Heb je naaste lief als jezelf

Prachtig voorbeeld van naastenliefde laten zien met video op scherm.

Laten we Mat. 22:34-40 lezen. Dit gedeelte speelt zich af vlak voor de gevangenneming van Jezus. Het conflict tussen Hem en de geestelijke leiders neemt toe. Voortdurend worden strikvragen gesteld om Hem uitspraken te ontlokken waarmee ze Hem konden aanklagen. En zo ook hier.

Ik ga me richten op het tweede gebod: Heb je naaste lief als jezelf. Welk cijfer geef jij jezelf in het je naaste liefhebben als jezelf? Zo we springen er maar meteen in. Voor degenen die nog even een definitie nodig hebben voor dit gebod: je naaste is iedereen die op je pad komt. Heb je naaste lief als jezelf, betekent dat je, daar waar het binnen je mogelijkheden ligt, net zo van je naaste houdt, zoals je van jezelf houdt. Je vouwt als het ware jouw huid om die ander heen en doet alsof ie jou zelf is…. Dat daar waar jij verlangt naar vreugde, dat je je inzet om voor je naaste vreugde te scheppen. Dat daar waar jij je inspant voor je eigen veiligheid, dat je je net zo inspant voor de veiligheid van je naaste. Dat daar waar jij vergeving zoekt voor jezelf, je ook je naaste vergeeft of het met hem zoekt. Dat daar waar jij troost nodig hebt, dat jij ook anderen troost. Dat daar waar jij een luisterend oor nodig hebt, dat jij ook je naaste een luisterend oor geeft. Dat daar waar jij van jezelf houdt, je ook van de ander houdt.

Welk cijfer geef jij jezelf voor dit gebod? Ik denk dat velen zichzelf een onvoldoende geven. Ik denk dat dit o.a. komt, omdat dit gebod een voortdurend conflict in ons teweeg brengt. Want de stroom aan input van onze naasten is oneindig. Telkens is er wel iemand die we kunnen helpen, troosten, naar luisteren, bemoedigen, aansporen, enz. Het houdt nooit op en het zorgt voor een voortdurend conflict in onszelf: Welke keuzes moet ik maken? Waar leg ik grenzen en waar ga ik mee? Telkens komen we onszelf tegen. Soms in onze onmogelijkheden, want tijd, geld en energie kunnen we maar één keer inzetten. Soms in onze onwil, want soms wil ik het gewoon niet. Soms bewust, soms onbewust gaan we grenzen over of houden we grenzen aan die niet terecht zijn.

Je naaste liefhebben als onszelf is een gebod dat de Heer ons geeft, dat ons als we er echt over nadenken, zwaar op de maag ligt. Hoe kunnen we hier in groeien? Is er een oplossing? Nou, slechts ten dele, want we zullen nooit in onze dimensie ons geld twee keer kunnen uitgeven, onze energie dubbel uitleven, onze tijd dubbel benutten en ook de eindeloze vraag kunnen we niet reguleren. Dat beperkt ons altijd en we zullen moeten blijven kiezen. Maar aan onze onwil kunnen we wel werken. Hoe zorgen we ervoor dat we niet te vaak voor onszelf kiezen? Hoe voorkomen we dat we de naaste te vaak in de kou laten staan? Ik hoop met jullie daar een antwoord op te vinden.

Laten we eerst naar de tekst kijken, want de naaste liefhebben betekent snappen we wel, maar dat laatste ‘als uzelf’ is nog niet zo makkelijk en juist daar zit de kern. Ten eerste de vertaling van dat kleine zinnetje. Je ziet dat er in dat kleine zinnetje een werkwoord ontbreekt. Er staat slechts ‘als uzelf’. Het werkwoord moet erbij gedacht worden. Er zijn twee mogelijkheden: 1. Een vorm van ‘zijn’. Dan loopt de zin dus als volgt: heb je naaste lief, die als uzelf is. Dus omdat die ander is als jij, moet je hem liefhebben. 2. Een herhaling van liefhebben: heb je naaste lief, zoals jij jezelf lief hebt. Als ik daar over nadenk, dan zie ik eigenlijk dat de tweede vertalingsmogelijkheid eigenlijk valt binnen de eerste. Ik ben als jij en jij bent als ik, dus ik ben jij. Ik liefde, jij liefde…. We zijn gelijk en dus heb ik jou lief, zoals ik mezelf liefheb.

Ik kan dus leven met de vertaling, heb je naaste lief, zoals jij jezelf lief hebt. Er wordt dan dus gesproken over zelfliefde, jezelf liefhebben. In dit gebod wordt die zelfliefde verondersteld. Ze is er gewoon. Sommigen hebben het wel opgevat als een gebod (Walter Trobisch, heb jezelf lief,  bijvoorbeeld), maar daar is geen ruimte voor. Het is een gegeven, een feit. Zo heeft God ons gemaakt. Mensen houden van zichzelf. Elk mens verlangt voor zichzelf naar liefde, vrede, vreugde, vergeving, veiligheid, vriendelijkheid, verlossing van pijn, verdriet, enz. We hunkeren ernaar en dat toont aan dat we van onszelf houden. Zelfs mensen die zichzelf van het leven beroven, hunkeren naar die vrede, vreugde en leven, maar ze vinden het niet en de keus om zichzelf van het leven te beroven is een hunkering om verlost te zijn van de pijn, de spanning, het verdriet. God heeft mensen geschapen met zelfliefde. En die zelfliefde is goed, niet zondig! Het normaal dat we verlangen naar vreugde in tijden van verdriet. Het is normaal en goed dat we veiligheid wensen voor ons en onze kinderen. Het is goed om te verlangen naar werk, naar liefde. Dus zelfliefde is een gegeven en het is op veel manieren goed.

Ik weet dat er onder ons mensen zijn die dit alles aanhoren en denken bij zichzelf: ja, ja, mensen hebben zichzelf van nature lief…. Ammehoela! Ammenooitniet! Er zijn weldegelijk heel veel mensen die helemaal niet van zichzelf houden. Mensen met minderwaardigheidscomplexen, gebrek aan zelfvertrouwen, een laag zelfbeeld, mensen die gebukt gaan onder trauma’s die schuld en schaamte met zich meebrengen, mensen die zichzelf zo haten dat ze zichzelf snijden of zelfs dood wensen. Deze mensen, zo zegt men, gaan gebukt onder een gebrek aan liefde voor zichzelf. Ze moeten leren van zichzelf te houden. Als je deze mensen vraagt om hun naaste lief te hebben als zichzelf, dan zullen ze eerst van zichzelf moeten leren houden…. Want wat je niet hebt, kun je ook niet geven. En zo kom je websites tegen met 17 tips om verliefd te worden op jezelf…. Leer jezelf waarderen.

Ik zal niet ontkennen dat mensen dit zo voelen en dit is ook de manier waarop onze cultuur dit verwoord. Maar ik geloof niet dat het probleem is dat ze te weinig liefde hebben voor zichzelf, maar dat ze gewoon niet vinden waar ze in aangeboren zelfliefde naar verlangen. Het probleem is dat we niet altijd vinden wat we nodig hebben. In liefde voor onszelf zoeken we naar vervulling van onze hunkering. We voelen ons vaak niet vreugdevol, gelukkig, vergeven, veilig, enz. Dat belemmert ons in het liefhebben van de naaste. Want zonder die dingen hebben we geen ruimte over voor de naaste. We zijn zo met onszelf bezig, dat we geen oog hebben voor de naaste. Dus waar vinden we waar we zo naar verlangen?

In God, de Vader van Jezus Christus. Hij is namelijk de bron van het leven. Hij biedt ons het leven aan in Christus. Wie in Hem gelooft, vindt het leven. In Hem vinden we alles wat we nodig hebben. We vinden het niet in onszelf! Hij belooft ons vrede, vreugde, vergeving, troost, genegenheid, kracht, veiligheid, alles waar we zo naar smachten in onze zelfliefde. Hij is ten diepste de vervulling van de hunkering van onze zelfliefde. Daarom kan God ook zeggen: Heb de Here God lief met heel je hart, heel je ziel en heel je verstand. Kortom: heb God lief boven alles! Geen andere liefdes, geen afgoden, maar volledige, exclusieve liefde voor God. God kan dit van ons vragen, omdat Hij het waard is om zo geliefd te worden. Hij geeft ons alles wat we nodig hebben!

Dus een mens die echt van zichzelf houdt, houdt van de Here God en van Jezus Christus. Hou je van jezelf, dan hou je van Jezus. Er was ooit zo’n reclame met zo’n zinnetje: hou je van…. Dan hou je van…. Wie zichzelf als mens serieus neemt, van zichzelf houdt, die houdt van Jezus. Als we zo leren denken, dan moeten we ook ons spraakgebruik aanpassen. Geen zelfliefde, maar Christusliefde. Geen zelfbeeld, maar Christusbeeld. Geen zelfwaarde, maar Christuswaarde. Geen zelfvertrouwen, maar Christusvertrouwen. Geen zelfontplooiing, maar Christusontplooiing.

Hoe meer we vervult zijn van Christus en hoe minder van onszelf, hoe meer we ontvangen waar we in onze zelfliefde naar hunkeren. En dus hoe meer ruimte, tijd, geld en energie er over blijft voor de naaste! Hij geeft je vergeving, zodat je ook je naaste ruimhartig kunt vergeven. Hij schenkt je vreugde, zodat je die vreugde kunt doorgeven aan je naaste. Hij verleent je troost, kracht en moed, die je door kunt geven in je liefde voor je naaste. Hij is jouw bron van vrede, die je in liefde voor je naaste laat overstromen naar je naaste. Hij is jouw veiligheid, zodat je je kunt geven aan je naaste zonder je druk te maken over je veiligheid. Hij is jouw rijkdom, dus kun je makkelijker geld geven aan je naaste. Zo komt er dus liefde vrij voor je naaste! Dit is Gods weg!

Samenvattend: liefde voor jezelf is een gegeven, maar we missen waar we naar verlangen. Jezus schenkt ons waar we naar verlangen, dus de mens die van zichzelf wil houden, moet van Jezus houden en zo komt er ruimte, tijd, geld en energie vrij om onze naaste lief te hebben.

Slotdia laten zien.