Wiskundequiz 3e en 4e leerjaar
Vul de quiz in en ontdek hoe jij scoort!
1. Wat is de omtrek van een rechthoek met een lengte van 14 cm en breedte van 5 cm?
3 points
2. Tom heeft een afspraak met de tandarts om 16 u. Hij heeft gedaan met werken om 15u30. Het duurt 20 minuten om naar de tandarts te gaan. Onderweg verliest hij 15 minuten in de file. Hij besluit daarom een binnenweg te nemen en wint 7 minuten. Om welk uur is hij bij de tandarts?
3 points
3. De maand maart heeft 31 dagen. Sommige jaren telt de maand maart 4 zondagen. Andere jaren telt hij er 5. Wanneer de maand maart 5 zondagen telt, welke weekdagen heeft hij dan maar vier keer?
5 points
4. Hieronder zie je dezelfde kubus vanuit drie verschillende standpunten.
Captionless Image
Your answer
Welk symbool staat op het vlak tegenover het vlak met de witte cirkel?
5 points
Captionless Image
5. Een getal telt drie cijfers : de som van die cijfers is 6. Het eerste cijfer is de helft van het tweede en een derde van het derde cijfer. Wat is het getal?
5 points
6. Voor je staan twee zakken. De linkse bevat 14 hoeden: 2 witte, 8 zwarte en vier rode. In de rechtse zitten 14 sjaals: 5 witte en 9 zwarte. Je begint bij de linkse zak en je neemt afwisselend een hoed, dan een sjaal, dan opnieuw een hoed, dan opnieuw een sjaal, alles zonder te kijken. Hoeveel keer moet je minimum in de zakken graven om er zeker van te zijn dat je de volgende keer een sjaal en hoed van dezelfde kleur hebt?
5 points
7. Vul het rijtje aan : 0-2-2-4-6-10-16-26-…
5 points
8. Thomas gaat naar de supermarkt. Bij aankoop van 7 chocoladerepen krijg je 2 repen gratis. In totaal koopt Thomas er 73. Hoeveel chocoladerepen moet hij betalen aan de kassa?
5 points
9. Je gebruikt de cijfers 0,1,6 en 9 om een getal van 3 cijfers te maken. Hoe groot is het verschil tussen het kleinste en grootste getal dat je kan vormen? Elk cijfer kan slechts één keer gebruikt worden.
5 points
10. Lisa moet een getal van vier cijfers verdubbelen. Per ongeluk verwisselt ze het eenheden-cijfer met het tientallen-cijfer. Ze herinnert zich wel dat het oorspronkelijke eenheden-cijfer de helft van het oorspronkelijke tientallen-cijfer bedraagt. Wat is het resultaat?
5 points
Wil je op de hoogte blijven van onze wiskundequiz? Vul dan je e-mailadres in.
5 points
Your answer
*
5 points
Required
Submit
Never submit passwords through Google Forms.
This form was created inside of Fedactio. Report Abuse - Terms of Service - Additional Terms