De Schanskerk - trots op Uithoorn

De afgelopen weken is er meerdere keren op het gemeentehuis gesproken over de Schanskerk. Het ging over de het behoud en over wat er na een eventuele sloop zou moeten gebeuren.

De Schans is het enige stukje oud Uithoorn dat nog een beetje kan laten proeven wat het oude dorp was en nog steeds is. Zoals het een goed gemeentebestuur betaamt wordt hier zorgvuldig mee omgegaan. De gemeente zal het niet in zijn hoofd halen om er een zootje van te (laten) maken. Zo komt er geen nieuwbouw, worden de gebouwen zoveel mogelijk gerestaureed, in ieder geval in stijl gehouden. Het parkeerterrein en het grasveldje vormen een long in het geheel. Wie denkt dat ie dat wel even vol kan bouwen met dure betonnen appartementen (je moet tenslotte aan je winst komen), tot aan de stoeprand, die heeft het mis, want de gemeente staat pal voor het dorpsgezicht en tussen kleine oude pandjes en een rustieke kerk met pastorie en tuin, daar past geen betonnen geweld. Toen het Amstelplein gebouwd werd, werd het immers ook geen betonkolos die boven alle andere bebouwing uitstak en van ieder pand een poppenhuisje maakte. Zo’n gebouw als een kerk van meer dan 100 jaar en het hele schansje dat er omheen staat laat je natuurlijk in zijn waarde en geef je allure door het in zijn proporties te laten ten opzichte van de aangrenzende bebouwing.

Zo’n zorgvuldig beleid met monumenten en dorpsgezicht komt niet uit de lucht vallen. Het bestaat al decennia. Verschillende gemeente besturen hebben zich altijd geroepen gevoeld de waarde van de historie veilig te stellen voor nieuwe generaties. Zo werd een doktershuis midden in het dorp van de sloop gered door het voor de neus van op nieuwbouw en winst beluste investeerders weg te kopen.

Een ander doktershuis, aan de Wilhelminakade, moest echter het veld ruimen voor nieuwbouw bij het terrein van de voormalige Bacon. De laatste arbeidershuisjes aan de van Meetelenstraat zullen het niet lang meer maken, ze zijn jaren lang verwaarloosd, dichtgetimmerd en niet geventileerd. Het water druipt er van de muren. Ondanks alle inspanningen van wethouder Heipaal kon deze typische en originele bebouwing niet meer gered worden. De gemeente is de eigenaar niet en dan heb je eigenlijk niets te vertellen. Maar: er is positief nieuws. Ook moderne monumenten worden gered. Na de betonrot in de voormalige kerktoren aan het Potgieterplein werden kosten noch moeite gespaard om dit waardevolle monument te behouden. De toren is bijna geheel vernieuwd, alleen de klokken zijn nog van voor de restauratie. Bewoners konden in een hotel slapen zolang het nodig was. En dit dankzij voortvarend optreden van de gemeente nadat enkele roestige stukken ijzer waren gespot.

Wie denkt dat een monumentenbeleid als dit alleen in grote steden voorkomt heeft het mis. Kijkend naar Amsterdam zien we daar het voorbeeld waar Uithoorn zich aan spiegelt. Magna Plaza, de Vondelkerk, de Posthoorn, de Westertoren, noem maar op, ze zijn met vele miljoenen gered voor de toekomst. De Schanskerk kon gemakkelijk gered worden. Vier miljoen is natuurlijk veel als je het zelf moet betalen, maar: dat hoeft niet, er zijn mogelijkheden genoeg en vooral aan goede wil heeft het nooit ontbroken. Uithoorn heeft altijd beseft wat er door eerdere generaties aan kapitalen in het dorp is gestoken met grote giften van notabelen (o.a. de torens, het orgel en de kruiswegstaties) en kleine giften, hele en halve centen, van de gewone man. Dat, de historie van Uithoorn, is liefdevol van de ondergang gered en veiliggesteld voor toekomstige generaties.

Het blijft lastig om de juiste keuzes te maken voor ons gemeente bestuur. Soms moet je afzien van jarenlang voorbereide projecten. Je kan niet alles tegelijk en moet afwegen wat een plan tot doel heeft, hoe je dat bereikt en tegen welke kosten. Zo is er afgezien van openstelling van de bussluis, voortschrijdend inzicht leerde dat het hele project nauwelijks maatschappelijke winst opleverde en ook voor ondernemend Uithoorn geen rol van betekenis speelde. Het grootste mogelijke verschil in reistijd betrof slechts enkele minuten, en om daarvoor miljoenen te gaan investeren en tegelijk een nieuwe onveilige situatie bij de scholen te creëren, nog afgezien van de invloed van 7 keer zoveel verkeer op de huizen en bewoners langs de weg... Het was een belangrijke beweging die wethouder Levensbeek, beter ten halve gekeerd dan ten volle gedwaald, tekent tot een buitengewoon reëel bestuurder.

Nadat de N201 werd omgelegd moest Uithoorn van een degelijke ontsluiting worden voorzien. Daartoe werd een rondweg bedacht, niet om Uithoorn heen, maar er DOORheen. Er kwam een “binnenring”, een hoofdontsluitingsroute dwars door het dorp. Die bestond uit de Zijdelweg, Watsonweg, Polderweg, Laan van Meerwijk, Thamerlaan en Amsterdamse weg. Een cirkel waarlangs al het zware verkeer tot in de haarvaten van Uithoorn kon doordringen. Maar ook dit plan werd van tafel geveegd. Een gemeente bestuur dat meer dan 20 jaar gewerkt heeft aan de omlegging van de N201 gaat het niet goedvinden dat de tweedeling van het dorp voorgezet wordt als een dorp binnen het dorp, ingesloten door een rondweg zoals hier boven beschreven. De bussluis werd niet geopend, de Thamerlaan bleef de Thamerlaan en vele miljoenen doorgeschoten vernieuwingsdrift werden bespaard om de dingen die echt nodig zijn te kunnen doen.

Een dorp krijgt het gemeentebestuur dat het verdiend.

En daarom is dit allemaal niet waar, sterker nog, tegengesteld als het u nog niet opgevallen was. De realiteit is anders.

Steeds minder mensen voel zich geroepen om zich belangeloos voor de samenleving in te zetten. Echte vrijwilligers moet je met een vergrootglas zoeken. Steeds minder mensen voelen zich gewaardeerd als een vrijwilliger, iemand die zich belangeloos inzet. Waar zitten die vrijwilligers van oudsher? In verenigingen! En daar zitten ze nog wel. Een groot potentieel vrijwilligers zette zich in voor hun (sport)vereniging, hun kerk, in zekere zin ook een vereniging.

Zo ook bij de Schanskerk. Net zoals de goede gevers van vroeger, van notabele tot kleine man, vond je bij de Schanskerk vrijwilligers van allerlei pluimage. Een bouwkundige, financieel experts, vakmensen met steen, hout en metalen. De Schanskerk deed het zo slecht nog niet. De toestand waarin het gebouw verkeerde was bekend en werd gemonitord. Fundering en dakconstructie waren gezond. De torens waren het eerst aan groot onderhoud toe, daarvoor was nog een aantal jaren voorbereiding beschikbaar, en werd reeds aan de fondsenwerving gewerkt. Echter toen de “fusie” met de Burght een feit was bleek dat door Haarlem een parochiebestuur bij elkaar was gezet waar nagenoeg niemand van de Schanskerk in zat. Beide groeperingen verschilden nogal van elkaar. In de Schans werden de mouwen opgestroopt en in de Burght werd er vergaderd, vergaderd en vergaderd. In de Schans was het huishoudboekje op orde, de Burght had een gat in zijn hand. Haarlem zette de verhoudingen voorgoed uit evenwicht. De “samenwerking” werd een overval van de Burght op de Schans. Alle waardevolle zaken verdwenen naar de Burght. De parochianen van de Schans werden door Haarlem bij het vuil gezet. De handel en wandel van het nieuwe parochiebestuur vervulde menig pastoraal werker met afschuw.

Het was de bedoeling van Haarlem dat alle katholieke kerkgangers in Uithoorn een goed onderkomen zouden vinden in de Burght, maar wie zou zijn ziel aan dit kerkbestuur toevertrouwen? Als er nu koppen geteld worden in de Burght wordt het trieste resultaat zichtbaar.De kerk is er niet sterker, maar zwakker uitgekomen, niet meer mensen in de kerk en meer mensen die de kerk in balans houden, maarminder, veel minder, dan voorheen.

Het huidige bestuur doet alles om de zaken naar zijn hand te zetten. Aan de PR wordt gewerkt met af en toe een kerkelijke onderscheiding. De geschiedenis van de Schans wordt vervalst, het voormalige kerkbestuur wordt zwart gemaakt. De gemeentelijke overheid werd regelmatig op een retourtje Haarlem getrakteerd en raakte onder de indruk van de doortastendheid van het kerkbestuur. De gemeente werkt maar wat graag mee, maar... waaraan?

De gemeentelijke overheid, onder aanvoering van de wethouder, heeft alles gedaan om de kerk te redden. Alles! De wethouder hield een gloedvol betoog waarin zijn handen regelmatig richting het zwerk gingen. De politieke partijen hingen aan zijn lippen. De pers papagaaide braaf wat hij te berde bracht, deed er nog een sneer bij en vergiste zich in de naam van een inspreker. Hij hadalles gedaan. Steeds werden belangstellenden voor het gebouw doorverwezen naar het kerkbestuur, wetende waar dat op uit zou draaien. Bij iedere inspectie van het gebouw werd het kerkbestuur getrakteerd op weer een lijst met te verhelpen gebreken. En steeds weer deed het kerkbestuur niets. De wethouder bezwoer zijn gehoor dat iedereen in Nederland de wet hoort te kennen en dat dit voor het kerkbestuur ook geldt. Het kerkbestuur zou natuurlijk loyaal aan de overheid (vrij naar psalm 72) deze reparaties moeten uitvoeren. De wethouder wist allang wat

voor vlees hij in de kuip had, maar... wat wilde hij eigenlijk? De kerk redden, jawel, maar is dat het gebouw aan de Schans of is dat het bestuur van de Burght?

Nog onlangs werd het interieur van de kerk bekeken, door de wethouder, enige ondernemers uit de omgeving en het kerkbestuur. Wat werd er eigenlijk bekeken?Hoe ver gevorderd het verval was? Of was het verval nu ver genoeg gevorderd? Warendaar al die periodieke inspecties voor nodig?

Aan de raad kon de wethouder eerder reeds uitleggen hoe snel een gebouw

achteruit gaat als het niet wordt onderhouden en niet geventileerd wordt. Hij wist

het dus wel. Maar waarom deed hij niets om het gebouw voor verval te behoeden? Moest hij wachten tot het te laat was? Had hij geen middelen en bevoegdheden om het kerkbestuur in een eerder stadium de kerk te laten repareren? Hoe creatief was hij? Als lid van een ondernemende partij zou hij toch moeten weten hoe ondernemers hun varkentjes wassen met mensen die tegenwerken of simuleren... Maar nee, ineens is de wethouder het braafste jongetje van de klas en houdt hij zich overdreven netjes aan de regels. Is dit de wethouder die als bewoner van een straatje langs de busbaan tegen zijn eigen politieke besluit bezwaar aantekende? Het geld van de kerk was op. Was dat niet erg snel na de fusie? Waar was het kapitaal van de Schans gebleven? Hoe geloofwaardig is een kerkbestuur als dat nagenoeg alleen uit Burghtgangers bestaat? Hoe gemakkelijk kan zo’n bestuur mededelingen doen over het reilen en zeilen van het Schansbestuur van voor de fusie? Is het geen open deur om te verwachten dat de waarheid een beetje aangepast werd en wordt? Trappen de politieke partijen daar met open ogen in? Wordt er niet een beetje eenzijdig alleen geluisterd naar het Burghtbestuur?

Kerk en Staat, lang geleden vulden de kerken en de staat elkaar aan, op het gebeid van maatschappelijk en sociaal werk, onderwijs, etc. Uithoorn werd niet alleen vanuit het raadhuis bestierd, maar ook vanuit enkele pastorieën. De Thamerkerk en de Schanskerk werden gebouwd... ...door Uithoornaars!

Hoewel het eigendomsrecht van de Schanskerk in handen is van het kerkbestuur, is het gebouw het erfgoed van de bouwers van destijds en de Uithoornaars van nu.

Ongeveer twintig eeuwen geleden liepen een paar wandelaars door het heilige land. Ze hadden het over de dingen die kort daarvoor waren gebeurd. Snapten niet dat het zo was afgelopen en vroegen zich af hoe het nu verder moest. Ze waren de weg kwijt. Ze hadden niet in de gaten dat er al een poosje iemand met hun meeliep, en toen die zich met hun gesprek bemoeide werd er van alles langzamerhand duidelijk. Tot het kwartje viel... en toen was die derde wandelaar ineens weer verdwenen. Die derde wandelaar was de Grote Inspirator. Deze geschiedenis is bekend als het verhaal van de Emmausgangers. Zou het toeval zijn dat de gefuseerde parochie de Emmausparochie heet?

Uithoorn, slappe hap, dorp zonder ballen. De weg kwijt? Niet alleen vrijwilligers uit de Schans kunnen er over meepraten, maar ook ondernemers uit de Schans....

Het dorp krijgt het gemeentebestuur dat het verdient.

Het gemeentebestuur weet al bij voorbaat dat Uithoorn nooit 4 miljoen bij elkaar zal brengen. Realiseert zich niet dat er 150 jaar geleden naar verhouding veel grotere inspanningen door Uithoornaars gedaan werden. Als je al niet in jezelf gelooft, wat geloof je dan van je dorpelingen? De schouders er onder?

Dient dit gemeentebestuur het dorp? Is het een licht? Een groot inspirator? Of neemt het gemeentebestuur het dorp te grazen?

Wat voor bestuurders hebben we in Uithoorn, in het gemeentehuis en in het parochiebestuur? Ambtelijk gedrag met een eigen wil, verborgen agenda, zonder dat toe te willen geven? Hoe wordt er over mensen gedacht? Weten ze eigenlijk wel wat in mensen omgaat aan hoop en twijfel, drift, plezier en onzekerheid? Hebben ze een hart? Hebben ze het vermogen om groter dan een hart te zijn? Willen ze dat wel? Durven ze dat wel? Of blijft het bij “Jammer dat u het niet met ons eens bent”.

Zijn het niet een beetje de niksers en de leeghoofden van de huidige tijd die nergens in geloven?

Gaat er ooit redding dagen?