Opgegeven door de kerk en verzwegen door geliefden

Een paar weken geleden hadden we het over het dogma ‘eens behouden, altijd behouden’. We zagen toen deze twee kanten van de waarheid: iemand die echt tot bekering is gekomen, zal door Gods kracht tot het einde toe volharden in zijn geloof, én iemand is pas echt tot bekering gekomen als hij de vruchten daarvan laat zien. Dat gaan we niet weer helemaal uitpakken, daarvoor verwijs ik naar de preek van vijf weken terug, maar vandaag wilde ik met jullie spreken over de praktijk van deze waarheid. Want wat doe je met kinderen, familieleden, vrienden die andere wegen gaan?  

Hoe heeft het toch kunnen gebeuren?! We hebben ze toch een goede christelijke opvoeding meegegeven?! Boosheid in het begin, verward, ontgoocheling, verdriet…. Ze hebben toch allemaal hetzelfde evangelie gehoord en de één houdt het vast, terwijl de ander het loslaat…. Schuldgevoelens: Ben ik te streng geweest of juist te vrij? Hadden we toch een andere kerk moeten opzoeken, waar de kinderen zich wel thuis voelden? Is er geen ruimte in Gods Woord voor mensen die andere keuzes maken ten aanzien van samenwonen, echtscheiding, hertrouwen, homoseksualiteit? Verschuivende moraal…. Ik voel me verantwoordelijk. Wat zullen anderen er wel niet van zeggen…. Ze worden niet meer gezien door de kerk en het liefst zwijgen we het maar dood….
Waar zoek je je houvast? Hoe ga je hiermee om? Er zijn geen simpele antwoorden, helaas. Dat weet je wel, maar ergens ben je voortdurend op zoek naar wat jij kunt doen. We kijken vandaag naar Job en zullen aan de hand van zijn voorbeeld een paar handvatten proberen te geven voor hoe je hiermee om kunt gaan.

Job 1:1-5.

We kennen Job het beste als de man die alles had en alles verloor en daarin worstelde met God. Maar in deze vijf verzen lezen we iets over Job dat ons wat licht kan geven voor onze houding tegenover kinderen die andere wegen gaan. We zien zes dingen die voor ons ook belangrijk zijn: Zijn geloof; Hij hield van hen, onvoorwaardelijk; hij zei de waarheid (in gesprek blijven met liefde en waarheid); hij bad voor hen; hij vroeg God om vergeving (priester), hij liet ze los, volhouden. Hieronder één voor één:

Het allereerste wat opvalt, en wat misschien ook wel het allerbelangrijkste is voor ons: leef je geloof voor! We lezen in vers 1: Job was vroom en oprecht en God vrezend; hij keerde zich af van het kwaad. Vroom (onberispelijk, niet zonder zonde, want Job wist dat hij zondigde (bv. 9:20, 21; 13:26). Integer is een mooie vertaling). Oprecht, rechtschapen, onkreukbaar. De uiterlijke daden waren naar zijn innerlijk. Godvrezend = in alle omstandigheden God eer bewijzend en dienend. Leer je geloof verwoorden! Hij keerde zich af van het kwaad. Niet alleen in zijn eigen leven, maar ook in wat hij ziet in de maatschappij. Job was een oprechte gelovige en dat was ook zichtbaar in zijn gedrag. In hoofdstuk 29 kun je daar ook iets over lezen. Een rechtvaardige!

Het voorbeeld van geloof van Job: tot vier keer toe niet loslaten, ondanks verleiding om God los te laten: bezittingen en kinderen; gezondheid; vrouw; vrienden. Geloven om niet! Geloven, omdat je God vertrouwt, ondanks tegenslagen.
Wat zien kinderen als ze je zien geloven? Wat valt hen op aan jouw gedrag, jouw woorden? Geen perfectie, maar eerlijkheid. Als je zondigt, geef dan toe…. Blijf eerlijk, oprecht. Leef je radicaal voor Jezus of zien ze hoe jij de kantjes er vanaf loopt…. Zeg je het één en leef je het ander…. Jij bent verantwoordelijk voor je eigen geloof. Jij bent het venster naar God. Jij bent de bijbel die zij al lang niet meer lezen.  

Maar het is geen garantie! Job was vroom, oprecht en hij vluchtte voor het kwaad, maar wat deden zijn kinderen? Zij feestten. En Job wist maar al te goed wat er daar kon gebeuren. In vers 5 staat: Job dacht: misschien hebben mijn kinderen gezondigd en God in hun hart vaarwel gezegd. God vaarwel zeggen is heel sterk! Niet zomaar een zonde doen, maar Hem bewust de rug toe keren. Letterlijk staat er: zegenen. Gezegend ben je, hoor! Doei!

Onvoorwaardelijke liefde. Job wijst zijn kinderen niet af, maar hij blijft van hen houden. Als ouders heb je een bijzondere relatie met je kind. Je hebt het onvoorwaardelijk lief. Je kind doet er niets voor om die liefde in jou wakker te roepen. Je houdt van je kind, omdat het je kind is. Daarmee stel je als ouders de liefde van God present. Die is ook onvoorwaardelijk. Ook die hoef je niet te verdienen. Die mag je ontvangen. Als een geschenk. Uit genade.

Die onvoorwaardelijke ouderliefde is van groot belang. Pas op om voorwaarden te gaan stellen aan het liefhebben van je kind, ook als het ouder is geworden. Blijf het onvoorwaardelijk liefhebben.
De gelijkenis van de verloren zoon is hiervan een schitterend voorbeeld. Wat opvalt in deze gelijkenis is dat de vader zijn zoon laat gaan. En dat ondanks dat die zoon hem diep beledigt door nu al zijn erfdeel op te vragen. De vader verbreekt de relatie met zijn kind niet. Zijn kind verdween uit zijn huis, maar niet uit z’n hart. Als de zoon terugkeert, omhelst de vader hem vanuit zijn vaderrol, vanuit zijn identiteit: Ik ben en blijf je vader, voor altijd! Jij bent en blijft mijn kind, voor altijd, wat je ook gedaan mocht hebben.
Als ouders mogen wij de kunst van deze Vader afkijken als onze kinderen en kleinkinderen andere wegen gaan. Laat de deur van je huis en hart altijd, altijd openstaan. Ook al ben je het absoluut niet eens met wat hij of zij doet of denkt, het blijft je kind.

Blijf in gesprek. Job nodigde hen allemaal uit na de feestdagen en heiligde hen. Hij heiligde hen, dat betekent dat hij een ritueel uitvoerde waarin hij een offer voor ieder apart om hun zonden te vergeven. Wat ik hier zie is dat Job in gesprek gaat. Als hij hen heiligt, dan is het overduidelijk voor de kinderen dat ze iets gedaan hebben, wat niet deugd. Job confronteert hen met hun zonden. Het blijft niet ongezegd wat er gebeurt. Hij benoemt de waarheid, confronteert hen ermee. Er is liefde én waarheid. Er zijn ouders die nooit durven te zeggen wat ze werkelijk vinden, omwille van de lieve vrede. Natuurlijk moet je wijs zijn, maar durf wel te zeggen wat juist is en hoe jij het ziet. Als dit eenmaal is gezegd, dan komt het aan op wijsheid. Je kunt een thema afsluiten door te zeggen: we zijn het niet met elkaar eens, dus we gaan niet blijven strijden. We laten dit rusten en als iemand het verlangen heeft er over te beginnen, dan vragen we eerst. Ga niet zeuren, overtuigen. Maar ga ook niet krampachtig lopen doen. Wees open over hoe jij leeft en benoem de dingen ook gewoon zoals jij ze altijd benoemt. Ga niet preken. Scherm niet met het vijfde gebod. Verdriet en schuldgevoel leg je niet neer bij je kind… Vraag door. Wees geïnteresseerd. Probeer te begrijpen.

Bid voor hen. We weten allemaal wel dat gebed krachtig is. Maar het kan soms verflauwen na jaren van onverhoorde gebeden…. Blijf hun namen noemen voor Gods troon. Denk aan Monica, eeuwen geleden. Zij was een biddende moeder. Haar zoon was een wildebras, een Godverlater. Uiteindelijk komt haar zoon tot geloof en werd één van de grootste kerkleiders van de geschiedenis: Augustinus…. Bidden is je kinderen aan God toevertrouwen. Je geeft hen aan de God die hen schiep. Zoals we met het opdragen zeggen: Dit kind is een geschenk van God. Je mag ervoor zorgen met alles wat je hebt, maar het kind is van de Heer. Hij zorgt voor Zijn schepselen. Draag die zorg over aan Hem en laat zelf de touwtjes los. Herinner God ook aan Zijn beloften: Wat Hij begonnen is, maakt Hij af!

Vraag vergeving voor hen. Job offerde voor zijn kinderen. Een offer was in die tijd nodig om zonden te vergeven. Dat hoeft nu niet meer, gelukkig, dank zij het werk van Jezus aan het kruis. Maar het werk van een priester gaat door. Ouders zijn priesters voor hun kinderen. Je brengt hun zonden bij de Heer en zegt: Heer, ik weet dat het fout is wat ze doen, maar ik pleit voor hen in de naam van Jezus. Vergeef hen toch! Behoed hen toch voor de gevolgen van hun zonden. Denk aan Abraham die pleitte voor de steden Sodom en Gomorra. Denk aan Mozes die pleit voor het zondige volk Israël in de woestijn. Denk aan Jezus die kwam voor zondige mensen. Wij mogen voor onze zondige kinderen op de bres staan.  

Laat los. Job geeft hen ruimte om eigen wegen te gaan. Eigenlijk is dit al enigszins gezegd, maar als apart punt wel heel belangrijk! Loslaten is misschien wel het moeilijkste wat er is. Het is niet dat je hen uit je gedachten bant, hen verstoot, maar dat je hun de vrijheid geeft om te doen wat zij willen doen en hen daarbij ruimte geeft. Na een goed gesprek maak je de keus: OK, ik laat je los. Dit klinkt altijd zo eenvoudig, maar dit is zwaar! Loslaten is niet eenmalig zeggen: OK, ik laat je los, maar het is een proces dat telkens weer moet gebeuren.
Het is goed om bij jezelf eens na te gaan waarom je zo veel moeite hebt met het loslaten van je kind. Heeft dat te maken met een soort krampachtigheid alsof het allemaal van jou zou afhangen? Heeft het te maken met schaamtegevoelens: wat zullen de mensen wel niet denken als ze zien dat mijn kind niet meer naar de kerk gaat? Heeft het te maken met mijn trots: dat mijn kinderen er zijn tot meerdere eer en glorie van mijzelf? Heeft het te maken met verkeerde gevoelens van verantwoordelijkheid? Je voelt je als ouder verantwoordelijk voor de keuze die je zoon of dochter maakt, maar je bent het niet. Verantwoordelijkheid heeft te maken met keuzes die je zelf kunt maken. Als je dochter vertelt: „Pa, ma, ik ga samenwonen met m’n vriend”, dan heb jij als ouder geen keuze. Dus is het ook niet jouw verantwoordelijkheid.

Hou vol. Zo deed Job, alle dagen. Wat is de weg soms lang en vermoeiend. Hoe hou je het vol? Kijk naar de Vader in de hemel. Hij is het toonbeeld van geduld en volharding met je eigen leven, hoewel je steeds weer fouten maakt. Kijk naar Jezus die leed voor jouw zonden. Leef elke dag alsof het de laatste kan zijn (laat dus los) en leef met de hoop alsof het nog eeuwen kan duren.

Praat er over met elkaar. Zo meteen aan tafel of misschien in de beslotenheid van een kring, bij je thuis. Laat het niet gebeuren dat we als kerk deze verloren kinderen opgeven en moe worden van het zoeken naar het verlorene. Laten we meebidden als we met broeders en zusters spreken over hun verdriet, hun schuldgevoelens, hun last. Laat niet los en zwijg ze niet dood.