1 of 21

Gespreksleidraad inrichting high stake bij Programmatisch Toetsen

Groepje 3: taken en rollen

Judith Revet, Jantina Huizenga, Maartje de Groot

2 of 21

Waarom een gespreksleidraad?

  • Bezig gehouden met high stake beslismoment: wie is er op welke manier bij betrokken?
  • Gesprekken met collega’s (o.a. voor dit Leernetwerk PT) bleken zeer waardevol!
  • Opbrengst:
    • 18 gesprekskaarten met (denk)vragen en overwegingen daarbij.
    • Thema’s: high stake inrichten, samenstelling besliscommissie, beoordelingsstandaard, -schaal en –procedure, herkansing/remediëring, portfolio (toetsinstrument) en werkproces beslisprocedure.

3 of 21

Overzicht gespreksonderwerpen

High stake beslissing inrichten

Samenstelling besliscommissie

Beoordelingsstandaard

Herkansing: remediëring

Portfolio (toetsinstrument)

Beslisprocedure: werkproces

4 of 21

High stake beslissing inrichten

  • Beslis je alleen op basis van een portfolio of voeg je nog aan aanvullend live-moment toe (CGI/assessment-gesprek/presentatie) en waarom dan?

Overwegingen: geven de datapunten in het portfolio voldoende informatie om een gefundeerd oordeel te geven? Sommige opleidingen vinden het prettig om de student toch nog even het woord te geven. Als dit het verschil gaat maken, zijn de datapunten dan wel goed ingericht? Of komen sommige studenten misschien beter uit de verf als je ook door kunt vragen?

5 of 21

High stake beslissing inrichten

  • Kijk je als besliscommisie alleen naar de feedback of ook naar de onderliggende producten/performances?

Overwegingen: in principe is er al een beoordeling gegeven door één of meerdere (praktijk)experts. De besliscommissie neemt besluit op basis van de gegeven feedback maar zouden er redenen zijn om toch het onderliggende product/performance te bekijken? Bijvoorbeeld als de feedback niet toereikend is.

  1. Vertrouw je op het oordeel van je collega’s?
  2. Wat is het effect als je ‘opnieuw’ naar een product/performance kijkt?

6 of 21

High stake beslissing inrichten

  • Zijn er vaste beslismomenten of bepaalt de student het moment van beslissen?

Overwegingen: Je kunt als opleiding vaste beslismomenten hanteren. Dat is qua planning duidelijk voor studenten en voor de onderwijslogistiek eenvoudiger. Je kunt ook flexibel zijn zodat studenten zelf kunnen bepalen wanneer zij voldoende bewijs hebben om leeruitkomsten aan te tonen.

7 of 21

Samenstelling besliscommissie

  • Wie neemt de high stake beslissing?

Overwegingen: Je neemt een beslissing waar veel gewicht aan wordt toegekend (een groot aantal studiepunten). Daarvoor heb je idealiter meerdere deskundige, onafhankelijke assessoren nodig die samen een (vaste) besliscommissie vormen.

Uit praktische overwegingen wordt soms gekozen voor twee assessoren. Je kunt ook overwegen de beoordelaarsexpertise alleen te vergroten in specifieke situaties.

8 of 21

Samenstelling besliscommissie

  • Wat is de rol van de mentor/coach in het beslisproces?

Overwegingen: een mentor/coach kan veel vertellen over het functioneren van de student. Hoewel deze persoon de student het beste kent, zijn er argumenten om de coach geen rol te geven in de finale beoordeling omdat hier kritische distantie voor nodig is en de betrekking met de student in het begeleidingsproces verandert.�Je kunt ook overwegen de coach alleen een advies te laten geven, of een andere coach die ook goed zicht heeft op de student te laten beoordelen of advies te laten geven. Een andere overweging is om alleen als er meer informatie nodig is over de student de coach te raadplegen.

9 of 21

Samenstelling besliscommissie

  • Voeg je een extern lid toe aan de besliscommissie?

Overwegingen: bij veel opleidingen wordt er samengewerkt met bedrijven voor opdrachten. Laat je iemand van buiten mee beslissen? Die kent de verwachtingen in het werkveld goed, aan de andere kant verwacht je die kennis binnen de opleiding ook en kent men binnen de opleiding weer beter de eisen. Een extern lid draagt bij aan een veelzijdig perspectief op de student. In de regelgeving zijn vaak nog wel obstakels (externe die geen examinator mag zijn).

10 of 21

Beoordelingsstandaard

  • In hoeverre ligt de ruggengraat aan de basis van het beoordelingsmodel?

Overwegingen: wanneer je beoordelingsaspecten direct afleidt van de ruggengraat (competenties, bekwaamheden, kernkwaliteiten, rollen enz.) focus je met de beoordeling op het ontwikkelen van gedrag in het licht van langere ontwikkelingslijnen.

11 of 21

Beoordelingsstandaard

  • Heb je voldoende aan één standaard beoordelingsmodel?

Overwegingen: wanneer je verschillende fasen/niveaus in je curriculum onderscheidt, wordt vaak per fase een beoordelingsmodel voor een high stake beslissing gemaakt. Bijvoorbeeld in een bacheloropleiding.

Of volstaat één standaardmodel waarbij leeruitkomsten/ beroepstaken bepalend zijn voor het prestatieniveau. Dan gaat het bijvoorbeeld om de complexiteit van de taak, de mate van zelfstandige uitvoering en verantwoordelijkheid, kenmerken van de context (tijdsdruk, concurrerende taken en andere factoren in de context). En ook de diepgang van de (theoretische) verantwoording

12 of 21

Beoordelingsstandaard

  • Wie bepaalt de standaard?

Overwegingen: wanneer je als opleiding de standaard bepaalt, stel je zelf de prestatiecriteria vast. Is het vertrekpunt van de studenten ongeveer hetzelfde, dan ga je meestal uit van een absolute standaard. Bij sommige leertrajecten, bijvoorbeeld bij een hogeschoolbrede minor kunnen van studenten, op basis van hun beginsituatie, andere prestaties verwacht worden en kunnen verschillende standaarden gehanteerd worden.

In het kader van eigenaarschap en zelfsturing kan je ook samen met de student een individuele standaard bepalen en hierbij passende prestatiecriteria formuleren.

13 of 21

Beoordelingsschaal

Welke beoordelingsschaal wil en kan je hanteren?

  • Numeriek (cijfer)
  • Voldaan/niet voldaan
  • O/V/G (not yet reached/meets/exceeds the standard)?

Overwegingen: cijfers zijn soms voor vervolgopleidingen vereist en studenten (en docenten! en de hele maatschappij!) zijn gewend aan cijfers. Bij programmatisch toetsen lijkt een kwalitatieve beoordeling beter te passen. Check de mogelijkheden in de OER, ook wat de gevolgen zijn voor predicaatberekening.

14 of 21

�Beslisprocedure: kalibratie

Hoe vindt normvinding plaats?

Overwegingen: de ‘kritische score’ kan vooraf enigszins worden bepaald maar krijgt pas inhoud en betekenis wanneer beoordelaars op basis van casuïstiek hierover met elkaar in gesprek gaan. Kalibratiesessies zijn voorwaardelijk voor een gezamenlijke interpretatie van de beoordelingsstandaard, hoe criteria en beslisregels te hanteren voor een eenduidige aanpak bij beoordeling. Kalibreren en beoordelen kunnen gelijktijdig plaatsvinden.

15 of 21

Herkansing: remediëring

  • Hoe richt je het herkansings-/remediëringstraject in bij een high stake beslissing?

Idealiter slaagt 100% van de studenten bij het high stake moment. Immers, studenten weten door coaching en veel feedback hoe zij er voor staan en gaan pas ‘op’ voor de high stake beslissing als zij er klaar voor zijn. Echter, het nog steeds voorkomen dat de beslsicommissie vindt dat de student de leeruitkomsten niet heeft behaald. Hoe ziet dan een remediëringstraject voor de student eruit?

Overwegingen: Welk nieuw of aanvullend bewijs is nodig? Kan de student ook iets aantonen in een andere context? Hoeveel tijd heeft een student hiervoor nodig? Welke ondersteuning heeft hij hierbij nodig? Kan de student het hele onderwijsprogramma (of een deel daarvan opnieuw volgen?

16 of 21

Herkansing: remediëring

  • Wat betekent het dat een student eigenaar is van het leerproces?

Overwegingen: studenten laten tussentijds zien in hoeverre zij de leeruitkomsten beheersen (voortgangsmomenten/medium stake momenten). Wanneer een student tussentijds de feedback krijgt dat hij de leeruitkomst nog niet genoeg beheerst, spreekt hij (volgens het concept van PT) met de mentor/coach af welke activiteiten hij gaat ondernemen om zich de kennis en vaardigheden eigen te maken waardoor hij de leeruitkomst kan aantonen. Studenten zijn dit echter vaak niet gewend (vanuit hun oude ‘toetscultuur’) en vragen om een ‘herkansing’. Hoe gaan jullie daarmee om?

17 of 21

Portfolio (toetsinstrument)

  • Hoe wordt het portfolio ingericht/gestructureerd?

Bij programmatisch toetsen wordt de high stake beslissing veelal genomen op basis van een portfolio/beslisdossier. Belangrijk is om te zorgen voor een goede inrichting/kapstok van het portfolio waarbij

  1. de datapunten en gegeven feedback goed geordend zijn
  2. de student inzicht heeft in eigen ontwikkeling (‘lerend’)
  3. de mentor/coach inzicht heeft in ontwikkeling van student
  4. de besliscommissie op basis van het portfolio efficiënt een besluit kan nemen

18 of 21

Portfolio (toetsinstrument)

  • Welke vorm heeft het portfolio?

  1. Welke applicatie/software/tool/website gebruik je? Houd rekening met privacy, archivering, toegankelijkheid voor beoordelaars.
  2. Is er één (ontwikkelings)portfolio over de hele opleiding heen en/of een apart beoordelingsportfolio?

19 of 21

Portfolio (toetsinstrument)

  • Wie is eigenaar van het portfolio? (student of opleiding)?

Overwegingen: Afhankelijk van de visie op leren én de gekozen applicatie t.b.v. een digitaal portfolio is de student wel of niet de eigenaar van het portfolio. Dit heeft o.a. consequenties voor het beslismoment: levert de student het portfolio in of verleent de student toegang tot het portfolio. �M.a.w. hoe krijgt de besliscommissie toegang tot het (digitale) portfolio?

20 of 21

Beslisprocedure: werkproces 1/2

Hoe ziet het werkproces (stappen + tijdpad) eruit?

Aanleveren van portfolio

  1. Hoe wordt het (digitale) portfolio aangeleverd (toegankelijk voor assessoren)?
  2. Ontvankelijkheid: Wat is de rol van de student bij check op ontvankelijkheid (verklaring) en wat zijn de vervolgstappen bij niet ontvankelijk?

Tot een oordeel komen

  1. De individuele assessor velt op basis van het beoordelingsmodel een voorlopig oordeel: Welke leesvolgorde kun je de assessor aanraden? (efficiëntie)
  2. Bij CGI. Is de procedure voor het gesprek voor kandidaat en assessor vastgelegd (transparantie)
  3. Hoe komen de assessoren tot een gezamenlijk onderdeel (consensus of middelen)?
  4. Hoe worden eventuele zelfbeoordeling en beoordelingsadviezen meegewogen?
  5. Welke beslisregels worden gehanteerd?
  6. Welke procedure wordt gevolgd bij geen beoordelaarsovereenstemming tussen assessoren?

21 of 21

Beslisprocedure: werkproces 2/2

Oordeel onderbouwen/vaststellen

  1. Welke beoordelingen moeten in breder verband (besliscommissie of assessorenoverleg) besproken worden?
  2. Moet het oordeel van assessoren vastgesteld worden? (v.b. besliscommissie is als geheel verantwoordelijk?)
  3. Hoe wordt het oordeel onderbouwd (belang: herleidbaarheid van het oordeel). Hoe wordt ontwikkelingsgerichte feedback gegeven?

Bij onvoldoende resultaat? Zie dia Herkansing high stake moment