H O O F D S T U K 6
Netwerkonderdelen en instellingen
Kabels, routers, switches en mesh
Netwerken | MBO ICT niveau 2 | Leerpark Arnhem
Wat ga je leren?
Leerdoelen
• Je leert netwerkonderdelen herkennen
• Je leert netwerkonderdelen benoemen
• Je leert de werking van de onderdelen
Werkwijze
1. Bekijk de films en de informatie bij de netwerkonderdelen
2. Maak netwerkopdracht 1 en 2
3. Laat je werk aftekenen door je docent
4. Zet alles in je verslag
Netwerken | Hoofdstuk 6
De netwerkonderdelen
UTP-kabel
Netwerkkabel met getwiste aderparen. Veel gebruikt: Cat5e (meestal 1 Gbit/s) en Cat6/Cat6a (tot 10 Gbit/s), maximaal 100 meter.
RJ-45-plug
De stekker aan een netwerkkabel. Je zet hem er zelf op met een krimptang.
Router
Verbindt jouw netwerk met internet en geeft apparaten een IP-adres. Voorbeelden: tp-link TL-WR841N, Archer C7.
Switch
Verbindt apparaten binnen het netwerk met kabels. Voorbeelden: Netgear GS105 en GS108.
Mesh-netwerk
Meerdere wifi-punten werken samen, zodat je in het hele huis goed bereik hebt.
NAS
Netwerkopslag: een harde schijf die iedereen op het netwerk kan gebruiken.
Netwerken | Hoofdstuk 6
Bekijk de video's
Films over netwerkonderdelen en het aansluiten van een router.
TechTerms: van netwerkkaart tot router (Engels).
Klik om de video te openen op YouTube
Netwerken | Hoofdstuk 6
OPDRACHT 6.1
Netwerkopdracht 1: twee pc's
Praktijkopdracht. Laat je werk aftekenen door je docent.
1. Maak een netwerkkabel.
2. Verbind 2 pc's of laptops met elkaar, zonder router. Stel de verbinding in via Windows Netwerkverbindingen.
3. Deel een map en zet er vanaf beide systemen een plaatje in.
4. Controleer op beide pc's of de bestanden zichtbaar zijn. Maak een printscreen.
5. Maak een Visio-tekening van dit netwerk, met IP-adressen.
Hulpknoppen
Op de site staan hulpknoppen voor de netwerkkabel en het netwerk tussen 2 pc's.
Invulblad
Noteer je antwoorden op het invulblad van hoofdstuk 6, bij opdracht 6.1.
Aftekenen
Afgetekend door je docent, printscreens en tekening in je verslag.
Netwerken | Hoofdstuk 6
OPDRACHT 6.2
Netwerkopdracht 2: router en NAS
Praktijkopdracht. Laat je werk aftekenen door je docent.
1. Verbind 2 pc's of laptops via een router. Sluit ook een mobiele telefoon aan.
2. Zorg dat de IP-adressen tussen 10.100.0.1 en 10.100.0.20 liggen. Maak een printscreen.
3. Sluit een NAS met harde schijf aan op de router, stel hem in en benader hem vanaf een pc.
4. Maak een Visio-tekening van dit netwerk, met IP-adressen.
Video
Hoe sluit je de router aan, stel je hem in en test je hem?
Invulblad
Noteer je antwoorden op het invulblad van hoofdstuk 6, bij opdracht 6.2.
Aftekenen
Afgetekend door je docent, printscreens en tekening in je verslag.
Netwerken | Hoofdstuk 6
Klaar? Inleveren!
Op te leveren: Verslag met netwerkopdracht 1 en 2, afgetekend door je docent.
Volgende keer: hoofdstuk 7, Printer aansluiten op het netwerk