1 of 8

H O O F D S T U K 5

Netwerkprotocollen

Het OSI-model en TCP/IP

Netwerken | MBO ICT niveau 2 | Leerpark Arnhem

2 of 8

Wat ga je leren?

Leerdoelen

• Je kunt vertellen waarom het OSI-model wordt gebruikt

• Je kunt vertellen waarom TCP/IP wordt gebruikt

• Je kunt verschillen en overeenkomsten tussen OSI en TCP/IP beschrijven

• Je kunt vertellen wat Ethernet is

Werkwijze

1. Lees de tekst en bekijk de film over het OSI-model

2. Lees de tekst en bekijk de films over TCP/IP

3. Bekijk Netwerk voor beginners deel 1 en 2

4. Maak opdracht 5.1 en 5.2

Netwerken | Hoofdstuk 5

3 of 8

Het OSI-model: 7 lagen

7 Applicatie

6 Presentatie

5 Sessie

4 Transport

3 Netwerk

2 Datalink

1 Fysiek

Wat is het?

Een standaard die uitlegt hoe computers en apparaten informatie aan elkaar doorgeven, in stappen (lagen). OSI = Open Systems Interconnection.

Ezelsbruggetje

Van boven naar beneden: All People Seem To Need Data Processing. Van beneden naar boven: Please Do Not Throw Sausage Pizza Away.

Netwerken | Hoofdstuk 5

4 of 8

TCP/IP

TCP/IP is een verzameling protocollen voor de meeste netwerkcommunicatie. Het internet is het grootste TCP/IP-netwerk.

TCP

Transmission Control Protocol: zorgt dat data compleet en in de goede volgorde aankomt.

IP

Internet Protocol: zorgt dat pakketjes via het juiste adres op de goede plek komen.

OSI en TCP/IP

Beide beschrijven netwerkcommunicatie in lagen. TCP/IP heeft minder lagen dan OSI.

Netwerken | Hoofdstuk 5

5 of 8

Bekijk de video's

Films over het OSI-model, TCP/IP en netwerken voor beginners.

OSI-model

Flitscollege: de 7 lagen in het kort.

Klik om de video te openen op YouTube

IP-adressen

Wat zijn IP-adressen en hoe werkt dat?

Klik om de video te openen op YouTube

Netwerk voor beginners 1

De basis van netwerken.

Klik om de video te openen op YouTube

Netwerk voor beginners 2

Vervolg op deel 1.

Klik om de video te openen op YouTube

Netwerken | Hoofdstuk 5

6 of 8

OPDRACHT 5.1

Vragen bij het plaatje

Bekijk het plaatje op de site en beantwoord de vragen in je Word-document.

1. Welk IP-adres is zichtbaar voor een willekeurige gebruiker van internet?

2. Kunnen computer 1 en computer 2 elkaar zien?

3. Wat is de functie van het DSL-modem?

4. Welk apparaat heeft NAT-functionaliteit?

5. Wat is de functie van de router?

6. Langs welke apparaten gaat computer 2 als hij een website bezoekt?

7. Hoeveel unieke gebruikers kunnen er in het intranet worden aangesloten?

Invulblad

Noteer je antwoorden op het invulblad van hoofdstuk 5, bij opdracht 5.1.

Inleveren

Antwoorden in je Word-document.

Netwerken | Hoofdstuk 5

7 of 8

OPDRACHT 5.2

Netwerktekening maken

Maak een netwerktekening in Microsoft Visio en plak deze in je verslag.

1. Teken 2 laptops en 2 telefoons, verbonden via een router, een modem en het internet.

2. Maak een schets van alle aansluitingen in lokaal V0.46, V0.47 en het MVI/ICT-plein.

3. Maak van die schets een Visio-tekening.

Uitlegfilmpje

Op de site staat een filmpje over hoe je dit aanpakt.

Invulblad

Noteer je antwoorden op het invulblad van hoofdstuk 5, bij opdracht 5.2.

Inleveren

Word-document met opdracht 5.1 en 5.2 op Teams.

Netwerken | Hoofdstuk 5

8 of 8

Klaar? Inleveren!

Op te leveren: Word-document met opdracht 5.1 en 5.2.

Volgende keer: hoofdstuk 6, Netwerkonderdelen en instellingen