinden

Genegenheid

Ziel

Intellectueel

Wederkerig

Van elkaar afhangend

AGAPÈ

Goddelijke liefde

Liefhebben

Aandacht

Geest

Met je wil

Onvoorwaardelijk

Onafhankelijk

Hoofdstuk 13 is deel van hfdst 12-14 over de geestesgaven. Hfdst 12 gaat over de geestesgaven op zichzelf;

hfdst 13 over de geestesgaven zonder liefde en hfdst 14 gaat over geestesgaven met liefde. (Pawson)

Het NT gebruikt 3 Griekse woorden voor liefde:

Eros was de Griekse god van de vleselijke liefde. In het Latijn heet hij Amor (liefde) of Cupido (begeerte). Eros was het hulpje of de zoon van Afrodite, de godin van de liefde en de vruchtbaarheid. Hij was degene die mensen verliefd maakte door een pijl in hun hart te schieten

29 of 33

Verdeeldheid, kruis en opstanding

Grieks denken veroorzaakt ook scheiding waar eenheid zou moeten zijn, zoals de verdeeldheid in de gemeente door partijschappen (1Kor.1:10-4:21), afgunst of ongelijkheid: opdat er geen verdeeldheid in het lichaam zou zijn, maar de leden gelijkelijk voor elkander zouden zorgen. (1Kor.12:25). Het Griekse woord voor twee is ‘dia’ bekend van het Griekse diabolos of duivel die erop uit is om overal scheiding en tweedracht te zaaien, scheuring (1Kor.11:17-19). Verdeeldheid geeft schade, is vleselijk (1Kor.3:1-5) en in strijd met de Bijbel die ons voortdurend oproept één te zijn. Het voorbeeld dat Paulus hiervan geeft is de gemeente als Lichaam van Christus (1Kor.12). Daar waar God scheiding maakt, gaat het om de keuze tussen zegen en vloek, tussen hemel en hel, tussen God en de afgoden. Oftewel: Waar kies jij voor?

Grieks denken is gericht op de sterken en heeft weinig of geen oog voor de zwakken in de maatschappij. Er bestond dus geen armenzorg. Onze sociale voorzieningen hebben wij te danken aan het Joods-christelijke denken dat op de Bijbel teruggaat (Lev.19:9-10; 1Kor.12:22-26). Ook de aansporing van Paulus om te collecteren voor de kerk in Jeruzalem (1Kor.16) gaat in feite over het één zijn als kerk door zorg te dragen voor elkaar.

Het ‘kruis’ was een belediging voor de Grieken die het idee verwierpen dat het lichaam van enige waarde zou zijn, laat staan een lichaam dat aan een kruis je geestelijke verlossing zou kunnen brengen: ‘dwaasheid’ (1Kor.1:18,23). In 1 Kor.1:20 noemt Paulus echter de Griekse filosofen dwazen vanwege hun wereldse wijsheid. De wijsheid van God en de dwaasheid van het kruis kunnen zij niet vatten, dat kan alleen wie gelooft (1Kor.1:21, 3:5), door de Geest.

Ook Jezus’ opstanding werd in twijfel getrokken door de Grieken die geloofden in de onsterfelijkheid van de ziel en geen enkele waarde hechtten aan de opstanding van het lichaam. Paulus moest hen leren aan de toekomst te denken in lichamelijke termen: zoals Jezus na Zijn opstanding een nieuw lichaam had, zo zullen ook christenen in de toekomst een lichamelijk bestaan hebben. 1Kor.15 is buitengewoon belangrijk als allereerste geschreven ooggetuigenverslag van Jezus’ opstanding. En, omdat de opstanding het fundament is van het christelijke geloof, verdedigde Paulus ook de leer van de lichamelijke opstanding van Christus.

(Zie extra informatie: De opstanding van Jezus Christus naar 1 Kor. 15)

30 of 33

Opbouw 2 Korintiërs

Brief

Schrijver

Tijd

Plaats

Bron

2 Korintiërs

Paulus

eind 54 n.Chr.

Macedonië

Studiebijbel

De hoofdlijnen van de brief 2 Korintiërs

Uitgangspunt

Onderwerp

Indeling

Tekst

Beschrijving van Paulus’ bediening (eerste deel)

Efeze naar Macedonië: routeverandering

Karakter van Paulus

Verandering van zijn plannen

1:1

Karakter van zijn bediening

2:14

Relatie met de Korintiërs

6:11

Inzameling voor de heiligen

(tweede deel)

Macedonië: voorbereiding op het bezoek

Inzameling voor de heiligen

Aanmoediging tot geven

8:1

Aanbeveling van Titus

8:16

Principes m.b.t. geven

9:1

Verdediging van Paulus’ apostelschap

(derde deel)

Naar Korinte: bezoek ophanden

Geloofwaardig-heid van Paulus

Antwoorden aan zijn aanklagers

10:1

Verdediging van zijn apostelschap

11:1

Aankondiging van zijn naderend bezoek

12:14

Slotwoorden

Vermaningen, groeten en zegenbede

 

13:11-14

Dit wordt als zijn meest persoonlijke brief beschouwd en niet zonder reden. Paulus werd op meerdere vlakken aangevallen en hij verdedigt zich in deze brief met vuur (2Kor.1-9) en daarna valt hijzelf ook aan (2Kor.10-13).

Onderwerp

2 Corinthiërs

Begroeting en dankzegging

1:1-7

Nieuws en verklaringen

1:8-2:17

Paulus als dienaar van Christus

3-6:10

Geen heidense smetten

6:11-7:1

Paulus’ vreugde als hij van Titus het goede nieuws uit Korinte hoort

7:2-16

Opwekking tot offervaardigheid

8-9

Paulus’ optreden tegenover zijn tegenstanders

10-12:13

Het op handen zijnde bezoek

12:14-13:10

Slotwoorden

13:11-14

Sleutelwoord: dienen

Kerntekst:

'Want wij prediken niet onszelf, maar Christus Jezus als Here, en onszelf als uw dienaren om Jezus’ wil. ‘ (2Kor.4:5 NBG)

31 of 33

De aanvallen op Paulus in de gemeente te Korinte

Paulus werd door kwaadsprekers in de gemeente te Korinte als persoon aangevallen want hij zou geen schoonheid zijn, onbeduidend en geen sterke spreker. Toch trotseerde hij dit Griekse denken vol zelfvertrouwen met .. wanneer ik zwak ben, dan ben ik machtig’! (2Kor.12:9-10) God had hem daartoe zelfs een ‘doorn’ in het vlees gegeven waarvan Hij hem niet genas (2Kor.12:7-9).

Paulus werd ook in zijn bediening aangevallen omdat hij het Evangelie gratis doorgaf terwijl de reizende Griekse filosofen altijd kosten in rekening brachten, en hoe meer hoe groter hun reputatie was. Maar Paulus reageert dat Christus’ liefde hem drong het Evangelie te verkondigen (2Kor.5:14). Hij is in dienst van God en doet alles voor God. Zijn prediking dient het belang van de gemeente en niet zijn eigen belang. Integendeel het ging zelfs ten koste van hemzelf, tot mishandeling en gevangenschap toe (2Kor.6:3-10; 11:23-29). Bovendien zorgt de gemeente voor hen die zich onbaatzuchtig inzetten voor anderen door vrijwillig, naar vermogen en van harte te geven aan collectes voor predikers maar ook voor (bijvoorbeeld) de gemeente in Jeruzalem (2Kor.8-9).

Tot slot werd Paulus’ in zijn gezag en ambt aangevallen. Hij verdedigt in deze brief zijn apostelschap en wijst op het gezag dat hem door God is verleend. Grieks denken over gezag (democratie = leiders kiezen) botste met de gemeente van Christus, waarin God alle leden hun plaats wijst (1Kor.12:18) , gaven toedeelt (1Kor.12:11) en sommigen toerust en aanstelt in een bediening (1Kor.12:28). De gemeente is niet het werk van mensen want .. Wij toch zijn de Tempel van de levende God .. (2Kor.6:16).

Dit gezagsprobleem is van alle tijden gebleken omdat ook dit met ons denken te maken heeft! Daar komt bij dat het Bijbelse maatschappijbeeld gebaseerd is op ‘dienend’ leiderschap, omdat God aangeeft dat wij elkaar nodig hebben en elkaar behoren te dienen (1Kor.12). Ook dit botst met Grieks denken dat aangeeft dat men moet doen wat iemand anders bedenkt, wat de basis was voor de hiërarchische Griekse maatschappij die uit drie klassen bestond:

1) raadgevende wijsgeren,

2) degenen die hun wil kunnen opleggen aan het volk (de koning, ambtenaren en leger),

3) arbeiders die de wil van de koning doen.

32 of 33

Ons denken: slagveld van geestelijke strijd

Satan voert oorlog met God en de mens, op aarde en in de hemelse gewesten. Paulus benoemt de openlijke geestelijke strijd die je als Christen ervaart in de wereld door weerstand, verdrukking en vervolging. En hij benoemt de verborgen wereldse strijd van leugens, verleidingen, beproevingen en onze zondige begeerten. Het is de manier waarop satan probeert ons en de gemeente heidens te maken en dus ongehoorzaam aan God. Uit God geboren, overwinnen wij de wereld door ons geloof in Christus (1Joh.5:4-5) maar jonge christenen beginnen vleselijk (onveranderd) (1Kor.3:1,3) om daarna de oude mens (de vroegere wandel) af te leggen (Ef.4:22).

Paulus onthult de Grieks denkende gemeente te Korinte dat ook op hun ‘vertrouwde’ terrein gevochten wordt:

3Want al leven wij in het vlees, wij trekken niet ten strijde naar het vlees, 4want de wapenen van onze veldtocht zijn niet vleselijk, maar krachtig voor God tot het slechten van bolwerken, 5zodat wij de redeneringen en elke schans, die opgeworpen wordt tegen de kennis van God, slechten, elk bedenksel als krijgsgevangene brengen onder de gehoorzaamheid aan Christus, (2Kor.10:3-5 NBG)

Paulus leert hier dat er zich een strijd afspeelt om en in onze gedachten. Satan beïnvloedt onze bedenksels en redeneringen omdat hij onze gedachten en ons denken wil beheersen. Hij doet dit door bolwerken en schansen in onze gedachten te bouwen. Een heiden die Christen wordt (zoals de Korintiërs) moet die bolwerken ontdekken en slechten door de Waarheid Die ons vrijmaakt (Joh.8:32; 14:6).

Zo’n satanisch bolwerk herken je als een gedachte, of een geheel van gedachten, die je denken verblindt en tot ongeloof leidt:

ongelovigen, wier overleggingen de god dezer eeuw met blindheid heeft geslagen, zodat zij het schijnsel niet ontwaren van het evangelie der heerlijkheid van Christus, die het beeld Gods is. (2Kor.4:4)

Zodra de duivel een toegang vind ontstaan er innerlijke conflicten met het Evangelie want hij gaat spelen met je verstand en je gedachten, met twijfel en ongeloof tot gevolg. Ook bij Christenen die niet waakzaam zijn, omdat de duivel zich kan vermommen als licht: 13Want zulke lieden zijn schijn-apostelen, bedrieglijke arbeiders, die zich voordoen als apostelen van Christus. 14Geen wonder ook! Immers, de satan zelf doet zich voor als een engel des lichts. (2Kor.11:13-14 NBG)

Dus Christus kwam ons redden van zonde, van satan en jezelf maar je veiligheid is gelegen in de voortdurende gehoorzaamheid van je denken en wil aan Jezus. God bevrijd ons niet van aanvallen en worstelingen maar Hij geeft ons wel de vereiste innerlijke kracht. Daarom is het onze verantwoordelijkheid, als kinderen van het licht (2Kor.4:6; 1.Thess.5:5) om de geestelijke wapens te gebruiken en elk bolwerk neer te halen want het neerhalen daarvan maakt ons denken weer vrij voor Bijbels denken en uiteindelijk ook voor Koninkrijks-denken!

33 of 33

Dank voor jullie betrokkenheid en aandacht!

1

Tot slot

Volgende keer:

Brieven aan Efeze, Colosse, Filippi, Filemon & Jacobus!

Lezen Map

Col. óf Fil.: Lezen – wat is aanleiding, situatie: lees het verhaal achter de brief!

Extra (zegen) – Efeze: noteer wat we hebben in Christus.