1 of 26

Hoofdstuk 6 Besloten ruimten

Wat is een besloten ruimte?

Definitie

  • Een besloten ruimte is een ruimte:
    • die niet bestemd is voor het continu verblijf van werknemers
    • met een besloten karakter
    • waar een gevaarlijke atmosfeer aanwezig is of kan zijn
  • Beperkte of moeilijke toegangsmogelijkheden en een beperkte natuurlijke ventilatie wijzen op een besloten karakter van een ruimte.
  • Een gevaarlijke atmosfeer is een atmosfeer die kan aanleiding geven tot intoxicatie, brand of explosie, verstikking.

2 of 26

Hoofdstuk 6 Besloten ruimten

Wat is een besloten ruimte?

Voorbeelden

  • Tanks
  • Tunnel of kruipruimte
  • Schouw
  • Silo
  • Riool
  • (Water)put

3 of 26

Hoofdstuk 6 Besloten ruimten

Wat is een besloten ruimte?

mangat

ingang van een besloten ruimte waar maar 1 man door kan

4 of 26

Hoofdstuk 6 Besloten ruimten

Gevaar van besloten ruimten

Werken in een besloten ruimte is gevaarlijk

  • gevaarlijk voor gezondheid
  • gevaarlijk voor veiligheid
  • daarom zijn er veiligheidsmaatregelen

5 of 26

Hoofdstuk 6 Besloten ruimten

Gevaar van besloten ruimten

Gevaar voor de gezondheid

  • gevaar voor vergiftiging
  • in een besloten ruimte kunnen gevaarlijke producten zitten
  • ontstaan van giftige gassen en dampen
  • komen in je lichaam door in ademen, via je mond en je huid
    • vb. kuisproducten, verf, lijm,...
    • verfdampen zijn zwaarder dan lucht en blijven onderaan de besloten ruimte hangen waardoor verluchting moeilijk is
    • andere oorzaken: lassen, boren, ...

6 of 26

Hoofdstuk 6 Besloten ruimten

Gevaar van besloten ruimten

Gevaar voor de gezondheid

  • gevaar voor verstikking
  • in een besloten ruimte zit er soms te weinig zuurstof in de lucht:
    • normaal heeft een mens 21% zuurstof nodig
    • op 19% wordt het moeilijk om te ademen
    • bij 17% zuurstof stik je.
  • De zuurstof in een besloten ruimte kan dalen door:
    • lassen
    • brand
    • gassen van gevaarlijke producten
    • inert gas CO2
  • meer dan 21% zuurstof in de besloten ruimte: gevaar dat er sneller brand ontstaat

7 of 26

Hoofdstuk 6 Besloten ruimten

Gevaar van besloten ruimten

Gevaar voor de gezondheid

  • gevaar voor lawaai
    • een hamer of elektrische machines maakt veel lawaai
    • een besloten ruimte versterkt dit lawaai
    • gevaarlijk voor de oren
  • gevaar voor warmte
    • in een kleine ruimte kan de temperatuur snel oplopen

8 of 26

Hoofdstuk 6 Besloten ruimten

Gevaar van besloten ruimten

Gevaar voor de veiligheid

  • gevaar voor brand en explosie
  • in besloten ruimten kunnen gevaarlijke producten zitten
  • deze dampen kunnen zwaarder zijn dan lucht en blijven daarom onderaan in de besloten ruimte hangen (vb. verf)
  • je krijgt deze gevaarlijke stoffen héél moeilijk uit de besloten ruimte
  • deze gevaarlijke producten kunnen in brand vliegen of ontploffen wanneer er vuur is of een vonk
  • gebruik steeds vonkveilig gereedschap

9 of 26

Hoofdstuk 6 Besloten ruimten

Gevaar van besloten ruimten

Gevaar voor de veiligheid

  • gevaar voor brand en explosie
  • voorbeelden van vuur of vonk:
    • lassen
    • snijden
    • slijpen
    • kloppen met hamer

10 of 26

Hoofdstuk 6 Besloten ruimten

Gevaar van besloten ruimten

Gevaar voor de veiligheid

  • gevaar voor elektrocutie
  • in een besloten ruimte bestaat gevaar voor elektrocutie wanneer:
    • er water of waterdamp aanwezig is
    • je in contact komt met de wanden van de besloten ruimte
    • de besloten ruimte slecht geïsoleerd is
    • je werkt met gewone elektrische machines

11 of 26

Hoofdstuk 6 Besloten ruimten

Gevaar van besloten ruimten

Gevaar voor de veiligheid

  • gevaar voor elektrocutie
  • gebruik veilige, lage spanningen!
    • LVS (lage veiligheidsspanning < 50 VAC of < 75 VDC)
    • ZLVS (zeer lage veiligheidsspanning, bv. 24 VAC)
  • gebruik hiervoor een transformator
  • zet de transformator altijd buiten de besloten ruimte!

12 of 26

Hoofdstuk 6 Besloten ruimten

Gevaar van besloten ruimten

Gevaar voor de veiligheid

  • gevaar voor bewegende delen
    • machines kunnen bewegen wanneer je ermee werkt
    • vergrendel de elektriciteit zodat machines niet plots kunnen opstarten
  • gevaar voor vallen, uitglijden en struikelen
    • in een besloten ruimte is er weinig licht
    • vloeren en muren van besloten ruimten kunnen glad zijn
    • bij gebruik van trappen of ladders moet je opletten dat je niet valt

13 of 26

Hoofdstuk 6 Besloten ruimten

Gevaar van besloten ruimten

Gevaar voor de veiligheid

  • gevaar voor vallende voorwerpen
  • iemand die boven jou werkt, kan hamer, bouten,… laten vallen

14 of 26

Hoofdstuk 6 Besloten ruimten

Preventiemaatregelen

veiligheidswacht

  • minimum 2 personen
  • 1 persoon in de besloten ruimte
  • 1 persoon houdt buiten de wacht (veiligheidswacht)
  • alle personen die in een besloten ruimte werken of die de wacht houden moeten een opleiding gevolgd hebben

15 of 26

Hoofdstuk 6 Besloten ruimten

Preventiemaatregelen

taken van de veiligheidswacht tijdens de werken

  • toezicht houden op het werk in de besloten ruimte
  • onderhouden van de communicatie met de persoon in de besloten ruimte
  • letten op de goede werking van de ventilatie-inrichting

taken van de veiligheidswacht bij een ongeval/gevaar

  • eerst alarmeren van hulpdiensten
  • daarna overgaan tot redding
  • de betreder uit zijn levensbedreigende situatie halen:
    • lucht (=zuurstof) toedienen
    • het evacueren van het slachtoffer (=betreder)
    • daarna komen de hulpdiensten om te helpen bij de redding of om de juiste verzorging toe te brengen

16 of 26

Hoofdstuk 6 Besloten ruimten

Preventiemaatregelen

Werkvergunning ‘besloten ruimten’

  • opdrachtgever geeft een vergunning aan jou / je baas om in de besloten ruimte te werken
  • we gebruiken vergunningen om erop toe te zien dat veilig gewerkt wordt
  • op de vergunning staan de regels/procedures waaraan je je moet houden
  • somt alle risico’s op
  • somt de preventiemaatregelen op:
    • de voorwaarden hoe gewerkt moet worden
    • omschrijft alle veiligheidsvoorschriften die vooraf en tijdens de werken dienen genomen te worden
    • verleent toestemming om met het werk te beginnen als aan alle voorwaarden, vermeld op de vergunning voldaan is
    • een veiligheidswacht moet toezicht houden

17 of 26

Hoofdstuk 6 Besloten ruimten

Preventiemaatregelen

Wie ondertekent de werkvergunning?

  • de opdrachtgever
  • de contractor/uitvoerder (degene die in de besloten ruimte werkt)
  • de veiligheidswacht

18 of 26

Hoofdstuk 6 Besloten ruimten

Preventiemaatregelen - meten

Wat meten?

  • hoeveel zuurstof in de lucht is (normaal 21%)
    • is het zuurstofgehalte hoog genoeg in de besloten ruimte?
  • hoeveel gevaarlijke producten en gassen in de lucht zijn
    • ligt de concentratie van de schadelijke gassen en dampen in de besloten ruimte beneden de toegelaten grenswaarden?
  • gevaar op explosie
    • zijn er explosieve gassen aanwezig in de besloten ruimte?

19 of 26

Hoofdstuk 6 Besloten ruimten

Preventiemaatregelen - meten

Wie mag meten?

Een bevoegd persoon die speciale opleiding heeft gevolgd.

Wanneer moet je meten?

  • voor je in een besloten ruimte gaat
  • ook tijdens de werken (= continu)
  • staat allemaal op de werkvergunning

20 of 26

Hoofdstuk 6 Besloten ruimten

Preventiemaatregelen - verluchting

Ventilatie/verluchting

  • gevaarlijke gassen en dampen blijven onder in de besloten ruimte hangen
  • je moet een besloten ruimte altijd goed verluchten
  • verluchting verdrijft gevaarlijke gassen zodat verse lucht in de plaats komt
  • bij groot gevaar moet je een kunstmatige ventilatie met afzuiging voorzien
  • je moet ook de aangepaste PBM’s dragen (bv. lassen)

21 of 26

Hoofdstuk 6 Besloten ruimten

Preventiemaatregelen - CBM

Collectieve beschermingsmiddelen

  • signalisatie: bijvoorbeeld aanduiden rioolput, verstikkingsgevaar,…
  • gevaarkaarten: daarop staan de risico’s van de producten waarmee je werkt
  • ventilatie: zodat gevaarlijke dampen uit BR gaan en verse lucht erin

22 of 26

Hoofdstuk 6 Besloten ruimten

Preventiemaatregelen - PBM

Persoonlijke beschermingsmiddelen

  • tegen giftige gassen: adembescherming, handschoenen, beschermde kledij
  • tegen vallende voorwerpen: veiligheidshelm
  • tegen lawaai: oorbescherming
  • bij lassen en slijpen: veiligheidsbril
  • bij werken op hoogte: valbeveiliging (harnas, veiligheidslijn)

23 of 26

Hoofdstuk 6 Besloten ruimten

Preventiemaatregelen

Toegang van besloten ruimten

  • toegang moet gemakkelijk zijn
  • toegang moet goed bereikbaar zijn
  • toegang moet duidelijk aangeduid zijn (signalistie)

Toegang voor hulpdiensten

  • deze drie eigenschappen zijn belangrijk voor de betreder van de BR
  • nog belangrijker bij een ongeval: de hulpdiensten kunnen de besloten ruimte dan sneller betreden om het slachtoffer te redden

24 of 26

Hoofdstuk 6 Besloten ruimten

Preventiemaatregelen

gebruik explosieveilig materiaal

  • gevaarlijke gassen in een besloten ruimten zorgen voor explosiegevaar
  • door het gebruik van gereedschap kunnen vonken ontstaan
  • Je moet speciaal materiaal gebruiken zoals:
    • vonkveilig gereedschap
    • ex-materiaal (ATEX)

25 of 26

Hoofdstuk 6 Besloten ruimten

Preventiemaatregelen

Gevaar elektrocutie

  • in een besloten ruimte is er gevaar voor elektrocutie
  • werk daarom altijd met een ZLVS
  • gebruik dus een transformator en zet die buiten de besloten ruimte

26 of 26

Hoofdstuk 6 Besloten ruimten

Preventiemaatregelen

Afkoppelen / plaatsen flenzen

  • voor je in een besloten ruimte mag gaan, zorg dat alle leidingen naar de besloten ruimte zijn afgesloten
  • dit gebeurt door het loskoppelen of plaatsen van flensen
  • doe dit zo dicht mogelijk bij de besloten ruimte
  • er kunnen nu geen gevaarlijke producten meer in de BR komen