De verleden tijd in ontkenningen

The past simple with negations

Wanneer je afgelopen vrijdag WÉL hebt gewerkt, zeg je: I worked last Friday.

Wanneer je NIET hebt gewerkt en dat ontkent, zeg je: I did not/didn’t work last Friday.

Je ziet dat er voor een ontkenning in het Engels een aantal zaken belangrijk zijn. Het werkwoord dat nodig is om te ontkennen is to do. Wanneer het dus iets uit het verleden betreft en je gebruikt de werkwoorden in de verleden tijd wordt do/does  did. Tevens krijgt het werkwoord dat in de verleden tijd stond (in dit geval worked), weer de vorm van het hele werkwoord (in dit geval work). Daarnaast mag je ervoor kiezen of je did not los schrijft, of afkort naar didn’t. Bij formele brieven mag je nooit afkorten!

HERHALING: I worked last Friday – I didn’t work last Friday.

Na didn’t volgt het hele werkwoord zonder to.

        Voorbeelden:

He found the mummy in the coffin.

He didn’t find the mummy in the coffin.

People used these tools during the Iron Age.

People didn’t use these tools during the Iron Age.

Als je een ontkennende zin maakt met een hulpwerkwoord (auxiliary), dan zet je ‘not’ erachter. Hierna volgt het hele werkwoord zonder to.

        Voorbeelden:

I could go to school.

I couldn’t go to school.

We would eat at the school canteen.

We wouldn’t eat at the school canteen.