Wat is de positie van onze kinderen?

Ik had eens een gesprek met iemand uit de PKN. Hij vroeg mij: jullie zijn baptisten, hè? Dat betekent dat jullie alleen volwassenen dopen, toch? Nou, zo wordt het vaak genoemd, maar we noemen het liever een geloofsdoop: Wij dopen enkel mensen die laten horen en zien dat ze geloven in de Here Jezus als hun Verlosser en Heer. En kinderen dan? Die worden opgedragen. Oh, een soort van droge doop, zoals wij dat doen? Ja en nee…. Het ligt allemaal iets genuanceerder. Maar welke positie hebben kinderen bij jullie eigenlijk? Bij ons hoor je erbij door de doop. Je wordt opgenomen in het verbond van God en bij je belijdenis zeg je amen op je doop, bevestig je je doop. Bij jullie is dat dus niet zo…. Wat zou jij zeggen als je die vraag kreeg? Welke positie hebben kinderen bij ons, baptisten? Horen ze erbij of niet?

Laten we meteen maar met de deur in huis vallen: Ja, zeker, de kinderen horen er bij ons helemaal bij! Waar baseer ik dit op en wat betekent dit? Die twee vragen moeten we met elkaar uitvogelen.

Eerst maar eens de vraag waar we dit op baseren. We zouden verschillende teksten kunnen lezen, o.a. Marc. 10:13-16. Maar vanochtend beperken we ons tot 1 Kor. 7:10-16.

Onze kerntekst is vers 14: Want de ongelovige man is geheiligd in de gelovige vrouw en de ongelovige vrouw is geheiligd door haar man. Anders waren immers uw kinderen onrein, maar nu zijn ze heilig. Met name het laatste zinnetje: U kinderen zijn niet onrein, maar heilig.

Om bij ons thema uit te komen, moeten we eerst iets begrijpen van de context waarin dit vers staat. Dat is even een omweg. Zagar is schaker en hij is gewend om via omwegen zijn doel te bereiken…. Paulus heeft een brief gekregen van de christen en in de Griekse stad Korinthe. Zij hebben allerlei vragen gesteld over de gaven van de Geest, de opstanding, het avondmaal, eten van offervlees, omgaan met ruzie in de gemeente, enz. Ook is er een vraag geweest over huwelijk en echtscheiding.

Wat was nu het probleem? Er waren christenen in Korinthe die zeiden: wij zijn nu geestelijke mensen, omdat we geloven in de Here Jezus, en de aardse zaken zijn nu niet meer belangrijk. Als geestelijke mens is het beter om je helemaal af te keren van alles wat met het lichaam te maken heeft…. Zo kwamen ze tot allerlei vreemde conclusies. Onder andere zeiden ze: mensen die getrouwd zijn moeten maar geen seks meer hebben met elkaar, want dat is slechts lichamelijk genot en dat doet er niet meer toe…. Ach, dat huwelijk is sowieso helemaal aards. In de hemel zijn we toch allemaal als de engelen en wordt er niet meer getrouwd. Wie scheiden wil, kan dat dus gewoon doen. Ho ho, roept Paulus hen toe! Seks hoort erbij in het huwelijk en scheiden doen we niet! Een huwelijk is een huwelijk tot de dood je scheidt en seks hoort erbij (vers 1-11). Ja maar, wat als ik nu tot geloof ben gekomen, maar mijn partner niet. Dan leef ik dus met een ongelovige, onheilige, onreine. Dat kan toch niet?! Paulus heeft in hoofdstuk 5 nog een heel pleidooi gehouden om zonde niet toe te laten in de gemeente, maar om dat weg te doen. Zou dat dan ook niet moeten gebeuren met de ongelovige mannen/vrouwen? Is scheiding dan niet gewoon het beste? Paulus gaat daarop in vanaf vers 12.

Het eerste wat opvalt is dat hij nadrukkelijk zegt: Dit zeg ik, niet de Heer. Terwijl hij in vers 10 uitdrukkelijk zegt dat de Heer dit gebod geeft. Hoe moeten we dat zien? In het eerste geval van echtscheiding kan Paulus simpelweg teruggrijpen op wat de Here Jezus zelf heeft gezegd (Mat. 5 en 19, bijvoorbeeld). Maar in het geval van gemengde huwelijk, waarbij de ene wel gelooft en de andere niet, daar heeft de Here Jezus nooit over gesproken. Dus geeft Paulus zelf aan wat Gods weg hiermee is. Dit is niet hetzelfde als zijn eigen mening. Dit is ook niet minder gezaghebbend dan Jezus woorden! Dit is Gods geïnspireerde apostel en deze woorden zijn van God zelf.

Maar de hoofdvraag van de Korintiërs was: wat moeten we nu doen met gemengde huwelijken? Paulus geeft een verbazingwekkend antwoord: Blijf bij elkaar! Niet scheiden, maar bij elkaar blijven. Er is een uitzondering: als de ongelovige partner besluit dat het echt niet gaat, dan moet de gelovige partner hem of haar laten gaan. Dat is een uitzondering en enkel op initiatief van de ongelovige. Maar de hoofdregel is: blijf bij elkaar. En Paulus heeft daar een argument voor, en die lezen we in vers 14: want de ongelovige man is geheiligd door/in zijn vrouw, en de ongelovige vrouw is geheiligd door/in haar man. Anders waren immers uw kinderen onrein, maar nu zijn ze heilig.

Paulus zegt dat mensen niet mogen scheiden, ook als er slechts eentje geloofd en de ander niet. WANT: de ongelovige is geheiligd in de gelovige partner en zelfs uw kinderen zijn rein, heilig. Door het geloof van één mens worden door het huwelijk andere mensen geheiligd, heilig gemaakt. Dat is ongekend! In de Joodse heiligingswetten en reinheidswetten, was het altijd precies andersom: Het onreine maakt het reine onrein. Daarom leefden de Joden altijd zo afgezonderd van de onreinen, de zieken, de heidenen. Stel je voor dat je iets aanraakte wat onrein was, dan werd jij ook onrein en kon je niet naar de tempel….

Dus dit is mega wonderlijk: Het heilige is zo sterk dat het het onheilige heilig maakt. Maar wat betekent dat?!

Heilig, geheiligd betekent apart gezet voor God. In veel gevallen is het bijna een synoniem voor geloven (gelovigen worden bijvoorbeeld heiligen genoemd). Een heilige is een gelovige. Nu worden kinderen hier heilig genoemd en ongelovigen worden geheiligd, heilig gemaakt door het geloof van hun partner. Betekent dit nu dat God ze als gelovigen ziet? Is dat nu de positie van kinderen en ongelovige partners in een huwelijk waar één van beiden gelooft?

Nou nee, dat is te simpel geredeneerd. Dit is de enige tekst waar Paulus dit zegt en dus moet je oppassen om op basis van één tekst zo iets groots te concluderen. Dit stuit ook op zoveel andere teksten waarin het overduidelijk is dat iemand pas gered is, een kind van God wordt als ze geloven in Jezus Christus als hun Verlosser en Heer (Joh. 3:16, bijvoorbeeld)! Heilig kan hier dus niet betekenen: gered, maar wat dan wel?

Om dit te snappen moeten we even een uitstapje maken naar Rom. 11:16,17. We gaan die tekst niet lezen, want dat zou het voor de meesten veel te ingewikkeld maken, maar voor de bijbelstudie-die-  hards onder ons, is het wel leuk om die tekst eens te bestuderen. In die tekst gebruikt Paulus ook het woord heilig, net als hier. Hij wijst daar op de oorsprong van Israël. Abraham, Izaäk en Jacob werden door God apart gezet, geheiligd en daardoor werd elke nakomeling ook heilig. Hij ging een verbond met hen aan en daarom was iedereen die in dit verbond geboren werd en besneden werd, heilig.  God heeft zich ook aan hen verbonden en roept hen op om met Hem te leven. Ze mogen helemaal deel krijgen aan de heerlijke leven met God, ze krijgen toegang tot de heiligste dingen. Maar wat gebeurde er met veel Israëlieten? Zij wilden niet heilig leven! Hoewel ze geheiligd waren vanaf hun geboorte, wilden ze leven als mensen die er helemaal niet bij hoorden…. En wat doet God dan? Hij snijdt hen als het ware af. Hun heiligheid hielp hen niets op dat moment. Ze konden niet zeggen, ja maar, ik ben geheiligd, ik ben besneden! God zegt dan: Dat is heiligheid van buiten en als die niet van binnen er ook is, helpt het je hoegenaamd niets!

Zo moeten we ook de positie van een ongelovige man en de kinderen zien: heilig van de buitenkant. Een heilige omgeving, atmosfeer. De gelovige partner neemt de ongelovige partner en de kinderen mee in die heilige apart gezette positie. Als een paraplu waar ze onder mogen schuilen. Die positie is te vergelijken met de eerste rang. Een bevoorrechte positie, een plek waar je al heel dichtbij mag komen, waar met je wordt omgegaan, alsof je er al helemaal bij hoort. Je hoort over de beloften van God, het leven met Hem en je mag gewoon meedoen, de drempel is heel laag.

In die positie heeft het kind een nog meer bevoorrechte positie dan een ongelovige man of vrouw. Die man of vrouw moet zelf zich helemaal bekeren van zijn oude leven, het kind krijgt het geloof met de paplepel ingegoten. Geen garanties, helaas, maar wel een bevoorrechte positie. Het leven van het kind wordt gevormd door het leven met God. Hij ziet in de dagelijkse praktijk wat het betekent om God te dienen, te volgen, te gehoorzamen.

Maak je kinderen ook bewust van hun positie. Leer ze dat God van hen houdt, dat ze erbij mogen horen. Dat ze streepje voor hebben op andere kinderen die dit niet meemaken. Niet dat God meer van hen houdt, maar ze zijn dichterbij.

Dit is ook de boodschap van het opdragen: We dragen je op aan je Schepper, de hemelse Vader. Je bent al zo dichtbij! We gaan je leren om dat leven met je Schepper te genieten. We gaan je leren om van God, als je Vader te houden. En we doen daarbij gewoon alsof je het allemaal al hebt ontvangen. We bidden met je, lezen uit de (kinder)bijbel met je, leren je Gods leefregels, leren je te reageren op de HG, enz. Als je ouder wordt, dan dagen we je uit om die stap echt zelf te maken. Heilig van binnen te worden.

Enorme hoop en verwachting!! Je mag als ouders pleiten op de opvoeding die je gegeven hebt. In vers 16 zegt Paulus dat met zoveel woorden. In de discussie gaat het om het bij elkaar blijven van een ongelovige met een gelovige. Paulus zegt: leef in vrede met elkaar, want wie weet of je hem of haar kunt behouden (NBV!)!? Blijf bij elkaar en blijf hoop houden. Zo is het ook met onze kinderen. Een prachtig voorbeeld: een moeder van zeven kinderen, die dagelijks voor haar kinderen bidt. Ze verlaten allemaal het geloof. Ze zien hun moeder heilig leven. Na haar dood, worden hun ogen daarvoor pas geopend en de één na de ander komen ze tot geloof. Waarom deze vrouw dit niet eerder mocht meemaken?? We weten het niet, maar we blijven in verbinding met hen die nog niet geloven, met als doel om hen tot het leven te brengen, tot behoud te brengen.

Zo mogen Zagar en Jolanda Oana opvoeden dichtbij God, een heilige positie, dichtbij God en we bidden met hen dat Oana het geloof van binnen mag gaan ervaren en van binnen heilig mag worden, zodat God in haar kan wonen.