http://www.filmkrant.nl/av/org/filmkran/archief/fk319/hausner.html

Maart 2010, nr 319

Jessica Hausner over lourdes

Een wonderlijke openbaring

Documentaires mochten er wel worden gemaakt. Maar het was meer dan twintig jaar geleden dat de bisschop van Lourdes voor het laatst toestemming gaf om een fictieverhaal te verfilmen in het belangrijkste christelijke bedevaartsoord. Toch mocht Jessica Hausner haar gang gaan.

le miraculé van Jean-Pierre Mocky liet de katholieke pelgrimage in 1987 zien als een bastion van hypocrisie en bijgeloof. Dat was wat gemakzuchtig van de maker want pelgrims zijn nou eenmaal een makkelijk doelwit. Zoveel ironie kon de lokale geestelijkheid in elk geval niet verdragen en filmmakers moesten hun heil in de volgende twee decennia ergens anders gaan zoeken.

De Oostenrijkse regisseur Jessica Hausner wilde geen gemakkelijk sarcasme in haar film. Want hoe curieus het hele fenomeen voor buitenstaanders ook mag lijken, toch gebeuren in Lourdes dingen die om wat meer afstand en beschouwing vragen. Niet dat Hausner na haar avontuur in een god is gaan geloven, vertelt ze tijdens het gesprek. Wel denkt ze nu dat wonderen bestaan. Van de alledaagse duisternis en horror die ze in lovely rita (2001) en hotel (2004) liet zien - en die meer met de Oostenrijkse volksaard dan met de filmische invloed van landgenoten Michael Haneke en Ulrich Seidl te maken lijkt te hebben - lijkt Hausner een nieuwe stap te hebben gezet, en verlichting te hebben gevonden in de stuntelige pogingen van de mens om hier en daar een beetje gratie te vinden.

Verwondering

De kracht van Hausners film is dat ze niet veroordeelt of belachelijk maakt. Er is steeds wel een lichte satire merkbaar maar die ligt dichter bij verwondering dan bij spot. lourdes volgt een groepje pelgrims dat het bedevaartsoord bezoekt om genezen te worden van een ziekte of om het lot anderszins gunstig te keren. De weerbarstige hoofdpersoon van de film is Christine, een mooie rol van de Franse actrice Sylvie Testud. Al vrij snel is duidelijk dat ze niet voor de goddelijke interventie meelift met de busreizen van haar lokale parochie. Christine zit verlamd in haar rolstoel en de religieuze uitstapjes behoren tot de weinige mogelijkheden die ze heeft om iets van de wereld te zien. Ondanks haar scepsis gebeurt dan in Lourdes iets wat ze niet kan verklaren.

Was het uw bedoeling een mysterie te doorgronden?

Niet echt. Ik was meer op zoek naar de ambiguïteit van het mirakel van Lourdes. Een wonder moet iets groots en fantastisch zijn dat al je problemen oplost. Maar als je dichterbij komt, zie je dat het ook z'n duistere zijden heeft en onrechtvaardig is. Ik heb geprobeerd een film te maken over die vreemde ambiguïteit waarbij mensen er vurig naar verlangen gelukkig te worden maar er dan achter komen dat dat niet zo gemakkelijk is. Een van de redenen om Christine als hoofdpersoon te nemen is dat ik zo kon laten zien hoe onrechtvaardig wonderen zijn. Want zij is in het begin erg sceptisch. Bepaald niet een van de mensen die helemaal into the whole miracle thing is. En toch overkomt haar dan iets. Dat personage heb ik geschreven op basis van een waargebeurd verhaal van een Oostenrijkse vrouw die Lourdes bezocht.

Was Lourdes alleen een decor voor vragen over wonderen en geloof of wilde u per se deze plek in de film hebben?

Ik koos Lourdes omdat het de place to be is als je door een wonder genezen wilt worden. Er wonen maar vijftienduizend mensen maar Lourdes is Frankrijks tweede stad als het om het aantal hotels gaat. Zoveel pelgrims bezoeken die plek. Het heeft ook werkelijk een medisch bureau waar de genezingen moeten worden gecontroleerd om als wonder geregistreerd te worden. Ernstig zieke mensen bezoeken Lourdes al meer dan honderdvijftig jaar en het heeft een lange geschiedenis van genezingen. Dat is wat ik er zo intrigerend aan vond: het hele fenomeen lijkt een kindersprookje.

Dat wij toegang kregen was geluk hebben. Het was in 2008 precies honderdvijftig jaar geleden dat de maagd Maria er zou zijn verschenen en men had veel interesse om Lourdes bij een groot publiek onder de aandacht te brengen. Ook als dat via een fictiefilm zou gebeuren. Maar ze zagen ook vooral dat het niet mijn bedoeling was om de pelgrims voor gek te zetten.

U bewaart inderdaad een delicaat evenwicht tussen ernst en ironie. Was dat lastig?

Dat evenwicht was cruciaal en daar was ik me constant zeer bewust van. In het begin was er het idee om een film over wonderen te maken en dat zoiets ondanks alles niet zaligmakend is. Maar toen ik in Lourdes kwam was ik geshockeerd. Ik vond het gemeen dat zoveel zieke mensen verwachten om genezen te worden terwijl maar één op een miljoen dat overkomt. Ik vond het vernederend. Maar ik wilde toch laten zien dat mensen in die droom kunnen geloven. Daarom heb ik de goedkope kant van Lourdes uit de film gelaten. Zeg maar de hele industriële, toeristische, financiële kant. Dat was voor mij even minder belangrijk dan de diep menselijke en kwetsbare kant van het verhaal.

Voelde u een morele verplichting om de pelgrims niet voor gek te zetten?

Nee. Voor mij is Lourdes op de eerste plaats een commercieel fenomeen. De pelgrims willen dat hen hoop verkocht wordt. En dat is precies wat er gebeurt. Ze gaan naar Lourdes en krijgen de hoop waar ze naar op zoek zijn. Ik geloof niet in God. Dus voor mij bestaat er niet zoiets als een piëta (het Christelijk beeld voor medelijden, mededogen).

Er heerst een mooie, onderkoelde suspense in de film. De eerst helft verlangen we naar een wonder en als er dan iets gebeurt, zijn we de hele tweede helft van de film weer bang dat het wonder zal verdwijnen.

Het hele verhaal is gebouwd op die suspense. Dat moest ook wel. Bij het schrijven besefte ik dat de film een lange eerste helft zou hebben waarin in feite niets gebeurt. Behalve de rituelen die mensen uitvoeren om het wonder op te roepen. Ik moest een krachtige spanning opbouwen waardoor de kijker het verhaal zou willen blijven volgen.

U noemt zelf Jacques Tati als een invloed. Hoe zit dat?

Tati gebruikte soms afstandelijke shots waarbij een hele scène met veel personages zich in één beeld afspeelde. Hij leidde heel vernuftig de aandacht van de kijker naar taferelen op de voorgrond en dan weer de achtergrond. Ik hou van die afstandelijke blik van de camera waarbij zich een lange scène voltrekt. Voor mij zijn de acteurs dan als dansers in een ballet. Ik gebruik het in de openingsscène van de film waarin we een grote groep mensen in een kantine zien zitten. Voor lourdes waren zulke beelden heel belangrijk omdat ze de indruk geven dat je door het oog van God naar de wereld kijkt. In mijn verbeelding ziet God toe hoe de mensen zich bewegen en hun rituelen uitvoeren.

Het draait in lourdes allemaal om Christine maar u voert daarnaast een flink aantal andere personages op.

Die personages moesten vooral de verschillende kanten van het onderwerp belichten. Dus Cecile, de non met strikte opvattingen over hoe mensen zich moeten gedragen, zegt dat niemand een wonder moet verwachten en dat het beter is je ziekte te accepteren. En we ontdekken dat ze gelijk heeft. Natuurlijk ontdekken we dat. Toch is het juist Cecile die iets ernstigs overkomt. Dat kun je onrechtvaardig noemen. Net zoals het onrechtvaardig te noemen is dat de oude vrouw die Christine helpt, later alleen wordt gelaten. Ik wilde dat de personages de twijfelachtige kanten van het wonder zouden weerspiegelen.

Ik hoorde dat veel actrices de rol van Christine niet aandurfden.

Dat gerucht heb ik ook gehoord. Maar dat is een beetje overdreven. Er waren twee actrices die de rol afwezen omdat ze het niet slim vonden op dit punt in hun carrière een verlamde vrouw te spelen. Ze hadden allebei net een psychisch gestoorde vrouw gespeeld en ze wilden niet in de categorie van vreemde vrouwen terechtkomen. Hahaha. Dat begreep ik wel.

Sylvie Testud had gelukkig meteen door had dat Christine ondanks haar verlamming geen slachtoffer is. Haar personage heeft een ironische blik, ze is zelfverzekerd en pragmatisch. Dat geeft Christine iets gevats en geestigs en Sylvie zag dat meteen. Ze vond het na een paar weken draaien wel moeilijk om in die rolstoel te moeten zitten. En toen moest ze nog drie weken. Ze was erg gefrustreerd en boos omdat ze zich opgesloten voelde.

Heeft de hele ervaring u veranderd?

Wonderen bestaan. Vroeger was ik daar niet zo zeker van maar ik weet nu dat er onverklaarbare dingen plaatsvinden waarbij mensen plotseling genezen zonder dat iemand weet waardoor. Het punt is dat ze in Lourdes gebeuren maar ook in ziekenhuizen. Maar ik ben er niet door in een god gaan geloven.

Hebt u reacties van de kerk gehad?

De salesagent van de film heeft lourdes aan een groep kardinalen van het Vaticaan laten zien en die vonden de film erg goed. Ze boden zelfs aan te helpen met de distributie in Italië. We hebben ook een dvd gestuurd naar de pr-mensen in Lourdes maar die hebben nog niet gereageerd.

Het viel me wel al op toen ik bezig was toestemming te vragen voor het hele project dat de bisschop van Lourdes zich terdege bewust is van de ambiguïteit van wonderen. Ze weten dat die wonderen onrechtvaardig zijn. En dat je daar geen religie op kunt baseren. De bisschop en ik dachten bijna hetzelfde over de dingen.

Ronald Rovers


Het verzonnen wonder

In lourdes treedt Jessica Hausner profaan, sacraal en blasfemisch binnen in het heiligdom van hoop en geloof.

Ze gaat niet mee omdat ze gelooft dat ze zal genezen. Voor Christine zijn de reisjes van de kerk de enige manier om er even uit te zijn. Ze heeft Multiple Sclerose en zit in een rolstoel. Ze kan niet veel meer, maar ze doet standvastig wat ze wel kan.

Dat het tripje waarop ze zich nu heeft ingeschreven naar het katholieke bedevaartoord Lourdes gaat, zegt genoeg over waar Jessica Hausner in haar derde film naartoe wil. De Oostenrijkse leerlinge van zowel Ulrich Seidl als Michael Haneke volgt de vijf miljoen pelgrims die er elk jaar in de voetsporen van de heilige Bernadette hopen een glimp van Maria op te vangen, en verlost te worden van de zonden die hen ziek en gebrekkig maken.

Cirkels van de hel

Hausner benadert het dorpje aan de voet van de Pyreneeën met kille berekening. Genadeloos observeert ze de cirkels van de hel waaraan de bedevaartgangers zich onderwerpen. Van de maaltijden in het hotel, de massale kerkgang waar in verschillende talen tegelijk simultaanmissen worden opgedragen, tot een bezoekje aan de grot waar Bernadette haar Mariaverschijningen zag. Hausner deelt haar eerste indrukken met ons alsof ze een documentaire heeft gedraaid: afstandelijk, zonder te oordelen. Al zit in die distantie al meteen een hint waar het naartoe gaat. Want hoe zit het precies met het wonder dat de reizigers daar hopen te ervaren? Heb je er meer recht op naarmate je geloviger bent, zoals de kerk hen voorhoudt? Of is er een onverschillige god die wonderen uitdeelt naar gelang het haar goeddunkt? Is een wonder iets wat je kunt verwerven, of wat je toevalt?

Het mysterie dat Hausner creëert is zo groot dat je kunt zeggen dat de film zowel getuigt van een diepe religiositeit, als van zakelijk atheïsme. Beheerst speelt ze met de verwachtingen die het publiek van deze film kan hebben. Dat er een wonder gebeurt. Dat er geen wonder gebeurt. Dat het zowel anders als precies gaat zoals je verwacht. Sylvie Testud speelt Christine ondoordringbaar en enigmatisch, alsof ze een van die transcenderende heldinnen uit een film van Carl Theodor Dreyer is (het beeld van een Jeanne d'Arc in een rolstoel dringt zich op).

Het is moeilijk te zeggen of dit passieverhaal ook compassie heeft. De suggestie dat onze opvattingen over ziekte en genezing aan hysterie grenzen wordt niet vermeden. Dat zal voor mensen met zieken en gelovigen en zieke gelovigen in hun omgeving confronterend zijn. Maar in plaats van medelijden presenteert de film een soort existentialistische waardigheid die even hardvochtig als realistisch is. Troost ontleen je er niet aan. Wel de zekerheid dat je je dag na dag met sisyfuswanhoop weer de berg moet oprollen.

Dana Linssen

lourdes

Oostenrijk/Frankrijk/Duitsland, 2009

Productie: Philippe Bober e.a.

Regie en scenario: Jessica Hausner

Camera: Martin Gschlacht

Montage: Karina Ressler Met: Sylvie Testud, Elina Lowensöhn, Bruno Todeschini

Kleur, 96 minuten

Distributie: Filmmuseum

Te zien: vanaf 11 maart

Maart 2010, nr 319

Jessica Hausner over lourdes

Een wonderlijke openbaring

Documentaires mochten er wel worden gemaakt. Maar het was meer dan twintig jaar geleden dat de bisschop van Lourdes voor het laatst toestemming gaf om een fictieverhaal te verfilmen in het belangrijkste christelijke bedevaartsoord. Toch mocht Jessica Hausner haar gang gaan.

le miraculé van Jean-Pierre Mocky liet de katholieke pelgrimage in 1987 zien als een bastion van hypocrisie en bijgeloof. Dat was wat gemakzuchtig van de maker want pelgrims zijn nou eenmaal een makkelijk doelwit. Zoveel ironie kon de lokale geestelijkheid in elk geval niet verdragen en filmmakers moesten hun heil in de volgende twee decennia ergens anders gaan zoeken.

De Oostenrijkse regisseur Jessica Hausner wilde geen gemakkelijk sarcasme in haar film. Want hoe curieus het hele fenomeen voor buitenstaanders ook mag lijken, toch gebeuren in Lourdes dingen die om wat meer afstand en beschouwing vragen. Niet dat Hausner na haar avontuur in een god is gaan geloven, vertelt ze tijdens het gesprek. Wel denkt ze nu dat wonderen bestaan. Van de alledaagse duisternis en horror die ze in lovely rita (2001) en hotel (2004) liet zien - en die meer met de Oostenrijkse volksaard dan met de filmische invloed van landgenoten Michael Haneke en Ulrich Seidl te maken lijkt te hebben - lijkt Hausner een nieuwe stap te hebben gezet, en verlichting te hebben gevonden in de stuntelige pogingen van de mens om hier en daar een beetje gratie te vinden.

Verwondering

De kracht van Hausners film is dat ze niet veroordeelt of belachelijk maakt. Er is steeds wel een lichte satire merkbaar maar die ligt dichter bij verwondering dan bij spot. lourdes volgt een groepje pelgrims dat het bedevaartsoord bezoekt om genezen te worden van een ziekte of om het lot anderszins gunstig te keren. De weerbarstige hoofdpersoon van de film is Christine, een mooie rol van de Franse actrice Sylvie Testud. Al vrij snel is duidelijk dat ze niet voor de goddelijke interventie meelift met de busreizen van haar lokale parochie. Christine zit verlamd in haar rolstoel en de religieuze uitstapjes behoren tot de weinige mogelijkheden die ze heeft om iets van de wereld te zien. Ondanks haar scepsis gebeurt dan in Lourdes iets wat ze niet kan verklaren.

Was het uw bedoeling een mysterie te doorgronden?

Niet echt. Ik was meer op zoek naar de ambiguïteit van het mirakel van Lourdes. Een wonder moet iets groots en fantastisch zijn dat al je problemen oplost. Maar als je dichterbij komt, zie je dat het ook z'n duistere zijden heeft en onrechtvaardig is. Ik heb geprobeerd een film te maken over die vreemde ambiguïteit waarbij mensen er vurig naar verlangen gelukkig te worden maar er dan achter komen dat dat niet zo gemakkelijk is. Een van de redenen om Christine als hoofdpersoon te nemen is dat ik zo kon laten zien hoe onrechtvaardig wonderen zijn. Want zij is in het begin erg sceptisch. Bepaald niet een van de mensen die helemaal into the whole miracle thing is. En toch overkomt haar dan iets. Dat personage heb ik geschreven op basis van een waargebeurd verhaal van een Oostenrijkse vrouw die Lourdes bezocht.

Was Lourdes alleen een decor voor vragen over wonderen en geloof of wilde u per se deze plek in de film hebben?

Ik koos Lourdes omdat het de place to be is als je door een wonder genezen wilt worden. Er wonen maar vijftienduizend mensen maar Lourdes is Frankrijks tweede stad als het om het aantal hotels gaat. Zoveel pelgrims bezoeken die plek. Het heeft ook werkelijk een medisch bureau waar de genezingen moeten worden gecontroleerd om als wonder geregistreerd te worden. Ernstig zieke mensen bezoeken Lourdes al meer dan honderdvijftig jaar en het heeft een lange geschiedenis van genezingen. Dat is wat ik er zo intrigerend aan vond: het hele fenomeen lijkt een kindersprookje.

Dat wij toegang kregen was geluk hebben. Het was in 2008 precies honderdvijftig jaar geleden dat de maagd Maria er zou zijn verschenen en men had veel interesse om Lourdes bij een groot publiek onder de aandacht te brengen. Ook als dat via een fictiefilm zou gebeuren. Maar ze zagen ook vooral dat het niet mijn bedoeling was om de pelgrims voor gek te zetten.

U bewaart inderdaad een delicaat evenwicht tussen ernst en ironie. Was dat lastig?

Dat evenwicht was cruciaal en daar was ik me constant zeer bewust van. In het begin was er het idee om een film over wonderen te maken en dat zoiets ondanks alles niet zaligmakend is. Maar toen ik in Lourdes kwam was ik geshockeerd. Ik vond het gemeen dat zoveel zieke mensen verwachten om genezen te worden terwijl maar één op een miljoen dat overkomt. Ik vond het vernederend. Maar ik wilde toch laten zien dat mensen in die droom kunnen geloven. Daarom heb ik de goedkope kant van Lourdes uit de film gelaten. Zeg maar de hele industriële, toeristische, financiële kant. Dat was voor mij even minder belangrijk dan de diep menselijke en kwetsbare kant van het verhaal.

Voelde u een morele verplichting om de pelgrims niet voor gek te zetten?

Nee. Voor mij is Lourdes op de eerste plaats een commercieel fenomeen. De pelgrims willen dat hen hoop verkocht wordt. En dat is precies wat er gebeurt. Ze gaan naar Lourdes en krijgen de hoop waar ze naar op zoek zijn. Ik geloof niet in God. Dus voor mij bestaat er niet zoiets als een piëta (het Christelijk beeld voor medelijden, mededogen).

Er heerst een mooie, onderkoelde suspense in de film. De eerst helft verlangen we naar een wonder en als er dan iets gebeurt, zijn we de hele tweede helft van de film weer bang dat het wonder zal verdwijnen.

Het hele verhaal is gebouwd op die suspense. Dat moest ook wel. Bij het schrijven besefte ik dat de film een lange eerste helft zou hebben waarin in feite niets gebeurt. Behalve de rituelen die mensen uitvoeren om het wonder op te roepen. Ik moest een krachtige spanning opbouwen waardoor de kijker het verhaal zou willen blijven volgen.

U noemt zelf Jacques Tati als een invloed. Hoe zit dat?

Tati gebruikte soms afstandelijke shots waarbij een hele scène met veel personages zich in één beeld afspeelde. Hij leidde heel vernuftig de aandacht van de kijker naar taferelen op de voorgrond en dan weer de achtergrond. Ik hou van die afstandelijke blik van de camera waarbij zich een lange scène voltrekt. Voor mij zijn de acteurs dan als dansers in een ballet. Ik gebruik het in de openingsscène van de film waarin we een grote groep mensen in een kantine zien zitten. Voor lourdes waren zulke beelden heel belangrijk omdat ze de indruk geven dat je door het oog van God naar de wereld kijkt. In mijn verbeelding ziet God toe hoe de mensen zich bewegen en hun rituelen uitvoeren.

Het draait in lourdes allemaal om Christine maar u voert daarnaast een flink aantal andere personages op.

Die personages moesten vooral de verschillende kanten van het onderwerp belichten. Dus Cecile, de non met strikte opvattingen over hoe mensen zich moeten gedragen, zegt dat niemand een wonder moet verwachten en dat het beter is je ziekte te accepteren. En we ontdekken dat ze gelijk heeft. Natuurlijk ontdekken we dat. Toch is het juist Cecile die iets ernstigs overkomt. Dat kun je onrechtvaardig noemen. Net zoals het onrechtvaardig te noemen is dat de oude vrouw die Christine helpt, later alleen wordt gelaten. Ik wilde dat de personages de twijfelachtige kanten van het wonder zouden weerspiegelen.

Ik hoorde dat veel actrices de rol van Christine niet aandurfden.

Dat gerucht heb ik ook gehoord. Maar dat is een beetje overdreven. Er waren twee actrices die de rol afwezen omdat ze het niet slim vonden op dit punt in hun carrière een verlamde vrouw te spelen. Ze hadden allebei net een psychisch gestoorde vrouw gespeeld en ze wilden niet in de categorie van vreemde vrouwen terechtkomen. Hahaha. Dat begreep ik wel.

Sylvie Testud had gelukkig meteen door had dat Christine ondanks haar verlamming geen slachtoffer is. Haar personage heeft een ironische blik, ze is zelfverzekerd en pragmatisch. Dat geeft Christine iets gevats en geestigs en Sylvie zag dat meteen. Ze vond het na een paar weken draaien wel moeilijk om in die rolstoel te moeten zitten. En toen moest ze nog drie weken. Ze was erg gefrustreerd en boos omdat ze zich opgesloten voelde.

Heeft de hele ervaring u veranderd?

Wonderen bestaan. Vroeger was ik daar niet zo zeker van maar ik weet nu dat er onverklaarbare dingen plaatsvinden waarbij mensen plotseling genezen zonder dat iemand weet waardoor. Het punt is dat ze in Lourdes gebeuren maar ook in ziekenhuizen. Maar ik ben er niet door in een god gaan geloven.

Hebt u reacties van de kerk gehad?

De salesagent van de film heeft lourdes aan een groep kardinalen van het Vaticaan laten zien en die vonden de film erg goed. Ze boden zelfs aan te helpen met de distributie in Italië. We hebben ook een dvd gestuurd naar de pr-mensen in Lourdes maar die hebben nog niet gereageerd.

Het viel me wel al op toen ik bezig was toestemming te vragen voor het hele project dat de bisschop van Lourdes zich terdege bewust is van de ambiguïteit van wonderen. Ze weten dat die wonderen onrechtvaardig zijn. En dat je daar geen religie op kunt baseren. De bisschop en ik dachten bijna hetzelfde over de dingen.

Ronald Rovers


Het verzonnen wonder

In lourdes treedt Jessica Hausner profaan, sacraal en blasfemisch binnen in het heiligdom van hoop en geloof.

Ze gaat niet mee omdat ze gelooft dat ze zal genezen. Voor Christine zijn de reisjes van de kerk de enige manier om er even uit te zijn. Ze heeft Multiple Sclerose en zit in een rolstoel. Ze kan niet veel meer, maar ze doet standvastig wat ze wel kan.

Dat het tripje waarop ze zich nu heeft ingeschreven naar het katholieke bedevaartoord Lourdes gaat, zegt genoeg over waar Jessica Hausner in haar derde film naartoe wil. De Oostenrijkse leerlinge van zowel Ulrich Seidl als Michael Haneke volgt de vijf miljoen pelgrims die er elk jaar in de voetsporen van de heilige Bernadette hopen een glimp van Maria op te vangen, en verlost te worden van de zonden die hen ziek en gebrekkig maken.

Cirkels van de hel

Hausner benadert het dorpje aan de voet van de Pyreneeën met kille berekening. Genadeloos observeert ze de cirkels van de hel waaraan de bedevaartgangers zich onderwerpen. Van de maaltijden in het hotel, de massale kerkgang waar in verschillende talen tegelijk simultaanmissen worden opgedragen, tot een bezoekje aan de grot waar Bernadette haar Mariaverschijningen zag. Hausner deelt haar eerste indrukken met ons alsof ze een documentaire heeft gedraaid: afstandelijk, zonder te oordelen. Al zit in die distantie al meteen een hint waar het naartoe gaat. Want hoe zit het precies met het wonder dat de reizigers daar hopen te ervaren? Heb je er meer recht op naarmate je geloviger bent, zoals de kerk hen voorhoudt? Of is er een onverschillige god die wonderen uitdeelt naar gelang het haar goeddunkt? Is een wonder iets wat je kunt verwerven, of wat je toevalt?

Het mysterie dat Hausner creëert is zo groot dat je kunt zeggen dat de film zowel getuigt van een diepe religiositeit, als van zakelijk atheïsme. Beheerst speelt ze met de verwachtingen die het publiek van deze film kan hebben. Dat er een wonder gebeurt. Dat er geen wonder gebeurt. Dat het zowel anders als precies gaat zoals je verwacht. Sylvie Testud speelt Christine ondoordringbaar en enigmatisch, alsof ze een van die transcenderende heldinnen uit een film van Carl Theodor Dreyer is (het beeld van een Jeanne d'Arc in een rolstoel dringt zich op).

Het is moeilijk te zeggen of dit passieverhaal ook compassie heeft. De suggestie dat onze opvattingen over ziekte en genezing aan hysterie grenzen wordt niet vermeden. Dat zal voor mensen met zieken en gelovigen en zieke gelovigen in hun omgeving confronterend zijn. Maar in plaats van medelijden presenteert de film een soort existentialistische waardigheid die even hardvochtig als realistisch is. Troost ontleen je er niet aan. Wel de zekerheid dat je je dag na dag met sisyfuswanhoop weer de berg moet oprollen.

Dana Linssen

lourdes

Oostenrijk/Frankrijk/Duitsland, 2009

Productie: Philippe Bober e.a.

Regie en scenario: Jessica Hausner

Camera: Martin Gschlacht

Montage: Karina Ressler Met: Sylvie Testud, Elina Lowensöhn, Bruno Todeschini

Kleur, 96 minuten

Distributie: Filmmuseum

Te zien: vanaf 11 maart

Zie ook:

http://www.youtube.com/watch?v=fBsR-SBUnFI

Info: Clara Mathues