1 of 44

Voorbeelden van vragen op �Eind- en toetstermen

2 of 44

1. Wetgeving en veiligheidsregels

  • Oefening 1.1
  • Je moet van je werkgever een ondergrondse leiding gaan herstellen op het terrein van een klant- opdrachtgever. Je neemt je vaste werkmakker mee en een leerjongen. Ter plaatse stel je vast dat er heel wat meer leidingen in de grond zitten die ook beschadigd zijn en zonder enige aanduiding van wat er in zit. De klant verplicht je om toch te beginnen. Een buur ziet uit de verte dat er iets aan de hand is en verwittigt de inspectie die even later ter plaatse komt. Ook een andere klant komt even een kijkje nemen.
  • Op deze situatie is de welzijnswetgeving NIET van toepassing want het gaat om werken onder de grond bij een klant.
  • Juist
  • Fout
  • Juist, enkel de milieuwetgeving

(O)

(X)

(O)

3 of 44

  • Wie valt er in deze situatie onder de toepassing van de welzijnswetgeving? (meerdere antwoorden kunnen juist zijn)
      • Werkmakker
      • Leerjongen
      • Opdrachtgever
      • Werkgever
      • Buur
      • Inspecteur

      • Wat mag de inspectie doen? (meerdere antwoorden kunnen juist zijn)
      • De opdrachtgever verplichten om na te gaan wat er in elke leiding zit en deze bij gevaar af te sluiten en leeg te maken vooraleer het werk kan beginnen.
      • Een andere aannemer aanstellen die het werk wel wil doen.
      • De werken stilleggen.
      • Een boete opleggen aan de werknemer.

(X)

(X)

(X)

(X)

(O)

(X)

(X)

(O)

(X)

(O)

4 of 44

  • Oefening 1.2.
  • Zijn de volgende beweringen juist of fout?

  • Oefening 1.3.
  • Er moeten slijp- en laswerkzaamheden uitgevoerd worden in een opslagtank voor brandstof bij een opdrachtgever die het VCA-systeem hanteert. Mag je zomaar beginnen met de werken?
  • Nee, er is een algemene werkvergunning nodig.
  • Nee, er is een specifieke werkvergunning nodig.
  • Ja, op voorwaarde dat de tank volledig leeg is.

 

JUIST

FOUT

Ons bedrijf is erg klein en daarom is er geen preventieadviseur nodig.

 

Het CE-logo op de machines die je gebruikt, wil zeggen dat het in orde is voor het milieu.

 

Je voelt je niet goed en denkt dat het te maken heeft met je werk. Je mag altijd de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer raadplegen.

 

X

X

X

(O)

(X)

(O)

5 of 44

  • Oefening 1.3.
  • Wie zorgt in deze situatie voor wat? (De verstrekker = opdrachtgever)

 

Verstrekker

Houder

Medewerker

Veilig maken van de werkplek en metingen doen

 

 

Slijp- en laswerken veilig uitvoeren

 

 

Leegmaken van de tank

 

 

Opstellen van de werkvergunning

 

 

Uitleg geven aan de operationele medewerkers

 

 

Coördineren van de werken

 

 

Ondertekenen van de werkvergunning

 

Bespreken van de veiligheidsmaatregelen en voorwaarden

 

Toezien op een veilige en correcte uitvoering van de werken

 

 

Uitleg vragen omdat er een probleem is

 

 

X

X

X

X

X

X

X

X

X

X

X

X

6 of 44

2. Veilig werken, gedrag en overleg

  • Oefening 2.1.
  • Je bent bestuurder van een heftruck op een werf. Die ziet er nogal rommelig uit omdat je niet de tijd had om wat materiaal aan de kant te zetten. Tijdens de lunchpauze heb je 2 biertjes gedronken. Je collega maakt hierover een opmerking. Na de pauze is eerst nog een werkoverleg voorzien.
  • Zijn de volgende beweringen juist of fout?

 

JUIST

FOUT

Het is een vorm van veilig gedrag dat je collega je aanspreekt op het bierdrinken.

 

Toolboxmeetings mogen niet gaan over alcoholgebruik want dat is een

privézaak.

 

Als er te weinig tijd is om op te ruimen, bespreek je dit best met je leidinggevende.

 

Dat de werkplek er nu rommelig bij ligt, zal zorgen voor extra motivatie.

 

X

X

X

X

7 of 44

3. Preventie

  • Oefening 3.1.
  • Plaats de passende preventiemaatregel bij de werkzaamheden.

1. Een metalen staaf doorslijpen.

Aarden.

2. Het werk hervatten na een evacuatie.

Metingen verrichten.

3. Brandbare vloeistoffen overpompen.

LMRA maken.

4. Een besloten ruimte betreden.

Brandbaar materiaal verwijderen.

(1)

(2)

(3)

(4)

8 of 44

4. De werkplek

  • Oefening 4.1. (klassikaal)
  • Je gaat een werk uitvoeren in een controlezaal waar heel wat automatische controleapparatuur, registratietoestellen en computerservers erg dicht bij elkaar zijn opgesteld. Normaal werkt hier niemand. Blijkbaar heeft iemand de ruimte wel gebruikt om er snel wat archiefdozen in kwijt te geraken. Er is een licht zoemend geluid. De temperatuur is er laag en er is enkel wat achtergrondverlichting. Je bent een bevoegd elektrotechnieker en moet er een klimaatregelingsinstallatie gaan vervangen in een kruipruimte (1,30m hoog) aan de zijkant van de zaal. De installatie heeft een aparte elektrische voeding en schakelkast in de zaal.

kruipruimte

koeling

9 of 44

  • Wat doe je vooraleer de uitvoering van het werk te starten om je werkplek veilig te stellen? (Dit type vraag komt niet voor in het examen. Bedoeld om te bespreken in groep(jes) tijdens de opleiding.)
    • Je zorgt voor wat meer licht in de zaal en voor sterker licht in de kruipruimte, bijvoorbeeld met een werklamp.
    • Je brengt de archiefdozen naar hun gepaste plaats. Til de dozen een voor een op met gebogen knieën en rechte rug.
    • Als de doorgang vrij is ga je zorgen dat de koelinstallatie veilig wordt gesteld.
      • Je schakelt de schakelaar van de elektrische voeding uit.
      • Je vergrendelt de schakelaar met je eigen slot.
      • Aan de schakelaar hang je een label “niet inschakelen”.
      • Je controleert of de koelinstallaties inderdaad spanningsvrij is.

10 of 44

  • Welke markering zou je aanbrengen voor je eigen veiligheid?
  • Een wit-rood lint rond de kruipruimte
  • Geel-zwarte markering aan de bovenrand van de kruipruimte
  • Strepen op de grond om een doorgang te markeren

  • Je werk is nog niet af. Welke markering zou je aanbrengen voor anderen zolang het werk bezig is?
  • Een wit-rood lint rond de kruipruimte
  • Een verbodsbord om toegang tot de zaal te verbieden
  • Strepen op de grond om een doorgang te markeren

(O)

(X)

(O)

(X)

(O)

(O)

11 of 44

  • Stel dat er toch elke dag mensen zouden werken in deze zaal, welke signaleringsborden zou je plaatsen?

X

X

X

X

X

X

X

12 of 44

5.Persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM)

  • Oefening 5.1.
  • Je gaat de cementvoegen van een buitenmuur uitslijpen op 10 meter hoogte. De werken zullen een week duren. Het geluidsniveau is 75 dB(A). Welke maatregelen neem je om veilig te kunnen werken? (meerdere antwoorden kunnen juist zijn)
  • Werkhandschoenen dragen.
  • Filtermasker dragen.
  • Een heupgordel dragen.
  • Een goedgekeurde steiger gebruiken.
  • Een ladder van minstens 12m gebruiken.

(X)

(X)

(O)

(X)

(O)

13 of 44

  • Oefening 5.2.
  • Je gaat de houten gevel van een werkplaats schuren. Daarvoor gebruik je een elektrische handschuurmachine. Welke ademhalingsbescherming is daarbij minimaal nodig?

 

 

 

 

 

 

X

14 of 44

  • Oefening 5.3.
  • Je moet op een bedrijfsterrein een installatie veilig stellen met een slot. Je hebt daarvoor geen gereedschap nodig en je werk zal geen lawaai veroorzaken. Aan de ingang van het terrein staat volgend bord. Op je werkvergunning staat dat je gehoorbescherming moet dragen. Welke PBM moet je dragen? (meerdere antwoorden kunnen juist zijn)
  • Gehoorbescherming
  • Veiligheidshandschoenen
  • Veiligheidsbril
  • Signaalkledij
  • Helm
  • Brandbescherming

(X)

(O)

(X)

(O)

(X)

(O)

15 of 44

  • Oefening 5.4.
  • Je gaat schoonmaken met chemische producten. Wat voor soort veiligheidshandschoenen ga je dragen? (meerdere antwoorden kunnen juist zijn)
  • Rubber
  • Kunststof
  • Leer
  • Textiel
  • Oefening 5.5.
  • Je werkt met een klopboormachine. Het geluidsniveau is 101 dB(A). Welke gehoorbeschermingsmiddelen bieden voldoende bescherming? (meerdere antwoorden kunnen juist zijn)
  • Pluggen
  • Watten
  • Propjes
  • Oordoppen aan beugel
  • Oorkappen
  • Otoplastieken

(X)

(X)

(O)

(O)

(O)

(O)

(O)

(O)

(X)

(X)

16 of 44

6. Arbeidsmiddelen

  • Vast opgestelde machines
  • Oefening 6.1.
  • Je gaat heel precies gaten boren in een werkstuk door middel van een grote kolomboormachine. Waar moet je op letten om veilig te kunnen werken? (meerdere antwoorden kunnen juist zijn)
  • Je houdt het werkstuk goed vast zodat het op zijn plaats blijft.
  • Je draagt goede veiligheidshandschoenen.
  • Je gebruikt enkel boren van roestvrij staal.
  • Je verwijdert het scherm om een beter zicht te hebben en heel juist te boren.
  • Veeg het boorsel weg met een krullenkwast.

(O)

(O)

(O)

(O)

(X)

17 of 44

  • Oefening 6.2.
  • Je gaat werken met een vast opgestelde slijpmachine met 2 slijpstenen. Je doet een inspectie voordat je begint. Wat is juist?

 

Juist

Fout

De slijpstenen zijn mooi rond.

 

De slijpstenen hebben een verschillende grootte, elk voor ander soort werk.

 

Er is een beschermruitje tegen vonken gemonteerd op de machine.

 

Je controleert de vervaldatum van de slijpstenen.

 

X

X

X

X

18 of 44

  • Oefening 6.3.
  • Je bent met drie collega’s aan het werken in een atelier. Ieder bedient een vast opgestelde cirkelzaag. Je moet een groot werkstuk gaan zagen. Wat doe je om dit veilig te doen? (meerdere antwoorden kunnen juist zijn)
  • Je gebruikt een duwhout.
  • Je stelt het zaagblad zo hoog mogelijk in.
  • Je trekt de aandacht van een collega om te helpen.
  • Op het ogenblik dat een collega niet aan het werk is, vraag je zijn hulp.
  • Je zet de stofafzuiging even uit want die kan zo’n groot stuk niet aan.

(O)

(O)

(O)

(X)

(O)

19 of 44

  • Aangedreven handgereedschap
  • Oefening 6.4.
  • Je gaat een houten wand vervangen. Je gebruikt een handcirkelzaag om de planken te zagen. Het geluidsniveau op de werkplek bedraagt 82 dB (A). Welke van volgende beveiligingen of beschermingsmaatregelen zijn verplicht? (meerdere antwoorden kunnen juist zijn)

X

X

20 of 44

  • Oefening 6.5.
  • Je gaat met een handslijpmachine werken. De slijpschijf is aan vervanging toe. Welke informatie op de slijpschijf controleer je om de juiste keuze te maken? (meerdere antwoorden kunnen juist zijn)
  • Maximaal toerental.
  • Keuringsdatum.
  • Voor welk materiaal.
  • Dikte van de schijf.
  • Afmeting (diameter) van de schijf.

(X)

(O)

(X)

(O)

(X)

21 of 44

  • Hijswerktuigen
  • Oefening 6.6.
  • Je gaat een reeks kleine en niet te zware lasten hijsen met een handtakel en kettingen. Welke veiligheidsaspecten controleer voordat je gaat hijsen? (meerdere antwoorden kunnen juist zijn)
  • De takel is goed bevestigd aan een stevige constructie.
  • De dikte van de kettingen.
  • De haak heeft een veiligheidssluiting.
  • De maximale belastbaarheid van de handtakel.
  • De maximale belastbaarheid van de kettingen.
  • De aanwezigheid van een CE keurmerk op de lasten.

(X)

(O)

(X)

(X)

(X)

(O)

22 of 44

  • Vorkheftruck - Palletwagen
  • Oefening 6.7.
  • Mag je bij een vorkheftruck het contragewicht verzwaren?
  • Ja, maar maximaal met 10%.
  • Nee, dit mag nooit.
  • Ja, het belangrijkste is dat de heftruck en de last in balans zijn.

  • Oefening 6.8.
  • Hoe voorkom je rugklachten bij het gebruik ,van een palletwagen?
  • Werk in een correcte houding.
  • Altijd duwen, niet trekken.
  • Draag schok dempende veiligheidsschoenen.

(O)

(X)

(O)

(X)

(O)

(O)

23 of 44

7. Specifieke werkzaamheden en omstandigheden

  • Lassen
  • Oefening 7.1.
  • Je moet 2 metalen balken aan elkaar lassen. Je last elektrisch. De balken liggen op schragen in een werkplaats waar ook houtbewerkers aan het werk zijn. Welke preventiemaatregelen neem je? (meerdere antwoorden kunnen juist zijn)
  • Lasgordijn plaatsen.
  • Blusmiddelen voorzien.
  • Veiligheidshelm dragen.
  • Ventilatie voorzien.
  • Lasschort dragen.
  • Extra zuurstof inademen.

(X)

(X)

(O)

(O)

(X)

(O)

24 of 44

  • Sloopwerkzaamheden
  • Oefening 7.2.
  • Je werkt mee aan de sloop van een oud magazijn. Eerst ga je het isolatiemateriaal verwijderen. Uit de inventaris weet je dat het gaat om keramische vezels. Welke preventiemaatregelen neem je? (meerdere antwoorden kunnen juist zijn)
  • Breng een fixeermiddel aan dat ervoor zorgt dat de vezels niet vrijkomen.
  • Breek het materiaal in kleine gemakkelijk te dragen stukken.
  • Draag een wegwerpoverall.
  • Draag een P1-stoffilter.
  • Gebruik een stortkoker.

(X)

(O)

(X)

(O)

(O)

25 of 44

  • Graven en werken bij en in uitgravingen
  • Oefening 7.3.
  • Je gaat werken in een reeds gegraven sleuf van 1.90 meter diep op een industrieterrein. Met welke gevaren moet je rekening houden? (meerdere antwoorden kunnen juist zijn)
  • Elektrocutie.
  • Brand en explosie.
  • Vrijkomen van gevaarlijke stoffen.
  • Wateroverlast door instromend water.
  • Bedolven worden door inkalven (instorten) van de uitgraving.
  • Contact met verontreinigde grond.

(O)

(O)

(X)

(X)

(X)

(X)

26 of 44

  • Werken op hoogte
  • Oefening 7.4.
  • Je moet de dakrand en dakgoten van een gebouw gaan inspecteren. Op het platte dak is geen randbeveiliging voorzien. Hoe kan je de inspectie veilig uitvoeren?

 

Juist

Fout

Vanuit een hoogwerker

 

Vanaf een ladder tegen de gevel

 

Vanaf een steiger aan de gevel

 

Vanaf loopplanken op het dak

 

Met een veiligheidsharnas en een systeem dat de val verhindert

 

X

X

X

X

X

27 of 44

  • Oefening 7.5.
  • Voor het gebruik van een steiger gelden bepaalde regels. Welke van onderstaande beweringen zijn juist? (meerdere antwoorden kunnen juist zijn)
  • Op de steigerkaart staat of de steiger betreden mag worden.
  • Zodra de steiger veilig bevonden is, mag gelijk wie erop werken.
  • Op een hangsteiger moet je een veiligheidsharnas dragen.
  • Je mag zelf de leuningen aanbrengen van de randbeveiliging.
  • Beklim de steiger altijd langs de buitenkant.

(X)

(O)

(X)

(O)

(O)

28 of 44

  • Oefening 7.6. 
  • Verbind de juiste preventiemaatregel met de gevaren bij het werken met een hoogwerker.
  • Gevaren/risico’s:
  • Omvallen van de hoogwerker.
  • Uit of van het platform vallen.
  • Aanrijding, bijvoorbeeld van personen, gebouwen of constructies.
  • Elektrocutie bij contact tussen de hoogwerker en onder spanning staande delen zoals laagspanningslijnen of in de nabijheid van hoogspanningslijnen. 
  • Preventiemaatregelen:
  • De hoogwerker staat horizontaal en op een vlakke ondergrond.
  • Bij gebruik in een risicovolle omgeving is er assistentie op de grond aanwezig.
  • Rijd met een hoogwerker zoals aangegeven in de gebruiksaan-wijzing: schuif de steunen, met de arm naar beneden en de bak in neutrale stand.
  • In het platform draag je een valbeveiliging.

(1)

(4)

(3)

(2)

29 of 44

  • Werken in besloten ruimten
  • Oefening 7.7.
  • Je gaat de binnenkant van een opslagtank voor gevaarlijke stoffen opnieuw van een beschermlaag voorzien. Welke preventiemaatregelen neem je? (meerdere antwoorden kunnen juist zijn)
  • Je zorgt voor aarding van je verfspuitapparatuur
  • Een veiligheidswacht is aanwezig tijdens de schilderwerken
  • Je zorgt dat de concentratie van gassen of dampen hoger blijft dan 10% van de onderste ontploffingsgrens (LEL).
  • Je gebruikt onafhankelijke ademhalingsbescherming.
  • Je stopt de ventilatie van de tank om verspreiding van dampen tegen te gaan.

(X)

(X)

(O)

(X)

(O)

30 of 44

8. Gevaarlijke stoffen

  • Oefening 8.1.
  • Je werkt met gevaarlijke stoffen. Op de verpakking staan symbolen. Plaats elk symbool bij het bijhorend schadelijk effect

  • Welke stoffen hebben onmiddellijk effect?
  • Bij welke stoffen treedt het nadelig effect pas na een tijdje op?

  

 

1.

 

 

 

2.

Ontploft gemakkelijk.

Deze stof is schadelijk.

 

 

 

3

 

 

 

4

Licht ontvlambaar.

Deze stof is bijtend.

(4)

(1)

(3)

(2)

(2)

(3)

(4)

(1)

31 of 44

  • Oefening 8.2.
  • Je bent een magazijn aan het opruimen. Je komt allerlei bussen, vaten en flessen tegen met pictogrammen erop. Plaats de juiste maatregel bij elk pictogram

Pictogram

 

 

1

Gebruik oogbescherming als je met dit product werkt.

 

2

Resten van het product niet in het riool gieten.

 

 

3

Vermenging met brandbare stoffen... absoluut vermijden.

 

 

4

Niet eten als je dit product gebruikt.

 

 

5

Bij zwangerschap of borstvoeding aanraking vermijden.

(3)

(5)

(1)

(2)

(4)

32 of 44

  • Oefening 8.3.
  • Je moet een bioreactortank gaan kuisen. Metingen tonen aan dat het zuurstofgehalte 18% is. Wat moet je doen om te kunnen werken in die ruimte?
  • Niets, de zuurstofconcentratie is hoog genoeg voor korte werkzaamheden.
  • Een filtermasker gebruiken.
  • De ruimte mechanisch beluchten en opnieuw zuurstof meten.

 

  • Door de beluchting is het zuurstofpercentage gestegen tot 19,5%. Denk je dat het nu veilig is om in de reactortank te gaan werken?
  • Ja, want het zuurstofpercentage is hoger dan 19%
  • Nee, want het zuurstofpercentage is lager dan 21%
  • Nee, want door reacties in de tank kan het zuurstofgehalte opnieuw dalen.

(O)

(O)

(X)

(O)

(O)

(X)

33 of 44

  • Oefening 8.4.
  • Je gaat een industriële verwarmingsinstallatie vervangen. Je ziet onderaan een vezelachtige witte plaat. Je denkt dat het om asbest gaat. Wat doe je? (meerdere antwoorden kunnen juist zijn)
  • Niets, je bent niet bevoegd op het vlak van asbest.
  • Voorzichtig een staal nemen en laten testen in een labo.
  • Je leidinggevende waarschuwen.
  • De opdrachtgever waarschuwen.
  • De plaat goed natmaken, ze verpakken in een luchtdichte plastic zak en afvoeren.

(O)

(O)

(X)

(X)

(O)

34 of 44

  • Oefening 8.5.
  • Je hebt als opdracht om gascilinders met zuurstof, stikstof en acetyleen op te slaan. Hoe pak je dit veilig aan?

 

JA

NEE

De cilinders opslaan in een gasdichte ruimte.

 

De cilinders goed vastzetten met een ketting.

 

De cilinders op de werkplek opslaan.

 

Stikstof apart opslaan.

 

De cilinders onder een afdak opslaan.

 

X

X

X

X

X

35 of 44

9. Elektriciteit en straling

  • Oefening 9.1.
  • Zijn de volgende beweringen over elektriciteit juist of fout?

 

Juist

Fout

Elektriciteit is enkel gevaarlijk als je onder spanning staande delen aanraakt.

 

Dubbele isolatie beschermt tegen vocht en water.

 

Veiligheidsaarding voorkomt dat machines of elektrische toestellen aan de buitenkant onder spanning komen te staan.

 

De aardlekschakelaar biedt bescherming tegen kortsluiting.

 

Als je slechts 1 toestel aansluit, is het niet nodig om een verlengkabel volledig af te rollen.

 

X

X

X

X

X

36 of 44

  • Oefening 9.1.
  • Je moet een grote kunststoftank gevuld met poeder laten leegstromen in een roerinstallatie. Welke veiligheidsmaatregelen neem je? (meerdere antwoorden kunnen juist zijn)
  • Je draagt antistatisch schoeisel en antistatische kleding.
  • Je zorgt ervoor dat de pijpleiding en de tank geaard zijn.
  • Je beperkt de stroomsnelheid van het poeder.
  • Je zorgt dat het poeder van zo hoog mogelijk in de roerinstallatie valt.

(O)

(X)

(X)

(O)

37 of 44

10. Brand en explosie

  • Oefening 10.1.

  • Brand ontstaat als volgende drie elementen samen aanwezig zijn:
  • Een brandbare stof, een katalysator en ontstekingsenergie.
  • Een brandbare stof, zuurstof en ontstekingsenergie.
  • Een brandbare stof, zuurstof en de juiste mengverhouding.

(O)

(X)

(O)

38 of 44

  • Oefening 10.2.
  • Er wordt gewerkt met White Spirit in een afgesloten ruimte. Een deel verdampt en komt als gas in de lucht. Duid aan op de afbeelding in welke situatie er gevaar is op een explosie. De onderste explosiegrens voor White Spirit is 0,6 % en de bovenste is 8 %.

39 of 44

  • Er wordt een meting gedaan van de White Spirit in de ruimte. Daaruit blijkt dat het percentage aan 10% is. Zijn volgende beweringen juist of onjuist?

 

JA

NEE

Verklaring

Is er gevaar voor een explosie?

 

Boven de bovenste

explosiegrens. Er is teveel gas om tot een ontploffing te komen.

Is het een goede maatregel om te verluchten terwijl er nog gewerkt wordt?

 

Door verluchting zakt de concentratie White Spirit onder de bovenste explosiegrens en kan een ontploffing plaatsvinden.

Om veilig te werken, moet je altijd ruimschoots onder de onderste ontploffingsgrens blijven.

 

 

X

X

X

40 of 44

  • Oefening 10.3.
  • Op je werkplaats is het uitstromende gas van een niet goed afgesloten gasfles in brand geschoten. Daardoor heeft een houtstapel die in de buurt lag vuur gevat. Je bent als enige van je makkers opgeleid om kleine branden te blussen. Hoe pak je deze situatie aan? (kies de stappen die van toepassing zijn en plaats ze in de juiste volgorde)

De gastoevoer afsluiten.

De houtstapel blussen met water.

De gasfles koelen met schuim.

 

De brand melden.

Je collega’s waarschuwen.

Als de laatste vlam gedoofd is, naar de verzamelplaats gaan.

 

Nablussen en aandachtig blijven voor een opflakkering.

(1)

(2)

(3)

(4)

(5)

(O)

(O)

41 of 44

11. Ongevallen

  • Oefening 11.1.
  • Je rijdt met een vorkheftruck naar het magazijn. Bij het binnen draaien bots je tegen een collega aan. Hij valt en blijft liggen, maar is nog wel bij bewustzijn. Wat moet je doen? (meerdere antwoorden kunnen juist zijn)
  • De hulpdiensten en je chef verwittigen.
  • Je collega uit de weg leggen en de plaats van het ongeval vrijmaken.
  • Je collega vragen om de chef te bellen zodat hij zelf kan uitleggen wat er aan de hand is.
  • Bij je collega blijven tot hulp is gearriveerd.

(X)

(O)

(O)

(X)

42 of 44

  • Hoe noem je het voorval dat hierboven ( vorige slide ) is beschreven?
  • Arbeidsongeval
  • Ongeval
  • Bijna-ongeval

  • Stel dat je collega nog net kon ontwijken maar wel tegen de poort reed en die beschadigde. Hoe zou je het voorval dan noemen?
  • Arbeidsongeval
  • Ongeval
  • Bijna-ongeval

(X)

(O)

(O)

(O)

(X)

(O)

43 of 44

12. Noodsituaties

  • Oefening 12.1.
  • Zijn de volgende beweringen over noodsituaties juist of fout?

 

JUIST

FOUT

De oorzaak van een noodsituatie ligt altijd buiten het bedrijf.

 

Hoe een noodsituatie wordt aangepakt, hangt af van de aard en de ernst van het voorval.

 

Als het evacuatiesignaal klinkt, stop je alle externe communicatie (bv. een telefoongesprek).

 

Bij evacuatie ga je zo snel mogelijk naar een plaats uit het zicht van het probleem.

 

X

X

X

X

44 of 44

Zijn er nog

44

Veel succes bij het examen !!!

Bedankt voor uw aandacht