De scherven van het leven

Vandaag is het stille zaterdag. De zwartste dag van de geschiedenis, want Jezus is totaal uit het zicht verdwenen. Op de dag dat Hij stierf, was Hij tenminste nog een deel levend, maar deze dag lag Hij in het graf. Verborgen achter een zware steen. Niets meer te zien of te horen van die Man die zoveel mensen het leven gaf, die zovelen hoop gaf, die liefde uitdeelde zonder maat. Dood. Ik denk dat het belangrijk is om deze dag heel bewust te vieren en te laten staan wat er toen gebeurde. Dood. Ja, morgen is het Pasen, ja, we hebben hoop, het is niet voorbij, maar nu voelt dat wel zo! En dat mag je laten staan! Dat moet je durven laten staan!

Daarom ben ik zo blij met de psalmen. De psalmen zijn geschreven om te laten zien hoe het kan, hoe het mag. Geen wetten en regeltjes, maar echt leven met de Heer in al zijn gebrokenheid vaak. Vandaag lezen we Ps. 13.

David schrijft een korte psalm, een paar regeltjes in het midden van de nood. Welke nood, weten we niet, maar hij heeft heel wat voor de kiezen gehad. Saul, Absalom, Tamar en Amnon, Adonia…. Kort, want wat valt er te bidden in het diepst van de nood?! Woorden verdrinken in de ellende van dat moment. David gebruikt de helft van zijn korte gebed voor één woord: hoe lang nog?!!? Hoe lang moet ik dit nog verdragen, verduren. Ik kan niet meer…. Hoe zou hij het hebben uitgeroepen? Roepend, schreeuwend, smekend, huilend, fluisterend…. Kunnen wij dat? Durven wij ons zo te laten gaan in ons verdriet? Wij Nederlanders vinden dit moeilijk, want wij zijn te nuchter, te bezonnen. Wij laten onze emoties niet gaan. Zo heel anders dan Joden of mensen uit het Middellandse zeegebied. Wij moeten dit leren en durven. Blijven stilstaan in onze nood. En niet meteen naar Pasen vluchten, niet toegeven aan de tendens van veel evangelische gemeenten om alleen het positieve te omarmen. Geen twijfels, geen verdriet, dat moet je weg praisen, weg duwen, ontkennen, haast. Niet bang zijn voor de rafels van het leven. Want zo voelt dat nu wel als je kijkt naar Syrië, naar Noord Korea, naar Jemen, naar Somalië, naar Sudan, naar Israël, de Palestijnse gebieden, naar de nabestaanden van Nice, Berlijn en Stockholm. De dood waart nog steeds rond en ze verslind haar duizenden en als je daar middenin zit, dan lijkt Pasen ineens heel ver weg. Christenen zouden het beste van alle mensen moeten kunnen rouwen en huilen bij de gebrokenheid van het leven. Wij zouden juist van alle mensen de diepte moeten kunnen durven peilen van de afgrond van het lijden, juist omdat we weten dat we niet eindeloos kunnen vallen, want God is onder ons. Altijd. Dat betekent niet dat we dus maar moeten glimlachen, juichen, maar juist dat we mogen huilen om het lijden van de wereld, van ons leven, van onze naasten. We mogen ons laten gaan in de woeste rivier van ons gevoelsleven.

Waarom kan dit? Deze woeste rivier van ons gevoelsleven ligt in een veilige bedding. Twee walkanten die in staat zijn om deze woeste rivier binnen de perken te houden, of misschien met de moderne manieren van watermanagement, die soms ook ruimte geven om te overstromen.

Wat is die bedding, deze walkanten, dijken? Ten eerste zie je hoe David zijn verdriet bij het juiste loket brengt: Zie je hoe David God verantwoordelijk houdt voor zijn ellende. Waarom doet U niets!!? Hoelang zult U mij vergeten!? Dit is niet de stem van een randkerkelijke of ongelovige die God verantwoordelijk houdt voor het lijden van de wereld. Die hebben geen relatie met Hem en beschuldigen Hem van alles wat slecht is, maar het goede eigenen ze zichzelf toe…. David is een kind van God en daarom kan Hij God ook zo aanroepen. Dat voelt misschien wel als onheilig. Zo praat je toch niet tegen God!? Maar volgens mij is het eerder een teken van schijnheiligheid als je het niet doet. Een schijnheilige is iemand die zich anders voordoet dan ie is. Als jij pijn voelt, verdriet, lijden, dan mag je, misschien wel sterker, móet je dit ook uiten. In alle oprechtheid mag je jezelf laten zien voor Gods troon. Mits er sprake is van een oprechte relatie! Dat is cruciaal! Dat zien we bij Job heel duidelijk. Hij neemt alles, zowel het goede als het kwade aan uit Gods hand en juist daarom kan hij ook zo tekeer gaan tegen God, zonder de zondigen! Een klein kind moet tegen zijn ouders kunnen schreeuwen, kunnen schoppen, slaan, misschien. Een ouder moet zo wijs zijn om hier op een goede manier mee om te gaan…. Natuurlijk zitten er grenzen aan deze uitingen!! Ik zeg niet dat we alles zo maar moeten zeggen, maar wel een weg vinden voor onze pijn om het te uiten. Dat is heilzaam en vooral omdat het in Gods nabijheid gebeurd.

De andere walkant, bedding is de manier waarop David de psalm eindigt. Ik echter, ik vertrouw op God; Hij heeft mij gered. Een enkel zinnetje van geloof. Dit geloof is de bedding waarin die woeste rivier van het verdriet, de boosheid kan stromen. Het is in vergelijking met de woestheid van het verdriet, misschien ver weg. Beeld van drenkeling op vlot in de woeste rivier. Maar je weet, de walkant is er en God zal me daar ook weer brengen. Dit geloof, dit vertrouwen moeten we leren te laten groeien als het goed gaat. Diep van binnen, weet ik dat U luistert…. Ik heb een fundament, een bodem, Gods hand die onder mijn leven zit, waardoor ik weet: deze woeste rivier, vol kokende emoties van verdriet, pijn, boosheid, ellende, zal eens bedaren, want ik vertrouw op de Heer.

Dat is Stille zaterdag. Een dag van rouw. Durf jij?