Basiskennis afvang en opslag CO2

Groningen, 6 april 2016

Herman Damveld

www.co2ntramine.nl

Aanleiding

De regering stopte in 2011 met de plannen voor afvang en opslag van CO2 in bijna lege kleine gasvelden in Drenthe en Groningen. Kort daarvoor werd al een streep gezet door de opslag in Barendrecht. Maar daarmee is het niet van de baan. De regering ziet namelijk kansen om de afvang en opslag “grootschalig toe te passen,” lezen we in het Energierapport 2016 dat op 18 januari jl. verschenen is.

Er zijn 261 kleine gasvelden in Nederland, op land en in de Noordzee, waaruit gas wordt gewonnen.  Als ze leeg zijn zou daarin eventueel CO2 kunnen worden opgeslagen. Volgens Energie Beheer Nederland (EBN, met de Nederlandse Staat als enige aandeelhouder) en de Gasunie komen negen plaatsen in aanmerking voor deze opslag: Annerveen, Eleveld en Roden in Drenthe; Bedum, Boerakker, Grootegast en Sebaldeburen in Groningen; Ureterp en Zuidwal (op de Waddenzee tussen Harlingen en Vlieland) in Friesland.   De regering had in juni 2010 van deze negen plaatsen er drie uitgekozen voor opslag van CO2: Eleveld, Boerakker en Sebaldeburen.

De Sociaal Economische Raad (SER) Noord-Nederland pleitte op 21 maart 2016 voor een proef met de opslag van CO2.  De oude discussie staat daarmee opnieuw op de agenda.

Wij laten hier zien dat door CO2-opslag het rendement van de centrales flink naar beneden gaat en de elektriciteit de helft duurder wordt. Daarnaast tonen we aan dat lege kleine velden in Noord-Nederland geen oplossing bieden voor de lange termijn. Deze velden raken snel vol door de uitstoot van 3,5 kolencentrales zoals RWE die nu in bedrijf heeft bij de Eemshaven. Daarbij gaan we uit van de geplande levensduur van een kolencentrale van 30 jaar.

INHOUDSOPGAVE                                        

p 2.   1. Inleiding                                            

p 2.   2. Enkele hoofdpunten samengevat  

           2.1 CO2-opslag: rendement naar beneden en duurdere stroom

           2.2 Drie uit negen plaatsen voor CO2-opslag

           2.3 Regering geeft opslagplannen voorlopig op

           2.4 Van Eemshaven via nieuwe pijpleiding

           2.5 Slechts beperkte opslag mogelijk

           2.6 Voorwaarden discussie           

p 3.    3. Chaotische besluitvorming CO2-opslag Noord-Nederland                                                

           3.1 Haastig besluit, ingegeven door  miljoenensubsidie         

           3.2 Wie wilden de opslag?   

p 7.   4. Achtergrondgegevens bij CO2-opslag

           4.1 Minste boorgaten lijkt bepalend voor locatiekeuze

           4.2 Hoe nummer 1 gekozen zou worden was geheim

           4.3 Hoe de opslag gaat

           4.4 Onbewezen veiligheid

           4.5 Lege gasvelden zijn niet hol of leeg                                   

           4.6 CO2 moet van de Eemshavencentrale komen                               

           4.7 Nieuwe pijpleiding nodig voor CO2-transport                 

           4.8 Rendement daalt; kosten 1,5 miljard euro                                                 

           4.9 Niet alles afvangen                                                                

           4.10 Opslagcapaciteit beperkt                                                     

             4.11 Ervaring beperkt

 p 11.  5. CO2 onder Noordzeebodem

             5.1 Noordzee-opslagplan in lege gasvelden: ROAD

             5.2 Kosten Noordzee-opslag                                 

             5.3 (On)veiligheid Noordzee-opslag

p 13.  6. Zon als belangrijkste energiebron        

                     

                                                   

1. Inleiding

Afvang en opslag van het broeikasgas CO2 komen met enige regelmaat aan bod als manier om het klimaat te redden. Lucia van Geuns van TNO Energie stelde hierover eind oktober 2015: “De enige oplossing om nog een tijd lang door te gaan met fossiel en tegelijk de broeikasgasemissies terug te brengen is de afvang en ondergrondse opslag van CO2.”

Minister Schultz van Infrastructuur en Milieu noemde deze opslag op 10 juli 2015. Ze gaf toen aan begin 2016 te komen met een rapport over het gebruik van de ondergrond. In dat rapport zou onder meer worden aangegeven welke opslag in bijna lege gasvelden mogelijk was. Minister Kamp van Economische Zaken schreef op 15 september 2015: “Om op de lange termijn te komen tot een volledig duurzame energievoorziening zal afvang, gebruik en opslag van CO2 (CCS) onvermijdelijk zijn. CCS kan worden toegepast bij de industrie en ook bij gas- en kolencentrales.”  Daarmee herhaalden deze ministers hun voorganger Verhagen van Economische Zaken. Die schreef op 3 februari 2011 dat hij ervan “overtuigd is dat CO2-opslag een noodzakelijke tussenoplossing is.”  

In die tijd waren er plannen voor opslag van CO2 in bijna lege gasvelden in Noord-Nederland. Toch besloot minister Verhagen op 14 februari 2011 deze plannen te schrappen.

Waar ging het eigenlijk om? Dat leggen we hier uit. Naast feiten geven we ook aan hoe we tegen die feiten en tegen een zinvolle discussie aankijken.  

2. Enkele hoofdpunten samengevat

2.1 CO2-opslag: rendement naar beneden en duurdere stroom

Het Internationaal Energie Agentschap (IEA) geeft in de World Energy Outlook 2014 van 12 november 2014 aan wat het probleem is. Om klimaatverandering te voorkomen mag er vanaf nu niet meer dan 1000 miljard ton CO2 de lucht in komen. Die hoeveelheid is bij het huidige beleid in 2040 bereikt. Een manier om minder CO2 in de lucht te laten komen is de afvang en opslag van dit gas.

Het IEA geeft aan dat de afvang kostbaar is. Bij een nieuwe kolencentrale betekent het een toename van de investeringen met 45% en als het alsnog wordt toegepast bij een bestaande kolencentrale gaat het om 75%. Voor de afvang en opslag is energie nodig: de efficiency van de kolencentrale daalt met 15-20%. De elektriciteit wordt dan zo’n 40-75% duurder.

2.2 Drie uit negen plaatsen voor CO2-opslag

Volgens het overheidsbedrijf Energie Beheer Nederland (EBN) en de Gasunie komen negen plaatsen in aanmerking voor deze opslag: Annerveen, Eleveld en Roden in Drenthe; Bedum, Boerakker, Grootegast en Sebaldeburen in Groningen; Ureterp en Zuidwal (op de Waddenzee tussen Harlingen en Vlieland) in Friesland.  De regering koos in juni 2010 drie van deze negen plaatsen uit voor opslag van CO2: Boerakker, Sebaldeburen en Eleveld. Ze vond draagvlak onder de bevolking belangrijk en zou daarom voor “informatievoorziening op maat”  zorgen, want “de wensen en zorgen van omwonenden nemen we serieus,” schreef de regering. De regering wilde haast maken om in aanmerking te komen voor minimaal 180 miljoen Europese subsidie.

2.3 Regering geeft opslagplannen voorlopig op

Op 4 november 2010 besloot de regering te stoppen met ondergrondse opslag in Barendrecht omdat er geen draagvlak was. Daarop kwam het Noorden in beeld. Minister Verhagen (Economische Zaken, Landbouw en Innovatie) deelde  in november 2011 mee dat de opslag door moest gaan en dat er een dialoog met betrokkenen in het Noorden zou komen over nut en noodzaak van CO2-opslag.  Na een bezoek aan het Noorden stelde Verhagen in een brief van 14 februari 2011 aan de Tweede Kamer: “Ik wil geen maatregelen treffen die onnodig onrust veroorzaken bij bewoners als er reële alternatieven aanwezig zijn.” Hij noemde opslag onder de Noordzee. Daarmee leek opslag in Noord-Nederland van de baan, maar dat is in werkelijkheid niet zo. De huidige regering ziet namelijk kansen om de afvang en opslag “grootschalig toe te passen,” lezen we in het Energierapport 2016 dat op 18 januari jl. verschenen is.

2.4 Van Eemshaven via nieuwe pijpleiding

Het CO2 dat opgeslagen had moeten worden, komt uit de kolencentrale van RWE in de Eemshaven. Er zijn geen concrete plannen om CO2  af te vangen. Maar stel dat het lukt, dan is de volgende stap het vervoer van de Eemshaven naar het lege gasveld. Er moet in ieder geval één en misschien twee nieuwe pijpleidingen aangelegd worden. Of die centrales hun CO2 in de lucht mogen lozen nu de opslag niet doorgaat, is onduidelijk.

2.5 Slechts beperkte opslag mogelijk

In de gasvelden in Noord-Nederland kan 850 miljoen ton CO2. Deze velden raken snel vol door de uitstoot van 3,5 kolencentrales zoals RWE die nu in bedrijf heeft bij de Eemshaven. Daarbij gaan we uit van de geplande levensduur van een kolencentrale van 30 jaar.

We kunnen de opslagcapaciteit van de Noord-Nederlandse kleine gasvelden ook vergelijken met de jaarlijkse uitstoot van CO2 in Nederland. Die capaciteit komt overeen met 5 keer de jaarlijkse uitstoot. Kortom, opslag van CO2 is geen oplossing voor de lange termijn.  

2.6 Voorwaarden discussie

Opslag van CO2 wordt gezien als een overbrugging naar een volledig duurzame energievoorziening. Maar hoe lang is die brug? Is het een uitschuifbare brug? De ervaring leert dat die brug al dertig jaar steeds verder wordt uitgeschoven. Als het komt tot opslag van CO2 moet daarom van tevoren vaststaan om hoeveel het gaat én moet de opslag in het teken staan van een snelle daling van het gebruik van fossiele brandstoffen. Een andere belangrijke voorwaarde voor de discussie is de financiële gelijkwaardigheid van de deelnemende partijen. Overheden zijn tot nu toe op geen enkele manier ingegaan op deze voorwaarden voor een zinvolle discussie. Dat heeft de weerstand tegen de opslagplannen vergroot.

3. Chaotische besluitvorming CO2-opslag Noord-Nederland

Op 15 september 2010 kondigde de provincie Drenthe een samenwerking aan tussen de drie Noordelijke provincies, de rijksoverheid en de drie Noordelijke Natuur en Milieufederaties. Deze samenwerking had als doel de bevolking op een goede manier te informeren. De overheden zorgden voor informatiebijeenkomsten en de Natuur en Milieufederaties voor een Noordelijke dialoog onder leiding van Henk Kroes.

De informatievoorziening gebeurde via drie bijeenkomsten in september 2010. Het Dagblad van het Noorden berichtte daarover met koppen als: “Nog geen cent wijzer. Geen duidelijk verhaal, laat staan een discussie. Teleurgesteld druipen de meeste bezoekers af.”;  “Opzet CO2-avonden kan niet bekoren; ook avond in Tolbert wekt vooral irritatie bij bewoners” en “Schijterig en flets; de angst regeerde bij het ministerie.”  

De Natuur en Milieufederaties bleken voor de CO2-opslag te zijn. Het Noordelijke Zoutkoepeloverleg beëindigde op 23 september 2010 met onmiddellijke ingang de samenwerking met de Natuur en Milieufederaties Drenthe en Groningen. Aanleiding was de uitspraak van deze twee organisaties dat CO2-opslag in noordelijke gasvelden onontkoombaar was bij het huidige regeringsbeleid. Het Zoutkoepeloverleg was het daar niet mee eens en vreesde dat straks ook kernenergie en ondergrondse opslag van kernafval onontkoombaar zou worden bij het huidige regeringsbeleid. Sindsdien hebben de federaties nauwelijks nog een rol gespeeld in de discussie. Betrokkenen kwamen met vragen vooral naar de nieuw opgerichte stichting Co2ntramine.

Op 30 september 2010 verscheen het regeerakkoord van VVD en CDA. Daarin stond: “Om de CO2-reductie te realiseren en minder afhankelijk te worden bij de energievoorziening, is meer kernenergie nodig.” En: “Opslag van CO2 kan ondergronds plaatsvinden met inachtneming van strenge veiligheidsnormen en lokaal draagvlak. Deze opslag komt pas aan de orde na verlening van de vergunning voor een nieuwe kerncentrale.

De Natuur en Milieufederaties Groningen en Drenthe wezen de koppeling van CO2-opslag aan kernenergie af en stopten de geplande Noordelijke dialoog. Tegelijkertijd schrapte het ministerie van VROM alle bijeenkomsten, want: “We hebben geen goed beeld wat de passage in het regeerakkoord behelst.”

Op 4 november 2010 besloot de regering  dat de ondergrondse opslag in Barendrecht niet doorging: “Stoppen met Barendrecht betekent niet het einde van CO2-opslag in Nederland. Opslag op zee vindt al plaats en we zijn in een vergevorderd stadium voor een nieuw CO2-opslagtraject op zee. Daarnaast is vanuit Noord-Nederland het initiatief gekomen om CO2 op land op te slaan. Ik zal op korte termijn met de bestuurders in Noord-Nederland overleggen. Daarna wordt bezien hoe CO2-opslag in het Noorden zeker gesteld kan worden,” aldus minister Verhagen van Economische Zaken. En: “De komende tijd zal ik met bestuurders en overige betrokken partijen in Noord-Nederland om tafel gaan zitten om te bespreken hoe we, met het regeerakkoord in gedachten, de geplande CO2-opslag zeker kunnen stellen.”

Daarop stelden gedeputeerden Marc Jager (Groningen) en Tanja Klip (Drenthe) voor met Verhagen te willen praten, maar CO2-opslag te willen koppelen aan een nieuw energieakkoord voor Noord-Nederland. Het zou maanden duren voordat het overleg hierover rond was. Ook was het de vraag waarom er in het Noorden wel draagvlak zou zijn voor deze opslag. Daarover was op 11 november overleg in Den Haag.  Minister Verhagen ontving de gedeputeerden Klip (Drenthe), Jager (Groningen) en Adema (Friesland). Verhagen deelde toen mee dat de opslag moest doorgaan. Hij stelde dat er behalve draagvlak ook andere argumenten waren om het project in Barendrecht te stoppen. Verhagen zou naar het Noorden komen om zijn standpunt uiteen te zetten. Ook werd een dialoog met betrokkenen in het Noorden opgestart over nut en noodzaak van CO2-opslag.  Het CDA in de Drentse Staten wilde wisselgeld van het Rijk als het kwam tot ondergrondse CO2-opslag in de provincie. CDA-fractielid Greet Seinen zei dat op 13 november in het Radio Drenthe-programma Cassata. Het CDA was tegen CO2-opslag, tenzij nut en noodzaak duidelijk werden aangetoond en het veilig was. Als aan die twee voorwaarden was voldaan, stelde het CDA als derde eis financiële compensatie door het Rijk.

De provincie Groningen wilde onder voorwaarden met het Rijk verder praten over CO2-opslag. Zo zou het Rijk eerst een open maatschappelijke discussie moeten starten over het nut en de noodzaak van ondergrondse CO2-opslag in het Noorden. Ook moest er een nieuw Energieakkoord komen met het hele Noorden met daarin concrete maatregelen voor meer duurzame energie. Een en ander stond in een motie die op 17 november 2010 door een meerderheid van Provinciale Staten in Groningen werd aangenomen. Volgens de motie zou de provincie pas een besluit nemen wanneer er eerst een dialoog met de bevolking was gevoerd. Ook moest er volgens de Staten van Groningen geen koppeling meer zijn tussen ondergrondse CO2-opslag en een nieuwe kerncentrale. Intussen hadden de gemeenteraden in de drie uitgekozen plaatsen, Boerakker, Sebaldeburen en Eleveld, de opslag afgewezen.     Ook de gemeenteraden van Veendam  en van Leek wezen de opslag af.   Ruim de helft van de Noorderlingen was tegen CO2-opslag, bleek uit een enquête in het Dagblad van het Noorden.

Tijdens een debat in de Tweede Kamer op 20 januari 2011 bleek er nogal wat weerstand tegen CO2-opslag te zijn: “Duur en gevaarlijk” (PVV'er Van Bemmel). “Liever meer aandacht voor energiebesparing” (SP'er Jansen). “Te duur, liever een gezonde energiemix” (VVD'er Leegte). Een ander geluid komt van Samsom (PvdA): “Een noodzakelijk kwaad.” Verburg (CDA) meent net als de minister dat “opslag nodig is in de overgang naar duurzame energie.”

De opslag van CO2 onder de grond zou alleen moeten mogen als aangetoond is dat het de meest effectieve maatregel is bij het bestrijden van de uitstoot van koolstofdioxide. Dat stelde Tweede Kamerlid René Leegte van regeringspartij VVD.

Op 3 februari 2011 bracht minister Verhagen een bezoek aan het Noorden. Egbert Brons en Hanneke Veen hadden namens Co2ntramine een gesprek met de minister. Hierin uitten ze hun bezwaren en drongen bij de minister aan op een open en eerlijke discussie over nut en noodzaak van CO2-opslag waarbij de uitkomst niet van te voren vaststond. De eerste stap om het vertrouwen te herstellen zou zijn de drie proeflocaties van tafel te halen.

De Natuur en Milieufederaties Groningen en Drenthe hadden  in het gesprek met de minister gepleit voor een pas op de plaats. Dit hield in het stopzetten van de procedure voor  CO2 -opslag. Deze opslag moest volgens de federaties passen in een green deal, een groene afspraak. Daarbij vergaten de federaties dat CO2-opslag op zich niets met groen of duurzaam te maken heeft.

Minister Verhagen liet op 3 februari 2011 weten “binnen een paar weken een besluit te nemen over CO2-opslag in het Noorden. Zo mogelijk voor de provinciale statenverkiezingen van 2 maart.” De Groningse PvdA-gedeputeerde William Moorlag stelde op 8 februari 2011 dat minister Verhagen de discussie over de opslag zodanig had 'verprutst en verpest' dat het draagvlak in Groningen helemaal weg was. Als argument haalde Moorlag de volgens hem slecht georganiseerde bijeenkomsten in september aan. Volgens Moorlag kon Verhagen het project alleen nog maar schrappen. Daarbij maakte Moorlag een fout: in september 2011 was er nog een andere regering en was Verhagen nog minister van Buitenlandse Zaken.

Het CDA sloot zich daarop aan bij de PvdA. Het hele provinciebestuur van Groningen was nu tegen ondergrondse CO2-opslag. "Wegens gebrek aan draagvlak, net als in Barendrecht," zei CDA-gedeputeerde Marc Jager. "Wij achten CO2 in de bodem bij Boerakker, Sebaldeburen of Eleveld zo goed als uitgesloten. Dit kabinet zal de Europese subsidieaanvraag van de energieproducenten RWE en Nuon niet doorsturen naar 'Brussel'." Toch hebben Nuon en RWE die subsidieaanvraag op 10 februari 2011 opgestuurd naar minister Verhagen.

“Het kabinet kiest voor een demonstratieproject van de opslag van het broeikasgas CO2 onder zee.” Dat schreef minister Verhagen vervolgens op 14 februari 2011 in een brief aan de Tweede Kamer: “We willen maatregelen treffen om klimaatverandering tegen te gaan. Opslag van CO2 kan daarbij een nuttig middel zijn. Dat kan nu gebeuren onder zee. Op deze manier veroorzaakt CO2-opslag geen onnodige onrust.”

Minister Verhagen had na zijn werkbezoek op 3 februari 2011 al gezegd “dat de emoties en twijfels in het Noorden zwaar zouden meewegen bij een besluit.” Opvallend was dat de minister in zijn besluit op geen enkele manier inging op de feiten die vanuit het Noorden waren aangedragen.

Dat opslag onder de zeebodem minder weerstand zou oproepen is nog steeds een argument van betekenis. Wim Turkenburg, Bert Metz, Leo Meyer en Sible Schöne stelden in een op 17 maart 2016 verschenen publicatie over de betekenis van de klimaatdoelstelling van Parijs: “Publieke acceptatie zal ook veel aandacht vragen, zoals blijkt uit de maatschappelijke weerstand in Nederland tegen eerdere plannen om CO2 op land op te slaan. Het ROAD-project, dat beoogt CO2 af te vangen bij een recent gebouwde kolencentrale op de Maasvlakte, voorziet in opslag in (vrijwel) lege gasvelden in de Noordzee, waarmee het vraagstuk van publieke acceptatie beter kan worden beheerst.”

De plannen voor opslag op land zijn echter niet van de baan. Op 10 juli 2015 schreef Schultz van Haegen, de minister van Infrastructuur en Milieu, aan de Tweede Kamer: “Ik verwacht u begin 2016 de ontwerp-Structuurvisie Ondergrond (…) te kunnen aanbieden.” Daarin zou een scenario met CO2-opslag aan de orde komen: “In dit scenario staat opslag van CO2 centraal. In dit scenario wordt gekeken welke opslag op land van CO2 mogelijk is (vanwege reikwijdte Structuurvisie) en welke mogelijkheden er dan nog overblijven voor andere functies.”

Minister Kamp van Economische Zaken noemde CO2-afvang en -opslag ook in zijn begroting voor het jaar 2016: “Om op de lange termijn te komen tot een volledig duurzame energievoorziening zal afvang, gebruik en opslag van CO2 (CCS) onvermijdelijk zijn. CCS kan worden toegepast bij de industrie en ook bij gas- en kolencentrales. De rijksoverheid heeft het initiatief genomen voor een langetermijnvisie over CCS. De visie CCS is een bouwsteen voor het Energierapport 2015. De relevante acties uit deze visie CCS zullen in 2016 in gang worden gezet.”

 

3.1 Haastig besluit, ingegeven door miljoenensubsidie

De vorige regering wilde in 2009 beginnen met kleinschalige opslag van CO2 in Barendrecht.  Daarna zou vanaf 2015 een grootschalige opslag in Noord-Nederland in bedrijf komen. Dat jaartal had te maken met subsidies waarvoor verschillende getallen werden genoemd: 180 miljoen, 250 miljoen voor alleen de RWE-kolencentrale aan de Eemshaven of  “naar verwachting enkele honderden miljoenen euro's” van de Europese Unie (EU).     De regering schreef: “Het jaartal 2015 is ook van belang om een beroep te kunnen doen op EU-middelen.” EU-subsidie kon alleen verkregen worden als de opslag eind december 2015 in bedrijf zou komen. Subsidieaanvragen moesten voor mei 2011 jaar ingediend worden bij de EU.  Daarom was er haast bij.

De regering gaf  de voorkeur aan kernenergie en “wil pas praten over CO2 –opslag als er een akkoord is over de bouw van een kerncentrale. Aangezien dit jaren kan duren, loopt Nederland mogelijk de Europese subsidie mis. Het plan is dan niet meer haalbaar”, zei Diederik Samsom, lid van de PvdA-fractie in de Tweede Kamer op 4 oktober 2010 in Scheemda.

Toch stuurde Essent op 11 februari 2011 een subsidieverzoek van 250 miljoen euro aan het ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie.

Opslag in 2015 bleek niet haalbaar te zijn. Op 20 januari 2011 verscheen een rapport van  het Energieonderzoek Centrum Nederland (ECN). Daarin staat: “Een gecombineerd beleidspakket van een nationale CO2-norm, aanvullende financiële ondersteuning en een verbeterd Europese CO2-handelssysteem, kan grootschalige CO2-afvang bij nieuwe Nederlandse kolencentrales over tien jaar tot stand brengen.” De kosten van de financiële ondersteuning van het afvangen van CO2 van drie kolencentrales zijn volgens dit rapport “300 miljoen euro per jaar in de periode 2020-2030.” In totaal gaat het dus om 3 miljard euro.

3.2 Wie wilden de opslag?

Vertegenwoordigers van het bedrijfsleven, een deel van de milieubeweging, de wetenschap en de overheid (onder meer Stichting Natuur en Milieu, Shell Nederland en de Provincie Groningen) stelden: “CO2-afvang en -opslag is een tussenoplossing voor de komende vijftig tot zestig jaar. Door CO2 op te slaan kan de uitstoot vrij snel sterk verminderen. Als er aan het eind van deze eeuw steeds minder fossiele brandstoffen worden gebruikt, zullen CO2-afvang en -opslag niet meer nodig zijn. Het al opgeslagen CO2 zal uiteraard wel opgeslagen blijven. CO2 opslaan kan niet overal. Maar juist in Nederland is het heel goed mogelijk.” De Natuur en Milieufederaties Groningen en Drenthe waren voor de opslag onder bepaalde, erg vage  voorwaarden. Co2ntramine en Greenpeace verzetten zich tegen deze opslag.

4. Achtergrondgegevens bij CO2-opslag

4.1 Minste boorgaten lijkt bepalend voor locatiekeuze

Energie Beheer Nederland (EBN) en de Gasunie noemden in hun rapport van april 2010 negen gasvelden die vanaf 2015 in aanmerking kwamen voor CO2-opslag. Het ging om Annerveen (Drenthe), Bedum (Groningen), Boerakker (Groningen), Eleveld (Drenthe), Grootegast (Groningen), Roden (Drenthe), Sebaldeburen (Groningen), Ureterp (Friesland) en Zuidwal (op de Waddenzee tussen Harlingen en Vlieland). Uit deze velden werd aardgas gewonnen. Het einde van de productie van deze velden liep uiteen van 2012 (Zuidwal) tot 2023 (Eleveld). Toch kwamen al deze velden in aanmerking voor opslag van CO2 vanaf 2015.

De keuze voor de drie locaties volgde uit een advies van TNO. Daarbij werd gekeken naar de diepte van het gasveld, eventuele breuken en het aantal boringen tot in het gasveld. TNO leek een voorkeur te hebben voor de gasvelden met de minste boorgaten, maar waarom dat doorslaggevend was werd niet uiteengezet. Bij zowel Eleveld als Sebaldeburen zijn er twee en bij Boerakker drie boorgaten. De overige gasvelden hebben er meer, bij Annerveen zijn het er 25.

4.2 Hoe nummer 1 gekozen zou worden was geheim

De overheid had drie plaatsen uitgekozen voor opslag van CO2. Er zou uiteindelijk één locatie  worden gekozen. De vraag was dan: wie kiest op grond van welke criteria? Zijn die criteria vooraf bepaald of worden ze aangepast aan de situatie? Wat staat daarover in de stukken?

Eigenlijk was het enige wat we daarover hebben kunnen vinden een brochure van de Stichting Borg, het samenwerkingsverband van RWE, Nuon, NAM, Gasunie en Groningen Seaports. In die brochure stond: “Er zal nu door verschillende partijen aanvullend onderzoek worden gedaan om te kijken welk gasveld als eerste geschikt is voor CO2-opslag.” Daarbij was volgens Borg van belang hoeveel gas er nog in het veld zat, welke eigenschappen dat veld had en hoe de putten eruit zagen waarmee het gas gewonnen werd. Borg stelde: “Zodra er duidelijkheid is over een gasveld dat als eerste in aanmerking komt voor opslag, zal hierover worden gecommuniceerd.” Volgens Borg zou dat eind 2011 gebeuren.

Zo zat het dus in elkaar. De bevolking mocht naar informatieavonden over CO2-opslag, maar had geen enkele invloed op de keuze van de “winnende” locatie. Het was ook niet duidelijk hoe zwaar de verschillende criteria wogen. De keuze zou plaatsvinden achter gesloten deuren. De bevolking hoorde het pas als de keuze gemaakt was.

Onze kennis van de wereldwijde discussie over opslag van kernafval leert dat het plaatselijk verzet altijd van grote invloed is geweest op de keuze. De plek waar in het begin het minste verzet was, leek bij uitstek geschikt voor de opslag. Later bleek dat vaak tegen te vallen, met soms dramatische gevolgen. Zo was er in Frankrijk een burgemeester die dacht dat zijn bevolking de opslag van kernafval wel wilde. Toen er toch verzet ontstond, voelde hij zich dermate ongelukkig dat hij zelfmoord pleegde.

4.3 Hoe de opslag gaat

Op verzoek van het ministerie van Milieu heeft Shell in 1993 een "verkennende studie" naar de technische haalbaarheid uitgebracht.  Het vrijkomende CO2 wordt afgevangen. Het is een gas, en daarom moeilijk te transporteren. Daarom wordt het samengeperst om geschikt te zijn voor transport. Deze compressie kost veel energie. Het CO2 gaat vervolgens door een pijpleiding naar een leeg aardgasveld. Shell neemt aan dat de afstand van de centrale tot het aardgasveld hooguit 200 en bij voorkeur niet meer dan 100 kilometer bedraagt. Om te voorkomen dat de transportpijpen roesten moet het CO2 gedroogd worden. Dat gebeurt in vier stappen, tezamen met het samenpersen van CO2.

De opslag zelf kan het beste op een diepte van 800 tot 1000 meter gebeuren. De omgevingstemperatuur en druk zijn dan zo hoog dat het CO2 gecomprimeerd blijft. Dat leidt tot een betere benutting van de ondergrondse opslagcapaciteit in vergelijking met CO2  in gasvorm.

Shell gaat uit van een pijpleiding waar 15.000 ton CO2 per dag doorheen kan. De pijp mondt uit in het aardgasveld. Men spuit het CO2 onder druk naar beneden. Dit geeft een mogelijk voordeel. CO2 kan aardgas verplaatsen, zodat het aardgas gemakkelijker gewonnen kan worden. Aan de andere kant wijst Shell op een ernstig nadeel. CO2 kan zich mengen met aardgas zodat niet alleen gas, maar ook CO2 uit het aardgasveld komt.

 

4.4 Onbewezen veiligheid

De Rijks Geologische Dienst (RGD) bracht in 1997 het rapport uit "Inventarisatie van

mogelijkheden voor CO2-opslag in de Nederlandse ondergrond" (de RGD is overigens

opgegaan in TNO). Voordat het tot opslag kan komen moeten enkele technische onzekerheden worden opgelost, deelde de RGD mee. Het kan blijken dat meer injectieputten nodig zijn om een bepaald injectietempo te kunnen halen. De kosten worden dan hoger. Men kan ook de injectiedruk verhogen, maar dat vergroot weer de kans op aardtrillingen. Ook kan de overdruk ondergronds, doordat water verdreven wordt door CO2, aardbevingen veroorzaken.

Het CO2 zal dan naar boven komen. De RGD rekent voor dat in de meest ongunstige situatie het weglekkende CO2 er 1,8 jaar over doet om vanuit een diepte van 1000 meter naar het aardoppervlak te stromen. In de voor Nederland representatieve situatie duurt het 5000 jaar, stelt de RGD. Andere recente berekeningen hierover zijn ons niet bekend. Wel heeft DCMR Milieudienst Rijnmond in oktober 2009 een rapport uitgebracht over de risico’s van ondergrondse opslag bij Barendrecht. Daarin staat dat alleen via boorgaten of boorputten in korte tijd een aanzienlijke hoeveelheid CO2 aan de oppervlakte kan komen. De kans hierop is volgens DCMR klein omdat er pluggen in de boorputten geplaatst zullen worden. Er zal “geruime tijd” bekeken worden of de pluggen het goed blijven doen. Ook zal de Minister van Economische Zaken “voorwaarden of beperkingen opleggen” om te verzekeren dat de afsluiting op een goede manier zal gebeuren. DCMR geeft echter niet aan wat een kleine kans is, hoeveel CO2 kan vrijkomen en wanneer dat kan gebeuren. 

Berekeningen over de veiligheid op lange termijn maken gebruik van rekenmodellen. De ervaringen uit de discussie over opslag van kernafval leert dat die modellen onbetrouwbaar zijn.  Of opslag van CO2  op lange termijn veilig is, kan in feite niet bewezen worden.

 4.5 Lege gasvelden zijn niet hol of leeg

Vaak gaat het om opslag van CO2 in  “lege gasvelden”. Het aardgas zit echter in poreus zandsteen, in kleine belletjes in het zand. Die belletjes zijn niet meer dan enkele procenten van het totale volume. Als het gas eruit wordt gehaald kan er water voor in de plaats komen, het zogeheten formatiewater. Ook is het mogelijk dat de bodem ter plekke inklinkt of daalt: de oorzaak van aardschokken.

Hans Nyst stelt hierover: “Het gas is er inderdaad uit, maar de plaats daarvan is ingenomen door formatiewater. Door de grote diepte (2500 m of meer) moet men door de hydrostatica rekening houden met een druk van tenminste 300 atmosfeer. Omdat de CO2 bij injectie in de formatie dit water moet verdringen is een zeer grote overdruk nodig en zal dit proces veel extra energie en dus ook CO2-uitstoot vergen. Het lijkt nuttig om bij alle plannen een CO2-balans te voegen!”

 

4.6 CO2 moet van de Eemshavencentrale komen

Het CO2  dat opgeslagen moet worden komt uit de kolencentrale in de Eemshaven die RWE gebouwd heeft.  RWE  studeerde in 2010 op de mogelijkheden om van deze kolencentrale “op grote schaal CO2 af te vangen en op te slaan.”  

Steffart Buijs, destijds woordvoerder van de stichting Borg, verwees naar een wet van de Europese Unie uit 2009, een wet die de Nederlandse regering heeft overgenomen: “In de Europese richtlijn 2009/31/EG staat dat nieuwe kolencentrales geschikt moeten zijn voor CO2-afvang. Het lijkt niet voorstelbaar dat er kolencentrales worden gebouwd zonder dat er afvang van CO2 mogelijk is. Zeker is wel dat de centrale van RWE voorbereid is op het afvangen van CO2. In het technisch ontwerp van de centrale is daarmee al rekening gehouden. Het totale concept van die centrales is daarop gebaseerd. Aan het bedrijfsleven zal het niet liggen: wanneer de overheid het wil en de randvoorwaarden ervoor regelt, dan zal het bedrijfsleven CO2 gaan afvangen. Het is niet zeker of de afvang ook daadwerkelijk in bedrijf komt in 2015.”  Buijs voegde eraan toe: “Er is nog wetgeving in voorbereiding waarin bijvoorbeeld geregeld wordt wie verantwoordelijk is voor de opgeslagen CO2. Er ligt nog een motie Vendrik waarover de Tweede Kamer zich nog moet uitspreken. Er zijn technisch nog zaken die geregeld moeten worden. En dan hebben we het subsidietraject nog. Zekerheid hierover is er inderdaad nog niet.”

In 2015 werd echter duidelijk dat er geen CO2 afgevangen zal worden en er ook geen afvanginstallatie is gebouwd. De kolencentrale mag ongehinderd CO2 lozen.

In een op 30 augustus 2010 verschenen studie in opdracht van de Duitse regering wordt er overigens van uitgegaan dat de technologie voor de afvang van CO2 niet voor het jaar 2025 rijp is voor toepassing in kolencentrales.

4.7 Nieuwe pijpleiding nodig voor CO2-transport

Stel dat het lukt om het CO2 af te vangen. De volgende stap is het vervoer van de Eemshaven naar het lege gasveld. EBN en de Gasunie stellen in hun rapport dat er in ieder geval één en misschien twee nieuwe pijpleidingen aangelegd moeten worden. Ze geven een schets. Vanaf de Eemshaven gaat de nieuwe pijp eerst naar Groningen. Daarna hetzij westelijk, richting Sebaldeburen of zuidelijk naar Eleveld. Op basis daarvan kunnen we nagaan dat de pijpleidingen waarschijnlijk door het grondgebied van de gemeente Delfzijl, Eemsmond, Loppersum, Ten Boer, Bedum, Grootegast, Zuidhorn, Slochteren, Menterwolde, Veendam, Pekela, Borger-Odoorn en Aa en Hunze gaan.

Steffart Buijs van de stichting Borg legde uit: “Op dit moment wordt nog gerekend aan de specifieke casus van Noord-Nederland en ook is nog niet helder hoe dit er allemaal uitziet. Wanneer de procedure voor de aanleg van de leiding begint is ook nog niet bekend. Dat is onder andere afhankelijk van de start van de MER-procedures, van wanneer milieuvergunningen afgegeven worden, maar ook van het subsidietraject en van wijziging van de mijnbouwwet. Om maar eens wat te noemen. We zitten nog heel vroeg in het proces. Ik zou graag willen dat nu al meer zaken duidelijk zouden zijn, maar dat is nog niet het geval.”

Kortom, het was in 2010 onduidelijk waar die leidingen precies zouden gaan lopen en wie de kosten van de aanleg zou betalen.

  

4.8 Rendement daalt; kosten 1,5 miljard euro

Uit bijvoorbeeld een belangrijk rapport van het Internationaal Energie Agentschap (IEA) te Parijs van juni 2007 blijkt dat het elektrisch rendement van een kolencentrale daalt door CO2-afvang en -opslag. Shell noemde een daling van 43 naar 33 procent, dus met 10%. Het IEA-rapport gaf een gedetailleerd overzicht van het energieverlies door afvang en opslag van CO2. Bij de kolencentrales die nu volgens de stand van de techniek gebouwd worden, geeft afvang en opslag een efficiency-verlies van 12%. De kilowattuur-kosten gaan dan met een derde tot maar liefst 80% omhoog. Anders gezegd en in de woorden van Paulus Jansen, destijds fractielid van de SP in de Tweede Kamer, afvang en opslag van CO2 kost 25% extra energie. Hij noemde CO2-opslag “Een techniek die wat mij betreft neerkomt op water naar de zee dragen.” Om het CO2 van vier kolencentrales af te vangen en op te slaan, ben je zoveel energie kwijt dat je er in feite een vijfde kolencentrale bij moet bouwen.

Afvangen kost 25 tot 60 euro per ton CO2. Voor de RWE-kolencentrale gaat het dan om 160 tot 320 miljoen euro per jaar. EBN en de Gasunie hebben uitgerekend dat het transport van de kolencentrale naar de gasopslag in hun basisscenario 750 miljoen euro kost tot 2050. Daar komt nog de opslag bij, die 780 tot 820 miljoen euro gaat kosten. Transport en opslag kosten dus samen 1530 tot 1570 miljoen euro.

4.9 Niet alles afvangen

In de praktijk is het technisch niet mogelijk alle CO2 af te vangen. In 2009 vermeldde een Amerikaans bedrijf trots een proef met een record van 90% afvang.

Een gemiddelde kolencentrale van 1000 Megawatt stoot jaarlijks 5,2 miljoen ton CO2 uit. Met genoemde record-CO2-afvang komt er een half miljoen ton in de lucht vrij, terwijl er 4,7 miljoen ton wordt afgevangen en opgeslagen.

De RWE-centrale aan de Eemshaven stoot jaarlijks overigens 8 miljoen ton CO2 uit. Ter vergelijking: een gascentrale van dezelfde omvang geeft een uitstoot van 2,4 miljoen ton per jaar.

 

4.10 Opslagcapaciteit beperkt

Er zijn verschillende cijfers over de hoeveelheid CO2 die in de ondergrond kan worden opgeslagen. Als we de cijfers van minister Kamp van 18 januari 2016 aanhouden gaat het om 1 tot 2 miljard ton CO2 onder land en 1,2 miljard ton CO2 onder zee. Maximaal gaat het om 2,2 tot 3,2 miljard ton CO2. Energie Beheer Nederland (EBN) en de Gasunie rekenden ons in hun rapport van april 2010 voor dat het bij de lege gasvelden in Noord-Nederland gaat om 850 miljoen ton.  

Van de gemiddelde kolencentrale die 30 jaar in bedrijf is, wordt als de plannen doorgaan in totaal 140 miljoen ton CO2 opgeslagen. Bij 10 kolencentrales gaat het om 1,4 miljard ton. Toegepast op de gasvelden in Noord-Nederland: daar kan de CO2  van 6 gemiddelde kolencentrales in worden opgeslagen; dan bereiken we genoemde 850 miljoen ton. Die opslagcapaciteit bereiken we ook bij 3,5 kolencentrales zoals RWE die nu heeft aan de Eemshaven. Daarvoor moeten we dan wel telkens de pijpleidingen verleggen naar andere velden. Ter vergelijking: de uitstoot van CO2 in Nederland was de afgelopen jaren gemiddeld 165 miljoen ton CO2.  De opslagcapaciteit van de Noord-Nederlandse bijna lege kleine gasvelden komt derhalve overeen met 5 jaar uitstoot van CO2 in Nederland.

CO2-opslag kan dus niet meer dan een tijdelijke maatregel zijn voor een beperkt aantal centrales.

Rond 2050/2060 is het grote Groningen-aardgasveld leeg. De klimaatdoelen moeten we dan allang bereikt hebben en CO2-opslag in het Groningen-veld is dan ook niet aan de orde. Toch noemen allerlei organisaties deze mogelijkheid, zoals een samenwerkingsverband van Gasunie, Energy Valley, het ECN en de Stichting Natuur en Milieu (Platform Nieuw Gas). “Nederland zou zich niet alleen kunnen ontwikkelen tot (aard)gasrotonde van Noordwest-Europa, maar ook tot CO2-rotonde van Noordwest-Europa, op basis van de centrale ligging, de grote en op plaatsen geconcentreerde CO2-productie, en transport- en opslagmogelijkheden in buiten gebruik gestelde aardgasinfrastructuur.” In het Groningen-veld  zou in theorie 7,3  miljard ton CO2 kunnen.   

4.11 Ervaring beperkt

De ervaring met afvang, transport en opslag van CO2 is beperkt. Er waren medio 2015 wereldwijd 15 projecten, waarbij 28 miljoen ton CO2 per jaar kan worden afgevangen. Volgens de planning zouden er tot eind 2017 nog eens 22 projecten bijkomen, zodat de hoeveelheid af te vangen CO2 dan 40 miljoen ton per jaar zou bedragen (zie figuur 1).

De injectie van CO2  in de ondergrond bij Weyburn in Saskatchewan in Canada begon in

2001. Hier gaat het om de injectie van CO2 om de olieproductie te verbeteren. Met 2,8

miljoen ton per jaar is dit wereldwijd het grootste project voor de ondergrondse opslag van dit

broeikasgas. Er kan in totaal 40 miljoen ton CO2 opgeslagen worden. Bij de RWE kolencentrale gaat het - zoals hierboven aangegeven - om 8 miljoen ton per jaar. Opslag van CO2 van een grote centrale is in de praktijk dus niet aangetoond.

Figuur 1

Opslagprojecten CO2

 

Bron: https://hub.globalccsinstitute.com/sites/default/files/publications/196843/global-status-ccs-2015-summary.pdf.

 

5. CO2 onder Noordzeebodem

Omdat opslag op de vaste wal op verzet stuit willen verschillende organisaties uitwijken naar de Noordzee. Maar opslag van CO2 onder de zeebodem van de Noordzee in lege gasvelden is ingewikkelder dan opslag onder het vasteland. Daarom zijn de risico’s groter. Of het economisch uit kan is ook zeer de vraag.

5.1 Noordzee-opslagplan in lege gasvelden: ROAD

De energiebedrijven E.ON Benelux en GDF SUEZ Energie Nederland hebben hun krachten gebundeld in een demonstratieproject voor CO2-opslag onder de Noordzee. Dit project heet het Rotterdam Opslag en Afvang Demonstratieproject (ROAD). Het moet het eerste grootschalige CCS-demonstratieproject in Nederland worden. In de periode tussen 2015 en 2020 wilde ROAD circa 1,1 miljoen ton CO2 per jaar (0,6 procent van de jaarlijkse CO2-uitstoot in Nederland) gaan afvangen van de nieuwe elektriciteitscentrale van E.ON op de Maasvlakte, de Maasvlakte Power Plant 3 (MPP3). Dit is een kolencentrale van 1100 Megawatt. Rond de schoorsteen van de kolencentrale wordt ruimte vrijgehouden om een installatie te bouwen die een kwart van de CO2 uit de rookgassen afvangt.

De afgevangen CO2 wordt samengeperst tot een druk van circa 80 bar en zou daarna via een ondergrondse buisleiding van ongeveer 25 km afgevoerd worden naar een platform op de Noordzee. Volgens een TNO-studie gaat het om een leeg gasveld uit de kust bij Hoek van Holland, waar 35 miljoen ton CO2 in kan. Hier zal operator TAQA Energy (uit Abu Dhabi) zijn offshore-installaties geschikt maken voor de CO2-injectie, die eind 2015 van start had moeten gaan. Dit kost 65 miljoen euro.

Vanaf dit platform zal de CO2 gedurende minimaal vijf jaar in een leeg gasveld onder de zeebodem geïnjecteerd worden. Als demonstratieproject gaat ROAD bestaande technologieën die zich op kleinere schaal hebben bewezen, op industriële schaal toepassen, is het plan.    

5.2 Kosten Noordzee-opslag

De Europese Unie en de Nederlandse overheid hadden al 180 respectievelijk 150 miljoen euro subsidie toegezegd.  Dat is nodig omdat CO2-afvang en -opslag veel energie vraagt en daarom duur is. Het afvangen van 3 ton CO2 kost 1 megawattuur aan elektriciteit, stelde Andy Read, Director Capture van het ROAD-project. Ondanks de subsidie kon het project niet uit. “De financiële uitdagingen zijn groter dan de technische,” zei Read in 2012.

Drie jaar later, eind 2015, werd het opslagplan aangepast. In het oorspronkelijke plan zou CO2 worden opgeslagen in een gasveld 20 kilometer buiten de kust, maar dat bleek uiteindelijk niet haalbaar. Het gaat nu om een gasveld op slechts 3,5 kilometer buiten de kust van de Maasvlakte. Alleen al door de kortere afstand tot de kolencentrale kunnen de kosten van het project een stuk lager uitvallen.  

Of het ROAD-project doorgaat is nog onzeker. Minister Kamp schreef op 18 januari 2016:   afvang en opslag “wordt op dit moment voorbereid bij een van de nieuwe kolencentrales

op de Maasvlakte bij Rotterdam.”  En let wel, ROAD is het enig overgebleven opslagproject in de hele Europese Unie. Als ROAD extra subsidie krijgt akn de afvang en opslag vanaf 2019/2020 beginnen.

5.3 (On)veiligheid Noordzee-opslag

Operators zoals TAQA Energy “zijn bereid CO2 op te slaan onder de voorwaarde dat zij geen eigenaar van CO2 zijn vanwege de aansprakelijkheid,” staat in een TNO-studie. Blijkbaar vertrouwen de operators de veiligheid van de CO2-opslag niet, anders zouden ze die voorwaarde niet stellen.

De velden met CO2 “zullen constant bewaakt worden, zodat eventuele lekkages tijdig gesignaleerd zullen worden,” staat in het TNO-rapport. Maar hoe lang die constante bewaking gaat duren en wie dat gaat betalen, daarover zwijgt het TNO-rapport.

De Stichting De Noordzee wijst op de milieugevolgen van opslag op zee, gevolgen die er niet zijn bij opslag op land. De aanleg van nieuwe leidingen heeft lokaal effect op het bodemleven. De leiding wordt ingegraven en dat werkt verstorend. Als een nieuw platform gebouwd wordt heeft dat negatieve gevolgen. Met name het heien van palen voor platforms heeft ernstig verstorende effecten op zeehonden en bruinvissen. Waarschijnlijk komen op alle platforms machines die het gas onder de bodem pompen. Wanneer hierbij veel geluid geproduceerd wordt werkt dat mogelijk verstorend op zeezoogdieren en vissen in de omgeving, stelt de Stichting De Noordzee.

Concluderend kunnen we dan ook onze vraagtekens zetten bij de veiligheid.

6. Zon als belangrijkste energiebron

We gebruiken allemaal energie: aardgas voor de verwarming van het huis en elektriciteit als we de lampen of apparaten aan hebben. Maar wat is nu precies energie? De zon is eigenlijk de bron van alle energie. De zon stuurt haar stralen alle richtingen uit. Een heel klein beetje daarvan komt op de aarde terecht. Toch is dat kleine beetje heel belangrijk. De zon geeft warmte af. Als de zon in huis schijnt wordt het warmer. Met zonnepanelen wordt de zonne-energie omgezet in elektriciteit. Door de zon wordt de lucht warmer. Verwarmde lucht komt in beweging en stijgt op. De lucht beweegt: door de zon waait de wind.

Zonne-energie maakt het leven op aarde mogelijk. Als een plant groeit wordt er zonne-energie (licht) opgenomen. De plant pakt een stukje van de zonnestraling en slaat het op via allerlei ingewikkelde processen. Mensen en dieren gebruiken planten als voedsel: door het voedsel in hun lichaam te verbranden kunnen ze leven en werken. Zonder het zonlicht was er geen leven op aarde.

Er zijn in de wereldgeschiedenis lange perioden geweest dat werelddelen overdekt waren met wouden. Later stierven de bossen af en werden ze bedekt met aarde. Na een bijna onmetelijk lange tijd werden de lagen afgestorven hout omgezet in steenkool. Op dezelfde manier ontstonden in de loop van miljoenen jaren aardolie en aardgas uit afgestorven resten van diertjes op de oceaanbodem. Iets wat afgestorven is noemt men fossiel. Daarom worden olie, aardgas en kolen ook wel fossiele brandstoffen genoemd. Het Nederlandse aardgas is ongeveer honderd miljoen jaar geleden ontstaan. Dit gas is in feite in het verleden opgeslagen zonne-energie.

De fossiele brandstoffen waren heel lang geleden dus wouden en dieren die zonne-energie in zich opgeslagen hadden. Benzine wordt gemaakt uit olie. Een auto rijdt feitelijk op miljoenen jaren oude zonne-energie.

De elektriciteit in Nederland komt voor bijna 90% uit aardgas- of kolencentrales. De elektriciteit die we in huis krijgen is dus ook vooral afkomstig uit opgeslagen zonne-energie. In de centrales worden aardgas of kolen verbrand. De warmte die hierbij vrijkomt verhit water tot stoom. De stoom laat een rad draaien, de turbine, die weer een dynamo laat draaien: dat geeft elektriciteit (vergelijk het met de dynamo van een fiets waarmee we lampen laten branden).

In de loop van de geschiedenis werd steeds meer energie gebruikt en ook steeds andere vormen van energie. Heel vroeger gebruikten mensen alleen spierkracht als ergens kracht voor nodig was en stookte men hout om het warm te krijgen of om te koken. De uitvinding van de stoommachine bracht een hele ommekeer. De mens kreeg daarmee de beschikking over een kracht die veel groter was dan zijn eigen spierkracht. En zo begon de industriële revolutie. Eerst werden hout en turf gebruikt om de stoommachines te laten draaien, maar al gauw bleek er niet genoeg hout te zijn om aan de vraag van al die machines te voldoen. Andere energiebronnen werden gezocht: steenkool en aardolie uit diepere lagen van de aarde werden aangeboord. Nog later kwamen er elektriciteitscentrales. Zo ging de samenleving steeds meer fossiele energie gebruiken.

Wereldwijd gebruiken we nu in één jaar de fossiele energie die zich in één miljoen jaar heeft gevormd. In een rap tempo maken we de fossiele energie op. Er komt een einde aan het gebruik van fossiele energie, de in het verre verleden opgeslagen zonne-energie. Dan moeten we weer overgaan op het gebruik van de zonne-energie die elke dag op de aarde neerkomt. Gelukkig kan de zon genoeg energie leveren voor iedereen.

Kooldioxide (CO2) komt vrij bij de verbranding van aardgas, kolen en olie (zie figuur 2). De afgelopen 20 jaar wordt het steeds waarschijnlijker dat het klimaat verandert. Dit komt door de toename van de uitstoot van broeikasgassen zoals CO2. Dit zijn gassen die de straling van de zon en van de aarde opnemen. Deze gassen vormen als het ware een deken om de aarde: ze zorgen voor warmte-isolatie, het broeikaseffect..      Om die deken wat dunner te maken wil de regering CO2 opslaan.

Of het broeikaseffect bestaat is onderwerp van discussie. Maar ook als we niet geloven in het broeikaseffect is er alle reden om het gebruik van fossiele brandstoffen te verminderen. Het fossiele tijdperk is eindig. Ter illustratie: het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) heeft uitgerekend dat bij het huidige tempo van winning het Nederlandse aardgas rond 2029 op is.

CO2-opslag is geen duurzame oplossing voor het energievraagstuk. Het is niet meer dan een lapmiddel waarmee de regering eigenlijk erkent dat de samenleving te veel CO2 uitstoot.  Alleen duurzame energie uit zon en wind helpen ons verder. Immers, we krijgen in Nederland van de zon gemiddeld per jaar 35 keer zoveel energie als we nodig hebben voor verwarming, industrie, auto's en de opwekking van elektriciteit.  

Figuur 2

CO2-uitstoot wereldwijd

Bron: email wo 16-3-2016 9:00, The IEA Press Office, IEA <IEAPressOffice@iea.org>