Vragenlijst 'Eigenaarschap'
School
Groep
Geslacht
Leeftijd
1. Voordat ik aan een som begin, bedenk ik hoe ik deze moet uitrekenen.
2. Ik bedenk een plan voor het oplossen van een som.
3. Terwijl ik mijn sommen maak, controleer ik hoe goed het gaat.
4. Als er onverwachts sommen niet lukken, kan ik nieuwe oplossingen bedenken.
5. Ik kan mezelf makkelijk concentreren op wat ik wil bereiken tijdens de rekenles.
6. Ik blijf doorwerken, ook als ik de rekensommen moeilijk vind.
7. Ik controleer mijn fouten na de rekenles, zodat ik ervan kan leren.
8. Ik denk na over mijn berekeningen, zodat ik weet of mijn antwoorden kloppen.
9. Ik zorg ervoor dat ik elke berekening afmaak.
10. Het maakt niet uit hoeveel talent je hebt, want je kunt er zelf niets aan doen.
11. Je kunt altijd nieuwe dingen leren, maar je kunt niet veranderen hoe slim je bent.
12. Tijdens de rekenles stop ik even om na te denken over de berekeningen die ik heb gemaakt.
13. Ik denk na over wat ik de volgende keer beter kan doen.
14. Ik wil meer inzet leveren tijdens de rekenles, zodat ik beter zal worden in rekenen.
15. Als ik met een rekenles bezig ben, kan ik me goed concentreren.
16. Als ik een moeilijke som tegenkom, weet ik meerdere manieren om de som op te lossen.
17. Als ik goed mijn best doe, lukt het mij om moeilijke sommen op te lossen.
18. Ik kijk mijn werk na om te zien of ik mijn werk goed doe..
19. Ik bedenk van te voren wat ik moet doen om een som goed op te lossen.
20. Ik maak een nauwkeurige berekening voor het oplossen van een som.
21. Als een som moeilijk is, vertrouw ik er op dat het goed komt.
22. Wat er ook gebeurt, ik kan de les goed maken.
23. Ik doe mijn uiterste best bij het werken aan de rekensommen.
24. Ik denk na over mijn fouten, zodat ik begrijp wat fout ging.
25. Ik kijk nog een keer naar de som om te zien of mijn antwoord wel kan kloppen.
26. Ik vind het fijn als ik ergens hard voor moet nadenken.
27. Ik ga de stappen van een berekening na in mijn hoofd.
28. Ik houd ervan om dingen te doen waar ik van leer, ook als ik veel fouten maak.
29. Als een som niet lukt, kan ik iets bedenken waardoor het toch lukt.
30. Ik controleer steeds wat ik opschrijf, als ik de sommen makkelijk vind.
31. Ik bedenkk een duidelijk plan voor het oplossen van een som.
32. Ik verbeter mijn fouten.
33. Ik controleer of mijn berekeningen goed zijn
34. Ik vind het fijn als ik iets goed kan zonder dat het me veel moeite kost.
35. Ik kijk mijn berekeningen na, als ik een som aan het oplossen ben.
36. Ik stel mezelf vragen over hoe ik een som moet uitrekenen en daarna los ik de som op.
37. Ik kan rustig blijven bij een moeilijke som, omdat ik genoeg manieren weet om de som op te lossen.
38. Als ik genoeg mijn best doe, kan ik moeilijke sommen oplossen.
39. Ik vind het leuk om iets te kunnen wat ik perfect kan.
40. Ik denk na over wat ik goed en minder goed kan bij rekenen.
41. Als ik de rekenles moeilijk vind, kan ik het toch een goed cijfer halen door goed mijn best te doen.
42. Ik geef niet op, ook als de rekenles moeilijk is.
43. Ik denk na over mijn berekeningen, zodat ik ze kan verbeteren.
44. Als ik mijn best blijf doen, lukt het mij om mijn les goed te maken.
45. Als ik iets moeilijk vind, wil ik hier meer tijd aan besteden.
46. Ik kijk mijn werk eerst zelf na, voordat ik dit doe met het nakijkboek.
47. Ik werd zo hard mogelijk tijdens de rekenles.
48. Terwijl ik verder ga met een volgende opdracht, controleer ik of mijn antwoorden juist zijn.
49. Ik ga de stappen van mijn berekening in mijn hoofd na.
50. Ik werk hard om het goed te doen, ook als ik een rekenles niet leuk vind.
51. Ik controleer alle stappen van mijn berekening om zeker te zijn van mijn antwoorden.
52. Ik werk hard aan een rekenles, ook als deze niet belangrijk is.
53. Terwijl ik mijn sommen uitvoer, vraag ik mezelf af hoe goed ik het doe.
54. Ik voel me dommer als ik ergens langer mee bezig ben dan anderen.
Ik vond deze vragenlijst ...... om in te vullen.
Submit
This content is neither created nor endorsed by Google. Report Abuse - Terms of Service