Taaltest NL Beginner - Débutant
Le test se compose de 24 questions à choix multiples. Pour chaque question, choisissez la réponse qui, selon vous, correspond à l’espace laissé libre. Après avoir rempli toutes les questions, cliquez sur Envoyer. Vous verrez alors à combien de questions vous avez répondu correctement ainsi que celles pour lesquelles vous avez peut-être fait des erreurs. Comparez ensuite votre résultat avec le schéma ci-dessous pour voir quel est votre niveau de grammaire (Basé sur le cadre européen commun de référence).
0-14 punten: A1 - Beginner ( Introductif)
15-20 punten: A2 - Basisvaardigheden ( Intermédiaire)
21-24 punten: B1 - U beheerst de basis al heel behoorlijk, wellicht kunt u de taaltest voor gevorderden eens proberen. ( Indépendent niveau seuil - essayez le niveau pour avancés)
Sign in to Google to save your progress. Learn more
Email *
1. Ning _____________ een _________ badkamer met een bad.
1 point
Clear selection
2. Die broek _____________ niet goedkoop maar wel heel mooi.
1 point
Clear selection
3. _____________ je mij bij deze opdracht? Dankjewel!
1 point
Clear selection
4. Hoe _____________ de moeder van Irena?
1 point
Clear selection
5. De informatie _____________ in dit _________ boekje.
1 point
Clear selection
6. Kijk, _________ foto’s van mijn vakantie. _____________ je ze zien?
1 point
Clear selection
7. Sorry, het is niet duidelijk. Hallo? Ik _____________ je niet verstaan. Hallo?
1 point
Clear selection
8. Martine is morgen jarig. _________ we _________ cadeau voor haar kopen?
1 point
Clear selection
9. Hoi Anna en Peter. Is dit _______ auto?
1 point
Clear selection
10. Daar is Monique met _______ dochters.
1 point
Clear selection
11. Dat is William en dat is _______ vriendin, Jennifer.
1 point
Clear selection
12. Wij eten meestal in _______ keuken.
1 point
Clear selection
13. Wie van jullie bestelt witte wijn? (maak de juiste perfectum)
1 point
Clear selection
14. De kinderen spelen op het balkon. (maak de juiste perfectum)
1 point
Clear selection
15. Pas je deze schoenen al? (maak de juiste perfectum)
1 point
Clear selection
16. Slapen jullie lekker? (maak de juiste perfectum)
1 point
Clear selection
17. Hij is niet in de badkamer. (maak de juiste perfectum)
1 point
Clear selection
18. Olivier heeft iets lekkers ............., want hij is vandaag jarig.
1 point
Clear selection
19. Irmgard huurt een kamer voor haar dochter. (maak de juiste imperfectum
1 point
Clear selection
20. Die broek past niet goed. (maak de juiste imperfectum)
1 point
Clear selection
21. Wat koopt Rianna in Amsterdam? (maak de juiste imperfectum)
1 point
Clear selection
22. Wat doen jullie?
1 point
Clear selection
23. Waarom is Katja vroeg naar huis gegaan? (zich niet goed voelen)
1 point
Clear selection
24. Welke zin is correct:
1 point
Clear selection
Next
Clear form
This content is neither created nor endorsed by Google. Report Abuse - Terms of Service - Privacy Policy