Ondernemerschap en innovatie

en hoe dit te bevorderen

Gastcollege Faculteit Ruimtelijke Wetenschappen, Rijsuniversiteit Groningen

9 januari 2012

Ronald Mulder

Vooraf: Wat is ondernemen?

Naar buiten kijken, kansen zien, risico’s overzien en gaan.

Ondernemen is iets aan de wereld toevoegen wat er nog niet is.

Ondernemen is altijd innovatief.

Anders gezegd: een echte ondernemer is altijd al, uit zichzelf, aan het innoveren.

Daar hoef je als overheid niet zo veel aan te stimuleren.

[Bij grote bedrijven ligt dat anders. Die zijn uit zichzelf meestal juist niet innovatief, maar juist behoudend en gericht op het handhaven van de status quo. Daar kun je als overheid in theorie wat aan bijsturen met subsidies en dergelijke. In de praktijk zitten daar nog flink wat haken en ogen aan en lukt het alleen als de top van het bedrijf echt committed is. Daarover straks meer.]

Maar eerst: hoe zorg je in een regio voor een klimaat waarin ondernemerschap, en dus innovatie, alle kansen krijgt.

1. Jong beginnen

Ondernemerschap is voor alles een attitude. Het gaat over kunnen omgaan met onzekerheid, over zelf aan het roer van je leven staan, over denken in mogelijkheden, over durven dromen, over challenging the rules etc. Kinderen zijn van nature ondernemend. In grote delen van het onderwijs, met name het voortgezet onderwijs, wordt ondernemend gedrag afgeleerd of zelfs afgestraft. Kinderen worden opgeleid tot werknemer of zelfs tot ambtenaar.

Ondernemerschap komt pas weer terug in het MBO en HBO, alsof het een beroep is. Dat is het niet.

Alles wat je kunt doen om kinderen ondernemend te houden is vooruitgang. Dat hoeft niet direct een ‘eigen bedrijf’ te zijn (mag wel). Denk ook aan zelf schoolreisje uitzoeken, plannen en organiseren, goede-doelen-acties etc. Maar ook werken in zelfsturende teams, ontwerpopdrachten - alles beter dan kennis reproduceren. Trend lijkt nu eerder de andere kant op (ophokuren).

2. Flexibiliseren

Een van de kernkwaliteiten van een ondernemer is kunnen omgaan met onzekerheid. Voor een deel is dat een attitude, een levenshouding, maar het hangt ook af van hoe de buitenwereld in elkaar zit. Hoe meer je aan van alles en nog wat vast zit, hoe moeilijker het wordt om onzekerheid te accepteren en avonturen aan te gaan. Met andere woorden: als je eenmaal een baan, een gezin, een pensioenregeling en een hypotheek hebt, is de kans dat je ooit nog ondernemer wordt niet zo heel groot.

Ik ben er niet voor om mensen te verbieden een gezin te stichten om zo ondernemerschap te bevorderen, maar veel arrangementen in onze maatschappij zijn er toch wel erg op ingericht dat mensen zich steeds meer vastleggen. Als je de maatschappij meer flexibiliseert heeft dat als resultaat dat mensen gedurende hun leven meer opties hebben, en ook dat ze meer verantwoordelijkheid moeten nemen voor hun bestaan. Mogelijkheden om te flexibiliseren:

3. Startup klimaat

De eerste twee punten, over ‘jong beginnen’ en ‘flexibiliseren’, zijn allebei nogal macro. Het zijn onderwerpen voor nationaal en zelfs Europees beleid. De overige punten bieden ook aanknopingspunten voor regionaal en lokaal economisch beleid.

Om te beginnen: het startup-klimaat. Een beetje vaag begrip, maar ik bedoel daar het algehele imago van ondernemerschap en de houding van mensen tegenover ondernemers. Voor jezelf beginnen staat niet in heel hoog aanzien in Nederland. Ondernemers zijn in de ogen van veel Nederlanders een beetje boefjes, die in foute SUV’s rijden en overhemden met te hoge kragen dragen. We hebben meer helden nodig. Eén Ben Woldring per tien jaar is niet genoeg.

Maar wat doe je daar aan?

In ieder geval zou je als regio zou moeten zorgen voor een jaar-rond agenda met startup gerelateerde events: Startup Weekend, Seedcamp, Bootcamp, Dragons Den, New Venture, etc etc. Ik heb zelf een paar jaar geleden de regionale voorronde van New Venture georganiseerd en afgelopen november Startup Weekend Groningen, en vooral dat laatste heeft een behoorlijke impact. Honderd getalenteerde mensen die een weekend lang bezig zijn een gaaf concept te lanceren.

En verder zou je in de media de regionale ondernemers wat meer aandacht kunnen geven. Op dit moment werk ik met anderen aan een idee onder de werktitel Silicon Groningen met als doel de wereld, maar ook de eigen stad, te laten zien hoeveel toonaangevende internetbedrijven hier eigenlijk zitten. Weinig mensen weten dat hotels.nl en relatieplanet.nl Groningse bedrijven zijn. Hetzelfde geldt voor jobbird.com, een initiatief van de man die eerder de nationale vacaturebank oprichtte, groot maakte en verkocht. Verder zitten er nog een flink aantal bedrijfjes die in heel specifieke niches wereldspelers zijn, zoals Yellowbird (360 graden video), Crowdynews (content-gerelateerde twitterfeeds voor newssites) en ons eigen Twitterfountain (visueel aantrekkelijke social media backchannels voor events). We hopen dat we, door deze successen beter te laten zien, meer ict-talent naar Groningen kunnen halen (of talent hier kunnen behouden), en dan vooral talent dat de ambitie heeft om the next big thing te starten. Plus: we willen laten zien dat het kan, van je idee je bedrijf maken, ook in Groningen.

4. Neue Kombinationen

Schumpeter zei het al: innovatief ondernemerschap is vaak een kwestie van ‘neue Kombinationen’. Als je alleen je branche- en stadgenoten spreekt, hoor je weinig nieuws. Naar buiten kijken en kansen zien. Brede netwerken zijn enorm belangrijk; interdisciplinair en internationaal als het even kan. Veel succesvolle bedrijven, of het nu Albert Heijn is of Marktplaats.nl of Radio Veronica, zijn ooit begonnen als kopieën van Amerikaanse concepten. Andere bedrijven zijn succesvol door een concept uit een andere branche te kopiëren. Niks mis mee. Beter goed gejat dan slecht verzonnen. En soms heeft de nieuwe combinatie wat meer voeten in de aarde en ontstaan nieuwe inzichten doordat iemand vanuit hele nieuwe invalshoeken naar een bepaalde branche kijkt.

Beleidsmogelijkheden:

5. Geld

Financieringsklimaat voor kennisbedrijven is slecht.

Banken doen op het moment vrijwel niets. Plus: banken kunnen niet goed overweg met kennisbedrijven. Banken kunnen wel gebouwen en machines financieren, want dan is er onderpand. Maar voor kennisbedrijven zijn de loonkosten van ontwikkelaars, onderzoekers, laboranten, programmeurs etc etc de grootste “investeringen”. Banken vinden het niet leuk om loonkosten te financieren.

Durfkapitaal is er wel in Nederland, zelfs in het noorden, maar de markt is verre van transparant. Dat wil zeggen: het is nogal een zoektocht voor een startende ondernemer om een geschikte investeerder te vinden en er zijn geen standaard voorwaarden of iets dergelijks. De investeerder heeft meestal ook veel meer kennis en ervaring dan de ondernemer op het punt van constructies en contracten. Hier zouden overheden een rol kunnen spelen. Maar misschien wordt het ook wel tijd voor een Nederlandse tegenhanger van kickstarter.com, een website waar would-be ondernemers hun idee kunnen ‘crowdfunden’, dwz het geld bij elkaar halen in de vorm van kleine bijdragen van veel, meestal particuliere, partijen.

Groot probleem voor innovatieve ondernemers (en startups in het bijzonder) is liquiditeit. Als je in januari iets bouwt, in februari levert en begin april pas betaald krijgt, moet je de kosten drie maanden voorschieten. Dus overheden die als klant binnen twee weken betalen (ipv na drie maanden zoals de gemeente Groningen) zijn goed bezig. Subsidies zijn extra waardevol als ze een voorschotregeling bevatten (en niet pas twee maanden na betaling van de laatste factuur over de brug komen, zoals de NIOF-regeling).

6. Huisvesting

Kantoorruimte (en bedrijfsruimte in het algemeen) is in de huidige markt niet het grootste probleem van starters. Vrijwel iedereen slaagt er wel in passende en betaalbare ruimte te vinden. Wat wel een probleem is, is dat de vastgoedsector standaard nog steeds met huurcontracten van vijf en tien jaar werkt; vijf jaar is in bijvoorbeeld de internetsector al een eeuwigheid en veel startups zullen hun vijfde verjaardag nooit halen. Er zou dus nog wel een goede markt moeten zijn voor flexibele huisvesting, in bedrijfsverzamelgebouwen bijvoorbeeld, maar in de praktijk valt dat nog best tegen. Ons eigen New Business Labs loopt bepaald geen storm en ook de Puddingfabriek en de incubator YEAH in de Mediacentra kennen geen wachtlijst. Blijkbaar is er, in ieder geval in Groningen, ook in deze categorie geen schaarste.

Incubators, broedplaatsen, zijn naar mijn mening in Groningen en misschien we heel Nederland nooit heel succesvol geweest. Het idee van een incubator is, naast betaalbare huisvesting op een kortlopend contract en gedeelde faciliteiten, dat je als starter terecht komt tussen geestverwanten en dat je makkelijk toegang hebt tot allerlei kennis en netwerken. Deel van het concept is ook dat het verblijf in een incubator tijdelijk is: na een paar jaar moet je op eigen benen kunnen staan en liefst ben je er dan uitgegroeid. In de praktijk blijken de meeste incubators ‘gewone’ bedrijfsverzamelgebouwen te worden.

In Groningen zijn twee incubators: YEAH, in de Mediacentrale, en CUBE050, hier op het Zernike. Allebei zijn ze voortgekomen uit vooral de Hanzehogeschool en in mindere mate de RUG. YEAH is inmiddels een particuliere onderneming, CUBE050 niet. De bedrijven die het nest zijn ontgroeid zijn op de vingers van 1 hand te tellen. Accepté BV, het bedrijf achter het ticketingsysteem Paylogic, is verreweg de succesvolste. In 2005 heb ik de oprichters zeer uitgebreid geïnterviewd voor mijn boek ‘Innovatief Ondernemen’, en ze gaven toen expliciet aan dat de waarde van de incubator voor hen vooral lag in de lage huisvestingslasten in de beginfase van hun bedrijf. Ik denk dat de schaal en de compactheid van Groningen er voor zorgen dat je, om netwerken en goede raad onder handbereik te hebben, geen incubator nodig hebt.

In de Verenigde Staten zijn de laatste jaren goede resultaten behaald met accelerator-programma’s. Ycombinator en TechStars zijn wellicht de bekendste. De formule is overal min of meer hetzelfde. Startups komen (na selectie) voor een periode drie maanden naar een centrale plek, krijgen een bescheiden investering (15-20K) en worden in die periode zeer intensief begeleid, gecoached en met relevante partijen in contact gebracht. Na de drie maanden vliegen ze weer uit. Huisvesting is dus tijdelijke en in feite bijzaak. Deze programma’s werken goed omdat ze helemaal gericht zijn op het in korte tijd waarde toevoegen aan de startup. Omdat de accelerator ook een belang neemt in de startup lopen de belangen parallel - dat is anders bij een partij die in eerste instantie huisbaas is of uit de collectieve sector komt.

Sinds ongeveer een jaar zijn er initiatieven in Nederland om ook accelerators op te zetten. Eerlijk gezegd denk ik dat je daarin realistisch moet zijn: op de schaal van Nederland is er hooguit plaats voor een stuk of drie, en misschien nog een paar thematische. Voor Groningen denk ik dat er twee kansen liggen op dit gebied: een accelerator rond het thema energie of een internationaal opgezette accelerator, expliciet gericht op laten we zeggen de Hanze-regio. Overigens denk ik dat de rol van de overheid beperkt moet zijn tot het verkennen van de haalbaarheid, het bij elkaar brengen van partijen en misschien nog wat zaken in de randvoorwaardelijke sfeer. De exploitatie moet in private handen zijn. En als er geen business case voor te maken is, dan ook maar liever niet doen.

7. Intrapreneurship - ondernemerschap vanuit grote bedrijven

Als laatste: hoe bevorder je ondernemerschap en innovatie binnen grote bedrijven? Dat is vreselijk moeilijk. Grote bedrijven en innovatie gaan niet goed samen. Of in ieder geval: doorbraak-innovaties, disruptive innovations, en grote bedrijven gaan niet goed samen. De grote schuldige is de BCG-matrix, je weet wel, die met die sterren, koeien en vraagtekens. Grote bedrijven vinden bijna altijd dat ze hun koeien zo lang mogelijk moeten uitmelken. Innovaties zijn in hun ogen kannibaliserend. Doorbraak-innovaties komen daarom bijna altijd van startups of van outsiders. De muziekindustrie bijvoorbeeld heeft sinds de introductie van de CD niets innovatiefs meer gedaan. Alle innovatie kwam van startups (van Napster tot en met Spotify) of van outsiders (Apple). De gevestigde orde heeft de meeste kennis en andere middelen om te innoveren, maar de minste prikkels. 15 jaar geleden al had KPMG, waar ik toen werkte, een online boekhoudprogramma waar de accountant gedurende het jaar kon meekijken met de ondernemer. Codenaam Columbus. Het project is gekilld door de top van het bedrijf, omdat het omzet zou kosten. Efficiënter, dus minder uren per klant.

Daarbij komt: grote bedrijven draaien op heel andere normen en waarden dan startups. Ondernemerschap verhoudt zich slecht met managementlagen, ISO-procedures, ondernemingsraden, functiewaarderingstabellen etc etc

Dus eigenlijk is het simpel: als je binnen grote organisaties innovatie wilt stimuleren, dan moet je het heel diep verankeren in missie, visie en doelstellingen. En anders moet je de innovators beschermen tegen de organisatie. Google doet het eerste. Iedereen mag, of eigenlijk: moet, een dag per week aan hobby-projecten besteden. Apple ook, door een meedogenloze cyclus van productlanceringen. Ergens binnen Apple werkt nu al een team aan de iPhone 6. Maar voor de meeste bedrijven is de tweede oplossing realistischer. De innovators beschermen tegen de organisatie. Door ze in een apart gebouw neer te zetten, aparte budgetten te geven en rechtstreeks te laten rapporteren aan iemand op RvB-niveau. En dat alles liefst op voldoende afstand van het moederbedrijf, ook in fysieke zin. Het wordt daarbij steeds belangrijker dat de innovatie-unit niet op een eiland of in het luchtledige opereert, maar in een omgeving waar klanten, toeleveranciers, concurrenten en kennispartners aanwezig zijn. Dit is een voorwaarde voor open innovatie en co-creatie, beide ook weer vormen van de “neue Kombinationen” waar ik het eerder over had. Welbeschouwd verkeert Groningen in een prima positie om dit soort bedrijfsonderdelen aan zich te binden. Niet over de hele breedte van het bedrijfsleven, maar wel in sectoren cq onderzoeksgebieden waar we al massa hebben, zoals energie, ict en delen van food en pharma. Het zou de moeite waard zijn om te onderzoeken of je hier als regio een acquisitiestrategie op kunt baseren en hoe die eruit zou moeten zien.