Als gemeente groeien in geven

Wie weet wat de begroting is van onze kerk? €119.900,-. Hoeveel van dat bedrag gaat er (begroot)  naar externe doelen? €1000,-. Dat is wat we verwachten dat de collecte van vandaag opbrengen zal (€4,- per persoon). Wat vind je daarvan? Vind je daar überhaupt iets van? Is dat veel of is dat weinig? Moeten we als kerk eigenlijk geld weggeven? Misschien heeft u daar nog nooit over nagedacht. Wij als raad hebben hier wel over nagedacht en wij vinden het een goed idee om te leren om als gemeente geld weg te geven aan goede doelen. Onze motivatie hiervoor komt o.a. uit 2 Kor. 8 en 9. Ik ga jullie vandaag de bijbelse onderbouwing geven van een nieuwe koers ten aanzien van geld geven in onze gemeente. Op de komende gemeentevergadering (16 nov) heeft u de ruimte om te reageren (en uiteraard heeft u die ruimte altijd!).  

We lezen 2 Kor. 9:6-15.

Even kort de context: In hoofdstuk 8 begint Paulus de Korintiërs aan te moedigen om geld in te zamelen voor de arme christenen in Jeruzalem. Dit was iets wat ze een jaar geleden al hadden toegezegd, maar waar niet zoveel van terecht was gekomen. Hoofdstuk 8 is op zich al een flink betoog van Paulus om de Korintiërs aan te sporen toch vooral te geven, maar hij plakt er gewoon nog een tweede hoofdstuk aan vast. En wij beginnen te lezen bij vers 6.

Praten over geld is altijd al moeilijk geweest. In Nederland is dat extra moeilijk. Mijn geld is van mij! Menig voorganger heeft gemerkt hoe na een preek over geven, een aantal mensen juist van de weeromstuit niets meer gaven. Veel christenen hebben omgaan met geld geschrapt van hun discipelschapslijstje. Nederlanders zijn spaarders, ze worden gierig genoemd…. Allemaal vooroordelen waar Gods Woord tegen op moet boksen…. Paulus bombardeert de gemeente bijna door twee hoofdstukken lang argumenten te noemen waarom ze zouden moeten geven aan deze arme broeders en zusters in Jeruzalem. Laten we ze een voor een bekijken.

  1. Geld als zaad: Paulus begint met een heel eenvoudige, maar ook uitdagende stelling: Wie karig zaait, zal karig oogsten; wie zegenrijk (overvloedig) zaait, zal zegenrijk (overvloedig) oogsten. Als iemand van Mars (niet dat daar mensen wonen, maar voor het idee) zou komen en op bezoek gaan bij een boer in de herfst en zien dat hij een oogst binnenhaalt waar hij van moet eten en zijn gezin. Dan ziet ie ook een flink deel dat apart gehouden wordt voor het poten in de lente. Waanzin! Je bewaart ze toch niet en stopt die dingen toch niet in de grond als je er nu van kunt eten?! Je gooit ze weg! Dwaasheid, waanzin om dat te doen. Je doet het omdat je weet dat het iets opbrengt. Je investeert je zaaigoed en verwacht dat het iets op zal brengen. Zo, zegt Paulus, zal elke euro die je van harte weggeeft, uiteindelijk een oogst opleveren. Wie geeft, zaait, investeert. Wie zaait, zal ook oogsten. Allerlei vragen schieten nu ws. door je hoofd. Ja maar…. Wat is die oogst dan? Niemand heeft euro’s zien groeien op het land…. Die oogst is deels geestelijk, een beloning in de hemel (zoals Jezus zegt in de zaligsprekingen), maar we mogen ook verwachten dat God ons zal voorzien van genoeg als we leren geven. Dit zien we als we zo verder lezen in vers 8 en 10. God belooft geen voorspoed, maar wel genoeg. Investeer en ontdek dat die investering zich ook weer terug zal verdienen. Wie met de Heer zaait, mag weten dat het nooit tevergeefs is!  
  2. Geef alleen als je er zin in hebt: In vers 7 staat de belangrijkste richtlijn die er is m.b.t. geven: Laat ieder zoveel geven als hij zelf besloten heeft, zonder tegenzin of dwang, want God heeft lief wie blijmoedig geeft. Ten eerste: Denk na, bid er voor! Ten tweede: Geef met een blij hart en niet omdat je moet. Dit principe is het antwoord op allerlei vragen als ‘Hoeveel moet je geven, hoeveel mag je voor jezelf houden, hoe rijk mag je zijn, enz.’ Het maakt de Heer in principe niet uit hoeveel je geeft, maar je moet geven met je hart, met een blij hart, omdat je graag wilt. Geven, omdat het nu eenmaal zo hoort, of omdat het moet, past niet bij een christen. God wil blije mensen zien die geven! God vraagt van je dat je geeft, maar de hoeveelheid is vrij. In Gods koninkrijk draait het niet om de hoeveelheid (kwantiteit), maar om de kwaliteit. Niet om het geld, maar om je hart! Velen houden van de richtlijn 10 %. Op zich niets mis mee, maar ga het niet hanteren als een wet. Zo, ik heb mijn plicht gedaan en alles wat nu nog op mijn pad komt, kan ik lekker laten liggen, want ik heb gedaan wat ik moest doen. God is niet blij met mensen die zo geven.
  3. God geeft altijd genoeg om uit te delen: Paulus komt in vers 8 en 10 met een heel spannend argument: “God heeft de macht om u te overstelpen met al zijn gaven, zodat u altijd en in alle opzichten voldoende hebt voor uzelf en ook nog ruimschoots kunt bijdragen aan allerlei goed werk.” God heeft macht om je te geven wat je nodig hebt en zelfs ook om weg te geven. Is dit echt zo? Zoveel bijbelse voorbeelden: de weduwe van Sarfat, de arme weduwe bij de offerkist, de eerste gemeente, enz. Ik hoorde van Herman Boon dat hij dit principe letterlijk toepast. Hij geeft alles weg wat hij heeft en leeft in de verwachting dat hij zal ontvangen van de Heer. George Müller (19e eeuw), stichter van weeshuizen en scholen, leefde van gebed en ontving telkens wat hij nodig had. Onze angst om weg te geven, belemmert God in het uitoefenen van zijn macht. Moet ik dan alles weggeven? Nee, ik had gezegd dat je moet geven wat je hart je ingeeft en als het dan een keer meer is dan je dacht, dan mag je vertrouwen op de Heer, op zijn macht, dat Hij zal voorzien. Ten diepste is het God die voorziet in de collecte. Hij zal voorzien als je geeft met een blijmoedig hart. Geloof je dat?
  4. Het hefboom principe: In vers 12 staat iets heel simpels en basaals: het vult de tekorten van de heiligen aan. Als je geeft, hef je een stuk nood op van wie niet genoeg heeft. Dat is een reden om te geven, omdat je iemand gebrek ziet lijden en jij hebt voldoende om hem te helpen. Het is heerlijk om iemand te helpen. Onderzoek heeft dat ook uitgewezen. Mensen worden gelukkig van anderen helpen. Ik zou Jan van der Klis hier kunnen uitnodigen om te vertellen over de vreugde die hij beleeft als hij ziet hoe mensen reageren op zijn hulpgoederen transporten. Of wat denk je van Mijntje Haakmeester!  
  5. Het ultieme doel: In ver 11, 12 en 13 staat nog iets wat je zou moeten stimuleren om te geven: God wordt erdoor gedankt, geprezen (verheerlijkt)! Doordat jij geeft, krijgt God waar Hij recht op heeft. De mensen die het geld ontvangen, prijzen niet alleen de aardse gevers, maar ook de Heer als de ultieme Gever. Er is in de bijbel een diep besef dat alles wat we hebben ten diepste van de Heer komt (1 Kron. 29:14: Wij geven het U uit Uw hand; 1 Kor. 4:7: Bezitten jullie ook maar iets dat jullie niet geschonken is?). Voor Paulus is dit misschien wel de belangrijkste reden om te geven, hij benadrukt het in ieder geval 3 keer: God wordt verheerlijkt, gedankt en dat is Hij waard. Dit is het doel van de schepping: God eren, danken, verheerlijken. Hem geven wat Hem toekomt.
  6. Een christen die niet geeft, is geen christen: In vers 13 staat nog een belangrijke reden om te geven: het is een bewijs van dienstbetoon, van onderdanigheid aan het evangelie, overeenkomstig uw belijdenis. Als je belijdt dat God jouw heeft gered, arm is geworden voor jou, wie ben jij om je rijkdom vast te houden?! Als je geeft, is dat een teken van je christen zijn, je gehoorzaamheid aan Christus. Een christen geeft, punt! Als je niet geeft, dan ben je niet onderdanig aan Christus. Hoor me goed: Hoeveel je geeft doet er niet toe, maar geven moet je! Dat is blijk van jouw gehoorzaamheid aan Christus.
  7. Wie geeft oogst verbinding en gebed: In vers 14 komen we nog een reden tegen om te geven: geven verbindt en oogst gebed! Als jij geeft, verbindt dit je met elkaar. De onderlinge band wordt gesterkt. Niet dat zij elkaar ooit hadden gezien, maar als je iets ontvangt van onbekend broeders en zusters, dan gaat je hart naar hen uit en je bidt voor de gevers. Dus als je geeft, ontvang je gebed! Wie wil dat nu niet….

De lijst kan langer als we andere teksten uit Gods Woord toevoegen. Ik hoop dat het helder is en dat we als gemeente moeten leren om te geven. Wij als raad denken dat het goed is om concreet hieraan te werken door van de drie collectes die we nu per dienst hebben, er eentje te besteden aan een extern doel. Mijn visie en droom is dat we ooit in de verre toekomst slechts één collecte hebben in een dienst die we weggeven en dat we onze begroting bij elkaar krijgen d.m.v. de girale vrijwillige bijdrage….

Op dit moment geven we nauwelijks aan externe doelen. Onze droom is het om mensen/projecten te gaan ondersteunen als gemeente. We gaan stapsgewijs de tweede collecte besteden voor een extern doel. Per 2018 eentje per maand, een jaar later twee, enz. Hierover zullen we spreken op de komende gem. verg. Als nu blijkt dat we sneller moeten leren weggeven, dan kan dat uiteraard ook…. Ik denk dat we deze geefhouding moeten aanleren, en dat gaat langzaam. We nemen er de tijd voor. Het hoeft niet allemaal meteen op stel en sprong. Naast de  bijbelse argumenten, nog even deze om het helemaal af te ronden: