Brain Breaks in de klas

Hieronder staan verschillende ‘brain breaks’ die je in de klas kunt doen, als leuk tussendoortje, om te zorgen dat kinderen een paar minuten kunnen bewegen. Dit zorgt voor zuurstof in de hersenen en een verbeterde concentratie.

1.

Zing een liedje dat de klas kent. Spreek een letter af. Elke keer dat je die letter hoort  neemt iedere leerling een andere positie in. Bijv. van zitten naar staan, naar bukken, naar liggen enz.


2.

Speel het ‘commando pinkelen spel’ maar gebruik bewegingsopdrachten. Bijv. probeer het plafond aan te raken zonder dat je voeten de grond los laten of probeer met je handen beide muren aan te raken terwijl je stil staat of spring 5x in de lucht. Enz.


3.

Hoog houden- laat een strandbal door de klas gaan. De bal mag niet op de grond vallen en de kinderen mogen niet van hun plaats lopen.

4.

geef de kinderen een papiertje of een papieren bordje voor op hun hoofd. De kinderen lopen 1 minuut  door de klas zonder dat het papier of het bordje van hun hoofd valt. Valt het toch mag een andere leerling het papier/bordje oppakken en weer terug op het hoofd leggen, dit zonder dat zijn eigen papier/bordje valt.

5.

Geef de kinderen opdrachten waardoor ze hun lichaam diagonaal bewegen. Raak met je linker hand, je rechter oor aan enz.

6.

Laat de kinderen dansen op een vrolijk muziekje of via ‘Just Dance’ op YouTube.

Of voor jongere kinderen Sesame Street's A Very Simple Dance to Do.

7.

Handen wassen- maak de beweging alsof je je handen gaat wassen. Zeep op je handen, kraan aan, handen onder de kraan, kraan uit. Heel goed soppen, ook je armen. Kraan aan. Afspoelen. Kraan uit. Dit kan ook als douchen. Wassen onder de douche.

8.

Lucht band- speel lucht gitaar, lucht drum enz. op een vrolijk muziekje.

9.

Planken- neem een plank houding aan op de grond en hou dit zo lang mogelijk vol.

10.

Opdrukken- probeer 3 keer op te drukken

11.

‘High five’geven aan 5 personen

12.

5-4-3-2-1. Geef 5 verschillende opdrachten in deze volgorde. Bijvoorbeeld:  Spring vijf keer om hoog. Draai vier rondjes.  Spring 3 keer op één been. Raak de grond 2 keer aan. Juich een keer hard.

13.

Laat kinderen achter hun tafel staan en reageren op stellingen. Als de stelling waar is voor de leerling ruilt hij van plek met een andere leerling. De anderen blijven gewoon staan.  Bijvoorbeeld: "Iedereen met krullend haar" "Iedereen die brood heeft gegeten als ontbijt.” “ Iedereen met streepjes in zijn kleding”.

14.

Maak een groep! De kinderen lopen door de klas tot de leerkracht bijvoorbeeld roept: “maak een groep van 5”. De kinderen gaan dan in groepjes staan van dit aantal.

 15.

Standbeeld dans! Dans op de muziek als de muziek stopt maak je een standbeeld.

16.

Zing bewegingsliedjes: zoals hoofd, schouders, knie en teen enz.

17.

Doe een….na Bijv een dier of een vliegtuig enz.

18.

Zoek een,… roe peen vorm of kleur. Kinderen zoeken zo snel mogelijk iets in de klas dat hierbij past en ga er bij staan.

19.

Moeilijke houdingen gebruik bijv. een yoga houding die kinderen na moeten doen. 

20.

Maak een rij. Op leeftijd, eerste letter naam, lengte enz.

21.

Limbo- gebruik de stok van je bezem en laat leerlingen op muziek onder de stok door dansen

      22.

Menselijke knoop Verdeel de kinderen in groepjes van ongv. 5 kinderen. Laat ze verschillende handen vast pakken. Probeer dan uit de knoop te komen.

23.

Spring op getallen tel in 2-, 5-, 10-tallen of bijv op tafels. Spring bij elk antwoord

        24.

Loop op de lettergrepen van een woord. Fiets-bel: loop twee stappen terwijl je de lettergrepen benoemd.

Door: T. Sabelis mei 2012