Wat zie je?

Ik zie ik zie, wat jij niet ziet…. Een bekend spelletje. Soms moet je echt flink zoeken! Vandaag lezen we een tekst waarin het ook draait om zien, kijken, speuren. We lezen 2 Kor. 4:16-18.

We vallen, zoals zo vaak, midden in een heel betoog van Paulus. Hij spreekt over de bediening van het nieuwe verbond. De boodschap van Jezus Christus en die gekruisigd en door dat kruis bracht vergeving voor iedereen die het geloven wil en zo een nieuwe relatie, een nieuw verbond. Maar Paulus heeft heel wat uit te leggen. Want dat nieuwe verbond klinkt misschien wel mooi, eeuwig leven, een relatie met de Schepper van hemel en aarde, maar als iemand naar Paulus leven kijkt, dan ziet ie dit: altijd in gevaar (natuur, boeven, Joden, heidenen), drie keer schipbreuk, één keer gestenigd, drie keer de roede, vijf keer de veertig min één zweepslagen, valse broeders, nachten zonder slaap, gedwongen vasten, dorst, kou, naakt rond lopen…. Is dat nu dat nieuwe verbond? Dat klinkt helemaal niet aantrekkelijk! Helemaal in de Griekse wereld waar schoonheid, kracht en souplesse, eigenschappen waren waar men vol van was.

Eigenlijk net als in onze tijd, hè? Zwakheid, tegenslag, ziekte, we duwen het weg…. Lijden wordt uit beeld gehouden en men wil vooral succes horen en zien. Als iets de moeite waard is, moet het je iets tastbaars brengen: rijkdom, een goed gevoel, vooruitgang, vernieuwing, verbetering, enz. En daar zit natuurlijk ook een enorme kracht in! Kijk eens wat we met dat vooruitgangsdenken allemaal hebben gecreëerd! De medische wereld, techniek, omgaan met de natuurelementen, DNA-onderzoek, de hele wetenschap, allemaal gestoeld op het verlangen om lijden en ziekte zoveel mogelijk uit de weg te ruimen. Prijzenswaardig! Maar er is ook een schaduwkant. We bereiken heel veel, maar ook heel veel niet…. De rimpels die we weg kunnen smeren met oil of O’lace, komen uiteindelijk toch weer terug. Botox behandelingen geven tijdelijk een goed resultaat, maar op de lange termijn is er geen botox tegen gewassen…. De wereld is niet maakbaar! We zullen moeten leren omgaan met lijden en juist dat hebben we nu enorm verleerd, de afgelopen decennia. We kunnen er niet meer mee omgaan. Eén op de drie Nederlanders bij de psycholoog op de stoel…. We krijgen het niet rond! We kijken overal en zoeken overal, maar waar is de troost, de hoop, de moed om vol te houden?

Het geloof is niet de eerste plek en misschien wel helemaal geen plek meer om te zoeken. Maar tegen beter weten in, blijven wij het uitroepen, net als Paulus: Wij hebben een bron van leven, hoop en liefde gevonden die nooit teleurstelt!

Dat geloof begint heel nuchter: Het leven hier op aarde is niet maakbaar en vaak niet mooi. Als je de bijbel leest, dan laat ze duidelijk zien hoe kwetsbaar het leven is, hoe zwak de mens is, hoe groot het verderf is. Die nuchterheid heeft de wereld misschien wel als tegenwicht nodig. Niet de vlucht naar voren en denken in oplossingen, maar pas op de plaats en leren lijden. Dat klinkt niet populair en zal geen hordes mensen naar de kerk brengen, maar het is wel waar. Iedereen die eerlijk is, weet het heel diep van binnen: het leven is kwetsbaar en we zijn maar heel zwak als mensen. een vingerknip en het kan voorbij zijn. Kijk naar Jan ter Haar. Binnen een paar maanden weg…. De Here God zegt heel eerlijk: zo is het leven.

Maar daar houdt het niet op! God zij dank niet! Nuchter ja, maar niet bot of kil. Ze zegt niet: leer er maar mee leven! Volgende patiënt…. Ze heeft een medicijn, een middel om te dragen. En dat middel lezen we in de verzen die we net hebben gelezen.

Daarom verliezen we de moed niet! ‘Daarom’ verwijst terug naar de verzen ervoor. In vers 14 zegt hij: Wij weten immers dat Hij die de Here Jezus heeft opgewekt, ook ons door Jezus zal opwekken en samen met u voor Zich zal stellen. De opstanding uit de dood! Dat is de bijbelse realiteit die Paulus ziet als krachtbron voor het dagelijkse tranendal.

Wat brengt dat geloof in de opstanding? In de 3 verzen die wij gelezen hebben, geeft Paulus drie in zichten in wat de opstanding aan hoop biedt.  

Ten eerste, vers 16: Ook al vergaat onze innerlijke mens, toch wordt de innerlijke mens van dag tot dag vernieuwd. Opnieuw die nuchterheid: de uiterlijke mens, het lichaam, onze organen, onze huid, onze spieren, (ons dagelijks bestaan), ze vervallen, ze degenereren, verliezen hun schoonheid, hun glans, hun kracht. Maar Paulus ziet iets wat je niet met je aardse ogen kunt zien: de innerlijke mens! Die wordt van dag tot dag vernieuwd. Wat is die innerlijke mens? Niet zozeer de ziel alleen (wil, gedachten, gevoelens), maar het is de nieuwe mens (Kol. 3:10). De nieuwe mens die vernieuwd wordt tot volle kennis naar het beeld van Zijn Schepper. Of de nieuwe schepping (5:17). De ware mens, de mens zoals die eens helemaal volmaakt zal zijn. Ons denken, ons voelen, onze reacties op mensen, op de wereld om ons heen, alles met de Geest van de Here Jezus. Daar leven we voor! Het liefst is de overstap naar het volmaakte niet te groot….

Ten tweede, vers 17: Onze lichte last van onze verdrukking, die van korte duur is, brengt ons een alles overtreffend eeuwig gewicht van heerlijkheid teweeg. Lichte last…. Drie keer schipbreuk, vijf keer de veertig min één zweepslagen…. Mensen die overlijden, honger, dorst, ernstige pijn, een leven lang op bed, enz. Licht?!?! Belachelijk! Hoe kun je mijn lijden licht noemen. Nou, pas op, dat zegt Paulus niet. Hij houdt het bij zichzelf. Maar hoe kan hij die enorme lijdensweg nu licht noemen. Gewicht is relatief. Plaatjes van iets dat zwaar is, met iets anders dat nog zwaarder is. Paulus ziet een heerlijk gewicht dat gaat komen en dat maakt hem nu al zo blij, geeft hem zoveel moed om deze relatieve lichte last te dragen. Wat is dat gewicht, die heerlijkheid? Zijn bij God, erven wat van Hem is, tranen van je ogen door Hemzelf.
De tekst zegt dat het lichte last een gewichtige heerlijkheid teweeg brengt. Hoe bedoel je: teweeg brengen, het voort brengen, opleveren. Hoe werkt dat dan? Ten eerste: Mat. 5:12: verblijd u en verheugt u, want uw loon zal groot zijn in de hemelen. Lijden levert loon in de hemel op. Wie lijden verdraagt ontvangt daarvoor loon. Hoe dat loon eruit ziet, wordt nergens echt expliciet gemaakt, maar het levert wat op. Ten tweede: er is geen heerlijkheid verkrijgbaar zonder te lijden (Luc. 24:26; 2 Tim. 2:12; 3:12; Rom. 8:17, enz.).

Ten derde, vers 18: “Wij houden onze ogen immers niet gericht op de dingen die men ziet, maar op de dingen die men niet ziet; want de dingen die men ziet, zijn van het ogenblik, maar de dingen die men niet ziet, zijn eeuwig”. Paulus kijkt naar dingen die je niet ziet. Ik zie, ik zie, wat jij niet ziet, zegt hij tegen ons…. Wat ziet hij dan? De dingen die men niet ziet, is niet zozeer het onzichtbare of het geestelijke tegenover het zichtbare en materiele. Het gaat om de tegenstelling tussen het heden en de toekomst. Datgene wat je nu voor ogen ziet en datgene wat nog gaat komen: die gewichtige heerlijkheid. Waar kijk je naar? Kun je de dingen voor ogen houden die in de toekomst gaan komen, ook al duurt het nog jaren? Dat is de kracht van geloof! Dat is spannend! Dat is ploeteren, vloeken soms, met grote tegenzin geloven…. Maar wel met een fundament: Ik weet: het duurt niet eeuwig, het zal eens voorbij zijn. Heer, wilt U me voorbeelden geven die passend zijn?

Ik zie, ik zie wat jij niet ziet en ik hoop dat je het ook gaat zien. Ik kan het je niet aanwijzen, niet door je strot douwen, enkel vertellen: het ligt in de relatie met de Here Jezus. Wie wil, mag komen proberen. Misschien vandaag wel voor het eerst, maar zeker niet voor het laatst.