Chapter 1

Stone 1

Introducing yourself and others

Hi, my name is Kim.

Hoi, mijn naam is Kim.

Hello, I'm Brian.

Hallo, ik ben Brian.

This is Mr Jones. He's my grandfather.

Dit is meneer Jones. Hij is mijn grootvader.

This is Rudo. He's our brother.

Dit is Rudo. Hij is onze broer.

This is Mrs Jones. She's my grandmother.

Dit is mevrouw Jones. Zij is mijn grootmoeder.

This is Mona. She's our sister.

Dit is Mona. Zij is onze zus.

These are my parents, Jerry and Anne.

Dit zijn mijn ouders, Jerry en Anne.

These are our cousins, Damien and Maggie.

Dit zijn mijn neef en nicht, Damien en Maggie.

These are my best friends.

Dit zijn mijn beste vrienden.

In my family I also have aunts and uncles.

In mijn familie heb ik ook tantes en ooms.

In my family I also have grandparents.

In mijn familie heb ik ook grootouders.

Stone 2

Talking about yourself and others

I am twelve years old.

Ik ben 12 jaar oud.

My sister Mona is nine.

Mijn zus Mona is negen.

I live in California.

Ik woon in Californië.

She lives in Manchester.

Zij woont in Manchester.

We come from Los Angeles.

Wij komen uit Los Angeles.

They're from Kenya.

Zij komen uit Kenia.

Harry comes from the Netherlands.

Harry komt uit Nederland.

My mother's from the Netherlands.

Mijn moeder komt uit Nederland.

I have a dog called Bear.

Ik heb een hond die Bear heet.

I have got no pets.

Ik heb geen huisdieren.

Felicity has no pets.

Felicity heeft geen huisdieren.

Felicity has got two brothers.

Felicity heeft twee broers.

I have two brothers.

Ik heb twee broers.

 

Stone 3

Talking about likes and dislikes

My hobbies are horse-riding and reading.

Mijn hobby's zijn paardrijden en lezen.

My hobbies are chatting and plane-spotting.

Mijn hobby's zijn chatten en vliegtuigspotten.

I'm really into bowling.

Ik houd heel erg van bowlen.

He isn't fond of dancing.

Hij houdt niet van dansen.

I love my dog.

Ik houd van mijn hond.

We like playing basketball.

We vinden het leuk om te basketballen.

My friends hate doing the dishes.

Mijn vrienden hebben een hekel aan afwassen.

Susan loves Italian food.

Susan houdt van Italiaans eten.

Sandra dislikes homework.

Sandra houdt niet van huiswerk.

Stone 4

Talking about looks

I'm short.

Ik ben klein.

I'm not cute.

Ik ben niet leuk.

You are slim.

Jij bent dun.

You aren't tall.

Je bent niet lang.

They are big.

Zij zijn groot.

They aren't small.

Zij zijn niet klein.

He is young.

Hij is jong.

He isn't old.

Hij is niet oud.

She looks strong.

Zij ziet er sterk uit.

I'm weak.

Ik ben zwak.

You aren't fat.

Jij bent niet dik.

They are skinny.

Zij zijn dun.

His hair is curly.

Zijn haar is krullend.

My hair is blond.

Mijn haar is blond.

My friend has blue eyes.

Mijn vriend heeft blauwe ogen.

My friend has got freckles.

Mijn vriend heeft sproeten.

Jen and Jo have freckles.

Jen en Jo hebben sproeten.

Jen and Jo have got blue eyes.

Jen en Jo hebben blauwe ogen.