Reuzen en dwergen in Groeiland  

Hebben jullie wel eens gehoord van Groeiland? Nee, niet Groenland, maar Groeiland. Daar hebben jullie vast nog nooit van gehoord. Het was een land dat heel veel lijkt op ons land, gewone bomen, gewone dieren, gewone huizen, maar er was iets vreemds aan de hand met de mensen. Sommige mensen vonden het fijn om er te wonen, maar heel veel mensen ook niet. Ik zal je eens vertellen over Hans, die het vreselijk vond om in Groeiland te wonen. Hans was een jongen van 9 jaar. Hij had een vader en moeder en twee zusjes, hield van rekenen, lezen en schaken, en hij peuterde graag in zijn neus (maar dat deed ie natuurlijk stiekem). Een gewone jongen zou je zeggen. Maar het gekke was, dat Hans, en alle andere Groeilanders, soms van het ene op het andere moment uit groeiden tot een reus van wel drie meter en het volgende moment krompen ze tot een dwerg van 50 centimeter…. Dat is vreemd, niet waar?! Ik zal je vertellen hoe dat kwam.

Op een mooie donderdagmorgen ging Hans naar school. Hij was opgestaan als een normale jongen van 9 jaar oud. Hij deed zijn kleren aan, at zijn ontbijt en toen zei zijn moeder: Hans, vergeet je je gymspullen niet mee te nemen? De vorige keer was je ze vergeten en toen kon je niet meedoen…. Op dat moment kromp Hans ineen tot het formaat van een dwerg. Oh nee, gymen, dacht hij. Vreselijk, daar heb ik echt geen zin in. Hans was een beetje dik en was niet zo handig en snel en hij kon niet zo goed ballen vangen. Hij vond het vreselijk om koprollen te moeten doen of over de kast te springen. Met tegenzin liep hij naar school als een kleine dwerg van een meter groot. De gymles was meteen als eerste. Deze keer gingen ze voetballen met gym. Twee kinderen mochten groepjes maken. Hans werd als laatste gekozen en toen hij zich bij het groepje voegde, hoorde hij een zucht van Evert. Evert was de sportiefste jongen van de klas en vaak maakte hij Hans belachelijk door stomme grapjes te maken of hem uit te schelden voor dikzak of vreetzak. Evert fluisterde net hard genoeg, zodat Hans het hoorde: oh nee, niet die dikke Hans. Dan verliezen we sowieso…. Hans kromp nog een beetje verder tot een dwerg van 50 centimeter. Evert was op dat moment een reus van wel drie meter lang. Hans worstelde zich door de gymles, maar je kunt je voorstellen dat het niet gemakkelijk was als kleine dwerg tegen die reuzen. Na de gymles liepen ze weer naar school. Onderweg voelde Hans dat hij groeide en toen hij om zich heen keek, zag hij dat Evert juist kromp. Dat maakte dat Hans nog meer groeide. Hoe kwam dat? Ze gingen zo rekenen en daarin was Hans één van de beste van de klas. Hij vond het heerlijk om te rekenen. Hij kende alle tafels al en klokkijken vond hij een makkie. In de klas vroeg de juf aan Evert om een som op te lossen. Evert snapte de som niet en kromp ineen tot het formaat van een dwerg. Hans gniffelde hard genoeg, zodat Evert het hoorde. Wat een domkop, fluisterde hans tegen Bart die naast hem zat. Samen zaten ze als reuzen te lachen om Evert die als een klein dwergje zat te zweten op de som. De rekenles was na een poosje weer voorbij. Speelkwartier, oh nee, Hans kromp ineens ruim twee meter naar beneden. Rennen, knikkeren, panna-voetbal, tafeltennis… Vreselijk! Hij probeerde te doen alsof hij nog wat aan het rekenen was, zodat hij misschien nog even kon blijven. Evert liep langs hem heen als een reus van 3 meter en duwde hem even aan: “kom je lekker pakkertje spelen, Hans?” of ben je bang dat iedereen je voorbij rent met je slakkegang… Evert de reus liep lachend verder omringt door andere reuzen die op Hans neerkeken. De juf trapte niet in de smoes van Hans en ze zei: hup, naar buiten jij. Je hebt genoeg gedaan. Hans staat eenzaam als een dwerg te kijken naar de rennende kinderen en voelt zich rot. Zo kun je toch niet samenspelen? Na het speelkwartier is het tijd voor taal. Spelling. Daar is Hans wel redelijk goed in, dus hij groeit weer uit naar normaal formaat. Evert is ook weer normaal. De juf vraagt Evert hoe je koppeling spelt. Evert spelt: kopelling. Hans schiet de lucht in op het moment dat hij het hoort en hij denkt: wat een sukkel. Het is met twee p’s en één l. ha ha! Hij steekt zijn vinger in de lucht als de juf nadenkt over een ander woord: Hans krijgt de beurt en hij groeit nog een stukje. Hans mag chaotisch spellen. Gaotisch. Bijna goed, Hans, zegt de juf. Hij krimpt inéén, als hij ziet hoe Evert zijn vinger in de lucht steekt en verwaand naar hem kijkt alsof iedereen weet dat je chaotisch met ch spelt en uitgroeit tot een reus van 3 meter…. Oh, wat vermoeiend en wat vreselijk en het is nog maar half elf. Zo gaat het de hele dag. Voortdurend groeien en krimpen Hans en Evert en alle andere Groeilanders. En Hans denkt: Ik wil niet leven in Groeiland!  

We hebben net een verhaal gehoord over Groeiland. Wie kan mij nog vertellen over wie het ging. Hans en Evert. Hans, Evert en alle andere Groeilanders groeiden soms zomaar in eens uit tot reuen en het andere moment waren het kleine dwergen. Wie kan mij vertellen hoe dat kwam? Ze voelden zich soms beter dan anderen en dan groeiden ze uit tot reuzen en soms voelden ze zich slechter, minder goed dan anderen en dan krompen ze ineen tot dwergen….

Wij leven eigenlijk ook in Groeiland, hè? Wij kijken naar elkaar en vergelijken ons met elkaar en voelen ons soms beter dan een ander of juist minder goed. Ik ben beter dan jij! Jij bent niet zo goed als ik. Ik durf niet zo goed, want die ander is beter dan ik…. Ik schaam me, want ik voel me minder goed dan…. Dat is niet fijn! Dat was ook al zo in de tijd van de Here Jezus. We luisteren naar een verhaal van de Here Jezus en dat wordt voorgelezen door Thijs Mooi. Lucas 18:9-14.

Dit verhaal is niet echt gebeurd, maar de Here Jezus heeft het verzonnen om iets duidelijk te maken. Het heet een gelijkenis. Het gaat over een Farizeeër. Dat was een geestelijke leider van het Joodse volk, een soort bisschop of dominee of mullah. Een tollenaar was iemand die de belasting ophaalde voor het Romeinse rijk en daarbij vaak geld afpakte van mensen. Zij werken rijk ten koste van anderen. Je ziet het voor je: die F. is heel trots, is als een reus die hoog uittorent boven de T. Kijk mij eens goed zijn!! De T. is heel nederig en schaamt zich heel diep en kruipt weg….

Waarom vertelt de Here Jezus dit verhaal? Jezus vertelde dit verhaal met een doel. Dat doel staat in vers 9: “Met het oog op sommigen die zichzelf ​rechtvaardig​ vinden en anderen minachten, vertelde hij de volgende ​gelijkenis”. Weet je wat minachten is? Laten zien! Reuzen die op anderen neerkijken. Kijk eens hoe goed ik ben!? Ik ben veel beter dan jij! Met als gevolg dat anderen niets meer durven. Precies het probleem in Groeiland….

En rechtvaardig zijn, wat is dat? Rechtvaardig is hetzelfde als ‘goed zijn’. De F. voelde zich beter, omdat hij meer goede dingen deed dat de T. Hij keek vol trots naar zichzelf, omdat hij zijn tienden gaf (dat betekent dat hij veel geld en spullen weggaf), hij vastte twee keer per week (dat is als je geen eten of soms zelfs ook geen drinken drinkt). Hij voelde zich hoog verheven boven andere mensen en dan zeker boven die T., die man deed in zijn ogen niets goeds. Die T. was een zondaar, iemand die zich niet houdt aan Gods geboden en die geld afpakte van mensen. Hij voelde zich slecht en de F. voelde zich belangrijker dan anderen. En de Here God heeft er een hekel aan als mensen zichzelf belangrijker vinden dan anderen. Dan gaat er namelijk een hoop mis! Je besteed geen aandacht aan die persoon, je gaat pesten, uitlachen, roddelen over die ander, enz. En de ander voelt zich slecht, schaamt zich, durft niet meer zo goed, enz.

Dat is een groot probleem, toch?! Hoe kom je daar nu vanaf? Ik heb drie tips. Er zijn er natuurlijk veel meer te bedenken, maar ik haal deze tips uit het verhaal dat we net hebben gelezen.

Tip één: kijk naar de waarschuwing van de Here Jezus: De Here Jezus zegt dat als jij doorgaat met jezelf verhogen (neerkijken op anderen, uitlachen, pesten), dat je dan uiteindelijk zelf vernederd zult worden. Vroeg of laat zul jij ook vernederd worden als straf voor jouw houding tegen over anderen. Als het goed is helpen de meesters en juffen daarbij. Zij zullen het niet goed vinden als er in de klas gelachen wordt als iemand een fout maakt. Als jij je beter voelt dan iemand anders, dan zul je straf krijgen van de juf/meester. En wij geloven dat alle mensen uiteindelijk bij de Here God komen en mensen die zich voortdurend beter voelen dan anderen, die zullen door God worden afgewezen. Jij kunt niet bij Mij horen, zegt Hij dan. Dat is wat er zal gebeuren met de F. als hij zich niet anders ging gedragen.

Tip twee: Kijk naar de Tollenaar: hij kwam als dwergje bij God, want hij wist: Ik heb het niet goed gedaan. Hij voelde zich als Tollenaar altijd heel belangrijk en keek op andere mensen neer. Hij voelde zich schuldig. En dat vertelde hij tegen de Here God. Dat heet je zonden belijden. Eerlijk zeggen dat het niet goed was wat je deed. Je voelt je dan schuldig. Elke dag zijn er dingen die we niet goed hebben gedaan, of dingen die we hadden moeten doen. Vertel dat aan God en ook aan de mensen die je iets verkeerds hebt gedaan. Dus als jij iemand hebt uitgescholden, uitgelachen of zoiets, ga dan naar hem toe en zeg: dat was niet goed! Wil je me vergeven? Daar kun je altijd een juf of meester bij vragen natuurlijk, als je dat lastig vindt. Als jij beseft dat je vaak dingen niet goed doet, zul je niet zo snel op anderen neerkijken!

Tip drie: kijk naar wat de Here God je wil geven. De tollenaar ging naar de Here God en beleed zijn zonden. En wat gaf God hem? “Hij ging naar huis als iemand die ​rechtvaardig​ is in de ogen van God.” God hoorde en zag hoe veel spijt de T. had van zijn zonden en Hij zei: Ik maak jou helemaal rechtvaardig,  helemaal goed! Met andere woorden: Ik vergeef jou! Je hoeft je niet meer schuldig te voelen, want Ik vergeef jou. Als jij ontdekt dat God je wil vergeven, wat je ook verkeerd hebt gedaan, dan wordt je blij van binnen. En weet je wat er gebeurt als jij blij bent? Dan zul je minder snel op anderen neerkijken.

Dus luister naar de waarschuwing van de Here Jezus, dat als je jezelf belangrijker blijft vinden dan anderen, dat je dan niet bij de Here God kunt horen. Besef dat je ook veel zonden doet en vraag om vergeving. Ontvang de vergeving van God en wordt blij, zodat je niet meer de behoefte hebt om op anderen neer te kijken.