1 of 88

Trainer/Coach Bijeenkomst

21 mei 2026

Arend van BERGEIJK/Rob SEPERS/Mark SCHUURMAN

Jeugd wedstrijdsporters begeleiden van eerste kennismaking tot ervaren wedstrijdsporter.

2 of 88

Bereikbaarheid

Functies controleren in Mijn.Watersportverbond.nl en doorgeven aan Wedstrijdsport@Watersportverbond.nl

3 of 88

Agenda

  • Inleiding
  • Instroom model
  • CBA Formule (Competentie model)
  • Rol wedstrijd kader
  • Rol trainer coaches
  • Eerlijke en respectvolle sport
  • Focus punten
  • Vervolgstappen

Bonusmateriaal

4 of 88

Aansluiten bij de sportbeleving van kinderen

Aanbieden van een gestructureerde wedstrijd-zeilopleiding in Nederland op diverse niveaus, die geleidelijk in elkaar overlopen

5 of 88

Watersport als volwaardige sport

Wedstrijdsport

Enthousiast voor wedstrijdsport

Formule C, clubwedstrijd enz. + Spelenderwijs trainen

Zeilen/surfen=hoofdsport

Formule A, 2-3x per week trainen

NTT’s

TeamNL

“Ik zit op zeilen/ surfen”

Formule B, clubwedstrijden, enz. + 1x per week trainen

Enthousiast voor watersport

Vaarschool of vereniging al of niet op basis van Nationaal Zeil Diploma

Eerste kennismaking

Optimist on Tour, familie/ vrienden, zeil- of surfkamp / school / vereniging

Skûtsjes

Matchracen

Teamzeilen

Kajuitzeiljachten

Nationale eenheidsklassen

Internationale eenheidsklassen

Windsurfen

Windfoilen

Sportboten

Wingfoilen

Rond- en platbodems

Kitefoilen

Kanosport

SUPsport

Ongemeten

6 of 88

6

Instroom & Doorstroom overzicht

  1. Via Optimist on Tour bieden we een eerste kennismaking
    • Landelijke actieve werving en promotie, ter vergelijk regionale initiatieven
  2. Via de Watersport Academy bieden we een opleiding
  3. Via verenigingen en klassenorganisaties bieden we, m.b.v. trainers/coaches, training
  4. Via wedstrijdorganisaties bieden we wedstrijden

Op al deze fronten wordt gewerkt, worden verbeteringen toegepast en proberen(!) we de aansluiting te behouden.

7 of 88

7

Tot stand komen CBA (competentie) model

In dit competentiemodel wordt gebouwd aan instroom in de wedstrijdsport en verbinding maken

met groei (doorstroom) in de wedstrijdsport

  • Van toepassing op alle jeugdklassen, zeil en wind/wingsurf/foil sport overstijgend.
  • Niet enkel voor de Optimist, maar voor alle jeugdklassen
  • Ook mogelijkheden bij o.a SW en Wingfoilen

Initiatie

Taskforce instroom jeugd Wedstrijdsport

Vormgeving

CJI/TCC

Basis

Best practices buitenland en world sailing visie

Verankering

Watersport academy

8 of 88

Aansluiten bij Watersport Academy (WA)

9 of 88

9

Next Steps

  • Het overbrengen van het CBA model aan Trainer/Coaches (en instructeurs) t.b.v. het competent maken van sporters op een landelijk gelijke basis.

  • Het overbrengen van het CBA model aan de Jeugd-Wedstrijdorganisaties t.b.v. het organiseren van wedstrijden op een landelijk gelijke basis.

        • Ruimte voor eigen/lokale invulling en input, maar de basisgedachte achter wedstrijdsporten voor de jeugd moet landelijk gelijk zijn: Competentiegericht en met FUN als drijvende factor.

        • Bepalen, formaliseren en communiceren van RvW op C niveau

10 of 88

10

Work in Progress

Met CIJ, TCC en Watersport Academy werken aan het totaal van

  • eerste kennismaking met de Watersport,
          • via opleiding en training
          • naar volledig competente wedstrijdsporters

Dit in functie van de eerste 5 lagen in de opleidingspiramide.

Nadruk ligt nu op uitrol van de Watersport Academy en het daarin opnemen van de CBA Leerlijnen

11 of 88

11

Wat geeft de zeiler houvast

12 of 88

“Fun must be the name of the game”

IK KAN HET ZELF

UITDAGING

SAMEN

BEWEGEN

GROEI

13 of 88

13

CBA

Fun must be the name of the game

Sportplezier op het water, daar gaat het om bij jeugdwedstrijden. Plezier begint als de jonge deelnemers controle hebben en tegelijkertijd ook steeds uitgedaagd worden. Ook op andere vlakken kunnen we een wedstrijddag vaak nog leuker maken: variatie, bewegen, samen en nadruk op groei is waar de jeugd om vraagt. Niet alleen de wedstrijdbaan, de hele dag met alles eromheen maakt een evenement succesvol.

Iedereen beleeft plezier anders. De één wil uitdaging door competitie, de ander wil beter worden. Een derde wil samen met vrienden spelen. Kinderen en jongeren hebben een andere blik dan volwassenen, een andere beleving met andere waarden. Het vraagt om te kijken door de bril van het kind of de jongere.

Met de formules CBA geven we nog meer aandacht aan deze 5 fun factoren:

14 of 88

Leerlijnen CBA model

De leidraad om wedstrijdzeilers op te leiden

Sluit aan bij de opleidingslijn van de Nationale Zeil Diploma’s

Optimist C, B,A

RS Feva C, B, A

ILCA C, B, A

Beschikbaar via Watersport Academy

Windsurfen C, B, A in progress

14

15 of 88

15

Eerlijke en Respectvolle Sport

  • Reactie op ontwikkelingen in de sport en maatschappij
  • Bij jeugd & volwassenen, bij zeilers & wingers
  • Richtlijn gepubliceerd najaar 2025
  • Introductie o.a. met behulp van:
    • vlaggen, posters, stickers, Campagne Fair Wins
    • trainers, coaches, officials
    • extra regelgeving?
    • vooral benoemen, bespreken, aanspreken! en afspreken

16 of 88

16

Taak & Betrokkenheid Trainer/Coaches

Voorbereiden van de zeilers op het varen van wedstrijden op diverse niveaus

Wat is daar voor nodig

  • Besteed aandacht aan de Richtlijn Eerlijke & Respectvolle Sport
  • Train en coach sporters conform de opleidingslijnen
  • Wees duidelijk op welk competentieniveau jouw sporters acteren en deel dat ook met de ouders
  • Benadruk dat inschrijvers van B tijdens het evenement naar C kunnen switchen en, indien van toepassing, van A naar B.
  • Zorg voor goede en individuele begeleiding voor alle sporters in C. Zorg voor een goede en specifieke begeleiding bij geschil op het water voor alle categorieën, ook indien er geen protest wordt ingediend
  • Zorg voorafgaand, tijdens en na het evenement voor goede en open communicatie met sporters, officials, trainer/coaches en overige begeleiders
  • Ongeacht het competentieniveau, is fun door deelname de doelstelling voor alle betrokkenen

Besef dat je als trainer/coach een cruciale rol speelt in het leerproces en de ontwikkeling van de zeiler en als persoon

17 of 88

Jeugdwedstrijden1 Formules CBA1

Gids voor wedstrijdleiders, trainers, coaches en jury

18 of 88

Formule C

  • Altijd dezelfde wedstrijdbaan.
  • Korte wedstrijden van 15 min.,
  • Per dag 2 x 1,5 uur op het water.
  • Gezamenlijk palaver en afsluiting.
  • 6 uitwijkregels.
  • Coaches zijn spelleiders.
  • Het hele seizoen vaste klasse coach(es).
  • Voorvaar boot.
  • Startgroepen met max. 20 boten.
  • Veel prijzen voor opvallende deelnemers. Geen jaarklassement.
  • Switchen tussen C en B altijd mogelijk.
  • Bij net te veel wind wél het water op voor eenvoudige wedstrijd.
  • Bij geen of veel te veel wind een alternatief op het water of op de wal.
  • Instroom: bij 12-16 knopen met hulp kunnen varen (afhankelijk van leeftijd en klasse). Uitstroom: bij 16-20 knopen zelfstandig kunnen varen.

Veilige wedstrijdbeleving met succeservaringen

18

C

19 of 88

Doelen Formule C

19

C

Wedstrijden in de C zijn bedoeld voor de beginnende watersporter. Met zo min mogelijk ervaring willen we hen al plezier en de beleving van een wedstrijd meegeven. Iedere jonge sporter beleeft dat op een eigen manier. In deze fase is het leuk door bijv. de opwinding, de trots, met vrienden naar een evenement toe, het avontuur, steeds beter worden, lekker bewegen, enz..

Veiligheid staat voorop en daarvoor is wel enige zeil- of surfervaring nodig. Ook leeftijd speelt een rol. Als jonge deelnemers onder 13 jaar (O13) bij 12 knopen wind met hulp kunnen varen, dan kunnen ze meedoen aan Formule C. Met hulp betekent o.a. met een richtpunt bij voor-de-wind varen om niet onverwachts te gijpen. In deze fase maken de jonge sporters een enorme stap in hun ontwikkeling! Wedstrijden dragen daar veel aan bij, mits de insteek leren is. Voor deelnemers O13 geldt dat ze aan het einde van de C-fase met 16 knopen wind zelfstandig en met controle rond de wedstrijdbaan kunnen varen. Voor oudere deelnemers (O16, O19) gelden hogere wind grenzen.

We streven in de C naar een opeenstapeling van succeservaringen. Hiermee bedoelen we dat het zeilen of surfen steeds beter gaat, ongeacht de uitslagen. Bijv. de gijp onder controle hebben, de baan goed varen, wegkomen van de startlijn, een layline goed peilen, enz. De wedstrijd en hele omgeving is zó ingericht dat het meeste goed gaat en dit soort successen zich opstapelen. Controle is een key: pas als de boot of plank onder controle is wordt succes ervaren. Niet te moeilijk maken dus, we willen het zoveel mogelijk voorspelbaar maken voor deze beginners. Daarom hebben we ook altijd dezelfde baan zodat deelnemers zich vrnl. kunnen concentreren op controle van boot of plank.

Beginnen met Formule C kan op ieder moment in het seizoen. Switchen tussen C en B kan ook op elk moment, ook gedurende een dag. De coach neemt hierin het voortouw, deze uitgangspunten over instroom en doorstroom geven richting. Er is geen jaarklassement en uitslagen worden pas na afloop van het evenement gepubliceerd.

20 of 88

Formule C - Opzet reguliere dag

20

C

Meerdere korte wedstrijden van 15 minuten1,2 worden gevaren bij maximaal 12-16 knopen wind. Deze grens in windkracht is afhankelijk van de klasse, leeftijd en de ervaring van de groep; overleg tussen wedstrijdleiding en coaches is nodig voor een beslissing die past bij de groep. Factoren die daarin meewegen staan op een rij in de toelichting wind en vaarwater. Er wordt gevaren in 2 blokken van ca. 1,5 uur.

De dag (of dagdeel) start met een palaver voor de C-vloot waarbij alle deelnemers, coaches en wedstrijdleiders aanwezig zijn3. Er wordt gevaren in groepen tot max. 20 deelnemers. Voor de verschillende klassen vind je hier de wedstrijdbaan. De start en finish vragen bij formule C om extra aandacht. Verder gelden er 6 eenvoudige wedstrijdregels 4. Coaches helpen alle sporters om het parcours te voltooien en sturen bij op veilig en eerlijk zeilen; ze zijn spelleider. Indien mogelijk vaart een voorvaar-boot voor het veld uit om de route van de baan te verduidelijken.

Wedstrijden kunnen een hele dag in beslag nemen of een dagdeel. Bij een dagprogramma wordt tussendoor aan de wal geluncht met weer een palaver voor de middag5. Elke wedstrijddag wordt gezamenlijk afgesloten. Er is een aandenken voor iedereen en prijzen voor deelnemers die opvallen door inzet, sportiviteit, doorzetten enz.. Daarnaast kan ook de top 20% van het dagklassement een prijs krijgen. Alle prijzen zijn gelijkwaardig aan elkaar.

Achtergronden

  1. Jonge kinderen hebben korte aandachtsboog en moeite met overzicht→ korte wedstrijden, kleine velden.
  2. Deelnemers maken nog missers → door de vele races is steeds ‘reset’ mogelijk en meer kans dat een wedstrijd lekker loopt.
  3. Door palaver leren → gericht met aandachtspunten aan de slag.
  4. 6 wijkregels om het overzichtelijk te houden en eerlijk varen mogelijk maken.
  5. Lunchpauze geeft rustmoment, zorgt voor verbinding tussen deelnemers, goed eten/drinken en kans om extra te bewegen (spel).

21 of 88

Formule C - Opzet bij veel of geen wind

21

C

Als het net te hard waait voor een reguliere wedstrijd dan is zo’n dag voor de C-sporter een goede kans om met hardere wind te oefenen. Uitgangspunt is dat er een eenvoudige wedstrijdbaan komt waar ze met meer begeleiding elkaar minder in de weg varen. Bijvoorbeeld halve windse recordpogingen. Hier vind je ter inspiratie makkelijke wedstrijdvormen voor starters. Om het veilig te houden kun je met deze wedstrijdvormen met de helft van het aantal boten of planken het water op waarbij deelnemers doorwisselen. Coaches kunnen zo iedereen voldoende begeleiden. Belangrijk signaal hiervan is ook: hardere wind is misschien wat spannender maar hoeft niet eng te zijn, met controle is het juist leuk!

Als het niet of veel te hard waait dan is er een alternatief programma op het water en/of aan de wal. Allerlei spelvormen zijn mogelijk. Bij voorkeur gaan we het water op om de deelnemers te laten bewegen waarbij veiligheid voorop staat1 . Zo kan bijv. een uitdagend parcours worden afgelegd met sup-planken, peddelend in boten (zonder tuig) enz.

Ook als er te weinig wind is, wordt er niet gezeild maar zijn er wel spelvormen op het water mogelijk. Zo gaat een zeildag altijd door2. Coaches kunnen bij de alternatieve programma’s het voortouw nemen, wedstrijdleiders en ouders ondersteunen.

Achtergronden

  1. Zoveel mogelijk op het water → bewegen vindt jeugd leuk, het versterkt saamhorigheidsgevoel en ze oefenen nuttige motorische vaardigheden (o.a. balanceren).
  2. Als een zeildag altijd doorgaat wordt watersport voorspelbaarder en even serieus genomen als andere sporten, de dagen staan vast in de agenda’s van gezinnen. Bij Formule C gaan door de kleinere windrange reguliere wedstrijden sneller niet door en is een alternatief programma vaker nodig.

22 of 88

22

Wedstrijden op competentie niveau C

  • C is voor de eerste kennismakingen met een wedstrijd. De nadruk ligt op plezier en basisvaardigheden
  • Doelgroep: Beginners in de wedstrijdsport
  • Kenmerken: Afgescheiden driehoeksbaan, afstandsrace of slalom/hindernis traject (geen voor-de-windse rakken) op vlak water met start en finish dicht bij de haven.
  • Meerdere korte wedstrijden van 20 minuten
  • Max. wind: 15 knopen
  • Tijd op het water: 2 blokken van 1,5 uur
  • Alternatieve activiteit op de wal aanbieden
  • Er blijft tijd over op een dag voor andere dingen dan de watersport
  • Open voor alle sporters, geen restricties op leeftijd of ervaring
  • Palaver vooraf
  • Aangepaste C-vloot regels, geen protesten, wel pro-actief overtreders aanspreken op gedrag / gevolgen van handelen
  • Begeleiders op het water geven de route aan en helpen de deelnemers rond het parcours
  • Niet-competitief karakter (geen ranking, wel -voor alle deelnemers- prijzen)
  • Geen wedstrijddocumentatie verplichtingen

23 of 88

Formule B

De basis goed leren - Hard de goede kant op varen

  • Vlak water (zoveel mogelijk).
  • Variatie in wedstrijdbanen: Sprint, Fleetrace en Marathon
  • Per dag 2 x 2 uur op het water.
  • Gezamenlijk palaver en afsluiting.
  • Gaandeweg leren deelnemers alle wijkregels incl. onderling protesteren. Eén-ronde straf.
  • Arbitrage, geen protest comité.
  • Prijzen voor opvallende deelnemers en de eersten per leeftijdscategorie. Aparte prijzen voor jongens en meisjes.
  • Geen jaarklassement.
  • Switchen tussen C en B altijd mogelijk.
  • Bij net te veel wind wél het water op voor eenvoudige wedstrijd.
  • Bij geen of veel te veel wind een alternatief op het water of op de wal.
  • Instroom: bij 15-20 knopen zelfstandig kunnen varen in rustig vaarwater (afhankelijk van klasse en leeftijd). Uitstroom: bij 25 knopen zelfstandig kunnen varen op vlak water.

23

B

24 of 88

Doelen Formule B

24

B

De B-sporter leert de basis van wedstrijdzeilen of -surfen op vlak water. Gedurende enkele seizoenen komen alle onderdelen aan bod. De sporters leren vooral altijd snel te varen, de wedstrijdregels toe te passen en strategische of tactische keuzes te maken. We willen zoveel mogelijk op vlak water racen omdat op golven snelheidsverschillen te groot worden. Sporters varen dan ver uit elkaar en vaak winnen dan dezelfde (snelle) zeilers of surfers. Bij golven ligt teveel nadruk op pure snelheid, strategie en tactiek blijven onderbelicht. Daarnaast krijgt de sporters op vlak water een veel betere basis voor boot- of plank gevoel.

De bovengrens van de wedstrijden past bij wat de beginnende B-sporters nét aankunnen: 16-20 knopen wind afhankelijk van de klasse, leeftijden, ervaring in de groep, golven enz. (zie ook Wind & Vaarwater). Per dag zijn de sporters 4 uur op het water (bij voorkeur 2 x 2 uur). De hele wedstrijddag is ingericht op de minder ervaren sporters; zij moeten zelfstandig met controle over de baan kunnen varen. Het doel blijft dat sporters optimaal leren. Daarvoor is het belangrijk dat iedereen tijdens het racen steeds tegenstanders dicht bij zich heeft om te kunnen zien wanneer of hij het goed doet of niet. Als het net te hard waait dan is er een eenvoudige wedstrijdvorm die ook beginnende B-sporters kunnen varen. Overleg tussen wedstrijdleiding en klassencoach is cruciaal om hierin passende keuzes te maken.

De meer ervaren B-sporters willen we gedurende een seizoen blijven uitdagen. Dat kan o.a. door variatie met drie soorten wedstrijdbanen. De één houdt van korte sprintraces, de ander komt op een lange baan goed uit de verf.

Tijdens een evenement kunnen op dezelfde baan en evt. in dezelfde startgroep zowel B- als A-sporters varen. Er zijn prijzen voor de snelsten in verschillende leeftijdscategorieën en ook prijzen voor opvallende sporters. Er wordt geen jaarklassement gepubliceerd. Instroom in de B is op elk moment mogelijk, doorstroom naar de A of een andere klasse gaat over in overleg met de coach.

Internationale klassen organiseren soms evenementen die ook geschikt zijn voor B-sporters (zoals RS Feva Worlds).

25 of 88

Formule B Zeilen - Opzet reguliere dag

25

B

Gedurende het seizoen zijn er allerlei verschillende soorten wedstrijden1:

  • Sprintraces van 10-15 minuten in startgroepen van max. 16 deelnemers.
  • Fleetraces van 25-30 minuten.
  • Marathon van ca. 1 uur op een lange baan met ook halve en ruime windse rakken.

Klik op de link voor de uitwerking van de raceformats.

In het ideale geval kijkt de wedstrijdleiding samen met coaches hoeveel ervaring de grote groep B-zeilers heeft. Bij weinig ervaring zijn sprint- en fleetraces uitdagend, bij meer ervaring is een marathon een mooie aanvulling. Per dag zijn de zeilers 4 uur op het water, bij voorkeur in 2 blokken van 2 uur. Op een dag kunnen verschillende wedstrijdbanen worden gevaren. Elke dag (of dagdeel) start met een palaver waarbij alle sporters, coaches, wedstrijdleiding en rescue aanwezig zijn. Daar volgt o.a. een toelichting op de wedstrijdbanen van die dag. Elke zeildag wordt ook afgesloten met alle sporters, coaches en wedstrijdleiding.

Gaandeweg de B leren sporters de wedstrijdregels. Belangrijk verschil met formule A is dat er geen volledig protest comité is maar een jurylid arbitrage verzorgt. Deze arbiter is ook op het water aanwezig. Naast het opdoen van indrukken en het maken van filmpjes van duels, neemt de arbiter ook het initiatief om een verhoor te openen bij vermeend onsportief gedrag.

Achtergronden

  1. Met variatie in raceformats blijft formule B meerdere seizoenen uitdagend. Die tijd is nodig om een goede basis te leggen voordat de sporter overstapt naar formule A met golven en stroom. Door variatie worden de sporters ook een completere zeiler of surfer.

26 of 88

Formule B Surfen - Opzet reguliere dag

26

B

Gedurende het seizoen zijn er allerlei verschillende soorten wedstrijden1:

  • Slalom van … minuten in startgroepen van max. … deelnemers.
  • Fleetraces van … minuten.
  • Marathon van ca …. op een lange baan met ook halve en ruime windse rakken.

In het ideale geval kijkt de wedstrijdleiding samen met coaches hoeveel ervaring de grote groep B-surfers heeft. Bij weinig ervaring zijn sprint- en fleetraces uitdagend, bij meer ervaring is een marathon een mooie aanvulling. Per dag zijn de surfers 4 uur op het water, bij voorkeur in 2 blokken van 2 uur. Klik hieronder voor de uitwerking van de verschillende raceformats:

  • Slalom
  • Fleetrace
  • Marathon

Op een dag kunnen verschillende wedstrijdbanen worden gevaren. Elke dag (of dagdeel) start met een palaver waarbij alle surfers, coaches, wedstrijdleiding en rescue aanwezig zijn. Daar volgt o.a. een toelichting op de wedstrijdbanen van die dag. Elke zeildag wordt ook gezamenlijk afgesloten.

Gaandeweg de B leren surfers de wedstrijdregels. Belangrijk verschil met formule A is dat er geen volledig protest comité is maar een jurylid arbitrage verzorgt. Deze arbiter is ook op het water aanwezig (voor o.a. actief jureren op onsportief gedrag).

Achtergronden

  1. Met variatie in raceformats blijft formule B meerdere seizoenen uitdagend. Die tijd is nodig om een goede basis te leggen voordat de sporter overstapt naar formule A met golven en stroom. Door variatie worden de sporters ook een completere zeiler of surfer.

27 of 88

Formule B- Opzet bij veel of geen wind

27

B

Als het net te hard voor de beginnende B-sporters om reguliere wedstrijden te varen dan is er - net als bij formule C - een alternatieve wedstrijdvorm. Bij O13 geldt dat vanaf ca. 16 knopen, bij O16 ligt de grens met 18-20 knopen wat hoger. Een alternatief kan bijv. een halve windse recordpoging zijn. Deelnemers kunnen dan achter elkaar starten en komen veel minder boten tegen op de baan. Beginnende B-sporters die nog weinig controle hebben kunnen dan met extra begeleiding wel het water op en leren. Eventueel kunnen sporters doorwisselen vanaf de coachboot, er zijn dan minder sporters op het water die begeleiding nodig hebben en iedereen kan toch varen.

Als het te hard waait om te zeilen is er wel een gezamenlijke activiteit, het liefst op het water (in de luwte)1. Boten zonder tuig met peddels, sup-planken enz. kunnen gebruikt worden op een uitdagend parcours worden afgelegd. Allerlei spelvormen zijn mogelijk. Ook als er te weinig wind is, wordt er niet gezeild maar zijn er wel spelvormen op het water. Een zeildag gaat zo altijd door2. Coaches kunnen hier het voortouw nemen, wedstrijdleiders ondersteunen. De

Een hele dag een alternatief verzorgen is teveel gevraagd van vrijwilligers bij de vereniging. Iedere coach kan iets organiseren voor de hele groep, in de uitvoering ondersteund door andere coaches. Actieve spellen kunnen afgewisseld worden met workshops over bijv. wedstrijdregels, gameplan, bootwerk, zeiltrim, hanghouding enz. Door dit in een circuitvorm te organiseren met enkele stations ontstaat een combinatie van water- en wal activiteiten. Eventueel kunnen coaches een deel van de dag ook nog met hun eigen groep aan de slag gaan.

Achtergronden

  1. Zoveel mogelijk op het water → bewegen vindt jeugd leuk, het versterkt ook saamhorigheidsgevoel en sporters oefenen nuttige motorische vaardigheden (o.a. balanceren).
  2. Als een zeildag altijd doorgaat wordt watersport voorspelbaarder en even serieus genomen als andere sporten, de dagen staan vast in de agenda’s van gezinnen.

28 of 88

28

Wedstrijden op competentie niveau B

  • B is een volledige race ervaring op vlak water, maar zonder de fysieke vereisten, de concurrentie en het competentieniveau van de A vloot.
  • Doelgroep: Zich ontwikkelende sporters, die het wedstrijdniveau C zijn ontgroeid.
  • Kenmerken: Volledige wedstrijdervaring op grotendeels vlak water
  • Max. wind: 20 knopen
  • Tijd op water: 3-4 uur. Altijd net wat eenvoudiger / korter / minder inspannend dan de A vloot
  • Regels: Regels voor Wedstrijdzeilen volledig van toepassing, wel protesten, maar bij voorkeur on-the-water-judging of op basis van arbitrage. Nadruk op uitleg (na afloop) en leren van de regels i.p.v. op de uitslag van het protest
  • Geen jaar ranking, wel overall prijzen/klassement per evenement
  • Zelf selecterend: sporters beslissen i.s.m. Trainer/Coach/Begeleider per evenement om in B of A vloot te starten. Het is altijd mogelijk om van B naar C te switchen

29 of 88

Formule A

UItdagende omstandigheden, grote velden

29

A

  • Groot water met golven en evt. stroom.
  • Wedstrijdbaan volgens internationale standaard.
  • Per dag 5 uur op het water.
  • Gezamenlijk palaver en afsluiting.
  • Volledige wedstrijdreglement (met twee-ronden straf in 1-persoonsboten).
  • In grote wedstrijden jury op het water voor Regel 42 en 69.
  • Prijzen voor de eersten per leeftijdscategorie. Aparte prijzen voor jongens en meisjes.
  • Jaarklassement.
  • Switchen tussen B en A kan tot 3 wedstrijden in de A.
  • Instroom: tot 20 knopen kunnen racen op vlak water, met 25 knopen zelfstandig op rustig en vlak water kunnen varen. Uitstroom: bij 25 knopen zelfstandig kunnen racen op groot water met golven en stroom in grote velden.

30 of 88

Doelen Formule A

30

A

Als jeugdsporters formule A varen is wedstrijdzeilen of -surfen hun hoofdsport. Ze volgen een programma waarin ze al snel twee of drie keer per week zeilen. De belangrijkste wedstrijden van formule A zijn op groot water met golven en evt. stroom in grote velden. De sporters leren in al deze omstandigheden hard te varen, te starten vanaf een drukke startlijn en slimme strategische of tactische keuzes te maken1. Met deze ervaring kunnen ze ook deelnemen aan internationale wedstrijden.

De bovengrens van de wedstrijden passen bij wat de gevorderde A-sporter aankan: max. 25 knopen wind zonder pauze aan de wal. De wedstrijdbaan is groter en ligt daardoor vaak verder weg van de haven. Een wedstrijddag is ingericht op de ervaren sporter; de minder ervaren A-sporters zijn zelfredzaam en gemotiveerd genoeg om een deel van de dag evt. in ‘overlevingsmodus’ te varen. Het criterium is dat het voor iedereen veilig is en dat de gevorderde A-sporter nog in de ‘racemodus’ kan varen.

In formule A is nog steeds het doel dat sporters leren. Het gaat naast technische en tactische skills nu om o.a. fysieke ontwikkeling, samenwerken en mentale ontwikkeling. Leren presteren krijgt meer aandacht, prijzen zijn er vanaf formule A dan ook alleen voor de eersten in het klassement. Tegelijkertijd staan in de coaching - zeker bij Onder 16 - resultaten niet op de voorgrond. Ook is het volledig toepassen van het wedstrijdreglement inclusief protest-behandeling en sportief varen een belangrijk onderdeel. Al met al is formule A een leeromgeving waarin sporters al deze skills kunnen leren. Coaches, wedstrijdleiding en jury werken samen om een stimulerend sportklimaat te bieden. Gaandeweg formule A stroomt de sporter door naar een volgende jeugdklasse of naar de senioren.

31 of 88

31

Wedstrijden op competentie niveau A

  • In de A vloot gaat een watersporter de uitdaging aan met golven en eventueel stroom, op groot water en in grote velden. Om de vaardigheden te testen tegen de beste sporters op het evenement.
  • Doelgroep: Gevorderde sporters met ruime wedstrijdervaring en voldoende fysieke ontwikkeling
  • Kenmerken: Volwaardige wedstrijden conform de richtlijnen van de (internationale) klassenorganisatie, mogelijk op open en/of stromend water met golven, niet noodzakelijk in de nabijheid van een haven
  • Meerdere wedstrijden van 45 minuten
  • Max. wind: 25 knopen
  • Tijd op water: 4–5 uur, eventueel langer bij goede omstandigheden
  • Regels: Regels voor Wedstrijdzeilen volledig van toepassing .Protesten enkel conform Regels voor Wedstrijdzeilen, maar geschil op het water ook te bespreken tussen zeilers, trainer/coaches en overige begeleiders onder supervisie van een regel expert. Nadruk ligt op iedere geschil uitspreken en uitleggen, niet noodzakelijk om ander ‘eruit te protesteren’
  • Volledig competitief karakter, nationale ranking mogelijk. Vieren van succes

32 of 88

32

Betrokkenheid Wedstrijdorganisaties

  • Tijdens alle (jeugd)wedstrijden aandacht besteden aan de Richtlijn Eerlijke & Respectvolle Sport
  • Wees duidelijk voor welk competentieniveau je de wedstrijd organiseert en vermeld dit in de Aankondiging / Notice of Race en op de Wedstrijdkalender
  • Benadruk dat inschrijvers van B tijdens het evenement naar C kunnen switchen en, indien van toepassing, van A naar B.
  • Zorg voor goede en individuele begeleiding voor alle sporters in C - middels spelbegeleiders - en voor een goede en specifieke begeleiding bij geschil op het water voor alle categorieën, ook indien er geen protest wordt ingediend
  • Zorg voorafgaand, tijdens en na het evenement voor goede en open communicatie met sporters, officials, trainer/coaches en overige begeleiders
  • Ongeacht het competentieniveau, is fun door deelname de doelstelling voor alle betrokkenen

33 of 88

Wind & Vaarwater

33

C

De wedstrijdbaan ligt op vlak water dichtbij de wal met een stabiele wind. Deze ideaal-situatie is nauwelijks te vinden, per locatie zullen de omstandigheden verschillen. Belangrijk is een snelle uitwijkmogelijkheid naar een hogerwal, de haven, een ponton of groot schip. Mooi als toeschouwers vanaf de kant of een toeschouwersboot de wedstrijden kunnen volgen. Door dichtbij de haven te liggen gaat er weinig tijd verloren met heen-en-weer varen naar de baan. Keuze van het vaarwater kan in deze volgorde van prioriteiten:

  1. Vlak water
  2. Snelle uitwijkmogelijkheid
  3. Stabiele wind
  4. Dichtbij de haven

Hoeveel wind de sporters aankunnen hangt erg van de leeftijd af. Van beginnende C-sporters mogen we het volgende verwachten:

  • Onder 13 jaar: kunnen tot 12 knopen wind met hulp varen.
  • Onder 16 jaar: kunnen tot 16 knopen wind met enige begeleiding varen.

De grenzen in windkracht zijn niet keihard; overleg tussen wedstrijdleiding en coaches is nodig voor een beslissing die past bij de ervaring van de sporters.

Achtergrond

  • De richtlijn is racen tot maximaal 15 knopen wind. Boven deze windkracht heeft een beginnend C-sporter op een wedstrijdbaan te weinig controle met anderen dicht bij zich. Omdat er vaak beginnende C-sporters zijn passen we de wedstrijddag op hen aan.

34 of 88

Wedstrijdbanen Formule C

34

C

Hier vind je voor de verschillende klassen de wedstrijdbaan die we in formule C bij een reguliere wedstrijddag gebruiken:

35 of 88

35

Overzicht van links naar gerelateerde documentatie

Let wel dat veel van deze documenten nog Work in Progress zijn of in sommige gevallen ingehaald door nieuwe ontwikkelingen, maar wel inzicht bieden in de breedte van het CBA competentie model

36 of 88

Hoe nu verder

36

37 of 88

Op korte termijn

Orientatie op leerlijnen en daar in de praktijk vorm aangeven bij je club of klasse organisatie

Vorm van passieve feedback vanuit praktijkervaringen via mailingform naar Trainer Coach Cie

Evaluatie in live meeting begin september via intervisie binnen workshop meeting online en splitsing in C, B en A

Opzetten trainers community onder Watersportverbond met verschillende subgroepen door opleidingen/TCC

37

38 of 88

Bijscholingsdag op zaterdag 14 november 2026

Uitwisseling via intervisie van ervaringen tot dan toe

Competentieprofiel/Takenpakket

  • van trainingskader op C-niv
  • van trainingskader op B-niv
  • van trainingskader op A-niv

Voeren van gesprekken met

  • zeilers, gericht op groei en nieuwe uitdagingen
  • ouders, gericht op ontwikkeling en beleving plezier van kind
  • collegae, gericht op samenwerken, delen van ervaringen en intervisie
  • bestuurders, gericht op beleid, uitvoering, samenwerking, organisatie en logistiek�

38

39 of 88

Bijscholingsdag zaterdag 6 februari 2027

Inventarisatie wat verder aan te pakken vanuit intervisie in najaar 2026 en onderbrengen in workshops�

39

40 of 88

Ontwikkelen ondersteunend materiaal en publicatie hiervan in de digitale omgeving van het Watersportverbond via de Watersport Academy �

40

41 of 88

Contact

Algemeen

wedstrijdsport@watersportverbond.nl

Trainer Coach Cie

secretariaat.tcc@watersportverbond.nl

42 of 88

Vragen

43 of 88

Bonusmateriaal

ter

verdieping

44 of 88

IK KAN HET ZELF

Lekker racen begint met de boot boot of plank (bijna) onder controle hebben.

En dan zelf de regie hebben, zelf keuzes maken, trots zijn dat je het zelf hebt gedaan.

45 of 88

2. Uitdaging

UITDAGING

Competitie die past bij eigen niveau zet je op scherp en daagt uit.

Ook hard fun: hard werken of een moeilijke oefening geeft voldoening.

Variatie geeft nieuwe prikkels.

46 of 88

SAMEN

Met elkaar is beter, gezelliger, leuker.

Alleen of samen in een boot, bij een grotere groep horen is voor velen belangrijk.

Saamhorigheid en samenwerking motiveert.

© Laurens Morel ●∙saltycolours.com

47 of 88

BEWEGEN

Bewegen op het water en op de wal. Er is van alles mogelijk. Goed en leuk.

Watersport-atleet zijn is een goede basis voor ‘sailor for life’.

Bewegen is ook gewoon lekker.

48 of 88

GROEI

Iets nieuws leren en er steeds beter in worden levert veel voldoening op. Voor velen

Willen winnen is voor de één een extra stimulans, voor de ander een rem op groei. Met nadruk op blijven leren krijgen we liefhebbers van de sport.

© Laurens Morel ●∙saltycolours.com

49 of 88

Opzet

49

A

De belangrijke wedstrijden hebben een wedstrijdbaan volgens de internationale standaard in de betreffende klasse (bijv. bij Optimist IODA-baan). Per dag zijn de deelnemers ca. 5 uur op of bij de wedstrijdbaan. Bij goede omstandigheden kan dit een keer langer zijn om vooruit te kunnen lopen op een schema of wedstrijden in te kunnen halen. Omdat de baan groter is ligt deze vaak verder van de haven. Dat vraagt extra vaartijd om bij de baan te komen. Kenmerken van de wedstrijden zijn:

  • Streeftijd 45 min. voor de snelste bij 1-persoonsboten, 25 min. bij 2-persoonsboten.
  • Starten tot max. 25 knopen.1

Race op groot water wordt aangevuld met wedstrijden op binnenwater. Bij deze vaak regionale evenementen kunnen A- en B-sporters op dezelfde baan en evt. in dezelfde startgroep varen. Er is een apart A- en B-klassement.

Evenementen op groot water met golven en/ of stroom bieden alleen formule A2. Uitzondering zijn lokale wedstrijden van verenigingen aan Markermeer, IJsselmeer en stromende Zeeuwse wateren, zij kunnen wél formule B bevatten. Het gaat hier om club- en regionale wedstrijden waar rekening wordt gehouden met voor B-sporters (soms) te moeilijke omstandigheden (zie ook Formule B - Wind & Vaarwater).

Achtergronden

  1. De genoemde grens van 25 knopen wind is niet keihard; afhankelijk van golven, stroom, temperatuur, neerslag, zicht en voorspellingen voor de rest van het evenement neemt de wedstrijdleiding een beslissing.
  2. Belangrijk voor de groei van jeugdwedstrijdsport is een volwaardig circuit met regionale B-wedstrijden bij de verenigingen. Dichtbij en laagdrempelig. Het is niet wenselijk dat er daarnaast een landelijk circuit van B-wedstrijden ontstaat. Want dan zullen de B-velden bij de verenigingen bestaansrecht verliezen en wordt zeilen of surfen alleen nog als hoofdsport te beoefenen.

50 of 88

Toelichting

Formule C

50

51 of 88

Wedstrijdbaan voor 1-persoons boten

51

C

De standaard baan is een driehoeksbaan met bakboord ronden. Start en finish zijn dezelfde lijn. De zijboei ligt iets hoger dan de start/ finish om bij de bovenboei ruime windse boten over bakboord vrij te houden van aan-de-windse boten over stuurboord. Er wordt bij een streeftijd van 15 minuten bij voorkeur één ronde gevaren. Als er meer dan 20 boten zijn dan zijn er twee startgroepen bijv. ingedeeld naar leeftijd (O11, O13, O16).

Als het kruisrak nog moeilijk is, dan kan het eerste kruisrak iets scheef worden gelegd (niet bezeild) waardoor er een lange slag ontstaat waardoor deelnemers de boei kunnen blijven zien. Wanneer zeilers ver achterop liggen kunnen coaches hen vanaf de zijboei laten finishen. De wedstrijdleider schrijft hen dan op de finishlijst achter de laatste die om de onderboei ging.

Achtergronden

  • De zijboei zorgt voor een vast gijp moment.. Het geeft overzicht in een spannend moment. Beginnende C-zeilers hebben nog te weinig wind oriëntatie voor een vrij gijp moment in een voor-de-winds rak.
  • Met één ronde houden deelnemers het overzicht en ligt het veld niet te ver uit elkaar.
  • Dat iedereen finisht is belangrijk voor succeservaringen.

52 of 88

Wedstrijdbaan voor 2-persoons boten

52

C

C

Up-downbaan met bakboord ronden1. Start en finish zijn dezelfde lijn. Die lijn mag in het voor-de-windse rak niet doorkruist worden. Bij een streeftijd van 15-20 minuten worden bij voorkeur twee rondes gevaren.

Belangrijk bij gennaker en spinnaker boten: de zeilers kiezen zelf of ze met of zonder kite varen. In het palaver wordt er wel op aangedrongen dat ze onder 10 knopen wel de kite gebruiken zodat de vloot zoveel mogelijk bij elkaar blijft.

Achtergronden

  1. Er is geen vast gijp moment omdat het met gen- of spinnaker gemakkelijker is om zelf het moment te kiezen en voor te bereiden. Zeilers weten dat ze ergens ter hoogte van de start-/finishlijn moeten gijpen en kunnen ze op tijd beginnen met de voorbereidingen.
  2. Onder 10 knopen willen we stimuleren dat zeilers oefenen met de kite. Boven 10 knopen kunnen boten zonder kite nog redelijk in de buurt blijven. De vaak wat oudere zeilers krijgen hiermee zelf meer regie en kunnen dat ook aan. De keuze wel/ geen kite is ook een tactische keuze, wordt onderdeel van het spel..
  3. Twee rondes omdat de vaak wat oudere zeilers beter overzicht houden en ook met tweeën zijn. Bij boeirondingen zijn er kansen om in te halen en kunnen ze extra oefenen met ‘boathandling’/ de bocht om.

53 of 88

Wedstrijdbaan Shortboard

53

C

C

54 of 88

Wedstrijdbaan Plankzeilen

54

C

C

55 of 88

Start & Finish

55

C

De startprocedure is 5-4-1-Start. De minuten worden omgeroepen (zo mogelijk met versterking), de laatste secondes mee hardop afgeteld1. De klassenvlag (op 5 min.) is de F-vlag (‘spekkie vlag’) of een vlag met een C erop gedrukt. De P-vlag wordt altijd gebruikt bij 4 min. en gaat op 1 min. omlaag. Er is geen individuele of algemene terugroep. Deelnemers die maar iets te vroeg starten en daar geen duidelijk voordeel van hebben varen gewoon verder1. Sporters die veel te vroeg starten krijgen van een coach/ spelleider te horen dat ze één rondje moeten draaien. De inschatting van wel of niet een rondje laten draaien is aan de coach/spelleider2.

Om de vloot bij elkaar te houden kunnen coaches/ spelleiders achterblijvers de laatste boei laten overslaan en hen direct naar de finish laten varen of de coachboot laten ronden. Deze sporters finishen wel altijd achter degenen die hele baan hebben gevaren. Met deze aanpak kan er snel doorgestart worden waarbij de achterblijvers ook hun broodnodige pauze krijgen.

Achtergronden

  1. Zo hoeven sporters in dit spannende laatste moment niet ook nog op hun starthorloge te kijken (mag uiteraard wel).
  2. Op deze manier leren kinderen op een positieve manier steeds beter starten.

56 of 88

Regels

56

C

Als boten elkaar tegenkomen zijn er zes wijkregels die we gebruiken1. Niks meer en niks minder zodat iedereen ze kan onthouden en het spel voor iedereen hetzelfde is. De regels zijn:

  1. Niet botsen (RvW 14).
  2. Stuurboord wijkt voor bakboord (RvW 10).
  3. Loef wijkt voor lij (RvW 11).
  4. Degene die van achter komt over dezelfde boeg wijkt (RvW 12).
  5. Tijdens overstag gaan vrijblijven2 (RvW 13).
  6. Bij de zij- en onderboei moet de buitenste boot wijken3 (RvW 18 vereenvoudigd).

Verder: één rondje draaien bij een overtreding, te vroeg starten of de boei raken. Dat kan op eigen initiatief of aangegeven door een spelleider. Als de baan niet goed gezeild wordt dan gaat de deelnemer terug om de boei goed te ronden. Op aangeven van een spelleider kan een sporter een boei overslaan om de achterblijvers nog bij de groep te houden.

Deze set regels is afgeleid van de World Sailing Introductory Rules of Sailing 2008.

Achtergronden

  1. Als we meer regels hanteren. dan kunnen de jonge sporters dit niet allemaal toepassen. En er zijn dan ook talloze overtredingen waar spelleiders dan op zouden moeten reageren. Het leidt af van waar voor beginnende wedstrijdsporters de focus het beste kan liggen: controle en snelheid houden, de 6 belangrijkste regels toepassen en op de baan blijven.
  2. Vrijblijven tijdens de overstag is belangrijk om bij de bovenboei bakboord-stuurboord situaties te vermijden.
  3. Er is nog geen 3-lengten zone, beginners hebben het te druk bij de boeien en jonge kinderen kunnen sowieso dit soort afstanden moeilijk inschatten.

57 of 88

Begeleiding: spelleiders (geen protesten)

57

C

De coaches van alle deelnemende verenigingen zijn spelleiders en onafhankelijk. Zij helpen deelnemers in de achterhoede en sturen bij op veiligheid en eerlijk zeilen (6 regels). Er kan geen protest ingediend worden. Coaches/spelleiders leren sporters zelf hun straf te nemen door hen een rondje te laten draaien bij een overtreding. Sporters kunnen na de wedstrijd, bij de coaches aangeven als iets niet eerlijk is gegaan. Dit wordt dan uitgelegd en indien van belang voor de hele vloot besproken in het palaver.

Sommige groepen deelnemers komen met hun eigen coach, anderen hebben geen eigen coach. In formule C worden alle sporter door alle coaches begeleid. Deelnemers zonder eigen coach krijgen een coach toegewezen waar ze tussen de wedstrijden door terecht kunnen.

Het heeft de voorkeur om voor een serie van C-evenementen één of twee vaste klassencoaches te hebben. Zij zijn aanspreekpunt voor deelnemers en ouders. Nieuwe deelnemers maken ze wegwijs en sporters zonder eigen coach brengen ze onder bij een groepje. Op deze manier zijn ook alle deelnemers in beeld en worden ze ook echt gezien.

De vaste coach neemt ook het voortouw in de samenwerking tussen de coaches. Gezamenlijk maken ze een plan voor de begeleiding op het water (Wie vaart waar? Hoe communiceren we met elkaar? enz.). De vaste coach is ook de gespreksleider bij het palaver (zie verderop) en overlegt met de wedstrijdleider over het verloop van de wedstrijden.

58 of 88

Palaver

58

C

Bij het palaver zijn alle deelnemers, wedstrijdleider(s) en de coaches/ spelleiders aanwezig. Het ochtend palaver duurt ca. 15 min waarbij de volgende onderwerpen elke keer weer aan bod komen:

  • Weerbericht
  • Programma van de dag
  • Wedstrijdbaan
  • Zes wijkregels
  • Aandachtspunt voor komend dagdeel: waar gaan we op letten met z’n allen, hoe dat ging bespreken we bij volgende palaver.

Voor de jeugd is het belangrijk om alles visueel te maken. Zoveel mogelijk groot en duidelijk tekenen of met plaatjes presenteren maakt het begrijpelijk. Interactie maakt het krachtig: deelnemers die al een paar keer meegedaan hebben kunnen bij de tekening uitleggen hoe het werkt voor de nieuwkomers.

Het palaver in de middag is vooral stimulerend en motiverend. Belangrijke veranderingen in het weer of de baan worden gemeld. De meeste tijd gaat uit naar hoe het ging met het aandachtspunt van die ochtend en de intro van een nieuw aandachtspunt voor de middag.

59 of 88

Prijzen & Klassement

59

C

Voor alle deelnemers is er een medaille of ander aandenken voor het meedoen. Prijzen zijn er voor sporters die opvallen: we willen hen belonen voor hun inzet, uitproberen, oefenen en sportief zeilen. Denk hierbij aan een prijs voor de sportieveling, de doorzetter, de goede starter, de harde werker, de slimmerik, de goede hanger, de snelste stijger (= Most Improved Player MIP) enz. Iedere vereniging kan hier met bijv. ‘certificaten’ eigen typen prijswinnaars benoemen, ook afhankelijk van wat er die dag is gebeurd. Eenzelfde soort (lees: gelijkwaardige) prijs kan er zijn voor de 20% eersten van het klassement: het groepje snelle sporters komt collectief naar voren bij de prijsuitreiking. Als in de top 20% ook juist opvallende deelnemers zijn, dan kan prijs voor het klassement vervallen of terloops worden genoemd.

Er kan per evenement een klassement worden bijgehouden, maar dit wordt evt. pas na afloop van het evenement gepubliceerd. Er is geen jaarklassement. Omdat er in deze leeftijdsfase vaak nog weinig fysieke verschillen zijn tussen meisjes en jongens is er geen onderscheid tussen hen.

Achtergronden

Bij kinderen tot 12 jaar (basisschoolleeftijd) willen we sportplezier en groei op de voorgrond en resultaat op de achtergrond. We willen de groeimindset stimuleren zodat sporters veel oefenen en uitproberen. Dat ze focussen op beter zeilen i.p.v. prijzen te halen. In de basisschoolleeftijd zijn vaak de hersenen nog niet klaar om goed om te gaan met resultaten. De deelnemers die vooraan varen krijgen vaak hoge verwachtingen, gaan hun aandacht (en emoties!) richten op resultaat en concentreren zich veel minder op hoe ze zeilen. De nog minder goede sporters voelen zich in een prestatie omgeving niet gewaardeerd. Sommige kinderen gaan door de wil om te winnen extra ‘aan’. Het motiveert hen slechts voor de korte termijn en draagt niet zoveel bij aan permanent plezier op het water. Tot ca. 10 jaar willen we spelenderwijs bezig zijn. Bij de late basisschoolleeftijd verschilt het erg per individu of plezier, leren en presteren samen kunnen gaan. Vanaf middelbare schoolleeftijd gaan jongeren veel beter overzien wat zij zelf hebben gedaan om tot een goed resultaat te komen.

60 of 88

Instroom & Doorstroom

60

C

Nieuwe zeilers of surfers kunnen op ieder moment van het seizoen instromen in formule C. En ze kunnen op elk moment doorstromen naar het B-niveau.

Wanneer deelnemers vaak vooraan in het veld te vinden zijn, gaat de coach met hen (en de ouders) in gesprek om door te stromen naar formule B. Doorstromen mag, maar moet niet. Als het B-niveau toch te hoog gegrepen is (bijv. door de omstandigheden of de locatie) dan kan een sporter altijd weer meedoen bij formule C. Dit kan zelfs gedurende een wedstrijddag. Zoveel mogelijk lekker blijven varen …!

61 of 88

Dagprogramma - voorbeeld

61

C

8:30 u Meeting coaches en wedstrijdleider(s)

Optuigen en omkleden

9:30 u Palaver ochtend

10:00 u Haven uit, naar de wedstrijdbaan

10:30 u Race 1 t/m 3

12:15 u Lunch

12:45 u Palaver middag

13:15 u Haven uit, naar de wedstrijdbaan

13:45 u Race 4 t/m 6

15:30 u Afsluiting, prijsuitreiking

16:00 u Naar huis

62 of 88

Dagdeelprogramma - voorbeelden

62

C

OCHTEND�8:30 u Meeting coaches en wedstrijdleider(s)

Optuigen en omkleden1

9:30 u Palaver

10:00 u Haven uit, naar de wedstrijdbaan

10:30 u Race 1 t/m 3 of 4

12:00 u Haven in

12:15u Omkleden en aftuigen1

12:30 u Afsluiting, prijsuitreiking

13:00 u Opruimen en naar huis

MIDDAG�12:30 u Meeting coaches en wedstrijdleider(s)

Optuigen en omkleden1

13:30 u Palaver

14:00 u Haven uit, naar de wedstrijdbaan

14:30 u Race 1 t/m 3 of 4

16:00 u Haven in

16:15 u Omkleden en aftuigen1

16:30 u Afsluiting, prijsuitreiking

17:00 u Opruimen en naar huis

  1. Ervan uitgaande dat het materiaal bij de vereniging staat, hoeft op- en aftuigen niet veel tijd te kosten.
  2. Er is op een avond minder tijd dan bij een ochtend of middag, het streven is om twee uur op het water te zijn. Anders is het de moeite haast niet waard om boten op- en af te tuigen en om te kleden.
  3. Ervan uitgaande dat avondwedstrijden in het seizoen elke week plaatsvinden, hoeft de afsluiting niet lang te duren. Er is bijv. niet elke keer een prijsuitreiking. Wel is er altijd een korte, positieve afsluiting met de leerpunten benoemd.

AVOND�17:00 u Meeting coaches en wedstrijdleider(s)

Optuigen en omkleden

17:30 u Palaver

17:45 u Haven uit, naar de wedstrijdbaan2

18:15 u Race 1, 2 en evt 3

19:15 u Havenrace

19:45 u Omkleden en aftuigen

20:10 u Afsluiting3

20:15 u Naar huis

63 of 88

Wedstrijdvormen voor net te veel wind (1)

63

C

HALVE WIND ‘TIJDRIT’

  • Deelnemers starten achter elkaar aan.
  • De tijd start als de deelnemer over de startlijn vaart.
  • Iedereen doet 3-5 pogingen.
  • Streeftijd is ca. 7 min. per poging.
  • Wedstrijdleiding neemt start- en finishtijd op (m.b.v. app?).
  • Eventueel een extra boei voor twee ronden (overstag bij de boei, bakboord ronden).

VARIANT: HALVE WIND TIJDRIT ESTAFETTE

  • In 2-tallen, het gaat om de tijd die je samen vaart.
  • De tijd start als de eerste deelnemer over de lijn vaart.
  • De 2e deelnemer start nadat de 1e over de finish is (uitdaging is om bij de start te zijn als teamgenoot finisht
  • Streeftijd is nu ca. 3 min per ronde om de wachtende deelnemer niet te lang te laten wachten.
  • Een race kan bestaan uit bijv. 6 ronden zodat iedere sporter 3x de baan vaart.
  • Variant: één boot of plank per team, sporters stappen steeds over vanuit een coachboot of vanaf een vlot.

B

64 of 88

Wedstrijdvormen voor net te veel wind (2)

64

C

LINKS OF RECHTS?

  • Zeilers mogen kiezen of ze de linker- of rechter bovenboei ronden.
  • Altijd de bovenboei ronden met een overstag (van buiten naar binnen).
  • Bovenboeien zijn net wél of net niet bezeild.
  • Rechter bovenboei ligt iets dichter bij (i.v.m. stuurboord wijkt voor bakboord bij de start).

65 of 88

Spelvormen voor geen of veel te veel wind

65

C

B

Bij te weinig en veel te harde wind willen we wel nog zoveel mogelijk het water om sporters te laten bewegen en wedstrijdbeleving te bieden. Een zeildag wordt nu een mooie watersportdag. Activiteiten op het water kunnen uiteraard ook gecombineerd worden met spellen op het wal. Hier vind je veel spelvormen. Een greep hieruit is:

OP HET WATER

  • Touwtrekken tussen 2 boten met ieder 3 zeilers erin: 2 zeilers peddelen, 1 stuurt. Eerst oefenen, daarna competitie. Kan ook met surfers op planken.
  • Peddelrace met 2 of 3 zeilers per boot die een parcours met hindernissen varen.
  • Suppen: parcours met hindernissen.
  • Suppolo: 2 teams, 2 goals en een bal → proberen te scoren bij elkaar (opzet en spelregels vind je hier).
  • … enz enz.

OP DE WAL

  • Een beweegbaan of allerlei spelletjes met balanceren, lopen, duwen/ trekken, hangen, klimmen, gooien/ vangen enz enz. (voorbeelden te zien op watersportacademyonline.nl/course/section.php?id=1129)
  • 30 seconds met zeiltermen, Optimisten kwartet, Zeil bingo.
  • Een challenge met hangen in de boten op de trolley.
  • Op een veld of parkeerplaats in een loopspel strategie, tactiek of starten oefenen.
  • Clinic/ theorie over een zeiltechnisch onderwerp.

66 of 88

Toelichting

Formule B

66

B

67 of 88

Wind & Vaarwater

67

B

De wedstrijdbaan ligt zoveel mogelijk op vlak water. Afhankelijk van de klasse, leeftijden, golven, temperatuur enz wordt een reguliere wedstrijd gevaren tot max. 20 knopen. De bovengrens van de windkracht is dus niet keihard en verschilt per locatie. Overleg tussen wedstrijdleiding en coaches/ klassencoach is in die gevallen nodig om een passende beslissing te nemen. Veiligheid is daarbij uiteraard de prioriteit. Daarnaast is het criterium dat de beginnende B-sporters niet alleen maar in de ‘overlevingsmodus’ zitten, dat zij ook aan het spelletje van racen toekomen. We passen de wedstrijddag op hen aan waarbij het niet ten koste mag gaan van de meer ervaren B-sporters. Overschakelen naar een eenvoudigere wedstrijdbaan kan het voor alle sporters behapbaar én uitdagend maken. Bijvoorbeeld een halve windse recordpoging. Als een enkele, beginnende B-sporter het niet de hele dag volhoudt is het niet erg wanneer hij voor een laatste race van die dag eerder naar de kant gaat.

Het kan zijn dat daardoor de wedstrijdbaan verder weg ligt van de haven, bijvoorbeeld om bij een hogerwal te kunnen racen. Dat vraagt extra vaartijd om bij de baan te komen. Op enkele locaties in Nederland is het bij bepaalde windrichtingen niet mogelijk om vlak water op te zoeken (bijv. Muiden, Hoorn, Medemblik, Hellevoetsluis). Om de fysieke belasting in de hand te houden is het advies om in die omstandigheden minder lang en wellicht tot bijv. 16 knopen te racen.

68 of 88

Zeilen - Sprintrace

68

B

Kenmerken:

  • Min. 7 en max. 16 boten per startgroep.
  • Streeftijd 15 minuten voor de snelste.
  • Waarschuwingssignaal op 3 min., voorbereiding op 2 min.
  • Startgroepen kunnen ingedeeld worden op leeftijd.

69 of 88

Zeilen - Fleetrace

69

B

De soort baan die hier wordt gebruikt kan variëren van een up-down, inner-outerloop, driehoek-lus, IODA baan enz. Kenmerken zijn:

  • Zoveel mogelijk in-de-windse en voor-de-windse rakken.
  • Streeftijd 25 minuten voor de snelste.
  • Streven naar min. 2 races per dagdeel.
  • Startgroepen van max. 40 deelnemers ingedeeld op
    • leeftijd,
    • niveau (B/ A) of
    • wisselende samenstelling (random) ingedeeld door comité.

70 of 88

Zeilen - Marathon

70

B

De baan die gezeild wordt bestaat uit een aantal (vaste) boeien verdeeld over het meer. Er is een banenkaart (plaatje) die de deelnemers mee het water op kunnen nemen.

Kenmerken zijn:

  • Naast in-de-windse en voor-de-windse rakken ook enkele reach-rakken.
  • Streeftijd 1 uur voor de snelste.
  • Eén marathon per dag is mooi, kan aangevuld worden met fleet- of sprintraces. Streven naar min. 3 races per dag.
  • Startgroepen van max. 40 deelnemers ingedeeld op
    • leeftijd,
    • niveau (B/ A) of
    • wisselende samenstelling (random) ingedeeld door comité.
  • Finish vlakbij de haven.

71 of 88

Surfen - Slalom

71

B

Kenmerken:

72 of 88

Surfen - Fleetrace

72

B

De soort baan die hier wordt gebruikt kan variëren van een ….enz. Kenmerken zijn:

  • Zoveel mogelijk in-de-windse en voor-de-windse rakken.
  • Streeftijd … minuten voor de snelste.
  • Streven naar min. 2 races per dagdeel.
  • Startgroepen van max. … deelnemers ingedeeld op
    • leeftijd,
    • niveau (B/ A) of
    • wisselende samenstelling (random) ingedeeld door comité.

73 of 88

Surfen - Marathon

73

B

De baan die gezeild wordt bestaat uit een aantal (vaste) boeien verdeeld over het meer. Er is een banenkaart (plaatje) die de deelnemers mee het water op kunnen nemen.

Kenmerken zijn:

  • Naast in-de-windse en voor-de-windse rakken ook enkele reach-rakken.
  • Streeftijd 1 uur voor de snelste.
  • Eén marathon per dag is mooi, kan aangevuld worden met fleet- of sprintraces. Streven naar min. 3 races per dag.
  • Startgroepen van max. 40 deelnemers ingedeeld op
    • leeftijd,
    • niveau (B/ A) of
    • wisselende samenstelling (random) ingedeeld door comité.
  • Finish vlakbij de haven.

74 of 88

Regels

74

B

Beginnende B-sporters hebben door de zes regels uit formule C nog weinig kennis van het reglement. Gedurende de B-fase hebben de ze op dit gebied veel te leren: de meeste regels van deel 1, 2 en 3 plus de definities om een wedstrijd veilig en eerlijk te varen. In de leerlijnen vinden trainer-coaches precies welke regels en uitzonderingen essentieel zijn om in de B-fase te leren. We gaan ervan uit dat B-sporters ook consequent trainen op regels. Wedstrijden zijn vervolgens heel belangrijk om het geleerde ook toe te passen1. Sporters hoeven nog geen tactisch voordeel uit het gebruik van de regels te halen maar dat mag natuurlijk wel. Door gebrek aan kennis en ervaring zullen deelnemers ook regels overtreden. Prima, als ze er maar van leren.

Op B-niveau gaan we standaard uit van een één-ronde straf. Sporters gaan hiermee in meer situaties de regels uitproberen en zullen ook sneller hun straf nemen als het niet goed uitpakte.

In formule B kan de wedstrijdleiding besluiten om uit veiligheidsoverwegingen hulp aan sporters achterin het veld toe te staan. Bijv. zeilers die omslaan worden geholpen met hun boot overeind krijgen en evt. hozen. Daarmee houden ze nog wel enige aansluiting en motivatie. Deze maatregel is er ook om de wachttijd tussen wedstrijden door te beperken.

Achtergronden

  1. Het gaat niet alleen om kennis maar ook het ontwikkelen van een moreel kompas zodat sporters leren eerlijk te zeilen en protesten te gebruiken om elkaar te corrigeren.

75 of 88

Protesten → Arbitrage

75

B

eelnemers leren nadrukkelijk zelf initiatief te nemen door zelf een ronde te draaien bij een eigen overtreding en te protesteren bij een overtreding van een ander. Bij protest situaties is er arbitrage in plaats van een volledige protest behandeling met een protest comité. Bij arbitrage volgt na de wedstrijd een gesprek tussen de arbiter (jurylid) en de betreffende sporter. Coaches zijn hier altijd bij, wel uitsluitend als toehoorder. De situatie wordt besproken en de arbiter geeft zijn mening. Het is een leergesprek in plaats van een zitting met een uitspraak. De arbiter geeft een 30% score straf of puntenstraf. Bij ernstige overtredingen - en zeker waar onsportief gedrag in het geding is - kan de arbiter ook een DSQ of DNE geven.

De arbiter is gedurende de dag op het water (in een rescue-/ juryboot) om te observeren zodat hij of zij protest situaties ook in een perspectief kan plaatsen. Evt. filmt de arbiter. Er is geen on-the-water judging, ook niet voor Regel 42. De arbiter kan wel op basis van eigen waarneming van wangedrag een Regel 69-verhoor openen en deelnemers een waarschuwing, puntenstraf, DSQ of DNE geven. Zwaardere straffen kunnen alleen na een onafhankelijk onderzoek gegeven worden. Sporters hebben ook altijd het recht om tegen een Regel 69 beslissing in beroep te gaan.

Achtergronden:

  • De zeilwedstrijd sport is voor een groot deel zelfregulerend: er zijn geen scheidsrechters, sporters corrigeren elkaar door te protesteren. De B-sporters hebben hier veel in te leren, vanuit de C zijn ze het niet gewend. Wanneer er een overtreding wordt gemaakt is het doel dat de sporter leert van de situatie. Een behandeling in de protest kamer is nogal eens met veel emoties beladen waardoor de sporter niet meer leert.
  • De consequenties van arbitrage zijn - door de 30% score straf - minder groot dan bij een protest. De afhandeling gaat ook veel sneller. We willen hiermee stimuleren dat er op het water meer geprotesteerd en geleerd gaat worden met minder officials.

76 of 88

Begeleiding - Algemeen

76

B

Coaches hebben hun eigen groep sporters en concentreren zich daarop. Bij de indeling van de dag is het van belang dat er genoeg tijd is voor de voor- en nabespreking. Tussen wedstrijden door is tijd nodig voor coaching.

Eén van de coaches houdt het overzicht over de hele vloot en is als klassencoach het aanspreekpunt voor de wedstrijdleider. Deze coach kan de beleving van de sporters en de mening van alle coaches inbrengen bij overleg met de wedstrijdleiding. Het werkt sterk als er in een regio een min of meer vaste groep van coaches is die bij het B-circuit betrokken is. Voor de start van het seizoen kunnen speerpunten en vernieuwingen worden besproken.

Sommige sporters hebben geen eigen coach. Zij worden door de klassencoach ondergebracht bij een coachgroep, sluiten ook aan bij de voor- en nabespreking van die groep.

Er zijn aparte rescue-boten op het water. Wedstrijdleiding, coaches en rescue hebben via marifoon of portofoon met elkaar contact. Als een deelnemer uitvalt neemt rescue contact op met de coaches, coaches beslissen samen met de deelnemer of degene terug gaat naar de haven. In dat geval begeleidt de rescue-boot de deelnemer richting haven (zodat de coach zich weer kan concentreren op de rest van de groep). Aan het begin van de dag is een meeting met coaches en rescue-bemensing bij elkaar.

Er is bij formule-B geen jury op het water zodat sporters leren elkaar te corrigeren en protest te roepen bij vermeende overtredingen. De arbiter van de dag is wel op het water aanwezig (indrukken opdoen, filmen, wangedrag) en hij of zij legt bij het ochtend palaver ook uit hoe arbitrage werkt.

77 of 88

Begeleiding - Klassencoach

77

B

De organiserende vereniging of klassenorganisatie kan een klassencoach ter beschikking stellen ter ondersteuning van de deelnemers aan de vloot. Deze coach heeft geen eigen groep en de volgende taken:

  • Beschikbaar zijn aan de wal, voor en na de wedstrijd, om individuele vragen van deelnemers te beantwoorden en hen soms ook ongevraagd advies te geven.
  • Deelnemers zonder eigen coach onderbrengen bij een coachgroep,
  • Aanspreekpunt voor de wedstrijdleider: de beleving van de deelnemers en de mening van alle coaches inbrengen bij overleg over verloop van de wedstrijd of de dag.
  • Palaver leiden: een briefing geven vóór de wedstrijd en een debriefing na de wedstrijd. De timing en locatie hiervan kan worden gecommuniceerd via WhatsApp (event broadcasts).
  • Bij een alternatief programma de leiding nemen door coaches verschillende wal- en wateractiviteiten te laten organiseren. Voorafgaand aan het evenement wordt dit al met de coaches voorbereid..

78 of 88

Palaver

78

B

Bij het ochtend palaver zijn alle sporters, wedstrijdleider(s) en de coaches aanwezig. De volgende onderwerpen elke keer weer aan bod:

  • Weerbericht
  • Programma van de dag
  • Wedstrijdbaan
  • Voornemens van de wedstrijdleiding bij afwijkende omstandigheden
  • Hoe werkt arbitrage?

Voor de jeugd is het belangrijk om alles visueel te maken. Zoveel mogelijk groot en duidelijk tekenen of met plaatjes presenteren maakt het begrijpelijk.

79 of 88

Prijzen & Klassement

79

B

Zoveel mogelijk sporters krijgen een prijs. Er zijn prijzen voor de eersten in het klassement in de categorieën:

  • Onder 11 jaar (O11)
  • Onder 13 jaar (O13)
  • Onder 16 jaar (O16)
  • Onder 17, 18 of 19 jaar afhankelijk van de klasse
  • Vanaf O16 apart klassements-prijzen voor jongens, meisjes en gemixte teams1

Afhankelijk van het aantal deelnemers zijn er prijzen voor de eerste 3, 4 of 5 sporters (vaak eerste 20%). Ze worden steeds tegelijk op het podium geroepen. Bij hele kleine vloten worden leeftijdscategorieën samengevoegd. Net zoals bij formule C zijn er ook altijd prijzen voor opvallende sporters zoals de doorzetter, snelste stijger enz.2 Ook bij formule B wordt geen jaarklassement gepubliceerd.

Op een evenement met A- en B-groepen is er een apart B- en A-klassement. Wanneer er te weinig A-sporters zijn dan sluiten ze aan bij de B.

Achtergronden

  1. Na de basisschool worden fysieke verschillen tussen jongens en meisjes groter, het is eerlijker om een onderscheid te maken. We zien ook steeds minder meisjes die blijven zeilen of surfen, aparte prijzen dragen er ook weer iets aan bij dat meisjes blijven varen.
  2. Resultaten krijgen meer nadruk dan bij formule C maar hebben niet de overhand; de groei die sporters doormaken krijgt evenveel aandacht.

80 of 88

Instroom & Doorstroom

80

B

Deelnemers kunnen op ieder moment van het seizoen instromen in formule B. Als dit niveau toch te hoog gegrepen is (bijv. door de omstandigheden of de locatie) dan kan een sporter altijd weer meedoen op C-niveau. Dit kan ook gedurende een wedstrijddag.

Wanneer sporters vaak vooraan in het veld te vinden zijn, gaat de trainer-coach met hen (en de ouders) in gesprek om door te stromen naar formule A. Het is NIET het doel dat ALLE B-sporters doorstromen naar formule A. Want in formule A wordt zeilen of surfen de hoofdsport en dat willen een heel aantal jongeren niet; zij willen lekker wedstrijden varen naast andere sporten en hobby’s. Prima als zij kiezen voor varen in formule B! Met die insteek verwachten we meer jongeren voor wedstrijdsport te kunnen behouden.

Richtlijnen voor wat de sporter moet kunnen staan in de verschillende leerlijnen voor wedstrijdzeilen en -surfen. De trainer-coach kan deze vinden in het kenniscentrum van trainer-coaches in watersportacademyonline.nl.

Overstappen kan op elk moment gedurende het seizoen. Een geleidelijke overstap naar formule A is mogelijk door eerst aan te sluiten bij A-wedstrijden op vlakker water, zonder stroom en evt. kleinere startgroepen. Er ontstaat zo een soort hybride programma waar de sporter een seizoen lang wedstrijden in zowel formule B als A vaart. Zgn. ‘prijzen-sporters’ - de A-sporter die inschrijft in formule B om een prijs ‘op te halen’ - voorkomen we door een grens te stellen: na deelname aan drie A-wedstrijden is degene een A-sporter.

Wanneer zeilers te groot worden voor hun boot of surfers te groot voor hun set of discipline, dan is begeleiding naar een volgende klasse belangrijk. Het advies is om verschillende boten te proberen, kennis te maken met trainingsgroepen en de sfeer in een klasse te proeven. Goed om hier op tijd mee aan de slag te gaan. Hier vind je richtlijnen voor overstap naar een andere klasse..

81 of 88

Toelichting

Formule A

81

A

82 of 88

Begeleiding

82

A

Coaches hebben hun eigen groep sporters en concentreren zich daarop. Bij de indeling van de dag is het van belang dat er genoeg tijd is voor voor- en nabespreking. Tussen wedstrijden door is tijd nodig voor coaching.

De dag (of dagdeel) start met een coachmeeting waarbij coaches, wedstrijdleiding en jury de accenten van de dag bespreken. Doel van de coachmeeting is ook dat coaches en officials elkaar kennen zodat ze op het water soepel en opbouwend met elkaar kunnen overleggen. Alle partijen zijn nodig om samen een stimulerend leerklimaat te creëren.

Het aantal rescue-boten volgt uit de richtlijnen van de betreffende klassenorganisaties. Wedstrijdleiding, coaches en rescue hebben via marifoon of portofoon met elkaar contact. Als een deelnemer uitvalt, neemt rescue contact op met de coaches. Samen met de deelnemer beslist de coaches of degene terug gaat naar de haven. In dat geval begeleidt de rescue-boot de deelnemer richting haven (zodat de coach zich weer kan concentreren op de rest van de groep).

Er is jury op het water voor het direct straffen bij overtredingen van regel 42 en 69. Zij openen ook op eigen initiatief een verhoor bij vermeend wangedrag (is ook onsportief gedrag - regel 69). Eén ervaren jurylid per juryboot is voldoende, evt. bijgestaan door een jurylid in opleiding.

83 of 88

Regels, Arbitrage & Protest comité

83

A

A-sporters dienen de regels van deel 1, 2 en 3 plus de definities te kennen, ze gaan deze nu toepassen om er ook tactisch voordeel uit te halen. Op A-niveau gaan we bij één-persoons boten standaard uit van een twee-ronden straf. Als op dit niveau slechts een één-ronde straf geldt gaan sporters te snel voordeel uit een overtreding waarvoor is gedraaid. Boten met gennaker houden de één-ronde-straf.

Bij het zeilen is voor Regel 42 jury op het water. Dat is voor veel startende A-zeilers nieuw. Het wordt aangemoedigd dat zeilers bij een gele vlag na de wedstrijd aan de jury vragen waarom er is gevlagd (zodat ze ervan leren). Juryleden openen ook op eigen initiatief een verhoor wanneer zij mogelijk wangedrag (is ook onsportief gedrag - regel 69) hebben gezien.

Arbitrage is mogelijk maar nu is de uitspraak daarvan een advies en niet bindend. Bij een blijvend verschillend perspectief stimuleren we protest behandeling. In de A leren sporters daarmee ook wat er komt kijken bij een protest. Na de arbitrage uitspraak gaat de sporter overleggen met de coach. Op basis van de arbitrage kan hij een post-race straf nemen. Of ervoor kiezen dat dus niet te doen waardoor het protest alsnog in behandeling wordt genomen door het volledige protest comité. Met het risico dat er een uitsluiting (DSQ) volgt, soms ook voor degenen die het protest indient.

Sporters leren hiermee hoe een protest verloopt, welke info ze moeten verzamelen, hoe ze een consistent verhaal vertellen, welke getuigen waardevol, zijn enz. Het blijft vaak een situatie waar de sporter nog volop aan het leren is en fouten maakt, protest comités geven naar eer-en-geweten een uitspraak en bieden tegelijkertijd een leeromgeving voor de betreffende deelnemers.

84 of 88

Prijzen & Klassement

84

A

Er zijn bij formule A alleen prijzen voor de eersten in het klassement1. De categorieën zijn:

  • Onder 13 jaar (O13)
  • Onder 16 jaar (O16)
  • Onder 19 jaar (O19)
  • Vanaf O16 apart klassements-prijzen voor jongens, meisjes en gemixte teams2

Er zijn prijzen voor de eerste 20% van de deelnemers. Bij hele kleine vloten worden categorieën samengevoegd.

Alleen in formule A worden jaarklassementen gepubliceerd. Doel daarvan kan zijn selectie (NTT, WK, EK) en/of stimuleren dat sporters een complete serie van evenementen varen.

Achtergronden

  1. Leren presteren krijgt vanaf de middelbare school leeftijd geleidelijk meer aandacht. Sporters worden ouder en krijgen meer ervaring. Zij kunnen steeds beter inschatten waar ze (op korte en lange termijn) invloed hebben op het resultaat. A-sporters hebben ook intensiever contact met hun coach die het proces van leren presteren kan begeleiden.
  2. Na de basisschool worden fysieke verschillen tussen jongens en meisjes groter, het is eerlijker om een onderscheid te maken. We zien ook steeds minder meisjes die blijven zeilen, aparte prijzen helpt weer iets om de zeilsport voor meisjes aantrekkelijk te houden.

85 of 88

Instroom & Doorstroom naar volgende klasse

85

A

Sporters kunnen op ieder moment van het seizoen instromen in formule A. Wanneer zij vaak vooraan varen in het B-veld, gaat de trainer-coach met hen (en de ouders) in gesprek om eventueel door te stromen naar formule A. De skills die daarvoor nodig zijn staan in de verschillende leerlijnen voor wedstrijdzeilen. De trainer-coach kan ze vinden in watersportacademyonline.nl. Naast wat de sporter allemaal kan is ook motivatie van belang. Een overstap naar de wil verkennen of zeilen/surfen de hoofdsport kan worden; daar is het A-circuit op ingericht.

Een geleidelijke overstap naar formule A is aan te bevelen door eerst aan te sluiten bij A-wedstrijden op vlakker water, zonder stroom en evt. kleinere startgroepen. Er ontstaat zo een soort hybride programma waar de zeiler een seizoen lang wedstrijden in zowel formule B als A vaart. Zgn. ‘prijzen-sporters’ - de A-sporter die inschrijft in formule B om een prijs ‘op te halen’ - voorkomen we door een grens te stellen: na deelname aan drie A-wedstrijden is degene een A-sporter.

Gaandeweg kan de zeiler ook internationale wedstrijden varen. Met ruime ervaring in de nationale formule A zijn de vaak grotere internationale velden een nieuwe prikkel en heel leerzaam. In sommige klassen zijn internationale evenementen ook ingericht op beginnende A-zeilers en B-zeilers (Bijv. RS Feva Worlds). Andere disciplines, zoals teamzeilen, kunnen ook een nieuwe uitdaging vormen.

Na Formule A is er niet een hoger niveau, er is wel een andere (jeugd)klasse. Het advies is om ruim tijd te besteden aan de keuze bij een overstap. Het betekent trainen in de verschillende boten, de sfeer in een klasse proeven en kennismaken met trainingsgroepen. Overleg met de trainer-coach helpt om een weg te vinden hierin en tot een goede keuze te komen. Zie ook Bijlage: Richtlijnen overstap andere wedstrijdklasse.

86 of 88

86

CBA

Inhoud

Versie 2 - Februari 2026

Waarom deze indeling? 2

Welke jeugdklassen? 3

Fun must be the name of the game 4

Formule C - Doelen & Opzet 5

Formule B - Doelen & Opzet 9

Formule A - Doelen & Opzet 13

BIJLAGEN

Toelichting Formule C 17

Toelichting Formule B 35

Toelichting Formule A 50

Fun factoren 55

Richtlijnen overstap andere wedstrijdklasse 61

Leeswijzer

De bijlagen staan ook in een apart document waar links naar verwijzen.

Leestijd excl. bijlagen: 12 min

Leestijd incl. bijlagen: 35 min

Voor de leesbaarheid: overal waar hij, zeiler of surfer staat bedoelen we ook zij, zeilster en surfster.

87 of 88

87

CBA

Waarom deze indeling?

Ons doel is dat meer jongeren kiezen voor watersport als hun sport. Wedstrijden maken watersport extra leuk, veel wedstrijd zeilers en -surfers worden watersporters voor het leven. Bij jeugdwedstrijden is winst te boeken met heel laagdrempelige kennismaking en soepele doorstroming naar een volgend niveau. We zetten daarbij volop in op fun. Dat begint met een heldere, eenduidige indeling van wedstrijdformats die passen bij de leeftijden en competenties van de deelnemers. Als een wedstrijdvorm aansluit bij wat je kunt wordt het leuk!

C, B, en A als categoriën voor jeugdwedstrijden klinkt voor velen als niks nieuws en misschien zelfs ouderwets. Al vele jaren zijn dit bij het zeilen de drie niveaus van jeugdwedstrijden en die grove indeling is prima. We hebben ze concreet gemaakt met ook veranderingen om sportplezier nog meer te stimuleren. Die aanpassingen zijn gebaseerd op wetenschappelijke inzichten uit de jeugdsport, ervaringen en pilots bij diverse verenigingen, inbreng van ervaren trainer-coaches en wedstrijdleiders, vernieuwingen bij andere jeugdsporten en de aanpak in andere zeil-landen. Verschillende verenigingen hebben afgelopen jaren hun jeugdwedstrijden al deels aangepast naar deze inzichten en die aanpak heeft zich bewezen.

Dit alles is verwerkt in de drie formules C, B en A. Voor enkele verenigingen is er dus weinig nieuws. Het is wel preciezer omschreven dan voorheen, met ook de nodige vrijheid om het aan te passen aan de situatie bij de vereniging. Het is te veel gevraagd om in één seizoen alle jeugdwedstrijden volgens deze formules te organiseren. Het doel is dat we in 2028 in heel Nederland een herkenbare jeugdcompetitie hebben volgens dit raamwerk; de formules CBA in dit document zijn een richtpunt waar we met z’n allen naartoe werken. Daarbij geldt ook dat de formules niet in beton zijn gegoten; de invulling blijft in ontwikkeling, waardevolle ervaringen kunnen zorgen voor toevoegingen of aanpassingen. Dit blijft een levend document. Suggesties kun je mailen naar wedstrijdsport@watersportverbond.nl.

88 of 88

88

CBA

Welke jeugdklassen?

De formules in deze gids zijn bedoeld voor alle jeugdklassen in twee zeildisciplines en .. surfdisciplines::

  • 1-persoons jeugdboot (Optimist, ILCA 4 of 6, Splash, RS Aero, enz.)
  • 2-persoons jeugdboot (RS Feva, Flits, Cadet, 29er, Nacra 15, enz.)
  • Formula foil (IQFoil enz.)
  • Shortboard (IFCA enz.)
  • Plankzeilen (Techno 293, Windsurfer LT)

De wedstrijdformats sluiten direct aan bij de leerlijnen voor wedstrijdzeilen en -surfen. Daarin staan voor trainer-coaches alle competenties die de sporters per fase leren tijdens trainingen en wedstrijden. De C-leerlijn is de start van wedstrijdzeilen of -surfen en een facultatief onderdeel van de diploma’s WA 3 en 4 (zie watersportacademy.nl). Hiermee wordt kennismaken met wedstrijdsport meer een vanzelfsprekend onderdeel van leren zeilen of surfen.

Voor de iets oudere jeugd die later instroomt in de wedstrijdsport hebben we ook een Formule C voor de 2-persoons boot (RS Feva enz.) 1-persoons jongerenboot (ILCA enz.), shortboard en plankzeilen. Sommige klassen zijn voor beginnende sporters te moeilijk en dan ontbreekt daarbij het C-niveau. Denk bijv. aan 29er, Nacra 15 of IQFoil. Sporters in deze klassen hebben in andere klassen al wedstrijdervaring opgedaan en stromen dan in de B in.

WA 1

WA 2

WA 3

WA 4

Formule C

Formule B

Formule A