Handleiding                        GeoAdmin

         GeoAdmin

        

 


Inhoudsopgave

1        Inleiding

2        Algemeen

2.1        Inloggen

2.2        Startscherm

3        Configuraties

3.1        Overzicht viewerconfiguraties

3.2        Viewers aanmaken, aanpassen, bekijken en verwijderen

3.3        Viewer-instellingen

3.3.1        Algemeen

3.3.2        Kaartlagen

3.3.2.1        Toevoegen van een kaartlaag

3.3.2.2        Veranderen van de volgorde van kaartlagen

3.3.2.3        Verwijderen van een kaartlaag

3.3.2.4        Kaartlaag standaard aan- of uitzetten

3.3.2.5        Aanpassen van een kaartlaag

3.3.2.6        Instellen van een standaard achtergrondlaag

3.3.2.7        Groepslagen

3.3.3        Tools

3.3.3.1        Zoeken

3.3.3.2        Kaartlagen

3.3.3.3        Printen

3.3.3.4        Kaart delen

3.3.3.5        Afstand meten

3.3.3.6        Tekenen

3.3.3.7        Routeren

3.3.3.8        Routeren met meerdere locaties

3.3.3.9        Reistijdgebieden maken

3.3.3.10        Ruimtelijk zoeken

3.3.3.11        Gebieden maken

3.3.3.12        Menu

3.3.3.13        Logo

3.3.3.14        Informatie opvragen

3.3.3.15        Schaalbalk

3.3.3.16        Coördinaten

3.3.4        Kaart

3.3.4.1        Projectie

3.3.4.2        Initiële locatie

3.3.4.3        Maximale afmeting kaart

3.3.4.4        Resoluties

3.3.5        JSON

3.4        Overzicht Ruimtelijk zoeken-configuraties

3.4.1        Ruimtelijk zoeken-configuratie aanmaken

4        Kaartcollecties

4.1        Hoofdscherm Kaartcollecties

4.1.1        Indexeeropties datasets

4.1.2        Dataset extern beschikbaar maken

4.1.3        Dataset verwijderen

4.2        Nieuwe dataset toevoegen

4.2.1        Stap 1: Data

4.2.2        Stap 2: Stijlen toevoegen

4.2.3        Stap 3: De dataset toevoegen aan de viewer

4.3        Stijlenoverzicht

4.3.1        Stijlen wijzigen

4.3.2        Stijlen toevoegen

4.3.2.1        Stijl maken

4.3.2.2        Stijl uploaden

4.4        Externe dataset toevoegen

4.4.1        Stap 1: Data

4.4.2        Stap 2: De dataset toevoegen aan de viewer

5        Organisatie

6        Gebruikers

6.1        Beheerder

6.2        Partnerbeheerder

Bijlage 1 Eisen voor het uploaden van een bestand via Mijn data

Algemeen

Excel

Shape

Bijlage 2 Overzicht methodes locatiebepaling bij het uploaden van datasets in Mijn data


1        Inleiding

De GeoAdmin is de beheermodule van GeodanMaps, het online dienstenportaal van Geodan. In de GeoAdmin kunnen de volgende zaken beheerd worden:

Let op: Het GeodanMaps-platform en de GeoAdmin blijven continu in ontwikkeling. De functionaliteit en screenshots in deze handleiding kunnen daarom afwijken van de meest recente versie.

Let op: In deze handleidingen worden af en toe voorbeelden gegeven van URL’s naar generieke GeodanMaps-kaarten. Deze URL’s werken voor u alleen als u de ‘servicekey’ van uw organisatie aan deze URL toevoegt. Kopieer de URL uit de handleiding in de adresbalk van uw browser en voeg daarna &servicekey=uwservicekey toe aan de URL. Heeft u niet de beschikking over een servicekey, neemt u dan contact op met Geodan via helpdesk@geodan.nl.

2        Algemeen

2.1        Inloggen

Om toegang te krijgen tot de GeodanMaps GeoAdmin gebruikt u de volgende link: https://services.geodan.nl/geoadmin

Bij het openen van de link verschijnt het inlogscherm voor GeodanMaps. Hier kan ingelogd worden met een bestaand gebruikersaccount of een vergeten wachtwoord worden hersteld. Alleen gebruikersaccounts met de rol ‘Beheerder’ kunnen inloggen in de GeoAdmin.

Log in met een bestaand account door de gevraagde gegevens in te vullen en op LOGIN te klikken. Vul het e-mailadres in waarmee u bent geregistreerd bij Geodan. Wanneer de combinatie van e-mailadres en wachtwoord niet bekend is, verschijnt er een mededeling achter een waarschuwingsteken. De geweigerde toegang kan een gevolg zijn van het invoeren van een foutief wachtwoord. Wanneer u uw wachtwoord niet meer weet, kunt u via Wachtwoord vergeten? het wachtwoord opvragen door uw e-mailadres in te voeren.

Indien u nog geen account heeft, neemt u dan contact op met een beheerder van uw organisatie. Als er nog geen beheerder is voor uw organisatie, neemt u dan contact op met Geodan via helpdesk@geodan.nl. Zie verder hoofdstuk 6 (Gebruikersbeheer). 

2.2        Startscherm

Na inloggen met een gekoppeld account komt u binnen bij het menu-item ‘Configuraties’. U kunt kiezen voor Viewerconfiguraties of Ruimtelijk Zoeken-configuraties.

Bovenaan ziet u de menu-items zoals aangekondigd in Hoofdstuk 1. Let op: De menu-items Organisatie en Gebruikers zijn alleen zichtbaar als de instelling Geavanceerd is geactiveerd. Klik hiervoor op de inlognaam rechtsboven en vervolgens op instellingen. Klik op het schuifje om de optie Geavanceerd aan te zetten.

De menu-items worden stuk voor stuk besproken in de volgende hoofdstukken. Voor elk menu-item geldt dat u bovenaan de pagina een aantal opties heeft:

3        Configuraties

3.1        Overzicht viewerconfiguraties

In het vieweroverzicht kunnen de bestaande viewers worden bekeken, aangepast en verwijderd. Daarnaast kunnen nieuwe viewers worden aangemaakt. Het ‘Valide’ vinkje laat zien dat een viewer valide is. Als een viewerconfiguratie niet valide is, zijn bewerkingsmogelijkheden in Geoadmin beperkt tot de ‘geavanceerde opties’ (JSON) en wordt hij niet getoond in de lijst op https://services.geodan.nl/viewer.  Neem contact op met helpdesk@geodan.nl om de viewer te repareren indien u hier niet zelf uitkomt.

Let op: Het groene Valide vinkje en de Extern beschikbaar switch (zie onder) zijn alleen zichtbaar als bij Instellingen de optie Geavanceerd aan staat.

3.2        Viewers aanmaken, aanpassen, bekijken en verwijderen

3.3        Viewer-instellingen

Na het klikken op een bestaande viewer of het aanmaken van een nieuwe viewer wordt een overzicht getoond met alle viewer-instellingen.

De instellingen zijn toegankelijk via de verschillende tabbladen. Deze worden in de volgende paragraaf behandeld. In het overzicht bevinden zich daarnaast de volgende opties:

3.3.1        Algemeen

In het tabblad Algemeen kunnen de volgende opties ingesteld worden:

3.3.2        Kaartlagen

In het tabblad Kaartlagen bevindt zich een overzicht van alle kaartlagen en groepen in de viewer. Hier kunnen individuele kaartlagen en groepen worden toegevoegd, verwijderd en aangepast.

In de GeoAdmin kunnen kaartlagen worden toegevoegd die als webservice gepubliceerd zijn. De volgende services worden ondersteund door GeodanMaps:

In de onderstaande tabel is een aantal voor- en nadelen van deze services opgenomen. Zie de documentatie van het Open Geospatial Consortium (OGC), de Open Source Geospatial Foundation en de Working Group GeoJSON voor meer informatie over de mogelijkheden van de respectievelijke services.

WMS

WFS

WMTS

TMS

GeoJSON

Werkt met tiles (en laadt daardoor sneller)

Nee

Nee

Ja

Ja

Nee

Informatie uit lagen is opvraagbaar

Ja

Ja

Ja

Nee

Ja

Legenda van de kaartlaag is opvraagbaar

Ja

Nee

Ja

Nee

Nee

Objecten kunnen worden geselecteerd

Nee

Ja

Nee

Nee

Ja

Lagen die worden geüpload in de GeoAdmin via het menu Kaartcollecties worden automatisch gepubliceerd als WMS- en als WFS-laag. Daarnaast zijn er ook diverse generieke kaartlagen van Geodan beschikbaar (topokaarten, postcodekaart, gemeentekaart, etcetera). Deze zijn op te vragen als WMS, WFS, WMTS en TMS-laag. Zie voor een overzicht onze dienstencatalogus. Aan het gebruik van deze kaartlagen zijn kosten verbonden.

3.3.2.1        Toevoegen van een kaartlaag

De kaartlagen zijn onderverdeeld in twee groepen: Achtergrondlagen en Thematisch lagen. Bij de achtergrondlagen geldt dat er maar één laag standaard aan kan staan. Als er meerdere lagen standaard aan staan, dan zal de bovenste laag als standaard achtergrond worden gebruikt. Onder Thematische lagen kunt u Thematische lagen uit GeodanMaps en uw eigen geüploade data uit Mijn data toevoegen.

Kaartlagen kunnen als volgt worden toegevoegd:

3.3.2.2        Veranderen van de volgorde van kaartlagen

Door met de linkermuisknop op een laag te klikken en deze te slepen, kan de volgorde van de lagen veranderd worden (zie ook paragraaf 3.3.3.2 voor extra configuratiemogelijkheden m.b.t. de laagvolgorde).

3.3.2.3        Verwijderen van een kaartlaag

Klik op de prullenbak aan de rechterkant van een kaartlaag om de kaartlaag te verwijderen.

3.3.2.4        Kaartlaag standaard aan- of uitzetten

Door op het schuifje rechts van een kaartlaag te klikken kan een kaartlaag standaard aan- (rood) of uitgezet (grijs) worden.

3.3.2.5        Aanpassen van een kaartlaag

Klik op een kaartlaag om de details van de kaartlaag te openen. Bij alle kaartlagen zijn de volgende drie tabbladen aanwezig: Algemeen, Opties en Info. Als de tabbladen Opties en Info niet zichtbaar zijn dan klikt u op de gebruikersnaam rechtsboven en zet u bij Instellingen het schuifje Geavanceerd aan. In het tabblad Algemeen kan de Titel worden opgegeven.

In het tabblad Opties kunt u aangeven of de data zonder waarde wel of niet getoond moet worden. Verder geeft u hier de URL naar het legendaplaatje, de transparantie en de minimale en maximale resolutie van de kaartlaag op. Tot slot heeft u hier de mogelijkheid om zelf opties toe te voegen (bijvoorbeeld ‘requestencoding’ en ‘maxFeatures’). Alle overige opties worden bij het toevoegen van een kaartlaag in Kaartcollecties automatisch ingevuld. Een uitgebreide omschrijving van de instellingen vindt u in tabel 1.

In het tabblad Info kunt u aangeven of u informatie van de kaartlaag kan opvragen of niet wanneer u met uw muis in de kaart klikt. Zet u deze optie aan, dan dient u de URL naar de informatie op te geven en kunt u zelf bepalen welke variabelen uit deze informatie getoond moeten worden door ze een alias te geven. Een uitgebreide omschrijving van de instellingen vindt u in tabel 2.

Bij kaartlagen van het type WMS is tevens het tabblad Stijl aanwezig. Wanneer u een eigen datalaag heeft toegevoegd en u heeft onder Mijn Data in Kaartcollecties stijlen aangemaakt, dan kunt u hier de stijl selecteren waarmee u uw kaartlaag wilt weergeven in de viewer (zie paragraaf 4.3 voor meer informatie over het aanmaken van stijlen bij uw kaartlagen). Kies standaard wanneer u geen eigen stijl wilt gebruiken. Heeft u gekozen voor een externe dataset dan kunt u hier een zelfgemaakte stijl uploaden. U geeft een naam voor de stijl op en kiest daarna het bestand dat u wilt uploaden of u plakt de inhoud van het bestand direct in het aanwezige tekstvak. Daarna kiest u voor Opslaan.

Tabel 1 Instellingen in het tabblad Opties

Parameter

Omschrijving

Data zonder waarde niet tonen

Als deze optie is aangezet zijn de gedeelten van de kaartlaag waar geen features of data voorkomen transparant.

Legenda

De URL naar de legenda. Klik hier voor een voorbeeld (vergeet na het klikken uw servicekey niet aan de URL toe te voegen).

Of er een legenda beschikbaar is van uw kaartlaag kunt u opzoeken in de ‘capabilities’ van uw kaart. Klik hier voor een voorbeeld (vergeet na het klikken uw servicekey niet aan de URL toe te voegen).

Transparantie

Hiermee kan de standaard transparantiewaarde van de laag worden ingesteld. Dit is een getal tussen 0 en 100 (0 = niet transparant, 100 = volledig transparant). Met de Kaartlagen-tool in de Viewer kan de transparantie van een kaartlaag handmatig worden aangepast. Wanneer u de viewer ververst, zal de standaard transparantie weer worden getoond.

Minimale en maximale resolutie

Hiermee kunt u de resoluties - en daardoor de zoomniveaus waarop een kaartlaag getoond wordt - begrenzen. De laagst mogelijke resolutie is 0, de hoogst mogelijke 99999. Bij deze waarden wordt de kaartlaag op alle beschikbare zoomniveaus getoond. Resoluties (aantal meter per pixel) kunnen tot en met 4 decimalen achter de komma worden gespecificeerd. Wanneer u geen minimale en maximale resolutie selecteert wordt de kaart standaard op alle zoomniveaus getoond. Voorbeelden van resoluties vindt u onder ‘Resoluties’ in het tabblad Kaart.

Voeg optie toe

Hier kunnen eventueel extra parameters worden toegevoegd. Vul daarvoor de naam en waarde van de parameter in en klik op de plus om de optie toe te voegen. Welke optionele parameters toegevoegd kunnen worden, verschilt per service.

Tabel 2 Instellingen in het tabblad Info

Instelling

Omschrijving

Ik wil informatie over deze laag kunnen opvragen

Zet deze optie aan om het opvragen van informatie voor de betreffende WMS- of WMTS-laag mogelijk te maken in de viewer door te klikken in de kaart.

Ik wil bij hoveren informatie over deze laag tonen

Zet deze optie aan om het opvragen van informatie voor de betreffende WFS-laag mogelijk te maken in de viewer door de muiscursor boven een object in de kaart te bewegen.

URL

Vul hier de URL in waarmee informatie opgevraagd kan worden (voor WMS en WMTS). Voor lagen die u zelf hebt geüpload, is deze URL al automatisch ingevuld. Bij externe lagen is het afhankelijk van de laag of deze het opvragen van informatie ondersteunt. Klik hier voor een voorbeeld (vergeet na het klikken uw servicekey niet aan de URL toe te voegen).

Voeg alias toe

Hier kunnen aliassen worden opgegeven voor veldnamen uit de informatie van de kaartlaag. Voer een veldnaam in en de bijbehorende alias en klik op Toevoegen.

  • Wanneer bij een WMS geen aliassen zijn opgegeven, wordt alle beschikbare informatie van de feature weergegeven in de viewer. Wanneer bij een WFS geen aliassen zijn opgegeven, wordt geen enkele informatie van de feature weergegeven in de viewer.
  • Als een alias is opgegeven voor een veldnaam, wordt in de viewer de alias weergegeven in plaats van de oorspronkelijke veldnaam. Tevens worden dan alleen de velden weergegeven waarvoor een alias is opgegeven.
  • Klik op de prullenbak naast een alias om de alias weer te verwijderen.
  • Bij een WFS heeft u de mogelijkheid om de volgorde van de aliassen aan te passen door ze met de muis te verslepen.
  • Welke features er beschikbaar zijn in een WFS kunt u bekijken door de beschrijving ervan op te vragen. Klik hier voor een voorbeeld (vergeet na het klikken uw servicekey niet aan de URL toe te voegen).

3.3.2.6        Instellen van een standaard achtergrondlaag

De eerste kaartlaag bij Achtergrondlagen in het tabblad Kaartlagen (van bovenaf) waarbij de optie ‘laag staat standaard aan’ aan staat, wordt automatisch de standaard achtergrondlaag. Wanneer bij geen van de achtergrondlagen de optie ‘laag staat standaard aan’ aan staat, zal de eerste achtergrondlaag als standaard achtergrondlaag worden ingesteld.

3.3.2.7        Groepslagen

Het is mogelijk om in de viewer groepslagen aan te maken. In het figuur hieronder staat een voorbeeld van een groepslaag in het tabblad kaartlagen. Klik op de knop Groep toevoegen onderaan het tabblad Kaartlagen om een groepslaag aan te maken.

 

Na het aanmaken van een nieuwe groep kan bij titel een naam voor de groep worden opgegeven. Met de prullenbak aan de rechterkant kan een groepslaag worden verwijderd. Let op: als een groepslaag wordt verwijderd, worden ook alle kaartlagen in de groepslaag verwijderd.

Lagen kunnen worden toegevoegd aan de groepslaag door met de linkermuisknop op een laag te klikken en deze de groepslaag in te slepen. Het aanpassen en configureren van kaartlagen die zich in een groepslaag bevinden, gaat op dezelfde manier als voor losse kaartlagen, zie hiervoor paragraaf 3.3.2.5.

3.3.3        Tools

In het tabblad Tools kunnen diverse tools in de viewer aan- en uit worden gezet en kunnen de instellingen van sommige tools gewijzigd worden.

3.3.3.1        Zoeken

Hiermee kan het zoeken via de zoekbalk in de viewer aan- en uitgezet worden. Binnen de search tool zijn drie zoekmogelijkheden die apart aan- en uitgezet kunnen worden:

3.3.3.2        Kaartlagen

Hiermee kan het lagenoverzichtin de viewer aan- en uitgezet worden voor de betreffende configuratie.

Klik op Layermanager om de volgende optie voor het lagenoverzicht aan- en of uit te zetten:

3.3.3.3        Printen

Hiermee kan de printknopin de viewer aan- en uitgezet worden. Met deze knop kan het huidige kaartbeeld in de viewer geprint worden in pdf-formaat.

Let op: Voor het printen van WMTS-kaartlagen moet de KVP-versie van de WMTS gebruikt worden. Voeg hiervoor onder Opties de optie ‘requestencoding’ met waarde ‘KVP’ toe.

Let op: voor gebruik van de printoptie is het noodzakelijk dat er een template voor uw organisatie beschikbaar is om te printen. Voor vragen neem contact op via helpdesk@geodan.nl.

3.3.3.4        Kaart delen

Hiermee kan de bookmarkknopin de viewer aan- en uitgezet worden. Met deze knop kan de URL van het huidige kaartbeeld in de viewer gekopieerd worden.

3.3.3.5        Afstand meten

Hiermee kan de meettool  in de viewer aan- en uitgezet worden. Deze tool kan gebruikt worden om afstanden in de kaart te meten.

3.3.3.6        Tekenen

Hiermee kunt u de tekentool in de viewer aan- of uitzetten. Met de tekentool kunt u tekenen op de kaart. Dit kunnen punten, lijnen, vlakken of een buffer zijn. De getekende objecten kunnen ook gebruikt worden in combinatie met ruimtelijk zoeken.

3.3.3.7        Routeren

Hiermee kan de routetool  in de viewer aan- en uitgezet worden. Met de routetool kunt u routes van A naar B berekenen. Deze routes lopen via de openbare weg. Binnen de routetool kunt u op twee manieren locaties opzoeken:

3.3.3.8        Routeren met meerdere locaties

Hiermee kunt u de routetool met meerdere locatiesaanzetten. Met deze tool kunt u het zogenaamde Handelsreizigersprobleem oplossen. U voert een aantal locaties in binnen Nederland en de tool berekent de optimale route tussen deze punten.

3.3.3.9        Reistijdgebieden maken

Hiermee kan de isochronentool  in de viewer aan- en uitgezet worden. Met de isochronentool kunt u reistijdisochronen berekenen binnen Nederland, België en een deel van Duitsland met een klik op de kaart. Hiermee kunt u zien welke plekken bereikbaar zijn (met vervoer per auto) binnen een x aantal minuten vanaf het punt waar u klikt. Het is mogelijk om tot een maximum van tien isochronen tegelijk te berekenen vanaf één en dezelfde locatie door ook het aantal gebieden in te voeren.

3.3.3.10        Ruimtelijk zoeken

Hiermee kan het ruimtelijk zoeken  in de viewer aan- of uitgezet worden. Met deze tool kunt u informatie opvragen uit één of meer datasets naar keuze, van een bepaalde puntlocatie, lijnobject, of gebied. Alleen objecten die zich binnen een bepaalde afstand tot de locatie, lijn, of het gebied bevinden worden opgevraagd. Voor het instellen van ruimtelijk zoeken dient u een aantal velden in te vullen:

3.3.3.11        Gebieden maken

Hiermee kunt u het maken van gebiedenin de viewer aan- of uitzetten. Met deze tool kunnen gebieden of rayons gemaakt worden door ze op de kaart te selecteren. Van de gemaakte gebieden kunnen ook automatisch statistieken berekend worden. Voor het gebruik van deze functie heeft u een selector configuratie en een WFS (Web Feature Service) nodig. Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Geodan via helpdesk@geodan.nl. Optie:

3.3.3.12        Menu

Hiermee kunt u een uitrolmenu met ‘links’ naar andere weblocaties toevoegen aan het menu rechtsboven in de viewer. Vink de checkbox aan om de menuknop toe te voegen. Klik in GeoAdmin op Menu om de bijbehorende instellingen te zetten:

3.3.3.13        Logo

Hiermee kan het logo in de viewer worden aan- of uitgezet.

3.3.3.14        Informatie opvragen

Als deze tool is aangevinkt is het mogelijk om informatie van lagen op te vragen (zie paragraaf 3.3.2.5).

3.3.3.15        Schaalbalk

Hiermee kan de schaalbalk in de viewer aan- en uitgezet worden.

3.3.3.16        Coördinaten

Hiermee kan het tonen van coördinaten in de viewer aan- en uitgezet worden. Als deze tool aanstaat, worden de coördinaten weergegeven van de actuele positie van de cursor. De coördinaten worden altijd weergegeven in het coördinatensysteem van de viewer. Voor Nederlandse viewers is dit standaard het Rijksdriehoekstelsel (EPSG 28992 Amersfoort / RD New).

3.3.4        Kaart

Het tabblad Kaart wordt alleen getoond wanneer de optie Geavanceerd rechtsboven in de pagina bij de gebruikersnaam en instellingen aangezet is. In dit tabblad kunnen de volgende instellingen gewijzigd worden:

In onderstaande paragrafen worden deze instellingen beschreven.

3.3.4.1        Projectie

Hier kan de projectie van de viewer ingesteld worden. Dit gebeurt op basis van EPSG-codes. De projectie moet overeenkomen met de projectie waarin de kaartlagen staan. Bij gebruik van een verkeerde projectie kunnen de kaartlagen in de viewer vervormd of helemaal niet worden weergegeven.

Voor Nederlandse data kan EPSG:28992 (Rijksdriehoekstelsel) worden aangehouden. Voor projecties op Europees of wereldniveau wordt meestal EPSG:3857 gebruikt.

3.3.4.2        Initiële locatie

Hier kan de startlocatie en het standaard zoomniveau worden opgegeven die worden gebruikt als de viewer wordt bekeken.

3.3.4.3        Maximale afmeting kaart

Geef hier de coördinaten van de maximale afmeting van de viewer op. Dit is de ruimtelijke begrenzing van de kaart. Buiten deze coördinaten laat de viewer geen kaart zien.

3.3.4.4        Resoluties

Hier kan het aantal zoomniveaus en de verhoudingen tussen de zoomniveaus worden ingesteld.

3.3.5        JSON

Het tabblad JSON wordt alleen getoond wanneer de optie Geavanceerd rechtsboven in de pagina bij de gebruikersnaam en instellingen aangezet is. In dit tabblad kan de hele JSON-configuratie van de viewer bekeken worden. Deze bevat alle instellingen uit de andere tabbladen (Algemeen, Kaartlagen, Tools en Kaart) en wordt door de viewer uitgelezen om de juiste viewer met bijbehorende instellingen te tonen. Aanpassingen die in de andere tabbladen worden gedaan worden automatisch in de JSON doorgevoerd.

Telkens wanneer een aanpassing in de viewer wordt opgeslagen, wordt ook gecontroleerd of de bijbehorende JSON valide is, d.w.z. aan geldende vormvereisten voldoet. Valide configuraties worden als zodanig gemarkeerd op de Mijn Viewers pagina. Het invoeren van wijzigingen direct in de JSON kan ertoe leiden dat de configuratie ongeldig wordt. Na het opslaan van een dergelijke wijziging worden alle tabbladen behalve het JSON tabblad in GeoAdmin onzichtbaar en kan de configuratie niet meer bekeken worden in de Viewer. Pas wanneer de JSON gecorrigeerd is, worden de tabbladen weer zichtbaar en kan de configuratie bekeken worden.

Let op: Het wordt zo veel mogelijk afgeraden om wijzigingen direct in de JSON aan te brengen. Gebruik hiervoor de opties in de overige tabbladen.

3.4        Overzicht Ruimtelijk zoeken-configuraties

In het Ruimtelijk Zoeken-overzicht kunnen de bestaande configuraties worden bekeken, aangepast en verwijderd. Daarnaast kunnen nieuwe configuraties worden aangemaakt. Geodan heeft standaard een aantal configuraties voor u klaargezet. Deze kunt u niet bewerken of verwijderen, maar wel bijvoorbeeld de inhoud ervan kopiëren en plakken in een nieuwe configuratie die u zelf verder aanpast.

3.4.1        Ruimtelijk zoeken-configuratie aanmaken

Klik op Nieuwe configuratie en kies vervolgens voor ‘Een configuratie maken’ of ‘Een configuratie uploaden’. In het eerste geval doorloopt u een wizard wat uiteindelijk resulteert in een nieuwe configuratie. In het tweede geval voegt u een reeds gemaakte configuratie toe door een bestand te uploaden of de inhoud ervan te plakken in het daarvoor bestemde veld.

Heeft u voor ‘Een configuratie maken’ gekozen dan geeft u in stap 2 een Naam en een Beschrijving op. De naam moet uniek zijn, mag niet beginnen met een cijfer of bestaan uit speciale tekens.

In stap 3 geeft u de URL naar de eerste bron op. De bron dient van het type OGC WFS te zijn. Klik op + om een volgende bron toe te voegen. Het aantal bronnen dat u toe kunt voegen is in principe ongelimiteerd.

In stap 4 geeft u per bron aan welke kaartlaag en welke attributen van die kaartlaag u bij het Ruimtelijk zoeken als resultaat terug wilt zien. Per kaartlaag kunt u eventueel een eigen gekozen naam opgeven.

4        Kaartcollecties

In het menu Kaartcollecties staan alle kaartlagen die in de viewer weergegeven kunnen worden. U kunt hier zelf kaartcollecites aanmaken en daar kaartlagen aan toevoegen en verwijderen. Het is mogelijk om eigen datasets te uploaden via de kaartcollectie Mijn data. Uw uploadt dan naar uw eigen stukje GeodanMaps (‘private cloud’). Vervolgens worden deze als dataset gepubliceerd in GeodanMaps. Ook kunt u stijlen aanmaken voor uw zelf geüploade datasets.

Klik in het startscherm van de GeoAdmin op Kaartcollecties in het menu om de kaartcollecties te openen. Er zijn standaard vier kaartcollecties beschikbaar: Mijn Data, Achtergrondlagen,Thematische lagen en WFS.

In een nieuwe kaartcollectie kunt u zelf externe kaartlagen toevoegen.

4.1        Hoofdscherm Kaartcollecties

In het hoofdscherm van Kaartcollectie bevindt zich een overzicht van de verschillende kaartcollecties. Hier vindt u onder andere een kaartcollectie Mijn data waar u uw eigen datasets kunt uploaden. Het is ook mogelijk om een nieuwe kaartcollecties met externe data aan te maken.

Klik op de kaartcollectie Mijn Data. In dit scherm bevindt zich een overzicht van alle eigen datasets die door iemand van uw organisatie zijn geüpload. Hier kunt u datasets toevoegen of verwijderen. Verder kunt u datasets extern beschikbaar maken en een zoekindex maken op een dataset of deze weer verwijderen.

Druk op Kaartlagen toevoegen om een nieuwe dataset te uploaden naar GeodanMaps. In paragraaf 4.2 wordt beschreven welke stappen verder moeten worden doorlopen om de nieuwe dataset zichtbaar te maken als kaartlaag in uw viewer. Druk op Verwijderen om een eigen dataset te verwijderen. Let op: wanneer u een dataset verwijdert zal deze niet meer zichtbaar zijn in uw viewer (in plaats van de data zult u roze plaatjes zien). Klik op een datasetnaam om naar het stijlenoverzicht van die dataset te gaan. Het toevoegen en aanpassen van stijlen wordt beschreven in paragraaf 4.3.

4.1.1        Indexeeropties datasets

Zet bij instelling onder uw gebruikersnaam rechtsboven de optie Geavanceerd aan om twee extra opties te tonen: Zoekindex maken en Zoekindex verwijderen. Deze worden alleen gebruikt voor het instellen van de zoekfunctionaliteit binnen eigen datasets (private search). Het configureren van deze functionaliteit dient door Geodan te worden gedaan. Neem voor de mogelijkheden hiervoor contact op met Geodan via helpdesk@geodan.nl.

4.1.2        Dataset extern beschikbaar maken

Als u eigen data extern beschikbaar wilt stellen kunt u het schuifje achter de dataset aanklikken. Extern beschikbare datasets zijn publiek en kunnen door iedereen zonder GeodanMaps-account benaderd worden. Omdat u niet hoeft in te loggen voor externe data kunt u deze optie ook gebruiken om uw data in een externe applicatie te laden.

Het kan zo zijn dat bij sommige datasets de opties Verwijderen en Extern Beschikbaar uitgegrijsd zijn. Deze datasets zijn dan niet via Mijn data ingeladen, maar op een andere manier beschikbaar gesteld. Uzelf of uw collega zal hiervan op de hoogte zijn. Mocht u toch nog vragen hebben hierover, neemt u dan contact op met Geodan via helpdesk@geodan.nl.

4.1.3        Dataset verwijderen

U verwijdert uw dataset door op de prullenbak te klikken op dezelfde regel als uw dataset.  Let op: wanneer u een dataset verwijdert zal deze niet meer zichtbaar zijn in uw viewer (in plaats van de data zult u roze plaatjes zien).

4.2        Nieuwe dataset toevoegen

Klik op de knop Nieuwe kaartlaag  in de kaartcollectie Mijn data om een nieuwe dataset te uploaden naar uw ‘private cloud’-omgeving. Hierna dienen drie stappen te worden doorlopen om de dataset op te nemen in het Mijn data-overzicht, om stijlen toe te voegen en de data als kaartlaag zichtbaar te maken in de viewer. Deze stappen zijn beschreven in onderstaande paragrafen.

4.2.1        Stap 1: Data

Twee typen bestanden kunnen worden geüpload in kaartcollectie Mijn data:

Hieronder ziet u een voorbeeld van Stap 1: Data.

  1. Voeg een Excel- of Shape-bestand toe. Sleep hiervoor het bestand in het daarvoor bestemde vak, of selecteer het bestand vanuit de dialoog.
  2. Geef de dataset vervolgens een naam. Let op: deze naam mag geen spaties en leestekens bevatten.

 

  1. Bij een Excel-bestand dienen ook de volgende punten te worden ingevuld (bij een Shape-bestand is dat niet nodig):
  1. Selecteer in het drop-down menu in de preview van de data één of meerdere kolommen op basis waarvan de plaatsbepaling moet worden gedaan. Elke keer als een kolom wordt geselecteerd, verschijnt een nieuw drop-down menu waarmee een extra kolom geselecteerd kan worden. Geselecteerde kolommen kunnen weer verwijderd worden m.b.v. het prullenbak-icoon naast de kolom.
  2. Selecteer in het drop-down menu Hoe moet de locatie bepaald worden? de methode om de locatie te bepalen. Er zijn diverse methoden beschikbaar om de locatie te bepalen, zie bijlage 2 voor een overzicht.
  3. Geef bij Limiteer import tot de eerste x records aan of de import van het Excel-bestand beperkt moet worden tot een bepaald aantal rijen. Als bij deze optie niks wordt ingevuld, wordt automatisch het gehele Excel-bestand geïmporteerd.
  4. Vul een geldig e-mailadres in bij Email. Na het uploaden wordt een bevestigingsmail naar dit adres gestuurd. Standaard is hier het emailadres weergegeven waarmee is ingelogd op de GeoAdmin.
  1. Klik daarna op opslaan om naar Stap 2 te gaan.

4.2.2        Stap 2: Stijlen toevoegen

Na het uploaden verschijnt de zojuist geüploade dataset in het overzicht van Mijn Data. Open het stijlenoverzicht door op de betreffende dataset te klikken. Hier kunt u stijlen aanmaken voor uw dataset, die gebruikt kunnen worden om de data te tonen in de viewer. Zie voor details over het stijlenoverzicht en het toevoegen van stijlen paragraaf 4.3. Als u geen eigen stijl wilt aanmaken en de laag alleen wilt gebruiken met de standaard stijl, klikt u wederom op de dataset. Het stijlenoverzicht wordt weer ingeklapt.

4.2.3        Stap 3: De dataset toevoegen aan de viewer

Zie paragraaf 3.3.2.1 voor het toevoegen van uw eigen datasets aan de viewer. Zie paragraaf 3.3.2.5 voor het selecteren van de juiste stijl bij uw dataset.

4.3        Stijlenoverzicht

Klik in kaartcollectie Mijn data op een datalaag om het stijlenoverzicht voor die datalaag te openen. Het overzicht toont alle stijlen die beschikbaar zijn voor deze specifieke dataset. In het stijlenoverzicht vindt u de volgende onderdelen:

 

4.3.1        Stijlen wijzigen

Klik in het stijlenoverzicht op de knop Wijzigen bij een stijl om deze aan te passen. U komt vervolgens in het wijzigingsscherm. Hier vindt u het SLD-bestand (Styled Layer Descriptor) waarin alle eigenschappen van de stijl zijn opgenomen in xml-formaat. Hier kunt u het volgende doen:

4.3.2        Stijlen toevoegen

U kunt meerdere stijlen toevoegen aan uw dataset. Klik in het stijlenoverzicht op Nieuwe stijl toevoegen om een nieuwe stijl aan te maken. U kunt vervolgens uit twee opties kiezen:

4.3.2.1        Stijl maken

Voor het maken van een stijl dient u de volgende stappen te doorlopen:

  1. Klik in het stijlenoverzicht op Nieuwe stijl toevoegen. Selecteer Een stijl maken en klik op het pijltje naar rechts om in het stijlenmenu te komen.
  2. Geef bij Naam van de stijl een naam voor uw stijl. Let op: deze mag geen spaties bevatten.
  3. Kies bij Wat is het label? welke kolom uit de de dataset gebruikt moet worden voor het maken van labels. Als er geen kolom wordt gekozen, wordt de laag niet gelabeld.
  4. Kies bij Aantal classificatiegroepen in hoeveel verschillende groepen de dataset geclassificeerd moet worden.

 

  1. Kies bij Aantal classificatiegroepen voor meerdere groepen als er wel een classificatie uitgevoerd moet worden op de dataset. Vervolgens kunnen de volgende classificatie-instellingen aangepast worden:

Als u niet zeker weet welke classificatiemethode het beste is voor uw data, kunt u de Jenks-methode gebruiken. Deze geeft over het algemeen de beste resultaten.

  1. Klik vervolgens op Opslaan om de stijl toe te voegen aan de dataset. Klik eventueel op het kruisje om het toevoegen te annuleren.
  2. In het preview-venster van het stijlenoverzicht kunt u de door u geselecteerde stijl bekijken. Klik op het oog achter een stijl om de betreffende stijl in het preview-venster te weer te geven.

4.3.2.2        Stijl uploaden

Voor het uploaden van een stijl dient u de volgende stappen te doorlopen:

  1. Nadat u op Nieuwe stijl toevoegen hebt geklikt, selecteert u Een stijl uploaden en klikt u op het pijltje naar rechts.
  2. Selecteer via de dialoog uw bestand of plak de inhoud van uw bestand direct in de editor.
  3. Geef een naam voor uw stijl.
  4. Klik vervolgens op Opslaan om de stijl toe te voegen aan de kaartlaag. Klik eventueel op het kruisje om het toevoegen te annuleren.

4.4        Externe dataset toevoegen

Naast uw eigen data en de verschillende GeodanMaps-kaartlagen is het ook mogelijk om externe datasets toe te voegen. Open Kaartcollecties en klik op Nieuwe kaartcollectie (of kies de kaartcollectie waarin u de externe dataset wilt bewaren).

Vul de naam en beschrijving in en indien gewenst een URL naar een afbeelding.

In het volgende scherm vult u de URL naar de kaart en het type van de kaart in, zie hieronder. Heeft u niet gekozen voor een nieuwe kaartcollectie, maar een bestaande, dan bent u via Kaartlagen toevoegen direct in dit venster terechtgekomen.

4.4.1        Stap 1: Data

  1. Vul bij URL van de externe bron een URL in die verwijst naar de locatie van de dataset. In de tabel hieronder staan voorbeelden van URL’s naar verschillende typen datasets. Let op: Bij WMS-, WFS- en WMTS-lagen is het belangrijk dat de optie request=GetCapabilities is toegevoegd aan de URL. Voor TMS-lagen moet de versie toegevoegd worden.
  2. Vul bij Type het type dataset in. Selecteer hier WMS (OGC) voor WMS-lagen, WFS (OGS) voor WFS-lagen, WMTS (OGC) voor WMTS-lagen, TMS (OSGeo) voor TMS-lagen.

Type

URL voorbeeld

WMS

https://services.geodan.nl/data/geodan/gws/nld/postcodes/wms?service=WMS&request=GetCapabilities

WFS

https://services.geodan.nl/data/geodan/gws/nld/postcodes/wfs?service=WFS&request=GetCapabilities

WMTS

https://services.geodan.nl/data/geodan/gws/nld/postcodes/wmts?service=WMTS&request=GetCapabilities

TMS

https://services.geodan.nl/data/geodan/gws/nld/postcodes/tms/1.0.0 Let op:  Bij een TMS komt in plaats van GetCapabilities de versie op het eind.

4.4.2        Stap 2: De dataset toevoegen aan de viewer

Zie paragraaf 3.3.2.1 voor het toevoegen van uw eigen datasets aan de viewer. Zie paragraaf 3.3.2.5 voor het toevoegen van een legenda bij uw dataset.

5        Organisatie

Klik op Organisatie in het menu om het abonnementsoverzicht te openen. Hier kunt u informatie bekijken over de organisatie waarop u bent ingelogd en inzicht krijgen in het gebruik van de verschillende diensten binnen die organisatie.

Klik op Overzicht om een overzicht te tonen van diverse standaardgegevens van uw account en de organisatie(s) die u beheert. Hier vindt u organisatienaam, organisatiecode, datum waarop uw account is aangemaakt, het aantal credits dat uw organisatie nog heeft, het aantal credits dat uw organisatie per jaar inkoopt en een knop om de organisatie specifieke registratie-URL voor nieuwe gebruikers naar uw klembord te kopiëren.

Klik op Gebruik om een gebruiksoverzicht van een organisatie in uw beheer te maken. Dit kan voor het totaal van de organisatie, per dienst of per autorisatie. U doorloopt hiervoor de volgende stappen:

De opgevraagde grafiek ziet u onder bovengenoemde opties. Op de X-as is de tijd weergegeven, op de Y-as staat het aantal GeodanMaps-verzoeken weergegeven. Onder de grafiek is het aantal verzoeken tevens weergegeven in tabelvorm. Deze tabel toont alleen uw laatst opgevraagde overzicht.

image.png

6        Gebruikers

Aan personen van uw organisatie die kunnen inloggen op GeodanMaps is een rol gekoppeld. De volgende rollen worden onderscheiden:

6.1        Beheerder

Als u Beheerder bent, kunt u binnen uw organisatie mensen uitnodigen om een GeodanMaps account aan te maken. Dit kan door die persoon een speciale registratielink te sturen. Deze registratielink vindt u onder Abonnement > Organisatie (zie hoofdstuk 6). De link is uniek per organisatie, deze kunt u hergebruiken voor iedereen die u lid wilt maken van uw organisatie.

Nadat gebruikers zich via de toegestuurde link hebben aangemeld bij GeodanMaps, verschijnen ze in GeoAdmin in de lijst onder Gebruikers. Pas nadat een beheerder onder Acties op ‘Toewijzen’ heeft geklikt, krijgt de persoon de rol Gebruiker en heeft hij of zij toegang tot de viewers van uw organisatie. Voor gebruikers die al toegang hebben tot de viewers van uw organisatie, kunt u deze toegang weer annuleren door op de knop Afwijzen te klikken. Indien een gebruiker helemaal verwijderd moet worden van uw organisatie, klikt u op Verwijderen.

Uw organisatie kan er voor kiezen dat het niet nodig is dat een Beheerder nieuwe gebruikers toewijst. Deze gebruikers hebben dan automatisch maximaal 5 minuten na registratie toegang tot uw applicaties, diensten en data. Of deze instelling aanstaat voor uw organisatie kunt u als Beheerder onder het tabblad Gebruikers bekijken. Wilt u deze instelling gewijzigd hebben, neemt u dan contact op met Geodan via helpdesk@geodan.nl.

U kunt op gebruikers filteren door te zoeken op de voor- en/of achternaam. Ook kunt u via filters aangeven of u alle gebruikers wilt zien, of alleen de gebruikers die u al heeft toegewezen of juist nog niet heeft toegewezen.

Als Beheerder kunt u geen gebruikersrollen wijzigen. Indien het gewenst is dat andere gebruikers binnen uw organisatie een andere rol krijgen, neemt u dan contact op met Geodan via helpdesk@geodan.nl.

6.2        Partnerbeheerder

Als Partnerbeheerder bent u automatisch Beheerder van uw eigen organisatie, maar heeft u bovendien toegang tot organisaties die uw organisatie als beheerorganisatie hebben aangemerkt. Zo kunt u het beheer voeren op of namens die (klant)organisaties. Wanneer u beheer van een bepaalde klantorganisatie wilt uitvoeren, klikt u rechtsboven op uw gebruikersnaam. U ziet een dialoog met daarin een lijst van al uw klantorganisaties. Via het zoekveld kunt u zoeken naar de bewuste organisatie. Wanneer u klikt op die organisatie heeft u toegang tot de viewers, data, gebruikers en abonnement van die organisatie. U weet altijd op welke organisatie u bent ingelogd doordat de naam ervan rechtsboven onder uw eigen naam staat vermeld. Wilt u terugkeren naar uw eigen organisatie, dan klikt u op de naam onder Mijn organisatie.

Als Partnerbeheerder kunt u dus van organisatie wisselen, maar u kunt niet zelf nieuwe klantorganisaties toevoegen aan uw partneraccount. Neem hiervoor contact op met Geodan via helpdesk@geodan.nl. Verder geldt voor het partnerbeheer nog het volgende:

Bijlage 1 Eisen voor het uploaden van een bestand via Mijn data

Overzicht van de randvoorwaarden die gelden bij het uploaden van bestanden via Mijn data.

Algemeen

Excel

Shape


Bijlage 2 Overzicht methodes locatiebepaling bij het uploaden van datasets in Mijn data

Methode

Benodigde data

Resultaat in de kaartlaag

Postcode huisnummer Adres

Kolom(men) met de volledige postcode en het huisnummer zonder toevoeging

Punten in de kaartlaag

Postcode + huisnummer Pand

Kolom(men) met de volledige postcode en het huisnummer zonder toevoeging

Omtrek van gebouwen in de kaartlaag

Postcode6 vlak

Kolom(men) met de volledige postcode

PC6-gebieden in de kaartlaag

Postcode6 punt

Kolom met de volledige postcode

PC6-punten in de kaartlaag (middelpunt van elk PC6-gebied)

Postcode4

Kolom met de eerste vier cijfers van de postcode

PC4-gebieden in de kaartlaag

Wijkcode

Kolom met wijkcodes volgens het CBS

Wijkindeling in de kaartlaag

Buurtcode

Kolom met buurtcodes volgens het CBS

Buurtindeling in de kaartlaag

Gemeentecode

Kolom met de gemeentecode volgens het CBS

Gemeenten in de kaartlaag

Gemeentenaam

Kolom met de gemeentenaam volgens het CBS

Gemeenten in de kaartlaag

Provincienaam

Kolom met de provincienaam volgens het CBS

Provincies in de kaartlaag

BAG id Verblijfsobject

Kolom met BAG id’s van verblijfsobjecten (adrespunten)

Omtrek van gebouwen in de kaartlaag

BAG id Pand

Kolom met BAG id’s van gebouwen

Omtrek van gebouwen in de kaartlaag

Coördinaten (RD)

Kolom(men) met RD-coördinaten volgens het Rijksdriehoeksstelsel

Punten in de kaartlaag

Coördinaten (latitude longitude naar RD)

Kolom(men) met coördinaten in latitude en longitude in decimaal formaat

Punten in de kaartlaag in Rijksdriehoeksstelselformaat

Coördinaten (latitude longitude)

Kolom(men) met coördinaten in latitude en longitude in decimaal formaat

Punten in de kaartlaag

GML

Kolom met daarin geometrie-informatie in GML-formaat

Exacte weergave van geometrie zoals gedefinieerd in het bronbestand

WKT

Kolom met daarin geometrie-informatie in WKT-formaat

Exacte weergave van geometrie zoals gedefinieerd in het bronbestand

Datum        17 januari 2019

Versie        3.3.x

Status        Publiek

 /