Op een zonnige ochtend fietst Noor naar school. Onderweg merkt ze dat het opvallend stil is in de buurt van de bloemenvelden. Normaal ziet ze daar tientallen bijen van bloem naar bloem vliegen. Vandaag ziet ze er bijna geen één.
Op school vertelt Noor het aan haar meester. Hij legt uit dat bijen belangrijk zijn voor planten. Wanneer bijen nectar uit bloemen halen, nemen ze stuifmeel mee naar andere bloemen. Daardoor kunnen veel planten en bloemen zich voortplanten.
Na school gaat Noor met haar vader kijken bij de bloemenvelden. Ze ontdekken dat een groot deel van de bloemen is gemaaid. Ook staan er langs de rand van het veld nieuwe machines. Noor vraagt zich af of dit de reden kan zijn dat er zo weinig bijen zijn.
Haar vader vertelt dat bijen op verschillende manieren worden bedreigd. Ze kunnen bijvoorbeeld last hebben van het verdwijnen van bloemen, bestrijdingsmiddelen en veranderingen in het klimaat. Daarom is het belangrijk dat er genoeg plekken zijn waar bijen voedsel en beschutting kunnen vinden.
Noor krijgt een idee. Samen met haar klas wil ze een stukje van het schoolplein veranderen in een kleine bloemenweide. Ze planten verschillende soorten bloemen die op verschillende momenten van het jaar bloeien. Zo hopen ze dat bijen en andere insecten daar genoeg voedsel kunnen vinden.
Een paar maanden later staat het schoolplein vol kleur. Noor ziet weer bijen tussen de bloemen vliegen. Ze glimlacht. Een klein stukje bloemen kan dus toch een groot verschil maken.