Vraag 1: In het arrest van 26 november 2021 heeft de Hoge Raad verwezen naar de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 2 november 2016 inzake schaarse vergunningen. Stelling: In deze uitspraak van 2 november 2016 is bepaald dat in het Nederlands recht een rechtsnorm geldt die ertoe strekt dat bij de verdeling van schaarse vergunningen door het bestuur op enigerlei wijze aan (potentiële) gegadigden ruimte moet worden geboden om naar de beschikbare vergunning(en) mee te dingen. Is deze stelling juist of onjuist? *