Dicht baa huis / Dicht bij huis

Ik ben altijd onderweg, ik blijf nooit lang staan.

Er zijn zoveel plaatsen waar ik nog naartoe moet gaan.

In ’t zuiden staat een palmboom bij de Middellandse zee, die heb ik nog niet gezien.

Die heb ik nog niet gezien!

Ik voel me op m’n best met valiezen in mijn hand.

En het maakt me echt niet uit waar het vliegtuig landt.

In ’t noorden in de zomer schijnt de zon dag en nacht.

Dat heb ik nog niet gezien, dat heb ik nog niet gezien!

Als ik kan, dan ben ik weg!

Maar als ik terugkom, bruingebrand, de wind nog in m’n haar.

Met een toestel vol foto’s en met souvenirs van daar.

De drie torens recht voor me en links St-Pieters onder het kruis.
Dan voel ik de warmte, dan ben ik dicht bij huis.

Voel ik de warmte, dan ben ik dicht bij huis!

Ik ben altijd onderweg, ik heb toch al wat gereisd.

Maar ik moet nog naar New York en Bangkok, Madrid, Parijs…

In ’t oosten staat er een tempel waar Boeddha zelf zit, die heb ik nog niet gezien.

Die heb ik nog niet gezien!

Als ik kan, dan ben ik weg!

Maar als ik terugkom, bruingebrand, de wind nog in m’n haar.

Met een toestel vol foto’s en met souvenirs van daar.

De drie torens recht voor me en links St-Pieters onder het kruis.
Dan voel ik de warmte, dan ben ik dicht bij huis.

Voel ik de warmte, dan ben ik dicht bij huis!