VSCG-2


GEZOCHT

Ouders/verzorgers van zich 'normaal' ontwikkelende kinderen tussen 0 en 4 jaar die de VSCG-2 willen invullen.
Het invullen van de vragenlijst neemt ongeveer 10 minuten in beslag.
Als u meerdere kinderen in deze leeftijd hebt, kunt u meerdere vragenlijsten invullen.


WAAROM?

Kinderen met autisme hebben problemen met sociale omgang en communicatie. De diagnostiek en behandeling van zeer jonge kinderen met autisme vraagt uiterst specialistische kennis. Om deze kinderen nog beter te kunnen helpen, hebben Marrit Buruma en Els Blijd-Hoogewys in 2009 de VSCG-vragenlijst ontwikkeld. Deze vragenlijst bevraagt het Vroeg Sociaal Communicatief Gedrag van jonge kinderen via hun ouders. In 2014 is de vragenlijst aangepast en ingekort (VSCG-2). Voordat deze nieuwe versie gebruikt kan worden bij kinderen met autisme, moet eerst onderzocht worden hoe zich 'normaal' ontwikkelende kinderen scoren op deze vragenlijst.


WAT GEBEURT ER MET DE INFORMATIE?

Ouders krijgen niet te horen hoe hun kind heeft gescoord op de vragenlijst. De gegevens worden anoniem verwerkt. Wanneer er meer dan 1000 vragenlijsten zijn ingevuld, worden er op groepsniveau statistische analyses gedaan, worden er normen berekend (waarmee de scores van kinderen met autisme vergeleken kunnen worden) en worden deze resultaten gerapporteerd in een wetenschappelijk tijdschrift. Pas dan kan de vragenlijst ook gebruikt worden bij kinderen met autisme.


WAT ALS U VERMOEDT DAT UW KIND AUTISME HEEFT?

Gelieve deze vragenlijst dan niet in te vullen, aangezien dit normeringsonderzoek van zich 'normaal' ontwikkelende kinderen betreft. We adviseren u dan om contact op te nemen met uw JGZ-arts dan wel huisarts voor een eventuele verwijzing voor diagnostiek in uw buurt.


HEEFT U NOG VRAGEN?

Neem dan contact op met Marrit Buruma, via infant@inter-psy.nl

NB: MERK OP DAT HOE JONGER UW KIND IS, HOE VAKER U VRAGEN VERMOEDELIJK ZULT BEANTWOORDEN MET 'NEE'. DAT HEEFT MET DE CONSTRUCTIE VAN DE VRAGENLIJST TE MAKEN.

    Vul hieronder de algemene gegevens in

    This is a required question
    This is a required question
    This is a required question
    This is a required question
    This is a required question
    This is a required question
    This is a required question
    This is a required question
    This is a required question
    This is a required question
    This is a required question
    This is a required question
    This is a required question

    Start vragenlijst

    1. Maakt uw kind spontaan oogcontact? 
    2. (Glim)lacht uw kind in reactie op uw (glim)lach?
    3. Reageert uw kind op zijn/haar naam?
    4. Houdt uw kind van knuffelen?
    5. Is uw kind gemakkelijk te troosten?
    6. Reageert uw kind, nadat u weg bent geweest, met blijdschap als u terugkomt?
    7. Zoekt uw kind, in situaties die nieuw zijn, bevestiging door naar uw gezicht te kijken om te zien wat u ervan vindt?
    8. Begroet uw kind onbekenden in eerste instantie met terughoudendheid?
    9. Beleeft uw kind plezier aan samen dingen doen? Zoals een spelletje doen of een liedje zingen.
    10. Deelt uw kind plezier met u? Door naar u te lachen en daarbij oogcontact te maken.
    Please enter one response per row
    11. Vraagt uw kind om hulp? Door middel van oogcontact, gebaren of woorden.
    12. Als u (of een ander) hulp nodig heeft, helpt uw kind dan?
    13. Als u verdrietig bent (of als een ander dat is), probeert uw kind dan te troosten?
    14. Kijkt uw kind, wanneer hij/zij aan het spelen is, of u naar hem/haar kijkt?
    15. Wanneer uw kind een interessant voorwerp ziet, kijkt hij/zij dan afwisselend naar u en naar dat voorwerp? 
    16. Als u naar een voorwerp in de kamer kijkt, kijkt uw kind dan in dezelfde richting (niet persé naar hetzelfde voorwerp)?
    17. Volgt uw kind uw wijzende vinger wanneer u ergens naar wijst?
    18. Reikt uw kind naar voorwerpen?
    19.a) Raakt uw kind voorwerpen aan met zijn/haar wijsvinger om u duidelijk te maken … dat hij/zij iets wil hebben?
    19.b) Raakt uw kind voorwerpen aan met zijn/haar wijsvinger om u duidelijk te maken … dat hij/zij zijn/haar interesse met u wilt delen?
    20.a) Wijst uw kind met zijn/haar wijsvinger (zonder het voorwerp aan te raken) om u duidelijk te maken … dat hij/zij iets wil hebben?
    20.b) Wijst uw kind met zijn/haar wijsvinger (zonder het voorwerp aan te raken) om u duidelijk te maken … dat hij/zij zijn/haar interesse met u wilt delen?
    Please enter one response per row
    21. Laat uw kind u voorwerpen zien door ze omhoog te houden zodat u ze kan zien?
    22.a) Geeft uw kind u wel eens een voorwerp … omdat hij/zij hulp nodig heeft?
    22.b) Geeft uw kind u wel eens een voorwerp … omdat hij/zij zijn/haar interesse met u wilt delen?
    23. Heeft uw kind belangstelling voor speelgoed?
    24. Varieert uw kind in zijn/haar spel? Dat wil zeggen: uw kind wisselt af tussen verschillende speeltjes.
    25. Gebruikt uw kind speelgoed zoals het bedoeld is. Bijvoorbeeld: met een speelgoedauto rijden of de haren van een pop kammen.
    26. Gebruikt uw kind fantasie tijdens zijn/haar spel?
    27. Doet uw kind wel eens alsof een voorwerp iets anders voorstelt dan het werkelijk is? Bijvoorbeeld doen alsof een blokje een auto is.
    28. Doet uw kind wel eens alsof hij/zij iemand anders is? Bijvoorbeeld een prinses of een brandweerman.
    29. Probeert uw kind u te betrekken in zijn/haar spel?
    30. Houdt uw kind van fysieke spelletjes? Bijvoorbeeld: kietelspelletjes, stoeispelletjes en rondgezwaaid worden.
    Please enter one response per row
    31. Houdt uw kind van contactspelletjes? Bijvoorbeeld: kiekeboe, paardje rijden, daar komt een muisje en ik ga jou pakken.
    32. Is er tijdens deze spelletjes sprake van oogcontact?
    33. Is er tijdens deze spelletjes sprake van beurtwisselingen?
    34. Is uw kind geïnteresseerd in andere kinderen?
    35. Speelt uw kind met andere kinderen? Het kind speelt echt ‘samen’ en niet alleen naast andere kinderen.
    36. Kan uw kind zijn speelgoed delen met andere kinderen?
    37.a) Laat uw kind imitatie zien… als u een bepaald geluid maakt? Bijvoorbeeld met de tong klakken.
    37.b) Laat uw kind imitatie zien… als u een bepaald gebaar maakt? Bijvoorbeeld handen klappen of hoofd schudden.
    37.c) Laat uw kind imitatie zien … als u een bepaalde handeling doet? Bijvoorbeeld uit een kopje drinken of met een doekje schoonmaken.
    38. Kunt u aan het gezicht van uw kind zien of hij/zij blij, bang, boos of verdrietig is?
    39. Herkent uw kind verschillende gezichtsuitdrukkingen (blij, bang, boos en verdrietig) bij anderen? Bijvoorbeeld het kind ziet aan uw gezicht wanneer u boos bent.
    40. Strekt uw kind zijn/haar armpjes uit wanneer hij/zij opgepakt wil worden?
    Please enter one response per row
    41. Zwaait uw kind om mensen te groeten?
    42. Schudt uw kind met zijn hoofd om ‘nee’ aan te geven?
    43. Knikt uw kind met zijn hoofd om ‘ja’ aan te geven?
    44. Begrijpt uw kind eenvoudige woorden?
    45. Begrijpt uw kind eenvoudige opdrachten? Bijvoorbeeld: Pak je jas.
    46. Brabbelt uw kind? Bijvoorbeeld: dadada, mamama, …
    47. Zegt uw kind papa of mama?
    48. Benoemt uw kind voorwerpen, dieren of mensen?
    49. Benoemt uw kind zowel een voorwerp/dier als kenmerken daarvan? Bijvoorbeeld een groot paard, een klein eendje of een rode bloem.
    50. Gebruikt uw kind woorden om ergens naar te verwijzen?
    51. Maakt uw kind tweewoord of driewoord zinnen?
    52. Kunt u een gesprekje met uw kind voeren?
    53. Kunnen anderen die uw kind niet dagelijks meemaken begrijpen wat uw kind zegt? 
    Please enter one response per row
    This is a required question

    Bedankt voor het invullen van deze vragenlijst!

    Klik hieronder op 'verzenden'. Als dit niet lukt, dan heeft u een vereiste vraag* niet ingevuld. Dit veld wordt dan rood omkaderd. Pas als alle vereiste velden zijn ingevuld, kunt u de vragenlijst verzenden.