De Heilige Geest
De
Heilige Geest? Wie is dat eigenlijk? Hoe word je vervuld? En hoe komt
het dat we de Heilige Geest vaak nauwelijks ervaren?
Prof.dr.
Willem J. Ouweneel beantwoordt vanuit de Bijbel 20 'basisvragen' over
de Heilige Geest.
(een uittreksel en verwerking hiervan)
1.
Wie of wat is en doet de Heilige Geest?
De Heilige Geest is de
Geest van God, onderscheiden van God de Vader en God de Zoon (bijv.
Matt. 28:19). De drie Goddelijke Personen: Vader,
Zoon en Geest, zijn één God. De Geest is God (Hand 5).
De Geest ondersteunt, bemoedigt, troost, onderwijst, getuigt,
overtuigt, beoordeelt, bidt (Mark.
1:12; Luk. 4:1,14; Joh. 14: 16,26; 15:26; 16:7v.,13; Hand. 15:28;
Rom. 8:16,27; 1 Joh. 5:6). Als Persoon kan Hij
bedroefd worden (Jes.
63:10; Ef. 4:30), als kracht kan Hij uitgedoofd
worden (1 Tess. 5:19),
Hij doorzoekt de diepe dingen van God
(1 Kor. 2:10v.), Hij zendt dienstknechten van God
uit (Jes. 48:16; Hand.
13:2), enz. enz.
2. Waarin verschilt de
taak van de Heilige Geest van die van God de Vader en God de
Zoon?
Alle dingen die God doet, zijn uit de Vader, door de
Zoon, in de kracht van de Heilige Geest. In alle werken van God zijn
alle drie de Goddelijke Personen betrokken, maar zoals de Vader
voorop staat bij het scheppingswerk en de Zoon bij het
verlossingswerk, zo staat de Geest voorop bij het werk in de mens: de
Geest wederbaart, maakt levend, vernieuwt, rechtvaardigt, heiligt
(Joh. 3:5; 1 Kor. 15:45; 2
Kor. 3:6; Tit. 3:5; 1 Tim. 3:16; Rom. 15:16; 1 Kor. 6:11; 2 Tess.
2:13; 1 Petr. 1:2).
3. Hoe weet je of
de Heilige Geest in je woont?
Dat weet je op grond van de
Bijbel: elke ware gelovige heeft de Geest inwonend (Ef.
1:13; Rom. 8:9; 1 Kor. 6:19; 2 Kor. 1:21v.); maar
als het goed is, weet je het ook door ervaring (zie
bijv. Rom. 8:5v.,13-16,23,26 en onder).
4.
Hoe weet je of je vervuld bent met de Heilige Geest?
Dat weet
je door de gevolgen van de vervulling met de Geest:
(a) Je ervaart
de kracht van de Geest op bijzondere wijze in de dienst van God; zie
Johannes de doper en Saulus (Luk.
1:15; Hand. 9:17).
(b) Je gaat God grootmaken
(Hand. 2:4,11; 10:46;
13:52; 19:6). In Ef. 5:18-20 (SV) staat: ‘wordt
vervuld met de Geest, sprekende onder elkander met psalmen...,
zingende en psalmende de Here in uw hart; dankende te allen tijd...’
Uit Hand. 2:13 blijkt dat het aanbiddend vervuld zijn met de Geest de
indruk kan wekken van dronkenschap, dus van een extatische ervaring
(vgl. 1 Sam. 1:12-14 en
Ef. 5:18). Het doet denken aan de zinsverrukking
van Johannes (Openb. 1:10;
4:2). Sommigen die ook vandaag vervuld worden met
de Heilige Geest, vertonen eendere verschijnselen: euforie, zich
‘zwaar’ voelen, vallen, waggelend lopen, met dubbele tong
praten, iets als warmte of elektriciteit voelen, enz. (Op dit terrein
is er trouwens ook veel namaak!)
(c) Je kunt gaan profeteren,
zoals Elizabeth, Zacharias en Paulus deden (Luk.
1:41,67; Hand. 13:9-11); zie vraag 19.
(d) Je
ontvangt de kracht om naar ongelovigen je getuigenis te geven (Hand.
4:8,31; vgl. Mark. 13:11).
5. Is deze
vervulling hetzelfde als wat soms de ‘doop in de Heilige Geest’
wordt genoemd?
Nee, want de vervulling met de Geest kan vele
malen gebeuren; zo bijv. Paulus (Hand.
9:17; 13:9) en Petrus (2:4; 4:8,31). Maar de doop
in de Geest gebeurt net als de waterdoop maar één keer:
door de Geestesdoop word je immers bij het lichaam van Christus
ingelijfd, en dat is eenmalig (1
Kor. 12:13; vgl. Hand. 1:5; 11:16v.). Wel zijn er
gelovigen die, bijv. wanneer hun de handen worden opgelegd, een
bijzondere vervulling met de Geest ervaren en dat de ‘doop’
in de Geest noemen.
6. Wat kunnen oorzaken zijn als je de
Heilige Geest nauwelijks ervaart in je leven?
(a)
Onwetendheid: te veel gelovigen hebben te weinig inzicht in de
praktische kracht en beleving van de inwonende Geest. Voorzover zij
al over de Geest horen, is dat hoofdzakelijk de Geest die wederbaart;
maar het werk van de Geest die de dode levend maakt, is wat anders
dan het werk van de Geest in de levendgemaakte mens om hem kracht te
geven, hem te leiden, te heiligen enz. Onwetende gelovigen hebben
onderwijs nodig.
(b) Onwil: sommige gelovigen verkiezen helaas een
leven in het vlees boven de Geest (vgl.
Gal. 5:16-26). De belangrijkste belemmeringen in
het leven van zulke christenen zijn [1] onbeleden zonden, [2]
bindingen in bepaalde zonden die men vaak belijdt, maar waarvan men
niet bevrijd wordt, [3] bindingen met zondige (bijv. occulte) dingen,
[4] een niet genezende wrok, bitterheid, over wat anderen je hebben
aangedaan. Zulke gelovigen hebben vergeving en bevrijding nodig.
Vervolgens moeten zij zich voeden met het Woord, intens bidden en
vooral veel verkeren op plaatsen waar de Geest krachtig werkt, zoals
onder een Geestvervulde prediking en/of in een Geestvervulde
gemeente.
7. Wat gebeurt er als je de Heilige Geest
bedroeft?
De Geest wordt bedroefd als wij handelen in strijd
met Zijn wezen, bijvoorbeeld door leugen, diefstal, liederlijke taal,
bitterheid, gramschap, toorn, gevloek, kwaadaardigheid (Ef.
4:25-31). Kortom: al het verkeerde dat wij ‘in
het lichaam’ doen (2
Kor. 5:10) — dat lichaam is immers een
tempel van de Heilige Geest (1
Kor. 6:19)!
8. Kan de Heilige Geest ook
weer bij je weggaan?
In het Oude Testament wel (wat zou Ps.
51:13 anders voor zin hebben?), maar sinds Hand. 2 woont de Geest
volgens Joh. 14:16 permanent in alle ware gelovigen. Iets anders is
dat schijngelovigen voor een tijd ‘deel’ kunnen hebben
aan de Heilige Geest (Hebr.
6:4), d.w.z. zich op het terrein van de
werkzaamheid van de Geest bevinden, en dan weer afvallen. Ook kan,
als de Geest in de gelovige bedroefd (Ef.
4:30) of uitgedoofd wordt (1
Tess. 5:19), er van het vuur van de Geest soms
maar een ‘vonk onder de as’ overblijven.
9. Wat
is de ‘zonde tegen de Heilige Geest’?
Eigenlijk is
elke zonde mede een zonde tegen de Heilige Geest, want de Geest is
God. Wat men met de uitdrukking bedoelt, is de lastering van de Geest
(Matt. 12:31v.),
dus bewust kwaadspreken van de Geest, bijv. door Hem een demon te
noemen. Dit is een daad van doelbewuste rebellie tegen God, die bij
een ware gelovige ondenkbaar is. Juist de gelovige die zich er zorgen
over maakt de Geest gelasterd te hebben, geeft daarmee een aanwijzing
deze zonde niet begaan te hebben — want de echte rebel máákt
zich daar geen zorgen over. Gelovigen wijs te maken dat zij de zonde
tegen de Geest begaan hebben, is niets anders dan een list van
Satan.
10. Wat is het verschil tussen de vrucht en de gaven
van de Geest?
Bij de negenvoudige ‘vrucht van de Geest’
gaat het om ‘liefde, blijdschap, vrede’, enz. (Gal.
5:22), dus de Geestgewerkte gezindheid van de
gelovige. Bij de negenvoudige ‘gaven van de Geest’ (1
Kor. 12:8-10; alleen hier worden ze met de Geest verbonden)
gaat het om het woord van wijsheid resp. van kennis, geloof, gaven
der genezing, werkingen van krachten, profetie, onderscheiding van
geesten, allerlei talen en uitlegging van talen, dus de Geestgewerkte
uitingen van de gelovige. De goede uitoefening van de gaven is
overigens niet wel mogelijk zonder de vrucht van de Geest.
11.
Zijn de ‘gaven van de Geest’ niet vooral bedoeld voor de
beginfase van de kerk en dus niet zozeer voor onze tijd?
Wondergaven
waren niet tot bepaalde perioden beperkt, maar zijn in heel Israëls
geschiedenis voorgekomen, en evenzo in nagenoeg de hele
kerkgeschiedenis. Het feit dat in de geschiedenis van Gods volk
wonderen en tekenen vaak gering waren, betekent niet dat (a) God ze
niet wilde geven (waarom gaf God anders wondergaven ten tijde van de
profeten en kerkvaders?), of dat (b) God ze niet kon geven vanwege de
slechte geestelijke toestand onder Gods volk (waarom gaf God anders
tekenen en wonderen juist in een zo donkere tijd als die van Elia en
Elisa resp. die van de Middeleeuwen?).
Gods wondergaven zijn niet
slechts voor profeten en apostelen, maar voor gewone gelovigen (Mark.
16:17v.; Luk. 10:1,9,17; Hand. 1:15; 2:4; 6:8; 8:6v.,13; 9:10-18; 1
Kor. 12:31; 14:1). Zoals Mark. 16:16 voor alle gelovigen van alle
eeuwen sinds Hand. 2 geldt, zo moet dat ook voor vs. 17 gelden. Ook
is de zendingsopdracht van vs. 15 dankzij de moderne media en de
geweldige hoeveelheid bijbelvertalingen nog nooit zozeer vervuld als
vandaag! Geen wonder dat juist vandaag van alle pakweg honderdduizend
mensen die elke dag wereldwijd tot bekering komen, negentig procent
de wonderen en tekenen van Mark. 16 uit persoonlijke ervaring
kent.
12. Waarom is er in de kerk
in West-Europa relatief weinig aandacht voor de Heilige Geest?
Dat
komt door de onwetendheid en/of de lage geestelijke toestand van veel
christenen. Ook is er soms angst voor het werk van de Geest. Hij kan
je zo krachtig vernieuwen of in en door je werken dat dat heel
bedreigend kan zijn. Maar des te heerlijker is het als je daar
eenmaal aan gewend bent geraakt (zie vraag 4).
13. Waarin
kun je in een gemeente zien dat de Heilige Geest er krachtig
werkt?
(a) Er komen relatief veel mensen tot geloof of tot
vernieuwing. (b) Er is een krachtige, mensen diep rakende prediking.
(c) Er zijn veel geestelijk gezinde en actieve gemeenteleden. (d) De
gaven van de Geest manifesteren zich daar.
14. Kun je leren
de Geest in je ‘dagelijks leven’ te ervaren, ook als je
weinig van Hem in je eigen gemeente ervaart?
In principe wel,
al zul je dat in de praktijk niet zo lang volhouden. Pas er trouwens
voor op dat je het werk van de Geest in je eigen gemeente niet over
het hoofd ziet, want dat zou juist niet erg geestelijk zijn!
15.
Moet je van gemeente veranderen als je in je eigen gemeente de gaven
van de Geest niet ziet functioneren?
Nee, integendeel, je moet
proberen in je eigen gemeente het gesprek daarover op gang te
brengen, bijv. met behulp van goede lectuur. Bedenk dat er niet
alleen veel onwetendheid op dit punt bestaat, maar dat veel van jouw
medegemeenteleden misschien afgestoten zijn door het (vermeende)
misbruik van de wondergaven dat zij in hun omgeving of via de media
hebben waargenomen. Daar moet je begrip voor en geduld mee
hebben.
16. Klopt het dat nuchtere mensen minder vatbaar zijn
voor de Heilige Geest?
In zekere zin moeten we allemaal
‘nuchter’ zijn, anders komen we in allerlei wantoestanden
terecht (1 Tess. 5:6,8; 2
Tim. 4:5; 1 Petr. 1:13; 4:7; 5:8). Maar in een
andere zin staat ‘nuchter’ juist tegenover extase, en
Paulus kende beide: ‘hetzij wij in geestvervoering kwamen, het
was in dienst van God, hetzij wij nuchter van zin zijn, het is ter
wille van u’ (2 Kor.
5:13). De werking van de Geest is niet
afhankelijk van je al of niet nuchtere karakter!
17. Mag je
bidden tot de Heilige Geest?
In letterlijke zin ken ik daarvan
slechts één bijbels voorbeeld: Ezechiël moet
namens de Here zeggen: ‘kom van de vier windstreken, o geest,
en blaas in deze gedoden’ (Ezech.
37:9). Uit vs. 14 blijkt dat het hier om de
Heilige Geest gaat. Hierop lijkt de bekende middeleeuwse hymne
gebaseerd: Veni Creator Spiritus, ‘Kom, Schepper, Geest!’
18.
Het spreken in tongen wordt vaak in verband gebracht met de Heilige
Geest. Kun je ook vol van de Geest zijn zonder dat je in tongen
spreekt?
Natuurlijk! Elizabeth, Zacharias en Johannes de Doper
waren vervuld met de Geest zonder dat zij ooit in tongen spraken
(Luk. 1:15,41,67);
Johannes deed zelfs geen enkel teken (Joh.
10:41), en toch was hij vanaf de moederschoot
vervuld met de Geest. Omgekeerd kun je in tongen spreken zonder met
de Geest vervuld te zijn, zoals sommige ongeestelijke Korinthiërs
deden (1 Kor. 14).
Van de zes keren dat mensen in de Bijbel met de Geest gedoopt werden,
is er drie keer van tongentaal sprake (Hand.
2:4; 10:44; 19:5v.) en drie keer niet (2:38;
8:17; 9:17v.).
19. Wat is
profeteren?
Profetie
behelst spontane, verstaanbare, opbouwende, vermanende en
vertroostende uitspraken, ingegeven door de Heilige Geest (vgl. 1
Kor. 13:2,8v.; 14:1-39; 1 Tess. 5:20). In Hand. 2:17 is profetie
parallel met ‘gezichten zien’, en in vs. 30v. (en
3:18,21-24; 11:27v.; 21:10v.) betekent het in de toekomst zien.
Profeten zijn er in gradaties: (a) de grondleggers van de Gemeente
(Ef. 2:20), (b) een van de vijf speciale bedieningen (Ef. 4:11v.;
vgl. Hand. 11:27v.; 15:32; 21:10v.; 1 Kor. 12:28), (c) in principe
elke gelovige in elke gemeente (1 Kor. 11:4v.; 14:5,24,29,31; vgl.
Hand. 21:9; ook Num. 11:29). Profetieën kunnen o.a. betrekking
hebben op de zeer persoonlijke omstandigheden in de levens van
individuen (Hand. 21:10v.; 1 Tim. 1:18; 4:14). Profetieën zijn
altijd voorwaardelijk: ze gaan niet in vervulling als degene over wie
een profetie is uitgesproken, ervoor wegloopt, niet bij de Heer
blijft, niet in geloof afwacht, niet in de levensheiliging blijft
staan, enz. Niet alles wat zich als ‘profetie’ aandient,
is echt. Maar in een gemeente waar gelovigen zijn met de Geestesgave
van de ‘onderscheiding der geesten’ (1 Kor. 12:10; vgl. 1
Joh. 4:1), kan profetie gecheckt worden. In 1 Tess. 5:19-21 staat
enerzijds: ‘Dooft de Geest niet uit, veracht de profetieën
niet’, anderzijds: ‘toetst [al die profetieën] en
behoudt het goede’. Een gelovige mag zich dan ook nooit
blindelings door profetieën laten leiden. Ze zijn slechts ter
bemoediging en vertroosting (1 Kor. 14:3), ze moeten bevestigen wat
een gelovige in zijn hart al weet (of kan weten).
20.
Er zijn christenen die zeggen dat ze door de Heilige Geest Gods stem
kunnen verstaan. Hoe dan?
Elke christen moet leren Gods stem
in zijn hart te verstaan. Ps. 27:8 zegt: "Van Uwentwege zegt
mijn hart: 'Zoekt Mijn aangezicht’." Hier spreekt het
hart, maar het is tegelijk Gods stem in het hart. De jonge Samuël
had er aanvankelijk nog moeite mee de stem van de Here van andere
stemmen te onderscheiden, maar later verstond hij die stem in zijn
hart zonder mankeren (1
Sam. 3 en 16). Niet alleen profeten en apostelen
verstonden de stem van God (de Geest, de Heer) in hun hart, maar ook
‘gewone’ gelovigen zoals Filippus en Ananias (Hand.
8:29; 9:4v.,10-16; 10:14v.,19v.; 13:2; 18:9v.; 22:18-21; 23:11).
Vooral als de Geest dingen in ons hart zegt die we niet graag horen,
of ons tijdens het bidden in de rede valt, kunnen we er zeker van
zijn dat Hij het is! Laat Hem dus alsjeblieft aan het woord!