60B op het EK in Londen, 22-28 augustus 2015

 

Bij ‘Engeland’ denken we aan ‘nat’. We (Hans Buers en ik) kwamen aangereden op een droge dag, vrijdag 21 augustus. Om 7 uur ’s morgens afgesproken met Jan Willem van 65A, om een ijskast van Michiel (ook 65A) over te nemen, zodat Jan Willem plaats zou hebben voor passagier Maurits – naar aanleiding van de doorgekregen maten een plaatsje vrijgehouden op de achterbank van de Eend, het paste precies. Op de boot van Duinkerken naar Dover troffen we heel wat andere toernooigangers. Op de camping was het een waar feest van herkenning: van de camping in Den Haag van vorig jaar, van de camping in Le Touquet eerder dit jaar. De elftalbijeenkomst om 5 uur bleek niet haalbaar, we hoefden pas ’s avonds te melden in het hotel voor de vóórbespreking.

Die voorbespreking was de vuurdoop voor invalcoach Henk, omdat Otto (tot ons aller teleurstelling) op het allerlaatste moment bij zijn zieke echtgenote moest blijven. We hebben hem lopende het toernooi voortdurend op de hoogte gehouden. Maar Henk bleek een waardige invaller: chapeau! De shirts werden verdeeld: precies volgens nummer van de spelerslijst, de controle zou streng zijn. De Engelsen houden, veel meer dan enige andere Europeaan die ik tot nu toe heb ontmoet, van regeltjes. Een voorproefje daarvan hadden we op de camping al gehad, toen Jan en Margriet niet werden toegelaten omdat hun zelfgebouwde camper volgens de beheerders een ‘commercial vehicle’ was. Zware druk van het gehele Nederlandse contingent zorgde uiteindelijk toch voor een versoepeling van deze regel.

 

De poule

Zaterdag de 22e de eerste wedstrijd tegen Schotland, naar onze inschatting de zwakste uit de poule. Ondanks de afwezigheid van Fons, die ons in Barcelona aan menig doelpunt en daarmee aan de eindzege hielp, wonnen we met 5-0. De eerste keer dat Henryk met een onbegrijpelijke beweging achter zijn rug de bal in het doel werkte, beweerde hij dat hij dit nooit weer zou doen – maar in een volgend kwartje lukte het hem wéér! Dit gaf goede moed voor het vervolg!

Voor de tweede wedstrijd, tegen Engeland rood, moesten op zondag de 23e uitwijken naar het derde veld, dat op ongeveer een half uur rijden van de twee andere velden lag: een zandveld bij een kostschool. Daar speelden vóór onze wedstrijd de twee anderen in onze poule, Alliance en Schotland. Dat werd 10-2 – de wedstrijd tegen Alliance, de volgende dag, zou dus ook een stevige pot worden! Maar eerst, in de stromende regen, tegen de rode Engelsen. Ze drukten hoog, zodat wij moeilijk in ons spel kwamen en de situatie voor ons doel soms hachelijk was. Uiteindelijk kwamen we tot 1-1: een goed resultaat, met perspectief. Die avond met zijn allen (de camping- en de hotelploeg) gegeten in een boeiend restaurant in de buurt van het hotel: met de meegereisde partners en kinderen (met dank aan Roelands dochter Quirine, die haar horeca-ervaring aan ons ten dienste stelde) een prachtige, volle tafel met gezellige kout, goed eten en drinken en de eerste twee coupletten van het lied van bard Hans.

Maandag de 24e tegen Alliance. Aan een gelijkspel zouden we voldoende hebben voor een plaats in de kruisfinales – afhankelijk van het latere resultaat van Engeland-Schotland eerste of tweede in de poule. Het ging redelijk gelijk op en dat bleek ook uit de score: opnieuw 1-1. Zeker dus van de kruisfinale. Later met de tegenstanders nog genoeglijk een biertje gedronken en van een afstand naar de wedstrijd tussen de Schotten en de Engelsen gekeken. Het bleef heel lang 1-0 voor de Schotten, een stand waarbij de Engelsen zouden zijn uitgeschakeld, wij eerste in de poule zouden zijn en Alliance tweede: heel onverwacht. Uiteindelijk gebeurde toch het verwachte: de Engelsen wonnen met 3-1, dus wij waren door samen met de Engelsen.

 

Dinsdag de 25e waren we vrij: een kans voor wat uitjes en een gezamenlijk bezoek aan het stadion. Mijn uitjes bestonden uit het chaufferen voor Pieter uit 70B, mijn buurman op de camping: die had zo’n mep op zijn hand gehad dat ondanks zijn handschoen zijn pink gebroken was en bovendien gehecht moest worden. Na het ziekenhuis naar de club om even rond te kijken en vervolgens door naar het derde veld, waar 70B moest spelen (in de regen). Na afloop van die wedstrijd snel naar de camping en door naar het stadion, kijken naar Nederland-Rusland en Engeland-Spanje. Mooi spel, mooi stadion, niet te veel regen. Het spel van de ‘echte’ landenteams gaat toch heel wat sneller dan dat van ons!

 

De finales

Woensdag mochten we de kruisfinale spelen tegen de nummer 1 van de andere poule, Engeland wit. Het ging redelijk gelijk op, halverwege het tweede kwart stond het 1-1 en een goed resultaat zat in de lucht. Maar een wolkbreuk en donderbui stuurden ons van het veld. We moesten in de dug-out wachten, in de striemende regen. Uiteindelijk vond de wedstrijdleiding het te gevaarlijk om daar te blijven vanwege het onweer en mochten we naar de partytent om te schuilen. Onder geen beding mochten we naar het clubhuis en de relatieve warmte: Margot zat met een stopwatch over ons te waken. Als reden waarom we niet naar binnen mochten, werd gegeven dat we zo snel mogelijk weer naar het veld zouden moeten als dat weer bespeelbaar zou zijn. De Engelsen hadden inmiddels een ander onderkomen gevonden, die hadden kennelijk hun waakhond er van weten te overtuigen dat het weer en het veld zó slecht waren dat een verandering van omstandigheden lang genoeg tevoren was te voorspellen. Nadat we zo anderhalf uur hadden gekleumd, mochten we alsnog naar de kleedkamer. Daar draaide de handendroger overuren bij pogingen enige oranje spullen toch iets droger te krijgen, tot het besluit kwam dat de Engelsen in hun reserve rode outfit zouden gaan spelen, en wij in ons andere, witte tenue.

Na een onderbreking van 3 uur kon de wedstrijd worden hervat. Wij kwamen niet meer in ons spel en verloren uiteindelijk met 3-1. Een stevige domper! Maar gelukkig was die avond de barbecue van het toernooi: lekker opgewarmd en netjes gekleed (er waren berichten dat het een galafeest zou zijn) vervoegden wij ons opnieuw in de grote partytent, die wat was opgewarmd nu de zon was gaan schijnen. Wij zaten in de eerste zitting: alle Nederlandse teams bij elkaar. Het eten bestond uit een koud buffet, en heerlijke zomerse maaltijd. Dat lieten we ons goed smaken. Achteraf bleek dat we er ons meer aan hebben vergrepen dan verwacht: de Engelsen die na ons voor de tweede zitting opkwamen, hadden niets meer te eten en kregen hun geld terug. Buiten stond een moedig bandje, er waren enige pogingen om te dansen.

 

Op donderdag mochten we de troostfinale spelen tegen Southern Cross, het Australische touring team. Inmiddels was het weer goed en een mooie wedstrijd lag in het verschiet. In de eerste helft kwamen we met 1-0 achter – en opnieuw deed zich het scoringsprobleem voor: de vele kansen werden niet verzilverd, het spel werd steeds haastiger en ook de bronzen plak ging aan onze neus voorbij. Vorig jaar werden we 5e, nu 4e: weliswaar een vooruitgang maar door het verliezen van de laatste twee wedstrijden voelt het anders.

Die avond aten we gezamenlijk in een restaurant in de buurt van de camping. Zoals het Hollanders betaamt eerst de zaak verbouwd om een mooie, lange tafel te hebben. Hans completeerde zijn laatste twee coupletten van zijn lied. Manager Marijke, regelnicht Geert-Jan en bovenal coach Henk kregen gepaste lof. Voor Henk waren er een gesigneerd toernooivaantje en een mooie fles Schotse whiskey – en gesterkt door onze goede teamgeest ging ieder weer zijns weegs.

 

Afsluiting

Vrijdag waren er diverse finales in stralend weer. We zagen 70A met de shoot-outs goud winnen, 60A kwam in de shoot-outs tot zilver, 65B haalde ook zilver en 65A brons. Veel van onze teamgenoten namen de kans waar om wat door Londen te struinen, de mooie plekken te bezoeken en te genieten van het mooie weer. Op de camping werd nog gezellig nageborreld en naar de toekomst gekeken.

Voor mij was het zaterdag vroeg dag: alles opbreken en na een eerste ontbijt op pad om Hans om 7 uur op te halen in het hotel. Daar kon ik nog snel een tweede ontbijt naar binnen slaan terwijl Hans zijn spullen van zijn kamer haalde en als eersten van de stoet reden wij weg naar Dover – een Eend rijdt nu eenmaal minder snel dan bijvoorbeeld een Volvo. Maar we konden bij een tankstop het dakje weer open zetten – dat had geen van de Volvo’s! Op de boot kwamen velen weer bijeen, ook spelers uit de 45+, 50+ en 55+. Het dakje hoefde niet meer dicht tot Hilversum: eind goed, al goed.

Wij gaan niet naar Australië en hebben dus extra veel tijd om in 2017 op het EK in Amsterdam echt goed voor de dag te komen. Ook dit seizoen zullen we blijven trainen en oefenwedstrijden spelen. Daarbij zullen we ook werken aan de bemanning. U hoort nog van ons!

 

Namens 60B: Thys VerLoren van Themaat