Loof de Heer!

“Het orgel moet geweerd worden uit de zondagse erediensten. Het is niet opbouwend voor de gemeente.” Enig idee wie dit gezegd zou hebben? Johannes Calvijn…. Dat had je zeker niet gedacht! Calvijn en zelfs de Nederlandse overheid (die Calvinistisch was) hebben lange tijd verzet geboden tegen het orgel in de zondagse samenkomsten. En deze dan: “die liederen van …. mogen niet in onze erediensten gezongen worden. Het zijn ordinaire, platte melodieën uit de cafés en van de straat. Dit is de muziek van het gewone volk en die willen wij niet in onze samenkomsten hebben, hoor! Theologisch, muzikaal en taalkundig is dit ver beneden de maat.” Dit was ruim honderd jaar geleden het oordeel van de gevestigde kerk over de liederen van Johannes de Heer…. een paar plaatjes op het scherm over aanbiddingsoorlogen in het Engels.

Wat zijn er in de kerk een boel aanbiddingsoorlogen gevoerd. Mensen met hetzelfde verlangen om de Heer groot te maken, verketterden de ander, omdat de stijl, de woordkeus, de melodie niet passend zou zijn. Geen enkele kerk ontkomt er aan, helaas. Ook wij niet in De Bron. Ook hier hoor ik mensen zeggen dat ze hun mond houden als er uit opwekking of Liederen voor Gemeentezang wordt gezongen. Wat heeft Gods Woord daarover te zeggen? We lezen Psalm 150.

Wat een lied is dit! Door velen geliefd en op verschillende melodieën gezet (ik ken er sowieso vier). Als je het lied op zichzelf bekijkt, dan is het een vrij eenvoudig lied. Het lied bestaat uit een opsomming van instrumenten en de steeds terugkerende oproep om de Heer te loven. Weinig theologische diepgang. En wat te denken van de hoeveelheid herhaling. Van 34 Hebreeuwse woorden is 13 keer Halleluja (of een afgeleide daarvan). Het zou zo maar passen binnen de karikatuur van hoe sommigen de opwekkingsbundel beschouwen…. Oppervlakkig, weinig theologische diepgang, eenzijdig, enz. Ik denk dat Opwekking zich dat ook meer en meer bewust is en je ziet dat hoe hoger de nummers, hoe meer balans er in gekomen is…. Maar goed, van een karikatuur kom je niet snel los. Elke liedbundel kent zijn karikaturen. Zo wordt er tegen Joh. De Heer of LvG aangekeken door sommigen als altijd moeilijke taal, ingewikkelde lange zinnen, sterk gericht op persoonlijke bekering en ervaring. Die karikatuur is vaak niet terecht. Wat het probleem is, is onze eigen eenzijdigheid! Wij kiezen onze voorkeursliederen eruit en zijn daarin vaak eenzijdig. Dat is een probleem en daar moet je dus aan werken!

Hoe doe je dat? Ik denk dat Gods woord ons drie categorieën aanreikt voor het lied. We lezen die drie categorieën in Kol. 3:16: Psalmen, hymnen en geestelijke liederen. Psalmen zijn liederen die rechtstreeks uit Gods Woord komen (al dan niet hertaalt, opnieuw op rijm gezet, verpakt in nieuwe taal). Hymnen zijn liederen met rijke theologische inhoud. Geestelijke liederen zijn spontane uitingen van een dankbaar hart. Je ziet in de geschiedenis dat er bijna altijd accenten gelegd worden en als je afwijkt van dat accent word je bijna verketterd…. Iedereen is geneigd tot een bepaalde genre. Waarom? Omdat ze totaal andere mensen aanspreken. Je moet leren om het andere te waarderen, want je hebt nu eenmaal een bepaalde voorkeur. En elke tijd en cultuur kent zijn eigen voorkeur. Onze cultuur waarin we nu leven is gestempeld door de popcultuur. Ritme zit jongeren in het bloed, vandaar dat ze afhaken bij Geneefse psalmen of eenvoudige driekwartsmaten zonder syncopen. En in de geschiedenis is er steeds weer vernieuwing geweest en steeds was er ‘oorlog’, want onze stijl en vorm is beter, heiliger. Die nieuwe stijl is werelds, plat, oppervlakkig. We leren niet van onze geschiedenis, helaas.

Hoe komen we hieruit? Een goede mix bieden! Door ruimte te bieden voor de verschillende stijlen. En dat geldt voor iedereen: Zowel de jongeren als de ouderen. Want vaak zit daar de scheidslijn, toch? We moeten leren te waarderen dat een ander iets anders zingt dan jij. Dat is niet minder heilig of fout, maar anders. Bijvoorbeeld als er een opwekkingslied gezongen wordt met herhaling, zoals in deze psalm 150. Ik ken mensen die gruwen van herhaling. Zodra ze het bemerken dat het refrein herhaald wordt of een zinnetje een aantal keer, dan haken ze af en slaat ook hun hart dicht. Hun aanbidding stokt, omdat ze gewoon niet hebben geleerd om dat te waarderen, sterker nog ze hebben ook theologische argumenten bedacht om dit tegen te gaan... Zij zijn gewoonlijk de mensen die houden van meer hymnische liederen. Liederen met diepgang, met rijke theologische woorden. Maar hetzelfde gebeurt bij anderen als ze een lied uit Johannes de Heer moeten zingen. Ze zien vier coupletten aangegeven, met evenzovele refreinen met zinnen waarvan ze na drie regels niet meer weten hoe het begon…. Hun hart vliegt op slot…. Ook zij moeten leren te genieten voor de ander!

Wat zou het mooi zijn als we zouden leren om te genieten als de ander geniet. Dat is toch ook de oproep van de Heer zelf: Denk niet alleen aan je eigen belang, maar ook aan dat van de ander. Natuurlijk mag je genieten van jouw liederen, maar laat je hart en aanbidding niet op slot vliegen als er iets anders gezongen wordt dat jij niet kent. Geniet voor die ander en lees de teksten en aanbidt God waarbij je beseft: Anderen die mijn liederen niet meer kunnen zingen, worden nu in de gelegenheid gesteld om te zingen. Soms gebeurt het een paar diensten achter elkaar dat er niet gezonden wordt wat jij fijn vindt. Dat is een flinke oefening in genieten voor de ander. In deze gemeente is zingen in zekere zin minder leuk voor mij. We zingen weinig van de liederen die ik goed ken en ook de manier waarop we zingen, is heel anders. Maar ik geniet, want ik zie hoe anderen opbloeien bij het zingen van hun liederen.

Nog zo’n thema in de aanbiddingsoorlog: Ik vond de zangdienst niets aan vanmorgen, want ik kon niet lekker meezingen. Soms komt dat doordat liederen onbekend zijn, soms door slechte begeleiding….

In de psalm zien we een hele opsomming van muziekinstrumenten. Eigenlijk zijn alle muziekinstrumenten aanwezig, van blaas, snaar tot slaginstrumenten. Denk je nu werkelijk dat altijd al die instrumenten tegelijk musiceerden? Natuurlijk niet, want het ene lied is geschikter voor blaas, of slag en een ander voor enkel snaar instrumenten. Soms komt een bepaald instrument minder aan bod, soms komt een bepaald soort liederen minder aan bod. Aanbidding doe je samen, maar niet altijd tegelijk. Zo werkt het nu eenmaal…. Niet alles kan altijd tegelijk. Wie aan het eind van een dienst zegt: ik heb geen fijne aanbidding gehad, die heeft niet door wat aanbidding is. We verwarren aanbidding met ‘ik heb lekker gezongen’. We hebben een beperkt blikveld door ons doorgeslagen individualisme…. Terwijl het niet draait om jou en jouw lekkere gevoel, maar om de aanbidding van God. Als jij niet mee kunt zingen, wordt God dan niet aanbeden? Natuurlijk wel! Je zit hier niet alleen, maar met 200 man die allemaal God willen aanbidden. Soms zingt de ene groep, soms de andere groep. Daar is niets mis mee! Als jij de tekst meeleest en daarop Amen zegt, heb je God aanbeden. Het voelt misschien anders. Dat klopt, maar het is aanbidding als jij in staat bent om jezelf uit te schakelen en te genieten voor de ander. Een op God gericht hart aanbidt, ook als er andere liederen gezongen worden. Ze geniet van God en niet enkel van zijn of haar eigen stemgeluid. Wie komt om te aanbidden, laat zichzelf thuis en geniet voor de ander en is gericht op God!

Nog een ander thema: welke muziekinstrumenten mogen meedoen in de aanbidding van God? De een vindt de drum geweldig, de ander gruwt ervan. De een geniet van de jazzachtige klanken van onze Arie, de ander vindt het maar niets. Het orgel is voor de één hét instrument, terwijl anderen er niets mee hebben.

Zoals al opgemerkt zien we hoe in deze psalm elk denkbaar instrument wordt opgesomd. Van blaas, snaar tot slaginstrument. Alles doet mee! Niet altijd tegelijk, maar geen enkel instrument is uitgesloten van de aanbidding van onze grote God. Er bestaan geen onheilige muziekinstrumenten, enkel onheilige muzikanten. In de psalm zit daarbij ook nog eens een geweldige opbouw die je niet zomaar bij het lezen zal zijn opgevallen:

bazuin/hoorn                  – het heilige – priesters

harp en luit                 – de tempelgebouwen – Levieten

tamboerijn en reidans    – de voorhof van de vrouwen

snarenspel en fluit          – het gewone volk

cimbalen                  – de heidenen buiten Israël

alles wat adem heeft          – iedereen

Zie je hoe alles omvattend de oproep om God te aanbidden is. Niemand is uitgezonderd! Alle instrumenten mogen meedoen en iedereen, alles wat adem heeft (ook zij die niet kunnen zingen, zoals Richard), mag meedoen, ja moet meedoen! Wie weet wie onze God is, zingt en aanbidt!

Het is een hele opgaaf om te genieten van instrumenten waar je niet van houdt. Wie opgegroeid is met het orgel, kan soms niets met de drum. Wie in onze cultuur van vandaag opgegroeid is kan niets met het orgel. Maar beide moeten leren om voor de ander te genieten, want iedereen mag meedoen en we doen het samen! Niemand kan zeggen: dat is onheilige muziek!

Gods plan met de gemeente is een enorm waagstuk! Hij voegt mensen samen met heel verschillende smaken en voorkeuren. Dat maakt de gemeente mooi, maar ook kwetsbaar in onze individuele maatschappij, want het gaat om MIJ…. De geestelijke les is: leren genieten voor de ander, waarbij ik misschien niet altijd krijg wat ik fijn vind. Ik geniet van/voor de ander, want ik neem de oproep om God te loven heel serieus: iedereen doet mee! Niet alles tegelijk, maar iedereen krijgt ruimte. Dat is onze uitdaging hier in De Bron. Op dit moment is dat behelpen, want we hebben geen eigen pianist, helaas. Dat beperkt ons in de liederen keuze, maar dat is wel onze richting: Voor iedereen wat en we gaan niet zitten kniezen als het eens een keer anders gaat dan jij wilt, want ik geniet voor de ander! Amen.