Ieder boek een unicum
Digitale revolutie stimuleert het maken van fotoboeken
Lineke Nieber
artikel | Vrijdag 10-04-2009 | Sectie: Cultureel Supplement | Pagina: C06 | Lineke Nieber
Steeds meer fotografen geven in eigen beheer fotoboeken uit. Ze gebruiken dezelfde software als de Hema aanbiedt voor vakantiefotos. De vormdwang zorgt juist voor creativiteit.
De ouders van de in Weimar geboren fotograaf Michael Anhalt bouwen in de herfst van 1982 een klein vliegtuigje. Daarmee willen ze vluchten van Oost- naar West-Duitsland. Op een stille zondagmorgen besluit het gezin een proefvlucht te maken. Het vliegtuig - spanwijdte tien meter, gebouwd voor twee volwassenen en twee kinderen - wordt naar een met bos omringd weiland gereden. Maar daar lopen ze onverwacht een groepje wandelaars tegen het lijf. Drie dagen laten staat de geheime dienst voor de deur. Michaels ouders worden opgepakt en ondergebracht in een gevangenis in Erfurt. Hijzelf, destijds zeven, wordt samen met zijn zus opgevangen door familie. Pas twee jaar later ziet Michael zijn ouders terug, nadat ze met hulp van Amnesty International en de West-Duitse regering zijn vrijgekomen.
Het land waar ik ben geboren, bestaat niet meer, vertelt Michael Anhalt, nu 32 jaar, aan de telefoon. Omdat ik wilde weten waar ik vandaan kom, besloot ik met dat project mijn studie fotografie aan de academie in Den Haag af te sluiten. Een boek moest het worden, vanwege het intieme karakter, zodat het publiek het verhaal van begin tot eind meekrijgt. Maar geen uitgever die brood zag in de verzameling archiefbeelden van verhoorkamers en cellen, van teruggevonden vliegtuigbouwtekeningen en jeugdfotos en recente beelden van de plek waar de vluchtpoging zich afspeelde. Ook een subsidieaanvraag bleef onbeantwoord.
Fotograaf Wil van Iersel wees Anhalt toen op blurb.com. Met behulp van deze site is het sinds een paar jaar mogelijk om zelf boeken te laten drukken. Het resultaat, getiteld Apathie - Erfurt/XI 1155/1982 (2008) werd onlangs genomineerd voor de Kees Scherer Prijs, de prijs voor het beste Nederlandse fotoboek van 2007 en 2008.
Michael Anhalt is niet de enige die zonder uitgever fotoboeken maakt. Fotohistoricus Rik Suermondt, die lesgeeft aan de Utrechtse Hogeschool voor de Kunsten en aan de academie St. Joost in Breda, ziet steeds meer studenten met een fotoboek afstuderen. Suermondt: Ik kan precies aanwijzen wanneer dat is begonnen. Uit zijn metershoge kast met fotoboeken trekt hij een exemplaar van Rob Hornstras Communism & Cowgirls (2004). Een indrukwekkend boek over de eerste generatie Russen na de val van het communisme, met absurdistische, soms droevige fotos van troosteloze wijken, en onhandig knuffelende jongeren in zwemkleding. Suermondt: Rob Hornstra was in 2004 de eerste die in Utrecht met een echt boek afstudeerde. Hij kwam met 250 exemplaren aanzetten. Een jaar later volgden drie andere studenten zijn voorbeeld. Inmiddels is het een stevige traditie.
Suermondt is jurylid van de Kees Scherer Prijs en zag dit jaar heel wat zelf gemaakte boeken door zijn handen gaan. Het aantal fotoboeken groeit trouwens over de hele linie. Suermondt: Er is de laatste twee jaar een stroom van boeken verschenen. Voor de Kees Scherer Prijs waren er twee jaar geleden 75 inzendingen. Dit jaar al 130.
fotografen boeken uit in eigen beheer? Hoe doen ze dat? En wat voor fotoboeken levert dat eigenlijk op?
De toename - daar zijn de meeste fotografen het over eens - wordt aangewakkerd door digitale ontwikkelingen. Digitale cameras, opmaakprogrammas, scanners en printers zijn zo betaalbaar en gebruiksvriendelijk geworden, dat bijna iedereen er mee kan werken. Bovendien is het drukken zelf goedkoper geworden. Helemaal eenvoudig wordt het wanneer je gebruik maakt van sites als blurb.com of van een digitale printservice als Albumprinter. Je kiest een opmaak, laadt fotos in, en binnen een week heb je een exemplaar van het fotoboek in huis. Volgens een schatting van Albumprinter (dat bijvoorbeeld de boeken drukt die gemaakt worden via de Hema-website) zou 10 tot 15 procent van de Nederlandse huishoudens fotoalbums via internet laten drukken, onder wie ook professionele fotografen.
Maar er zijn meer factoren. Want niet alleen de techniek is een vereiste, er moet ook vraag naar boeken zijn, zegt fotohistoricus Rik Suermondt. En die is er. Fotografie heeft lang gestreefd naar erkenning. In Nederland waren er tot de jaren negentig nog geen echte fotomusea. Nu zijn er vier. Het aantal tentoonstellingen en de aandacht ervoor neemt toe. En sinds Martin Parr in 2004 zijn fotoboekenbijbel publiceerde, met daarin een door hem gemaakte selectie van fotoboeken, is de vraag naar fotoboeken sterk gegroeid. Suermondt wijst naar zijn eigen muur. Je kunt wel een originele print van Johan van der Keuken willen hebben, veel belangrijker is het boek waarin die foto staat, Paris Mortel. Want niet de losse fotos, maar het in scenes opgebouwde beeldverhaal zag Van der Keuken als het artistiek eindproduct. Dat boek heb ik ooit voor een prikkie bij De Slegte gekocht. Nu is het een paar duizend euro waard.
Rob Hornstra vermoedt dat het succes van zijn eerste boek, en dat van een aantal studenten na hem, de trend aanwakkert. Het lijkt een formule voor succes. Zelf is hij inmiddels gevestigd fotograaf, maar hij geeft zijn boeken nog steeds uit in eigen beheer. Ik wil me niet schikken, geen concessies doen. Mijn laatste boek, 101 Billionaires is gedrukt op groot formaat en heeft zestien uitklappaginas. Een uitgever zou gek zijn als-ie zoiets maakt. Zon boek drukken is enorm duur, dan mag je blij zijn als je quitte speelt.
Voor Hornstra is dat geen probleem. Indirect levert het boek hem tenslotte genoeg op. Zo genereert het andere opdrachten. Ik wil precies dat product maken dat ik in mijn hoofd heb. Míjn verhaal vertellen. Een schilder denkt toch ook niet: ik maak mijn werk wel tien centimeter kleiner, dan is het doek wat goedkoper?
Zo redeneerden ook fotografen Thijs groot Wassink en Ruben Lundgren, die als duo opereren onder de naam WassinkLundgren. Ook voor hen is het fotoboek géén verzameling fotos, maar ontwikkelt het zich meer en meer tot een autonoom kunstwerk. In 2006, net na hun studie fotografie, brachten ze anderhalve maand door in Peking en Shanghai. Daar fotografeerden ze nieuwe vrienden, stadslandschappen en billboards. Ze wilden er graag een boek van maken, om iets concreets in handen te hebben bij terugkomst en omdat een boek meteen de goede context geeft aan het werk. Maar ze realiseerden zich ook dat als straks de verbazing en vermoeidheid van het reizen is weggeëbd, en de afstand tot het onderwerp wat groter is, de kwaliteit van het beeld best eens tegen zou kunnen vallen. Ze besloten daarom de selectie achteraf te maken. Het boekje WassinkLundgren is still searching werd in China gedrukt in een oplage van 500 exemplaren. Vervolgens gaven ze het in de maanden na hun thuiskomst gratis weg, maar niet voordat ze er de fotos hadden uitgescheurd die hun op dat moment niet bevielen. De boekjes zijn steeds weer anders en hebben een wisselend aantal paginas (tussen de 1 en 52). Dit conceptuele spel hebben de twee bewust in eigen handen gehouden. Geen enkele uitgever is geïnteresseerd in een boekje dat je gratis weggeeft.
een stap verder. Zij nemen de digitale ontwikkelingen als uitgangspunt voor experiment. Fotograaf Wil van Iersel maakte via blurb.com 52 verschillende boeken in een jaar. In een kelder vlak achter de Amsterdamse Oudezijds Achterburgwal heeft hij een deel van bijna één meter boeken uitgestald op tafel. Hij bladert door een bundeltje over de Amsterdamse Zuidas, daarnaast ligt een boekje met een serie portretten van een inburgeringsceremonie, een wielerrace in Noord-Brabant en een doopfeest in Italië. Ik wilde onderzoeken of het mogelijk is om iedere week een boek te maken. Hoe gaan die boeken zich tot elkaar verhouden? En wanneer is iets eigenlijk een fotoboek?
Van Iersel heeft inmiddels drie sets à 5.000 euro verkocht, aan twee verzamelaars en aan het Nederlands Fotomuseum. Hij werkt volgens het print-on-demand-principe. Zodra er een bestelling binnenkomt, geeft hij via de website opdracht de boeken te drukken. Van Iersel noemt het verrassend hoe constant de kwaliteit is. Soms zit er plots een streepjescode op een andere plek. Of wordt er van omslagpapier gewisseld. Die veranderingen vind ik niet erg. Wel charmant eigenlijk. Ik laat graag wat aan het toeval over.
In zijn volgende project Every room a book wil hij de mogelijkheden van online drukken verder onderzoeken. Als het hem tenminste lukt de financiering rond te krijgen. Van Iersel: De maand september wil ik doorbrengen in het Amsterdamse Lloyd Hotel. In 25 hotelkamers laat ik een camera achter. De gasten nodig ik uit hun verblijf in de kamer vast te leggen. Na een maand maak ik voor iedere kamer een boek.
Net als Wil van Iersel zag ook Niels Stomps de kans om met het medium fotoboek te experimenteren. Blurb.com biedt hem de mogelijkheid iets te maken dat tot een aantal jaar geleden nauwelijks te realiseren was. Aan zijn boek Forrest Night voegt hij namelijk steeds nieuwe beelden toe. Iedere druk is anders. Ik wil unieke stukken maken. Zoiets is veel te duur voor een uitgever. Maar mij kost het tussen de 20 en 50 euro. Bovendien is het fijn een project te hebben dat niet ophoudt. Dit boekje is nooit klaar.
Natuurlijk zijn er nadelen. De sites zijn ontworpen met het oog op particulieren. Er is sprake van een zekere vormdwang. Niels Stomps: Je werkt toch in een trouw- of vakantiefotoboekstramien. Eenvormigheid dreigt, want de keuze van het formaat is beperkt en een foto afdrukken aan de binnenzijde van de kaft is bijvoorbeeld vooralsnog niet mogelijk. Stomps bekijkt het positief: Het maakt je creatief.
en hoe verkoop je het dan? Want zonder uitgever moet een fotograaf zelf de distributie regelen. Rob Hornstra noemt internet ook in dat opzicht cruciaal. Hij verkoopt het meeste werk via zijn eigen site. Of je boek nu in een speciaalzaak in Groningen ligt of te koop is op internet. De verzamelaar vindt je wel.
Maar, erkent hij, zonder startkapitaal heb je daar niets aan. Want het drukken van de 250 exemplaren van zijn eerste boek Communism & Cowgirls kostte hem ruim 7.000 euro. Hornstra bedacht daarom een intekenlijst. Met een flinke dosis enthousiasme liet ik honderd mensen op voorhand mijn boek betalen. De afspraak was dat de kopers achterin het boek een vermelding kregen. Zo werden mijn ouders, docenten en studievrienden mijn subsidieverstrekkers. Vervolgens liet hij de exemplaren in Slovenië drukken. De resterende 150 exemplaren waren binnen enkele maanden uitverkocht.
Communism & Cowgirls is inmiddels een collectors item geworden. Een van de kopers van het eerste uur zat onlangs nogal krap. Een scheiding. Een verhuizing. Ik raadde hem aan op marktplaats te kijken en niet onder de driehonderd euro te gaan zitten. Hij heeft mijn boek voor een flink bedrag doorverkocht, vertelt Hornstra. Wie zegt dat een fotoboek niet rendabel is?
Info: De boeken van Wil van Iersel zijn digitaal te bekijken via de website van het Nederlands Fotomuseum: nederlandsfotomuseum.nl, werk van Michael Anhalt is te zien en te koop via www.weyong.com. Werk van de andere besproken fotografen is te zien via robhornstra.nl, nielsstomps.nl en wassinklundgren.com
Foto-onderschrift: Het uitscheurbare fotoboek WassinkLundgren is still searching, eigen beheer, 2005 Apathie - Erfurt/XI 1155/1982 van Michael Anhalt, geprint bij blurb.com in 2008 Communism & Cowgirls van Rob Hornstra, in 2004 in eigen beheer uitgegeven Kaft van WassinkLundgren is still searching
Trefwoord: trends; Boeken; Fotografie
Op dit artikel rust auteursrecht van NRC Handelsblad BV, respectievelijk van de oorspronkelijke auteur.