Inhoudelijk verslag van de CV•Koers-studiereis naar Redeemer (New York) en Willow Creek (Chicago)
Laagdrempelige diensten of spirituele gemeentestichting?
Zijn laagdrempelige diensten nog wel een goede manier om buitenkerkelijken te bereiken? Of is de tijd rijp voor een andere benadering? Lees het verslag van de CV•Koers-studiereis naar Amerika.
Door Ronald Westerbeek
Zijn moderne, laagdrempelige diensten nog wel een goede manier om buitenkerkelijken te bereiken met het Evangelie? Of voelen nieuwe postchristelijke generaties zich juist aangesproken door meer spirituele bijeenkomsten, waarin aanbidding, gemeenschap en diepgravende prediking belangrijk zijn? Met die vragen ging hoofdredacteur Ronald Westerbeek mee met de CV•Koers-studiereis naar Redeemer en Willow Creek (oktober 2006). Hier doet hij inhoudelijk verslag van die reis.De gedachte bij laagdrempelige diensten voor buitenkerkelijken is doorgaans dat ze niet al te kerkelijk moeten zijn, niet al te spiritueel en niet te sterk gericht op gemeenschap, omdat dit buitenkerkelijke zoekers zou afschrikken. En dus is de setting liever niet een kerk (maar een meer neutrale ruimte, zoals een school), wordt er niet te veel gezongen (en zeker geen lofprijs en aanbidding), zijn er nauwelijks liturgische elementen (die zijn maar ouderwets), wordt er geen avondmaal gevierd (te incrowd) en is het bewust mogelijk om tamelijk anoniem de bijeenkomsten te bezoeken (geen gemeenschap opdringen). De prediking is vaak praktisch en thematisch en is niet al te confronterend-appellerend, eerder nodigend-informatief. Dat met deze benadering – die ook Willow Creek uitdraagt – veel buitenkerkelijke mensen zijn bereikt en nog steeds worden bereikt, is duidelijk.
Toch groeide bij mij het vermoeden dat er ook doelgroepen zijn die met deze laagdrempelige benadering niet worden bereikt. Denk aan allochtonen van bijvoorbeeld Afrikaanse afkomst, maar ook een deel van de autochtone dertigers en zeker ook de jongere, postchristelijke generaties. Worden deze doelgroepen juist niet gekenmerkt door een behoefte aan spirituele beleving en spirituele vormen, aan kleinschalige gemeenschappen en authentieke, heldere boodschappen die best radicaal en appellerend mogen zijn? Denk aan delen van de jongerencultuur sinds halverwege de jaren negentig (dat zijn inmiddels dertigers) die zich spiritueler en idealistischer uiten, minder individualistisch en meer in communities.
Of dacht ik dit waar te nemen, omdat mijn eígen voorkeur uitgaat naar diensten waarin aanbidding een grotere rol speelt en een gemeenteleven waarin binnen kleine groepen een hechte gemeenschap ontstaat? Behoefte aan een gemeente die bij mij past, is geen goede motivatie voor missionaire diensten – dus ik was kritisch over mijn motieven en observaties.
Met deze vragen ging ik de CV•Koers-studiereis in naar New York (Redeemer Presbyterian Church en Times Square Church) en Chicago (de Acts 2-conferentie van Willow Creek). Het onderstaande inhoudelijke verslag focust op deze aspecten. Ik werk het chronologisch uit, om zo iets mee te geven van mijn denkproces.
Diensten Redeemer en Times Square Church
Het contrast tussen de drie kerkdiensten die we de eerste zondag bezochten in New York, is groot. Alle drie de diensten zijn missionair bedoeld en bereiken ook daadwerkelijk veel buitenkerkelijken.
• De eerste dienst was de klassieke Redeemer-dienst in Hunter College. Een doelgroepgerichte dienst, maar niet ‘laagdrempelig’ in de betekenis die ik hierboven hanteerde. Het is een tamelijk klassiek-kerkelijke dienst, met een traditionele liturgie. De preek apologetisch, vrij redenerend, rationeel. De dienst sluit aan bij hoger opgeleide, intellectuele, werkende, blanke en Aziatische doelgroepen.
• De tweede dienst was de dienst van de Times Square Church, gesticht door David Wilkerson om de zwarte getto’s destijds te bereiken. Kenmerkend voor de gemeente is de interracialiteit – ruwweg 80 procent Afro-Amerikaans en Latino, 20 procent blank. De dienst voldoet in vrijwel niets aan de definities van ‘laagdrempelige dienst’: de nadruk ligt op intense en uitbundige aanbidding, er is sprake van een sterke gemeenschap en de prediking is gericht op het leven met Christus en het vervuld zijn met de Heilige Geest. Toch bereikt deze gemeente veel buitenkerkelijken, zowel Afro-Amerikanen en Latino’s als blanken, en worden er dochtergemeenten gesticht. Kennelijk zijn er doelgroepen die zich juist aangetrokken voelen door een spirituele gemeenschap als de Times Square Church.
• De derde dienst was de jazzdienst van Redeemer, ’s avonds, in de First Baptist Church. De dienst is in grote lijnen hetzelfde als de klassieke dienst in Hunter College, maar dan gericht op een jongere doelgroep (twintigers, dertigers), overwegend studenten. Ook deze dienst is vrij kerkelijk en liturgisch, maar wat meer casual qua sfeer en met meer eigentijdse kerkliederen.
De diensten van Redeemer zijn duidelijk veel kerkelijker en liturgischer dan de ‘zoekersdiensten’ zoals onder meer Willow Creek ze definieert. Maar eigenlijk zijn ze vrij klassiek-gereformeerd, niet bijzonder gericht op de geloofsbeleving en evenmin op de eigentijdse, postmoderne, creatieve cultuur. Ze sluiten goed aan bij de specifieke doelgroepen die Redeemer kiest, maar laten andere buiten beschouwing.
De diensten van Times Square zijn natuurlijk wel op de geloofsbeleving en gemeenschap gericht, maar in de stijl van de oudere (zwarte) evangelische beweging. Ze sluiten daarmee toch evenmin aan op de meer eigentijdse cultuur.
Tom Jennings, hoofd Muziek en Drama (Redeemer)
Het gesprek dat we hadden met Tom Jennings, hoofd Muziek en Drama bij Redeemer, leverde enkele leerpunten op die aan dit dilemma raken.
• De stijl van je dienst en de muziek moet uiteraard aansluiten bij je doelgroep, maar moet vooral ook de juiste context creëren voor wat je wilt communiceren. Dat betekent dus dat je in een volksbuurt géén Frans-Bauerstijl hoeft te hanteren, je stijl moet immers passen bij wat je wilt overbrengen. Voor Redeemer betekent dit een klassieke stijl, op het niveau van concertmusici, die past bij een intellectuele benadering. Deze visie van Jennings laat ruimte voor diensten waar evangelische lofprijs en aanbidding de sfeer bepaalt (Times Square zal zeggen: ‘Wij kiezen voor black gospel, omdat dit mensen in de aanwezigheid van God brengt, en dat is de juiste context voor wat wíj willen overbrengen’).
• Richt je als gemeente op musici en kunstenaars. Je kunt je muziekteam samenstellen uit amateuristische gemeenteleden, of professionele musici inhuren van buiten de gemeente, maar aan beide opties kleven grote bezwaren (of het niveau doet afbreuk aan je diensten, of het muziekteam staat los van de geestelijke gemeenschap). Ideaal is als professionele musici en kunstenaars deel uitmaken van je gemeente. Biedt dus ruimte aan creativiteit en kunst.
• Wees consequent in je stijl en je sfeer. Mensen willen weten waar ze aan toe zijn. Kies een stijl en hou je daaraan. Ontwikkel en verbeter die. Laat je niet leiden door de persoonlijke voorkeuren van gemeenteleden, maar wees trouw aan de stijl die past bij wat je wilt communiceren in je diensten. Wat is je visie, je missie, de inhoud van je boodschap – dat moet je stijl bepalen; dit verlangen zou in de harten van alle betrokkenen moeten landen.
Mark Reynolds, directeur van het Church Planting Center van Redeemer
Een aantal punten die Mark Reynolds naar voren bracht, vond ik bijzonder inzichtgevend en ook rustgevend (spannende vragen als: ‘Waarom gemeentestichting als er al zoveel kerken zijn in je stad?’ of: ‘Welke methode of benadering is nu de juiste?’ benaderde hij uitermate ontspannen). Zat ik zelf nog vooral aan laagdrempelige diensten te denken, Reynolds zette me meer op het spoor van gemeentestichting.
• Waarom gemeentestichting?
- De apostel Paulus hanteerde veel verschillende evangelisatiebenaderingen (via synagogen, op de markt, persoonlijke contacten), maar altijd liep het uit op het stichten van een gemeente. Het vormen van een nieuwe gemeenschap.
- Bestaande kerken hebben de neiging te institutionaliseren, soms te verstarren, gericht te raken op de eigen leden en de eigen gegroeide kerkcultuur en zijn niet meer in staat buitenstaanders te bereiken. Natuurlijk moet je proberen zulke gemeente te revitaliseren, maar dat is een moeizaam proces. Als je prioriteit ligt bij ‘hen die buiten zijn’, dan is het beter nieuwe gemeenschappen te stichten, die van nature op ‘buiten’ zijn gericht (uit praktijkonderzoek blijkt dat in een nieuw gestichte gemeente jaarlijks gemiddeld één bekeerling is per 20 leden, in een bestaande gemeente is dit één bekeerling per 160-200 leden).
- Bovendien: vaak zijn nieuwe gemeentestichtingen een uitstekende manier om de bestaande gemeenten te revitaliseren! Door kruisbestuiving, nieuwe input van mensen en ideeën, voorbeeldfunctie, etc. Gemeentestichting vanuit een bestaande gemeente kan zo uiterst dienstbaar zijn aan de gemeenteopbouw in de moedergemeente. De moedergemeente geeft op haar beurt stabiliteit aan de nieuwe gemeenten.
- Nieuwe gemeenten zijn vrij om nieuwe dingen te proberen voor nieuwe doelgroepen, je hoeft geen rekening te houden met de bestaande kerkleden en de bestaande gemeentecultuur.
- Veel mensen kennen het christendom, maar niet het Evangelie. Ze zijn negatief over christendom en de subcultuur van de kerken en willen daar niet bij horen. Maar het Evangelie kennen ze niet...
- Er is niet één methode die werkt: er is een veelvoud aan doelgroepen, en dus aan benaderingen en stijlen. Pin je niet vast op één ding, maar geef ruimte aan vele initiatieven voor vele doelgroepen.
- Te véél kerken zijn er nooit als je iedereen in je stad wilt bereiken. Al zouden er twintig bijbelgetrouwe kerken zijn in je stad, er wonen misschien wel 130.000 mensen die Christus niet kennen...
De A2 Conferentie – innovating with Acts 2 Thinking
De Acts 2 (Handelingen 2-)conferentie van Willow Creek wil gemeenten toerusten om blijvend te vernieuwen, om blijvend buitenkerkelijken te bereiken met het Evangelie van Jezus Christus. Op de conferentie delen gemeentestichters en missionair werkers uit allerlei denominaties hun inzichten en praktijkervaringen, die vervolgens kritisch gewogen en besproken worden in een forumdiscussie met collega-deskundigen en vragen uit de zaal (via mail en sms).
Bill Hybels (senior voorganger van Willow Creek), introductie
• Kerken versterken elkaar in samenwerking. We brengen allemaal weer andere leerpunten in.
• Verscheidenheid en veelkleurigheid is niet erg, het hóórt zelfs bij de kerk: de een is hand, de ander voet, en samen vormen we het lichaam van Christus.
• Denk niet alleen in termen van je eigen lokale kerk, maar vanuit de visie op het hele lichaam van Christus, wereldwijd.
• Sta open voor ‘tweede bekeringen’ in je leven: nieuwe inzichten die God je geeft in je leven met Hem en die mogelijk betekenen dat je je missionaire werk op een nieuwe manier gaat benaderen. Verwacht in zo’n geval tegenwerking van je geloofsgenoten, maar getuig en houdt vol.
• Wijd je leven en je gemeente aan de verbreiding van het Koninkrijk. Maak dat niet ondergeschikt aan andere doelen.
• Bouw een volwaardige kerk. Niet alleen maar diensten, of alleen maar worship of alleen prediking of alleen sociale betrokkenheid. De kerk is geroepen tot een synergie van al deze aspecten.
• Kopieer geen succesformules voor je kerk. Ga je leerweg met God, laat je telkens opnieuw ‘bekeren’. Gemeentegroei begint altijd met gebrokenheid van hart: God raakt harten van leiders.
Craig Groeschel (voorganger van LifeChurch.tv, Oklahoma): Durf ‘out of the box’ te denken
Naast al het andere dat Craig Groeschel deelde, bleef vooral dit bij mij haken: ‘What if...’
What if... we de kerk niet zouden zien als gebouw, maar als plaats waar mensen de genade van God kunnen proeven?
What if... we de kerk niet zouden zien als club van gelijkgezinden, maar ambassadeurs van Gods Koninkrijk?
What if... we niet wilden dat de kerk in onze behoeften zou voorzien, maar in de behoeften van ‘hen die buiten zijn’?
> Wat is jouw ‘what if-vraag’? Durf jezelf en je gemeente spannende vragen te stellen. Durf ‘out of the box’ te denken, buiten de bekende paden. Durf nieuwe mogelijkheden te zien die God misschien wil geven.
Matthew Barnett (voorganger van The Los Angeles Dream Center): Zoek het Koninkrijk
• Zoek geen ‘succes’ voor je kerk, maar zoek de vrede voor de stad.
• Wees niet bang voor je eigen belangen, maar zoek eerst het Koninkrijk van God.
• Verwacht niet dat mensen naar jouw kerk komen, maar zoek mensen op in hun situatie – met de liefde van Christus.
• ‘Adopt-a-block’: diaconaal project waarbij gemeenteleden zich langdurig committen aan een aantal straten in een wijk, dat moeilijk te realiseren is voor een jonge gemeenstestichting, maar juist weer goed aansluit bij de mogelijkheden van bestaande wijkkerken.
Dr. David Ireland (senior voorganger van Christ Church, Montclair): Principes voor multiraciale gemeenten
Dr. Ireland ging diepgravend in op tal van aspecten van multiraciale gemeenten, maar ik beperk me hier tot de principes die hij resumerend noemde:
• De voorganger en de leiding van de gemeente geven het voorbeeld in interracialiteit.
• Worship neemt een belangrijke plaats in. Echte aanbidding plaatst je in verhouding tot God en is levensveranderend. Aanbidding werkt zo eenheid en gemeenschap uit, ongeacht welke verschillen tussen mensen dan ook.
• Gemeenschap is cruciaal. Geborgenheid in de gemeente, er echt bij horen.
• De aanwezigheid van God. Het besef van de tegenwoordigheid van God in de diensten en in de gemeente, is cruciaal. In de aanwezigheid van God veranderen harten en is gemeenschap mogelijk, over etnische en culturele grenzen heen, met God en met elkaar.
> De principes voor multiraciale gemeenten lijken aan te sluiten op mijn vooronderstellingen voor diensten voor een nieuwe generatie van spirituele zoekers.
Gene Appel (opvolger van Bill Hybels als leider van de Willow Creek-gemeente): Nieuwe inzichten bij Willow Creek
Uit ervaring blijkt dat de levensduur van een missionaire gemeente zo’n 30 jaar bedraagt. D.w.z.: na 30 jaar is de groei eruit. Tenzij de gemeente in staat is tot wezenlijke vernieuwing.
Ook Willow Creek loopt hier tegenaan. Ook blijkt dat de cultuur en dus ook de ‘zoekers’ veranderen. Dat noopt tot wezenlijke verandering van de strategieën en benaderingen van Willow Creek. Het pleit voor Willow dat ze de durf en de bereidheid tot kritische zelfreflectie hebben om dit aan te gaan.
Uit kritisch onderzoek door Willow komt het volgende naar voren:
• Willow Creek bereikt de jongere generaties steeds minder. Was de gemiddelde leeftijd van de bezoekers in 1996 nog 38, in 2006 is dat 48.
• De samenstelling van de bevolking is multicultureler en gedifferentieerder geworden. De Willow-benadering werkt vooral goed onder de blanke middenklasse van babyboomers, niet of nauwelijks onder allochtonen, jongeren of lagere inkomensgroepen.
• De ‘zoekers’ veranderen in hun behoeften:
- Wat tot dusver goed bij hen (babyboomers) aansloot, waren bijeenkomsten die je anoniem en vrijblijvend kon bezoeken, en prediking die informatief was en op het hoofd (ratio) gericht.
- Zoekers (jongere generaties vooral) zoeken tegenwoordig juist gemeenschap en ontmoeting met anderen, spiritualiteit en beleving, en prediking die niet alleen op het hoofd maar ook op het hart is gericht.
• Mensen kennen hun buren en buurtgenoten steeds minder goed. Daarom is er een groeiende behoefte aan gemeenschappen, ook in de eigen woonomgeving. Onderlinge zorg gaat niet meer vanzelf: er moet geïnvesteerd worden in structuren die dit faciliteren.
• Er groeit meer sociale bewogenheid onder mensen: mensen willen zich sociaal inzetten voor elkaar, bijvoorbeeld door praktische, diaconale hulp.
• Activisme leidt niet tot geloofsgroei. De gedachte bij Willow was: als gemeenteleden maar actief betrokken zijn bij gemeenteactiviteiten, dan volgt geestelijke groei (gedefinieerd als: liefde voor God en voor mensen) vanzelf. Uit de Spiritual Growth Survey 2004 bleek dit niet het geval. Grotere betrokkenheid bij activiteiten leidde niet tot geloofsgroei.
• Nieuwe leden dreigen af te haken. De gedachte bij Willow was: nieuwe leden zijn het meest gedreven en brengen elan in de gemeente. Uit hetzelfde onderzoek bleek dat juist nieuwe leden dreigden af te haken. Ze voelden zich minder thuis bij Willow en stonden bovendien nog niet stevig in hun geloofsschoenen.
• Het leiderschap van de gemeente is overbelast. Een te kleine groep van leiders probeert te veel te doen, en doet daarmee de gemeente tekort.
Willow Creek begint nog maar net aan het veranderingsproces dat noodzakelijk is om hierop in te spelen. Maar een aantal opvallende richtingen waarin dit proces gaat, is al wel duidelijk:
• Samenvoegen van ledendiensten en zoekersdiensten. Immers, leden moeten meer appellerend worden aangesproken en zoekers moeten meer diepgang meekrijgen in de prediking. Ofwel: minder onderscheid maken tussen leden en zoekers.
• Meer aandacht in de diensten voor spiritualiteit en participatie. Ook meer openheid om nieuwe dingen uit te proberen.
• Weekend experiences: samenkomsten waar mensen God ontmoeten en zijn levensveranderende kracht ervaren.
• Meer bijbelstudie.
• Integratie van culturen en generaties. O.m. door gebruik van meer talen in de diensten, veelkeurig leiderschap, inzet jongere generaties.
• Investeren in wijkgroepen.
• Investeren in diaconaal buurtwerk.
> De bevindingen van Willow Creek bevestigen dat de traditionele zoekersdiensten vooral goed aansluiten bij de generatie van (blanke) babyboomers. Ze bevestigen ook dat andere groepen zoekers in opkomst zijn (huidige 18-35 jaar, plus: etnisch meer divers), die juist wél te bereiken zijn met diensten die sterk spiritueel zijn (worship), nadruk leggen op gemeenschap (groeigroepen) en waar de verkondiging diepgravender en radicaler is.
John Burke (voorganger van Gateway Church, Austin) : Postchristelijke generaties bereiken
John Burke (auteur van No Perfect People Allowed, als voorganger werkzaam onder jongeren en jongvolwassenen) veronderstelde dat het in de bediening in een postmoderne generatie zou draaien om waarheid en relavititeit – de filosofische benadering van het postmodernisme. In werkelijkheid bleek het te gaan om de gebrokenheid en verwarring in levens.
De postmoderne generatie wordt gekenmerkt door :
• Gebrokenheid en verwarring in persoonlijke levens, hunkering naar heling.
• Enorme spirituele honger, maar aversie tegen de institutionele kerk.
• Diepe behoefte aan geborgenheid, bij een gemeenschap horen, geaccepteerd worden, en tegelijk: ruimte voor eigenheid.
• Bewustzijn van ‘een hogere macht’, ‘god’, maar geen affiniteit met de bijbelse God en Jezus.
Drie kernwaarden voor de bediening binnen deze generatie:
• Authenticiteit (geen holle vormen, maar echtheid, eerlijkheid, oorspronkelijkheid).
• Intimiteit en geborgenheid.
• Spiritualiteit.
Deze generatie verlangt ernaar geaccepteerd te worden, geborgen te zijn, genade te ervaren, heling te ontvangen.
Hoe creëer je een cultuur waarin er gesprekken kunnen ontstaan over de diepere vragen en waarin mensen tot groei kunnen komen?
I. Creëer een cultuur waarin genade en acceptatie ervaren mag worden (‘grace giving acceptance’).
Come As You Are-cultuur, kom zoals je bent. Het imago van christenen (zoals dat leeft binnen de postchristelijke generatie) is dat ze veroordelende, intolerante, hypocriete en betweterige mensen zijn, moraalridders. In plaats van: liefdevol, bewogen, vol genade. Mensen voelen zich sowieso snel veroordeeld. Laat zoekers Gods genade ervaren: ‘Er is geen veroordeling voor wie in Christus is.’ Je hoeft je niet beter voor te doen dan je bent om geaccepteerd te worden door Christus. No perfect people allowed: we zijn allemaal gemankeerd, allemaal hebben we genade nodig. God wil heling geven. Je bent Gods meesterwerk, dat Hij wil herstellen in zijn liefde.
II. Creëer een cultuur van dialoog.
- Een cultuur waarin mensen open met vragen en moeiten kunnen komen, mogen worstelen en twijfelen. Geef mensen alle tijd op hun spirituele zoektocht, forceer niemand in geloofskeuzes maar vertrouw op de Heilige Geest.
- Vorm kleine groeigroepen, waar mensen de kracht van Gods genade mogen ervaren.
- Wees als leiders eerlijk over je eigen geloofsleven, je moeiten en tekortkomingen.
- Geef mensen 1 of 2 ‘running partners’, buddy’s, met wie ze close kunnen zijn. Gebedstrio’s.
III. Creëer een cultuur van groei.
- Kom zoals je bent (gebroken, geschonden), maar blijf niet zo.
- Forceer niemand in geloofsgroei, alleen God geeft groei, maar houdt mensen dat wel telkens voor, dat bij God verandering mogelijk is. Wij zaaien en geven water, maar God geeft de groei.
- Kernbegrippen: worship, groeigroepen, intimiteit, heling, de levensveranderende kracht van genade.
Afsluiting: McManus en Hybels
De afsluitende lezingen van Erwin McManus en Bill Hybels hebben niet direct betrekking op de stijl van zoekersdiensten/gemeentestichtingen, maar ik geef toch kort de kernpunten weer, vanwege de heilige urgentie van hun woorden.
Erwin McManus (voorganger van Mosaic, Los Angeles): de olifant in de kamer
• Te veel hangen kerken nog aan het verleden, terwijl we zijn aanbeland in een postchristelijke tijd en onze missionaire roeping sterker op ons af komt dan ooit. Zijn onze tradities belangrijker dan de mensen om ons heen die Christus niet kennen als hun Verlosser en Heer? We moet wakker worden en de realiteit onder ogen zien. Get in touch with reality! Er staat een olifant in de kamer en we zíen ‘m niet!
• Alle ‘innovaties’ die besproken werden op de conferentie zijn helemaal niet zo vernieuwend. Het zijn kenmerken die hóren bij de gemeente van Christus: come as you are, kracht van genade.
• De barrières om werkelijk zó gemeente te zijn, zijn puur menselijk: onze terughoudendheid, onze verkeerde focus, ons kleingeloof.
• Het werkelijke punt, het enige dat werkelijk hoeft te veranderen, is: we moeten meer van mensen gaan houden omdat God van hen houdt.
• Onze vragen zijn ingewikkeld, maar de antwoorden zijn eenvoudig: liefde en bewogenheid.
• Wat zijn kenmerken van de ware kerk? Immoraliteit en ketterij. Want als die niet voorkomen in je gemeente, dan heb je geen ongelovigen in je kerk. Dan is je kerk dood. Durf in de modder te staan.
• Durf risico’s te nemen. Vertrouw op God.
Bill Hybels: luister naar God
• Neem stille tijd. Neem stille tijd. Neem stille tijd. Begin nergens aan zonder God. Zoek Hem in de stilte. Zoek Hem. Luister naar Hem. Elke dag weer. Weet je afhankelijk van zijn leiding. God geeft je geen blauwdruk voor de komende zeven jaar, Hij wil je erdoorheen praten. ,,There is no going anywhere, unless God is talking you through it.’’
• De fear-factor. We zijn vaak te bang. Vonken die God in ons hart legt, laten we doven voordat het een vuur kan worden. We zien leeuwen en beren en schrikken ervoor terug om te lijden voor de gemeente. Ga gewoon die stappen zetten. Vertrouw op God. God zal voorzien. Blijf lopen, ook al zie je geen uitkomst: God geeft wat nodig is doorgaans niet van tevoren, maar gaandeweg (denk aan de priesters die met de ark de Jordaan in moesten; of de dienaren die met bekers water naar de wijnproever in Kana moesten, of de melaatsen die nog ziek naar de priester werden gestuurd door Jezus. Vertrouw op God).
• Geef niet op. Gods genade is niet eindig, Hij is trouw. Christus geeft zijn gemeente niet op, God geeft de wereld niet op, zouden wij dan opgeven? Hybels: ,,I am resolute in my optimism about the church – because Christ is’’.
Dit artikel is verschenen in CV·Koers november 2006
Bron: © 2005 CV·Koers (www.cvkoers.nl)