Chapter 3

Stone 9

Zo vraag je iets over een televisie- of radioprogramma…

What's on TV tonight?

Wat is er vanavond op tv?

What's on the radio this weekend?

Wat is er dit weekend op de radio?

What's on TV at twenty to ten?

Wat is er om twintig voor tien op tv?

When's Top Gear on?

Wanneer is Top Gear er op?

When's the news on TV?

Wanneer is het journaal op de tv?

…en zo reageer je

There's a football match on at eight.

Er is een voetbalwedstrijd op om acht uur.

That new soap will be on this weekend.

Die nieuwe soap zal er dit weekend op zijn.

Here's the TV guide. See for yourself.

Hier is de televisiegids. Kijk zelf maar.

Top Gear is on at Channel 4.

Top Gear is er voor op Channel 4.

The news is on in a few minutes.

Het journaal is er over een paar minuten op.

Stone 10

Zo vraag je iets over plannen…

What are you going to watch tonight?

Wat ga jij vanavond kijken?

What are they going to do this weekend?

Wat gaan zij dit weekend doen?

What are you going to listen to on Saturday?

Waar ga jij naar luisteren op zaterdag?

What is Tim going to see next week?

Wat gaat Tim volgende week zien?

What is she going to read tomorrow?

Wat gaat zij morgen lezen?

…en zo reageer je

I am going to watch Newsround.

Ik ga Newsround kijken.

We are going to write an article for the school paper.

Wij gaan een artikel voor de schoolkrant schrijven.

They are going to make a tape.

Zij gaan een filmpje maken.

We are going to listen to a new playlist.

Wij gaan naar een nieuwe afspeellijst luisteren.

Tim is going to see that new film.

Tim gaat die nieuwe film zien.

She is going to read a magazine.

Ze gaat een tijdschrift lezen.


Stone 11

Zo vertel je wat voor weer het wordt

It will freeze tomorrow.

Het gaat morgen vriezen.

It won't snow on Monday.

Het gaat maandag niet sneeuwen.

It will freeze in the evening.

Het gaat 's avonds vriezen.

It will be windy in the north.

Het wordt winderig in het noorden.

It won't be chilly in the south.

Het zal niet fris zijn in het zuiden.

It will be windy in Wales.

Het zal winderig zijn in Wales.

There will be a thunderstorm tonight.

Er zal vanavond onweer zijn.

There will be rain and hail on Thursday.

Het zal regenen en hagelen op donderdag.

Look, it's going to rain.

Kijk, het gaat regenen.

I don't think it's going to clear up soon.

Ik denk niet het snel gaat opklaren.

Stone 12

Zo doe je voorspellingen

This newspaper will sell a lot of issues.

Deze krant zal veel exemplaren verkopen.

I think that magazine will print the story first.

Ik denk dat dat tijdschrift het verhaal het eerste zal afdrukken.

My sister won't finish that book.

Mijn zus zal het boek niet uitlezen.

I think Carl won't like the film.

Ik denk dat Carl de film niet leuk zal vinden.

In ten years people will have phones that are computers, too.

Over tien jaar zullen mensen telefoons hebben die ook computers zijn.

In 2050 we will own flying cars which run on air.

In 2050 zullen we vliegende auto's hebben die rijden op lucht.

That girl, who's only 14 years old, will become the next American Idol.

Dat meisje, dat nog maar 14 jaar oud is, zal het volgende American Idol worden.

In five years every pupil at our school will work on a laptop.

Over vijf jaar zal elke leerling op onze school op een laptop werken.