Request edit access
Hoofdstuk 2 : Bouwbesluit 2012
Technische bouwvoorschriften uit het oogpunt van gezondheid
2.1 Aansturingsartikel
Een te bouwen bouwwerk is voldoende bestand tegen de daarop werkende krachten. Zie hiervoor tabel 2.1 en de artikelen 2.2 t/m 2.5b.
2.2 Fundamentele belastingcombinaties
Een bouwconstructie bezwijkt gedurende de in NEN-EN 1990 bedoelde ontwerplevensduur niet bij de fundamentele belastingscombinaties als bedoeld in NEN-EN 1990.
2.3 Buitengewone belastingscombinaties
Volgens NEN-EN 1990.
2.4 Bepalingsmethode
Bepaling voor het niet bezwijken als bedoeld in de artikelen 2.2 en 2.3.
2.5 Verbouw
Op het gedeeltelijk vernieuwen of veranderen of het vergroten van een bouwwerk zijn de artikelen 2.2 tot en met 2.4 van overeenkomstige toepassing, waarbij in plaats van het in die artikelen aangegeven niveau van eisen wordt uitgegaan van het niveau zoals aangegeven in NEN 8700.
2.5a Tijdelijke bouw
Voor een tijdelijk bouwwerk met een ontwerpduur van 5 jaar volgens NEN-EN 1990 zijn de artikelen 2.2 en 2.4 van toepassing. Voor een tijdelijk bouwwerk met een ontwerpduur van 15 jaar is daarnaast ook nog artikel 2.3 van toepassing.
2.5b Aardbevingen
In aanvulling op het bepaalde in de artikelen 2.2 tot en met 2.5a kunnen met betrekking tot de belastingen op bouwwerken door aardbevingen als gevolg van de gaswinning in de provincie Groningen bij ministeriële regeling nadere voorschriften worden gegeven.
2.6 Aansturingsartikel
Een bestaand bouwwerk is gedurende de restlevensduur voldoende bestand tegen de daarop werkende krachten. Zie tabel 2.6. De onderstaande artikelen hebben betrekking op tiny houses voor particulier eigendom (eisen voor bestaande bouw).
2.7 Fundamentele belastingcombinaties
Een bouwconstructie bezwijkt niet gedurende de in NEN 8700 bedoelde restlevensduur bij de fundamentele belastingscombinaties als bedoeld in NEN 8700.
2.8 Uiterste grenstoestand
Verwijs naar artikel 2.7 (NEN 8700).
2.9 Aansturingsartikel - Sterkte bij brand (nieuwbouw)
Een te bouwen bouwwerk kan bij brand gedurende redelijke tijd worden verlaten en doorzocht, zonder dat er gevaar voor instorting is. Zie tabel 2.9.
2.10 Tijdsduur bezwijken (nieuwbouw)
2.11 Bepalingsmethode (nieuwbouw)
Bepalingsmethode verwijs naar artikel 2.10 en verschillende NEN(-EN)'s.
2.12 Verbouw (nieuwbouw)
Bij het verbouwen zijn de artikelen 2.10 en 2.11, waarbij in 2.10 mag worden uitgegaan van het rechtens verkregen niveau en een verwijzing naar NEN 8700.
2.13 Aansturingsartikel - Sterkte bij brand (Bestaande bouw)
Op tiny houses voor particulier eigendom is vorige afdeling voor nieuwbouw van toepassing. Art. 2.13: Een bestaand bouwwerk kan bij brand gedurende enige tijd worden verlaten en doorzocht zonder dat er gevaar is voor instorting.
2.14 Tijdsduur bezwijken (bestaande bouw)
Dit artikel gaat over de tijdsduur bezwijken, maar is niet van toepassing op nieuwbouw tiny houses voor particulier eigendom.
2.15 Bepalingsmethode (bestaande bouw)
Verwijzing naar artikel 2.14 en de NEN's 8700 en 6069. Bestaande bouw is niet van toepassing op nieuwbouw tiny houses voor particulier eigendom.
2.22 Aansturingsartikel - Afscheiding van vloer, trap en hellingbaan (bestaande bouw)
Voor tiny houses bestemd voor particulier eigendom zijn de eisen voor bestaande bouw van toepassing. Artikel 2.22: een bestaand bouwwerk bevat voorzieningen waardoor het vallen van een vloer, een trap of een hellingbaan redelijkerwijs wordt voorkomen. Zie tabel 2.22.
2.23 Aanwezigheid (bestaande bouw)
Een verhoging van meer dan 1,5 m heeft bij een rand een afscheiding.
2.24 Hoogte (bestaande bouw)
De hoogte van de in artikel 2.23 genoemde afscheiding is 0,9 m of 0,6 m.
2.25 Openingen (bestaande bouw)
De opening tot 0,6 m is niet groter dan in tabel 2.22 aangegeven. Horizontaal is de afstand niet meer dan 0,1 m.
2.30 Aansturingsartikel - Overbruggen hoogteverschillen (bestaande bouw)
Afdeling 2.4 bestaande bouw is van toepassing op tiny houses voor particulier eigendom. Artikel 2.30: een bestaand bouwwerk heeft in een vluchtroute voorzieningen voor het veilig overbruggen van hoogteverschillen door personen.
2.31 Voorziening bij hoogteverschil (bestaande bouw)
Een hoogteverschil van meer dan 0,22 m tussen vloeren waarover een vluchtroute voert, of tussen een van die vloeren en het aansluitende terrein, wordt overbrugd door een vaste trap of een vaste hellingbaan.
2.38 Aansturingsartikel - Trap (bestaande bouw)
Een bestaande trap in een vluchtroute die een hoogteverschil als bedoeld in artikel 2.31 overbrugt, kan veilig worden gebruikt.
2.39
Een trap als bedoeld in artikel 2.31, heeft afmetingen die voldoen aan tabel 2.39.
2.40 Trapbordes
Een trap als bedoeld in artikel 2.31, sluit bij de bovenste trede, over de breedte van de trap, aan op een vloer met een oppervlakte van ten minste 0,7 m x 0,7 m.
2.41 Leuning
Een trap als bedoeld in artikel 2.31 waarvan de helling ter plaatse van de klimlijn groter is dan 2:3 heeft, voor zover een hoogteverschil is overbrugd van meer dan 1,5 m, aan ten minste een zijkant een leuning. De bovenkant van de leuning ligt, gemeten boven de voorkant van een tredevlak van de trap, op een hoogte van ten minste 0,6 m en ten hoogste 1 m.
2.47 Aansturingsartikel - Hellingbaan (bestaande bouw)
Een bestaande hellingbaan in een vluchtroute die een hoogteverschil als bedoeld in artikel 2.31 overbrugt, kan veilig worden gebruikt.
2.48 Afmetingen hellingbaan (bestaande bouw)
Een hellingbaan als bedoeld in artikel 2.31 heeft een breedte van ten minste 0,7 m en een helling van ten hoogste 1:10.
2.49 Hellingbaanbordes (bestaande bouw)
Een hellingbaan als bedoeld in artikel 2.31 sluit aan de bovenzijde, over de breedte van de hellingbaan, aan op een vloer met een oppervlakte van ten minste 0,7 m x 0,7 m.
2.50 Aansturingsartikel - Beweegbare constructieonderdelen (nieuwbouw)
Afdeling 2.7 Beweegbare constructieonderdelen. Nieuwbouw is van toepassing op tiny houses voor particulier eigendom. Artikel 2.50: een te bouwen bouwwerk heeft zodanige beweegbare constructieonderdelen dat deze geen hinder veroorzaken bij het vluchten door en bij het gebruik van een aangrenzende openbare ruimte.
2.51 Hinder (nieuwbouw)
Dit artikel gaat over bewegende constructieonderdelen en de hoogte ervan boven openbare ruimtes.
2.52 Verbouw (nieuwbouw)
Op het geheel of gedeeltelijk vernieuwen of veranderen of het vergroten van een bouwwerk is artikel 2.51, eerste lid, niet van toepassing.
2.53 Tijdelijke bouw (nieuwbouw)
Op het bouwen van een tijdelijk bouwwerk is artikel 2.51, tweede tot en met vierde lid, van toepassing.
2.56 Aansturingsartikel - Beperking van het ontstaan van brandgevaarlijke situatie (nieuwbouw)
Afdeling 2.8. Nieuwbouw is van toepassing voor tiny houses voor particulier eigendom. Artikel 2.56: een te bouwen bouwwerk is zodanig dat het ontstaan van een brandgevaarlijke situatie voldoende wordt beperkt.
2.57 Stookplaats (nieuwbouw)
Materiaal ter plaatse van of nabij een stookplaats moet aan een brandklasse voldoen. Zie artikel.
2.58 Schacht, koker of kanaal (nieuwbouw)
Eisen aan de brandklasse, materiaalkeuze e.d.
2.59 Rookgasafvoer (nieuwbouw)
Dit artikel gaat over de afvoervoorziening voor rookgas. Zie artikel voor NEN's.
2.60 Opstelplaats open verbrandingstoestel (nieuwbouw)
Een opstelplaats voor een open verbrandingstoestel ligt niet in een toiletruimte, een badruimte, of een ruimte voor het stallen van motorvoertuigen.
2.61 Tijdelijk bouwwerk (nieuwbouw)
Op het bouwen van een tijdelijk bouwwerk zijn de artikelen 2.57 tot en met 2.59 van toepassing.
Artikel 2.66 Aansturingsartikel - Beperkingen van het ontwikkelen van brand en rook (nieuwbouw)
Op afdeling 2.9 is op tiny houses voor particulier eigendom nieuwbouw van toepassing. Artikel 2.66: een te bouwen bouwwerk is zodanig dat brand en rook zich niet snel kunnen ontwikkelen. Zie tabel 2.66.
2.67 Binnenoppervlak (nieuwbouw)
Een zijde van een constructieonderdeel die grenst aan de binnenlucht voldoet aan de in tabel 2.66 aangegeven brandklasse en aan rookklasse s2, beide bepaald volgens NEN-EN 13501-1.
2.68 Buitenoppervlak (nieuwbouw)
Eisen aan het buitenoppervlak van een constructiedeel m.b.t. brand en rook.
2.69 Beloopbaar vlak (nieuwbouw)
Eisen aan het beloopbaar vlak (bovenzijde vloer, trap of hellingbaan) voor de binnen- en buitenlucht.
2.70 Vrijgesteld (nieuwbouw)
Een bepaald percentage van het totale oppervlak is vrijgesteld. Zie het artikel voor details.
2.71 Dakoppervlak (nieuwbouw)
Eisen aan het brandgevaar van het dak. Zie het artikel voor details.
2.72 Constructieonderdeel (nieuwbouw)
Bij ministeriële regeling kunnen voorschriften worden gesteld ter beperking van het ontwikkelen van brand en rook in een constructieonderdeel.
2.73 Verbouw (nieuwbouw)
Eisen bij het geheel of gedeeltelijk vernieuwen of veranderen of het vergroten van een bouwwerk en een beperking aan het rechtens verkregen niveau.
2.74 Tijdelijke bouw (nieuwbouw)
Op het bouwen van een tijdelijk bouwwerk zijn de artikelen 2.68, derde lid, en 2.71 van toepassing.
2.81 Aansturingsartikel - Beperking van uitbreiding van brand (nieuwbouw)
Op afdeling 2.10 is op tiny house voor particulier eigendom nieuwbouw van toepassing. Artikel 2.81: een te bouwen bouwwerk is zodanig dat de kans op een snelle uitbreiding van brand voldoende wordt beperkt.
2.82 Ligging (nieuwbouw)
Dit artikel gaat over een brandcompartiment.
2.83 Omvang (nieuwbouw)
Een brandcompartiment heeft een gebruiksoppervlakte die niet groter is dan de in tabel 2.81 aangegeven waarde. Zie artikel voor verdere details.
2.84 Weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag (nieuwbouw)
Zie het betreffende artikel.
2.85 Verbouw (nieuwbouw)
Op het gedeeltelijk vernieuwen of veranderen of het vergroten van een bouwwerk zijn de artikelen 2.82 tot en met 2.84 van overeenkomstige toepassing, waarbij in plaats van het in die artikelen aangegeven niveau van eisen wordt uitgegaan van het rechtens verkregen niveau en een weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag van ten minste 30 minuten.
2.86 Tijdelijke bouw (nieuwbouw)
Op het bouwen van een tijdelijk bouwwerk zijn de artikelen 2.82 en 2.83 van toepassing en is artikel 2.84 van overeenkomstige toepassing waarbij de weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag ten minste 30 minuten is.
2.91 Aansturingsartikel - Verdere beperking van uitbreiding van brand en beperking van verspreiding van rook (nieuwbouw)
Op afdeling 2.10 is op tiny houses voor particulier eigendom nieuwbouw van toepassing. Artikel 2.91: een te bouwen bouwwerk is zodanig dat uitbreiding van brand in verdergaande mate wordt beperkt dan is beoogd met paragraaf 2.10.1 en dat veilig kan worden gevlucht. Zie verder het artikel en tabel 2.91.
2.92 Ligging (nieuwbouw)
Dit artikel gaat over de ligging van (sub)brandcompartimenten.
2.93 Omvang (nieuwbouw)
Dit artikel gaat over het oppervlakte van een subbrandcompartiment.
2.94 Weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag en rookdoorgang (nieuwbouw)
Weerstand volgens NEN 6068 en voorschrift bij ministeriële regeling.
2.95 Verbouw (nieuwbouw)
Op het gedeeltelijk vernieuwen of veranderen of het vergroten van een bouwwerk zijn de artikelen 2.92 tot en met 2.94 van overeenkomstige toepassing, waarbij in plaats van het in die artikelen aangegeven niveau van eisen wordt uitgegaan van het rechtens verkregen niveau
2.96 Tijdelijke bouw (nieuwbouw)
Op het bouwen van een tijdelijk bouwwerk zijn de artikelen 2.94, eerste en derde lid van toepassing.
2.101 Aansturingsartikel - Vluchtroutes (nieuwbouw)
Op afdeling 2.12 is op tiny houses voor particulier eigendom nieuwbouw van toepassing. Artikel 2.101: een te bouwen bouwwerk heeft zodanige vluchtroutes dat bij brand een veilige plaats kan worden bereikt.
2.102 Vluchtroute (nieuwbouw)
Gedetailleerd artikel over de vluchtroute.
2.103 Beschermde vluchtroute (nieuwbouw)
Gedetailleerde informatie over de beschermde vluchtroute.
2.104 Extra beschermde vluchtroute (nieuwbouw)
Gedetailleerde informatie over de extra beschermde vluchtroute.
2.105 Veiligheidsvluchtroute (nieuwbouw)
Een vluchtroute waarop meer dan 150 personen zijn aangewezen of in een besloten trappenhuis waarin een hoogteverschil van meer dan 12,5 m wordt overbrugd. Dit artikel is niet van toepassing op tiny houses.
2.106 Tweede vluchtroute (nieuwbouw)
Gedetailleerd informatie over een tweede vluchtroute.
2.107 Inrichting vluchtroute (nieuwbouw)
Gedetailleerd informatie over een mogelijke tweede vluchtroute en de inrichting ervan, deels op NEN 6068.
2.108 Capaciteit van een vluchtroute (nieuwbouw)
De doorstroomcapaciteit van een gedeelte van een vluchtroute, uitgedrukt in personen, is ten minste het aantal personen dat op dat gedeelte is aangewezen. Bij de bepaling van de doorstroomcapaciteit wordt uitgegaan van. Zie artikel voor nadere details.
2.109 Verbouw (nieuwbouw)
Op het gedeeltelijk vernieuwen of veranderen of het vergroten van een bouwwerk zijn de artikelen 2.102 tot en met 2.108 van overeenkomstige toepassing, waarbij in plaats van het in die artikelen aangegeven niveau van eisen wordt uitgegaan van het rechtens verkregen niveau.
2.110 Tijdelijke bouw (nieuwbouw)
Op het bouwen van een tijdelijk bouwwerk zijn de artikelen 2.102 tot en met 2.106 en 2.108 van toepassing.
2.119 Aansturingsartikel - Hulpverlening bij brand (nieuwbouw)
Op afdeling 2.13 is op tiny houses voor particulier eigendom nieuwbouw van toepassing. Artikel 2.219: een te bouwen bouwwerk is zodanig dat hulpverlening binnen redelijke tijd personen kan redden en brand kan bestrijden.
2.120 Brandweerlift (nieuwbouw)
Dit artikel is niet van toepassing op tiny houses.
2.121 Loopafstand (nieuwbouw)
Dit artikel is voor tiny houses niet relevant.
2.122 Hulppost (nieuwbouw)
Dit artikel is niet van toepassing op tiny houses.
2.123 Verbouw (nieuwbouw)
Op het gedeeltelijk vernieuwen of veranderen of het vergroten van een bouwwerk zijn de artikelen 2.120 en 2.121 van overeenkomstige toepassing, waarbij in plaats van het in die artikelen aangegeven niveau van eisen wordt uitgegaan van het rechtens verkregen niveau.
2.124 Tijdelijke bouw (nieuwbouw)
Op het bouwen van een tijdelijk bouwwerk zijn de artikelen 2.120 en 2.121 van toepassing.
2.127 & 2.128 Hoge en ondergrondse gebouwen (nieuwbouw)
Deze artikelen zijn niet van toepassing op tiny houses.
2.129 Aansturingsartikel - Inbraakwerendheid (nieuwbouw)
Op afdeling 2.15 is op tiny houses voor particulier eigendom, niet zijnde een woonwagen, bij nieuwbouw deze afdeling van toepassing. Artikel 2.219: een te bouwen woonfunctie, niet zijnde een woonwagen, biedt weerstand tegen inbraak.
2.130 Reikwijdte (nieuwbouw)
Deuren, ramen, kozijnen en daarmee gelijk te stellen constructieonderdelen in een scheidingsconstructie van een niet-gemeenschappelijke ruimte die volgens NEN 5087 bereikbaar zijn voor inbraak, hebben een volgens NEN 5096 bepaalde inbraakwerendheid die voldoet aan de in die norm aangegeven weerstandsklasse 2.
2.131 Verbouw (nieuwbouw)
Op het gedeeltelijk vernieuwen of veranderen of het vergroten van een woonfunctieniet zijnde een woonwagen is artikel 2.130 van overeenkomstige toepassing, waarbij in plaats van het in dat artikel aangegeven niveau van eisen wordt uitgegaan van het rechtens verkregen niveau.
2.132, 2.133 & 2.133a Veiligheidszone en plasbrandaandachtsgebied (nieuwbouw)
De artikelen in afdeling 2.16 zijn niet van toepassing op tiny houses.
2.134 & 2.135 Aanvullende regels tunnelveiligheid (nieuwbouw)
De artikelen in afdeling 2.17 zijn niet van toepassing op tiny houses.
Submit
Never submit passwords through Google Forms.
This content is neither created nor endorsed by Google. Report Abuse - Terms of Service