Woordenschat
Woordenschat
Je woordenschat bestaat uit alle kennis
die je hebt van de woorden die je kent.
Woordenschat
= Niet enkel een rijtje woorden in je hoofd maar een hele cluster aan woorden die jij aan een bepaald woord linkt.
Woordenschat
Informatie over woorden die ongeveer hetzelfde betekenen. | groot- enorm -mega reusachtig- omvangrijk |
Informatie over woorden die het tegenovergestelde van elkaar zijn. | open - gesloten snel - langzaam betalen - ontvangen opbouwen - afbreken |
= Informatie over woorden die met elkaar te maken hebben | betalen - geld - cash - contactloos vuur - heet - vlam - blussen herfst - regen - kastanjes - Indian summer opbouwen - groeien - toekomst |
Woordenschat
= Een ingewikkeld ‘netwerk’
Hoe groter het netwerk, hoe beter het tekstbegrip / begrijpen van instructies
Woordenschat
Leerlingen met kleine woordenschat
moeite met tekstbegrip / begrijpen instructies
Woorden: drie groepen
vaste combinaties
03
uitdrukkingen, spreekwoorden en gespreksformules
bv de boot afhouden, na regen komt zonneschijn, met hart en ziel,
ik dacht het niet
collocaties
02
veel voorkomende woordcombinaties
bv de tafel dekken, een beslissing nemen, supporteren voor, …
individuele woorden
01
schooltaalwoorden (bv. samenvatting, berekenen, bespreken, secretariaat)
vaktaalwoorden (gewricht, diode, moersleutel, erlenmeyer,...)
Woordenschat
kennis ruime woordenschat is belangrijk
Woordenschat
In de stille glochternacht van Frinovia, waar de lumbraferen zachtjes fladderen, wandelde een klarspeer door de felnoveld. De zilvige vistralen van de moorzon spiegelden op het vlakke salterenmeer, terwijl de bruftige luchteems boven hem woelden. Zijn boemtig klopte als een tinstreel, vol verwachtingen en zorlige gedachten.
Hij was op zoek naar de geheimzinnige farvelka, een kristal waarvan gezegd werd dat het alle lughteren zou vrijlaten. Onderweg ontmoette hij een kaarfel, een wezen met glinsterogen en kronkelige bolpanten, die hem de weg naar het snerwoud wees. De grond was bedekt met flismaten en de lucht rook naar ziltige gravemorgels.
Op elke hoek hoorde hij het fluisteren van de vrotsel, onzichtbare wezens die in de schaduwen van de galvebomen leefden. Het pad kronkelde verder, en de klarspeer voelde de zintrums van de grotbaan roepen, wetend dat zijn reis naar het hart van de toorbelking bijna voltooid was.
Woorden aanleren
Dit doen we door middel van het viertaktmodel of vierfasenmodel van Verhallen.
Fase 1: Voorkennis activeren
Hoe doe je dat? Enkele voorbeelden.
Fase 1: Voorkennis activeren
Hoe doe je dat? Enkele voorbeelden.
Brainstormen
Vraag leerlingen om alles te delen wat ze al weten over een onderwerp voordat je het nieuwe woord introduceert. Bijvoorbeeld, voorafgaand aan woorden zoals"julienne en brunoise", kun je vragen: "Wat weten jullie over het snijden van groenten? Op welke manieren kan je groenten snijden?
Korte verhalen of anekdotes
Begin met een kort verhaal of persoonlijke ervaring die verband houdt met het nieuwe woord. Bij nieuwe woorden die verband houden met infecties kun je bijvoorbeeld vertellen over die keer dat je zelf goed ziek was en vragen naar verhalen uit de klas.
Fase 1: voorkennis activeren
Mindmaps
Laat leerlingen een mindmap maken over een onderwerp. Voor "dieren" kunnen ze verschillende soorten dieren opschrijven en hun kenmerken, wat helpt bij het introduceren van specifieke woorden zoals "habitat" of "voeding”.
Korte filmpjes of afbeeldingen
Toon een afbeelding of een kort filmpje dat verband houdt met het nieuwe woord. Bijvoorbeeld, bij "oceaan" kun je een filmpje van het zeeleven laten zien en daarna vragen wat ze al weten over de oceaan.
Fase 2: betekenis geven
Fase 2: betekenis geven
Hoe doe je dat? Gebruik drie manieren.
uitleggen
In een skelet zitten gewrichten, bijvoorbeeld het kniegewricht. Een gewricht is de verbinding tussen twee botten die bewegen ten opzichte van elkaar. Geef eens voorbeelden van gewrichten,.... .
Inderdaad dat zijn allemaal gewrichten. Bij je heup komen je bovenbeen en je bekken bij elkaar en zo kan je je bovenbeen bewegen.
Wie weet er hoe gewrichten aan elkaar zitten? …
Ja dat klopt, pezen en gewrichtsbanden verbinden de botten aan elkaar en vormen mee het gewricht.
Fase 2: betekenis geven
Hoe doe je dat? Gebruik drie manieren.
woord en beeld
tornado
Fase 2: betekenis geven
Hoe doe je dat? Gebruik drie manieren.
uitbreiden
rustig
kalm
beheerst
stil
rustig
heftig
onrustig
druk
rustig
aangename sfeer
bijleren
concentratie
Fase 3: vastzetten
Ga ervan uit dat men een woord zo'n 7 keer moet zien of horen, in verschillende situaties, voordat men het woord heeft geleerd.
Bij taalzwakke leerlingen kun je dit met gemak verviervoudigen!
Fase 3: vastzetten
Hoe doe je dat?
woordenschrift maken / integreren in cursus
Fase 3: vastzetten
Hoe doe je dat?
woordenschrift maken / integreren in cursus
Fase 3: vastzetten
Zinnenmix
Geef een lijst van nieuwe woorden.�Laat leerlingen zelf zinnen maken waarin ze die woorden correct gebruiken.�Laat ze daarna elkaars zinnen verbeteren of evalueren: Is het woord correct gebruikt?
Voorbeeldoefeningen
Quiz met meerkeuze of waar/niet waar
Organiseer een quiz of spel (zoals Kahoot!) waarin leerlingen vragen beantwoorden over de nieuwe woorden.
Bijvoorbeeld: "Wat is de betekenis van 'stijgen'? A) Dalen B) Toenemen C) Veranderen."
Fase 4: controleren
Zie je bij het controleren dat een woord er niet helemaal is blijven hangen, ga dan terug naar de fase van consolideren of semantiseren. Bekijk per keer wat nodig is.
Toets 2 tot 3 keer.
Fase 4: controleren
Vergeetcurve van Ebbinghaus
Fase 4: controleren
Hoe doe je dat? Enkele voorbeelden
Definitievragen
Vraag leerlingen om de definitie van het nieuwe woord in hun eigen woorden te geven.
Bijvoorbeeld: "Wat betekent het woord 'ecosysteem' voor jou?"
Zinnen maken
Laat leerlingen zinnen formuleren met het nieuwe woord.
Bijvoorbeeld: "Gebruik het woord 'avontuur' in een zin."
Fase 4: controleren
Hoe doe je dat? Enkele voorbeelden
Synoniemen en tegengestelden vragen
Vraag leerlingen om synoniemen of tegengestelden te geven van het nieuwe woord.
Bijvoorbeeld: "Noem een synoniem voor 'mooi' en geef het tegengestelde ervan."
Korte uitleg of beschrijving vragen
Laat leerlingen het nieuwe woord uitleggen in de context van een specifieke situatie.
Bijvoorbeeld: "Leg uit wat 'klimaatverandering' betekent en geef een voorbeeld."
Fase 4: controleren
Hoe doe je dat? Enkele voorbeelden
Rollenspel
Organiseer een rollenspel waarin leerlingen het nieuwe woord gebruiken in een gesprek of scenario.
Bijvoorbeeld: "Speel een scène waarin je een uitlegt aan een klant welke soorten verlichting er bestaan.
Is het aan jullie om te oefenen.
Tot slot