Op (on)waardige wijze avondmaal vieren

We vieren vandaag avondmaal, de maaltijd van de Heer. De Here Jezus heeft zijn gemeente, de kerk, twee zichtbare zaken meegegeven om uit te voeren: de doop en het avondmaal. Twee instellingen die eenheid zouden moeten bewerken, maar die juist veel onenigheid hebben gebracht. Veel discussies over hoe en wanneer en wat er precies gebeurt tijdens de doop en het avondmaal. En dat is logisch, want het gaat ergens om! Het zijn dingen die de Here Jezus zelf ons heeft opgedragen, dus moeten we er zorgvuldig mee om gaan. Vanmorgen wil ik met jullie nadenken over wanneer je wel of wanneer je niet aan het avondmaal aan zou moeten gaan. Ik gebruik daarvoor het woord dat de tekst zelf aandraagt: hoe kun je op (on)waardige wijze het avondmaal vieren?

Laten we eerste de tekst met elkaar lezen. 1 Kor. 11:17-34.

Zag je op het scherm en zie je in je eigen bijbel de signaalwoorden? Want, maar en daarom (ook opdat, alzo, dus). Bijna elke zin begint met één van deze woordjes. Al deze woorden duiden op logica. Paulus is aan het redeneren, argumenteren (NBV mist dat ten dele). Hij zegt iets en onderbouwt dit met een want. Hij stelt iets en zegt dan ‘maar' als contrast met datgene wat hij net gezegd heeft. En ‘daarom’ om die reden, heeft iets een gevolg, of moet je zo en zo handelen. Nou, we gaan niet elk argument helemaal uitpluizen, want dan zijn we te lang bezig, maar ik pak de hoofdlijn.

In vers 17 begint hij met een ‘maar’, een contrast dus. Waarmee maakt hij een contrast? Dan moeten we even terug lezen en dan stuiten we op 11:2: ik prijs u, broeders, omdat in alles aan mij denkt en aan de overleveringen vast houdt, zoals ik die aan u heb overgeleverd. Overleveringen = tradities, manieren van doen, gewoontes. En dan hier zegt hij het tegenovergestelde: maar in wat ik nu beveel, prijs ik u niet. Zie je het contrast? Eerst prijst hij hen dat ze goed naar hem luisteren in het één, ‘maar’ in wat hij nu gaat zeggen, prijst hij hen niet. Hij is not amused….

Waar heeft hij het dan over? Vers 17: Wanneer u samenkomt, wordt u er niet beter van, maar slechter. Jullie samenkomsten deugen niet, want het bouwt niet op, maar het breekt af. Je hoort de lezers denken: waar heeft die man het over?! Hier gaat alles goed, hoor! Maar dan komt de onderbouwing ‘want’ in vers 18: als u samenkomt, is er verdeeldheid onder u. Er is een zichtbare breuk, er is verdeeldheid, er zijn partijen, kliekjes. Wie de brief een beetje kent, weet dat in hoofdstuk 1 tot 3 hier ook al over is gesproken. Maar die verdeeldheid was vooral zichtbaar in het gewone door de weekse leven. Hier gaat het over verdeeldheid die zichtbaar is in de samenkomst, terwijl ze samen zijn. Vers 19 is een zijspoor die wij helemaal even overslaan, want die doet er niets toe voor onze doelstelling…. Vers 20: zoals u nu bij elkaar samenkomt, is dat niet het eten van het Avondmaal van de Heer.

Aha, het wordt iets concreter: die zichtbare breuk heeft iets te maken met het avondmaal, de maaltijd van de Heer. De lezers van toen zullen denken: natuurlijk komen we wel samen voor de maaltijd van de Heer. Dat deden ze waarschijnlijk elke week. Niet zoals wij dat nu doen, met een stukje brood en een slokje wijn, maar met een hele maaltijd en als onderdeel van die maaltijd vierde met het avondmaal. Dit waren de zogenaamde liefdemalen. Ieder nam wat mee, met wat extra’s, zodat iedereen ervan kon eten.

Nee, zegt Paulus, dat wat jullie met elkaar doen, is niet de maaltijd van de Heer, ‘want’ (vers 21) bij het eten gebruikt iedereen van te voren al zijn eigen maal en dan heeft de één honger en de ander is dronken. Ze aten en dronken van datgene wat ze zelf hadden meegenomen en stoorden zich niet aan mede-christenen die later kwamen en die arm waren en niets hadden…. Waarschijnlijk de slaven die nog moesten werken. Zij vonden de hond in de pot…. Hebben jullie dan geen eigen huizen om er te eten en te drinken?! Hoe kan het dat jullie de gemeente van God zo minachten door zo te handelen. Paulus heeft gewoon geen woorden voor zoveel minachting van zoiets heiligs! Hoe bestaat het dat bij deze heilige maaltijd de rijken zich volvreten en de armen met een lege maag achter blijven? Hoe bestaat het dat mensen worden geminacht, de armen in dit geval bij het avondmaal?

Je hoort Paulus nadenken, over hoe hij de lezers in Korinthe moet corrigeren. Wat moet hij zeggen om dit tegen te gaan?! Hij besluit helemaal terug te gaan naar het begin. Naar de instelling van het avondmaal door de Here Jezus zelf.

Opnieuw begint hij de zin met ‘want’. Ik geef jullie een reden waarom ik jullie niet prijzen kan op dit punt. Ik zal jullie een reden geven waarom jullie wel denken dat jullie het avondmaal vieren, maar het ten diepste niet doen. Want in de nacht toen de Here Jezus werd verraden, overgeleverd, nam Hij een brood en dankte ervoor en brak het en zei: neem, eet, dit is Mijn lichaam dat voor u gebroken wordt. Doe dat tot mijn gedachtenis. Evenzo nam Hij ook de drinkbeker, na het gebruiken van de maaltijd, en zei: deze drinkbeker is het nieuwe verbond in mijn bloed. Doe dat, zo dikwijls als u die drinkt, tot mijn gedachtenis. Want zo dikwijls als u dit brood eet en deze beker drinkt, verkondigt u de dood van de Heere, totdat Hij komt.

Wat is nu het argument, de reden die hiermee aangevoerd wordt? De Korintische christenen kwamen samen en ieder ging voor zijn eigen maagvulling en dachten niet aan anderen die minder hadden…. Het contrast dat Paulus hier schetst is schokkend, niet waar? Hij schildert het plaatje helemaal voor hun ogen. De Here Jezus staat op het punt verraden te worden en uiteindelijk gekruisigd te worden, de diepste weg te gaan. Er was alle reden om zich terug te trekken en in diep verdriet en angst aan zichzelf te denken. Maar Hij dacht juist niet aan zichzelf, maar aan Zijn leerlingen, aan ons. Wat een contrast van de realiteit met de oorsprong! Het avondmaal draait om de aandacht voor de ander, het weggeven, het delen.

De Korintische christenen hadden enkel oog voor zichzelf, maar het avondmaal wijst op de Here Jezus als offer voor ons. Hij verbrak zijn eigen lichaam, vergoot zijn bloed voor ons en je ziet het gebeuren daar in Korinthe: de mensen aten en ze spraken deze woorden wellicht ook uit, maar keken neer op hun medebroeders en zusters en dachten niet aan hen…. Hoe bestaat het? Hoe kun je zo zondigen en eten tegelijk? Wat een blinde vlek?!!?

Daarom (vers 27, 30 en 33): Dit gedrag heeft gevolgen en moet opgelost worden! Wie op onwaardige wijze dit brood eet of deze beker drinkt, is schuldig aan het lichaam en het bloed van de Heere. De onwaardige wijze die Paulus hier bedoelt, slaat dus terug op de egoïstische rijken die neerkeken op de armen door hen te negeren en voor hun eigen genot te gaan. Je maakt je zo schuldig aan het lichaam en het bloed van de Heere. Met andere woorden: als je zo gaat voor je eigen egoïstische ik en niet denkt aan mensen die het minder hebben, de armen, dan schaar je je daarmee onder de moordenaars van de Here Jezus. Je zondigt willens en wetens en het is zonde dat Jezus aan het kruis nagelde. Door jullie egoïstische gedrag, sla je met elke hap van het brood een spijker in Jezus handen en met elke slok die je drinkt, ram je op de spijker in Jezus’ voeten.

En nu wordt het spannend, want kunnen we hier een algemeen principe uit halen voor onze tijd, want de onwaardige wijze waarop zij avondmaal vierden, kennen wij niet meer. Kun je een lijn trekken van deze onwaardige, egoïstische wijze van avondmaal vieren naar onze tijd? Ja, dat denk ik wel. Paulus zegt ‘wie op onwaardige wijze’ eet en drinkt. Dat is een algemene aanduiding en natuurlijk wijst hij in Korinthe op die ene concrete manier van egoïsme en minachting van de armen, maar elke zonde die je willens en wetens blijft doen, maakt dat je onwaardig bent om te eten en te drinken van het lichaam en het bloed van Jezus Christus. Iedereen die willens en wetens zondigt is niet waardig om aan het avondmaal te gaan. Elke zonde die je bewust blijft doen, maakt je tot moordenaar van Jezus Christus!

Paulus gaat in vers 29 nog even verder met de gevolgen van op onwaardige wijze avondmaal vieren. Hij zegt: wie op onwaardige wijze eet en drinkt, die eet en drinkt zichzelf een oordeel, omdat hij het lichaam van de Here niet onderscheidt. Wat is dat jezelf een oordeel drinken? Niets anders dan wat het zegt: als je willens en wetens zondigt als christen, dan val je onder het oordeel van de Heer. Wat betekent dat dan? Vers 30 maakt het concreet: daarom zijn er velen onder u ziek en velen zijn ontslapen, zijn overleden. Het oordeel is heel concreet in deze gemeente in Korinthe…. Dit is heftig, niet waar?! Zou dit ook nu nog zo kunnen zijn? Ja, want God is niet veranderd. Maar we moeten oppassen om het om te draaien: hé, hier zijn zieken en hier overlijden mensen, dus wordt hier in deze gemeente veel gezondigd…. Dat is niet bijbels! Er is geen algemeen oorzakelijk verband tussen ziekte, overlijden en zonde. Maar het kan wel!! God laat niet met zich sollen! Je hebt de Geest van kennis, onderscheidt nodig om dit te kunnen beoordelen….

Oei, is het dan wel raadzaam om aan het avondmaal te gaan? We kennen de praktijk bij de Ger. Gem. in Rijssen, waar van de honderden aanwezigen, slechts een handje vol aan durft te gaan. Avondmaalsmijding heet dat. Ook hier zien we dat er minder mensen zijn dan op andere zondagen. Ook hier zijn mensen die niet aangaan om wat voor reden dan ook…. Paulus zal dat zeker niet zo bedoeld hebben, want in vers 28 zegt hij simpelweg: laat ieder mens zichzelf beproeven, toetsen en laat hij zó eten en drinken. Je kunt dit oordeel heel gemakkelijk ontlopen, simpelweg door jezelf vooraf te toetsen en dan aan te gaan.

Hoe werkt dat? Wees eerlijk en erken/belijd je zonden. Iedereen die eerlijk naar zichzelf kijkt, zal erkennen dat hij of zij zonde heeft begaan. Een gedachte, een woord, een daad, iets wat je niet hebt gedaan, gezegd, maar ook al die keren dat je niet aan de Here God hebt gedacht…. Wie eerlijk is, zal zichzelf als zondaar zien, maar wat is het dan heerlijk om dan niet te zwelgen in zondebesef, maar om te kijken naar de Here Jezus en te zeggen: Heer, ik heb het verpest. Daar baal ik van! Ik heb er spijt van. Vergeef me! Vraag vergeving aan God en mensen!! En weet je wat de Here Jezus dan zegt: Ik vergeef je! Graag zelfs! Ik ben voor jou gestorven en ben voor jou opgestaan uit de dood, zodat jij kunt leven. Kom, neem mijn brood, neem mijn beker en eet en drink en weet je vergeven. Niemand hoeft met zonde te blijven leven. Geloof in de vergeving die JC je aanbiedt!

Ja maar, ik heb last van een bepaalde zonde waar ik maar niet los van kom. De Heer is genadig en geduldig en vraagt niet om zondeloosheid! Hij vraagt eerlijk besef van tekort schieten, meer niet.

Ja maar, er wordt toch altijd gezegd dat je in vrede moet leven met je medebroeders en zusters? Ja, dat klopt, voor zover het van jou afhangt! Als iemand boos op jou is en jij probeert dat op te lossen, maar die ander wil er niet van weten, dan ben jij vrij om aan te gaan. Die ander is schuldig, niet jij!

Paulus besluit in vers 33 en 34 met eenvoudige adviezen voor hoe ze deze zonde kunnen oplossen. Opnieuw dat woordje ‘daarom’. Dit is daarom de oplossing: Wacht op elkaar, en als je je niet kunt beheersen, eet dan alvast thuis, zodat je je niet volpropt tijdens de liefdemalen en het avondmaal van de Heer. Zo eenvoudig was deze zonde opgelost. En zo eenvoudig is elke zonde op te lossen. Breng het in het licht en belijd je schuld en de Heer vergeeft je. Dan kun je eten en drinken en aan Hem denken en dankbaar zijn!

Als er vanmorgen mensen zijn die niet aangaan, dan zou ik daar graag met je over willen praten. En als oudsten hebben we dat ook al een keer tegen elkaar uitgesproken, dat we graag in gesprek willen komen met mensen die moeite hebben met het avondmaal.