Hoe kan ik vervuld worden met de Heilige Geest?
Iedere christen heeft de Heilige Geest, maar we zijn niet altijd even vol van de Geest.
In Efeziers 5:18 zegt Paulus: Bedrink u niet, want dat leidt tot uitspattingen, maar laat de Geest u vervullen. Uit oorspronkelijke taal van de bijbel blijkt dat hij bedoelt: Laat je voortdurend vervullen door de Geest. In dit deel van de cursus willen we daarbij stilstaan. Samengevat zoeken we antwoord op de volgende vragen:
Wat is vervulling met de Geest?
Wat werkt vervulling met de Geest uit?
Wat belemmert de vervulling?
Hoe word ik vervuld met de Geest?
Wat is vervulling met de Geest?
Vervulling kun je ook omschrijven als ‘vol zijn met’. Je bent dus vol van Gods Geest wanneer je vervuld bent. Nog een ander woord is ‘doordrenkt’ zijn. Zoals je een spons doordrenkt met water, zo kan een mens doordrenkt zijn met Gods Geest. Kom je in aanraking met de spons dan wordt je nat; kom je in aanraking met een ‘doordrenkte christen’, dan krijg je te maken met Gods Geest. Heel concreet betekent vervuld zijn dus, dat je er helemaal vol van bent. Een aantal voorbeelden: Een verliefd stel is vol van elkaar. Hun hele wereld draait om de geliefde. Elke gedachte en elk gesprek lijkt erover te gaan. Als je ’s morgens wakker wordt, is je geliefde de eerste waar je aan denkt. Ze zijn helemaal vol van elkaar…
Een echte voetbalfan is helemaal vol van voetbal. Hij volgt de competitie, kent de spelers van zijn favoriete team en praat er graag over met zijn medefans. Naar de wedstrijden gaan is een genot en verliezen een drama. Een superfan heeft veel over voor zijn club, hij is gepassioneerd. De club heeft zijn hart, hij is er vol van…
Uit deze voorbeelden blijkt dat vervulling met iets of iemand te maken heeft met je hart. Je hele wezen is erbij betrokken. Wanneer je ergens vol van bent, dan raakt het je. Het is belangrijk voor je. Dat gaat dieper dan enkel verstandelijke kennis. Het raakt je emoties ook. Natuurlijk zullen allerlei mensen zoiets verschillend uiten. De een is extravert en heeft het hart op de tong, terwijl een ander van nature meer naar binnen gekeerd is en dus minder laat zien van zijn innerlijk. Maar in beide gevallen zal de passie die er vanbinnen is naar buiten toe effect hebben. Vol zijn kan niet zonder effect blijven . Het heeft zijn weerslag op keuzes die gemaakt en gewoonten die ontwikkeld worden.
Vervuld zijn met de Geest betekent: Vol zijn van Jezus Christus. Van wie Hij is, van wat Hij heeft gedaan en nog doet. In Johannes 16:13 en 14 zegt Jezus: De Geest van de waarheid zal jullie, wanneer hij komt, de weg wijzen naar de volle waarheid. Hij zal niet namens zichzelf spreken, maar hij zal zeggen wat hij hoort en jullie bekendmaken wat komen gaat. Door jullie bekend te maken wat hij van mij heeft, zal hij mij eren. Hier blijkt dat de Geest namens Jezus spreekt en Hem centraal stelt.
Van nature zijn we vol van onszelf. We zijn primair gericht op onze belangen. Zelfgerichtheid is een eigenschap waar niemand les in hoeft te hebben. We zetten onszelf centraal.
Toen Johannes de Doper kwam om de mensen voor te bereiden op de komst van Jezus op aarde zei hij, sprekend over Jezus: Hij moet groter worden en ik kleiner (Joh.3:30). Dat is eigenlijk waar het in vervulling met de Geest om gaat. Meer van Jezus en minder van mij in het centrum. Dat brengt ons bij het volgende…
Wat werkt vervulling met de Geest uit?
Als je vol bent van de Geest, dan komt Jezus in het centrum van je leven. Je levenskeuzes, je gewoonten, je interesses, kortom je totale persoonlijkheid richt zich op Hem. Zijn ideeën, wensen en belangen gaan zwaarder wegen en die van onszelf worden daaraan ondergeschikt. De Geest laat ons ontdekken waar we te groot over onszelf denken en laat ons zien waar we ons leven zonder God ingevuld en geleefd hebben. Hij overtuigt ons van ons falen tegenover God en leert ons om dat erg te vinden. (Zondebesef)
Hij laat ons ontdekken dat God een oplossing heeft gebracht in Jezus Christus. Hij laat ons ontdekken hoeveel God van ons houdt en dat Hij daarom af wil rekenen met ons beladen dossier. De Geest brengt ons naar een nieuw begin, een nieuwe start, een nieuwe geboorte. Hij begeleidt ons naar een nieuwe manier van leven. Leven in afhankelijkheid van God. Wanneer we vol zijn van de Geest, laten we ons ook door Hem leiden. Hij wil in ons wonen en zijn werk doen, wij mogen Hem ontvangen.
In de brief aan de Galaten zegt Paulus: Met Christus ben ik gekruisigd: ikzelf leef niet meer, maar Christus leeft in mij. Mijn leven hier op aarde leef ik in het geloof in de Zoon van God, die mij heeft liefgehad en zich voor mij heeft prijsgegeven. Hieruit kun je opmaken dat door vervuld te zijn met Gods Geest Jezus in je leeft. Als Paulus zegt: Ik leef niet meer, bedoelt hij dat hij het stuur uit handen heeft gegeven. Jezus is de baas. Hij bepaalt de richting. En Paulus heeft daar vrede mee; de vervulling met de Geest brengt gerechtigheid, vrede en blijdschap (vgl. Rom.14:17).
Vervulling met de Geest kan dan ook niet zonder effect blijven. We zeggen wel eens: Waar je mee omgaat word je mee besmet. Met de Geest is dat eigenlijk ook zo. Als je vervuld wordt met de Geest, ga je meer op Jezus lijken. Welke effecten mogen we dan verwachten van vervulling met de Geest?
Allereerst: Waar het hart vol van is, stroomt de mond van over. Een bekend spreekwoord dat we in de bijbel ook al tegenkomen (Luc.6:45). Telkens weer zie je in de bijbel dat vervulling met Gods Geest gepaard gaat met getuigen. Er bestaat een sterke aandrang om anderen te vertellen van Jezus Christus en zijn verlossingswerk. Maar ook van zijn levensvernieuwende kracht door de Heilige Geest. Er komt vrijmoedigheid om te praten over God en wie Hij voor ons is. De Geest neemt angst weg en geeft er moed en kracht voor in de plaats. God heeft ons niet een geest van lafhartigheid gegeven, maar een geest van kracht, liefde en bezonnenheid (2 Tim.1:7).
Vervulling met de Geest kan gepaard gaan met bijzondere verschijnselen. (vgl. de vervullingen in het boek Handelingen – 2:4; 4:31; 10:45) Maar God kan mensen ook vol maken zonder opzienbarende verschijnselen. Hij geeft zoals Hij wil.
Allerlei gaven kunnen zich manifesteren en gaan ontwikkelen. Je kunt hierbij denken aan tongentaal (klanktaal, NBV) of profetie, maar ook gaven als gastvrijheid, gebed en geloof. God wordt geëerd door bijzondere, maar ook en vaker door de ‘gewone’ gaven. Vervulling gaat vaak gepaard met een nieuwe honger naar Gods Woord en naar het gebed. Ook de behoefte om God te aanbidden neemt toe. Wanneer Gods Geest mensen vervult, zal er groei te zien zijn. De liefde tot God neemt toe.
Vervulling met Gods Geest resulteert in de vrucht van de Geest. In de bijbel staat daarover: Maar de vrucht van de Geest is liefde, vreugde en vrede, geduld, vriendelijkheid en goedheid, geloof, zachtmoedigheid en zelfbeheersing (Gal.5:22,23). Zoals we zien gaat het hier vooral over karaktervorming. Een karakter dat lijkt op het karakter van Jezus. In deze omschrijving gaat het dus niet om onze ervaringen, emoties, enz. Niet dat die onbelangrijk zijn, maar ze zijn ondergeschikt aan het doel: Liefhebben, zoals Jezus liefhad. (Vgl. Joh.13:34 en 35: Ik geef jullie een nieuw gebod: heb elkaar lief. Zoals ik jullie heb liefgehad, zo moeten jullie elkaar liefhebben. Aan jullie liefde voor elkaar zal iedereen zien dat jullie mijn leerlingen zijn.’)
Vol zijn van Gods Geest bewerkt dat we groeien naar het evenbeeld van Jezus. We zijn jongere broers en zussen van Hem en God wil dat we op Hem lijken. (Rom.8:29: Wie hij al van tevoren heeft uitgekozen, heeft hij er ook van tevoren toe bestemd om het evenbeeld te worden van zijn Zoon, die de eerstgeborene moest zijn van talloze broeders en zusters.)
Wat belemmert de vervulling?
Onwetendheid: Wanneer je niet weet wat je verwachten mag, weet je ook niet waar je om vragen kan. De Geest is vaak de minst bekende persoon van de Drie-eenheid en dat kan leiden tot een soort geestelijke bloedarmoede.
Niet of verkeerd bidden. Jezus roept ons op om voortdurend te bidden: Daarom zeg ik jullie: vraag en er zal je gegeven worden, zoek en je zult vinden, klop en er zal voor je worden opengedaan. Want wie vraagt ontvangt, en wie zoekt vindt, en voor wie klopt zal worden opengedaan. Welke vader onder jullie zou zijn kind, als het om een vis vraagt, in plaats van een vis een slang geven? Of een schorpioen, als het om een ei vraagt? Als jullie dus, ook al zijn jullie slecht, je kinderen al goede gaven schenken, hoeveel te meer zal de Vader in de hemel dan niet de heilige Geest geven aan wie hem erom vragen.’ (Luc.11:9-13) God is de Gever, maar we moeten wel vragen. Je kunt ook verkeerd bidden. Met onzuivere motieven. God verbindt zijn Geest alleen aan de dingen van zijn koninkrijk. In het boek Handelingen zien we Simon die de vervulling met de Geest wil hebben om indruk te maken op mensen. Hij krijgt niet wat hij vraagt, maar wordt opgeroepen zich te bekeren. (Hand.8:9-21).
Twijfel of ongeloof. Wanneer je twijfelt aan Gods beloften verwacht je ook weinig van Hem. Wanneer je weinig verwacht, vraag je weinig. Wanneer je weinig vraagt kan het zijn dat je weinig ontvangt. Jezus zelf ervoer dit tijdens zijn leven op aarde: Hij kwam aan in zijn vaderstad en gaf de bewoners onderricht in hun synagoge, zodat ze stomverbaasd waren en zeiden: ‘Hoe komt hij aan die wijsheid en hoe kan hij die wonderen doen? Hij is toch de zoon van de timmerman? Maria is toch zijn moeder, en Jakobus en Jozef en Simon en Judas, dat zijn toch zijn broers? En wonen zijn zusters niet allemaal bij ons? Waar heeft hij dat alles dan vandaan?’ En ze namen aanstoot aan hem. Maar Jezus zei tegen hen: ‘Nergens wordt een profeet zo miskend als in zijn eigen stad en in zijn eigen familie.’ En hij verrichtte daar niet veel wonderen, vanwege hun ongeloof.(Mat.13:54-58)
Eigen kracht. Veel mensen vertouwen op zichzelf. Jezelf overgeven aan God is moeilijk. Vaak willen we de dingen op onze manier doen. Juist in onze zwakheid kan God zijn werk doen. Het vergt nederigheid en afhankelijkheid om van God te ontvangen.
Angst. Je weet nooit wat er precies kan gebeuren als de Geest over je komt. Uit onzekerheid daarover kan het zijn dat we proberen dingen te beheersen. Van nature houden we de zaken graag onder controle. Dit kan ons minder open maken voor het werk van Gods Geest. We kunnen Hem belemmeren door onze muren, die we om ons heen optrekken. Ook angst voor uitwassen rondom het werk van de Geest kunnen maken dat we ons afsluiten en zo het kind met het badwater weggooien. Sommigen hebben negatieve of teleurstellende ervaringen gehad en zijn bang voor herhaling. Het vraagt moed om je dan (weer) open te stellen. Maar de fouten en misstanden van mensen veranderen niets aan Gods verlangen om aan ons zijn Geest in ruime mate te geven.
Zonden, bonden en wonden. De arm van de HEER is niet te kort om te redden, zijn gehoor niet te zwak om te luisteren – jullie wangedrag is het dat jullie en je God uit elkaar heeft gedreven; door jullie zonden houdt hij zich verborgen en wil hij je niet meer horen. (Jesaja 59:1,2). Wanneer wij bewust vasthouden aan zonden of verkeerde gewoonten bedroeven we Gods Geest. We worden gewaarschuwd Hem niet uit te doven (1 Thess.5:19). Door langdurige verkeerde gewoontes of zonden kunnen we vastzitten in bepaalde patronen. Dit kan ons belemmeren om voller te worden van Gods Geest. Het kan nodig zijn dat God dat bij ons moet doorbreken en ons ervan moet bevrijden om verder te kunnen groeien. . Tenslotte kunnen wonden ons ervan weerhouden om onszelf over te geven aan God. Misschien hebben we een stuk innerlijk herstel nodig voor we voller kunnen worden van Gods Geest, voor we verder groeien in Gods genade en voor we ons in ruimere mate aan Hem durven toevertrouwen.
Hoe word ik vervuld met de Geest?
Er zijn een aantal adviezen te geven over het vervuld worden met de Geest. Maar om misverstanden te voorkomen eerst een paar gedachten vooraf, een kader waarbinnen deze adviezen vallen:
God is de Gever. Alles begint en eindigt bij Hem. Hij geeft, onderhoudt en we zijn in alles afhankelijk van Hem. We zullen nooit op basis van onze prestaties iets van Hem ontvangen, alles is genade (Ef.2:8-10). Gods verlangen om aan ons het goede te geven is groter dan ons verlangen om te ontvangen. Wij hoeven Hem niet te overtuigen.
Ik mag ontvangen. Wat wij mogen doen is: verlangen, smachten, dorsten, zoeken, kloppen, bidden en naderen. De bijbel staat hier vol mee. We mogen met lege handen naar God: Hij zal ze vullen. Jezus zegt:’ Laat wie dorst heeft bij mij komen en drinken! “Rivieren van levend water zullen stromen uit het hart van wie in mij gelooft,” zo zegt de Schrift.’ Hiermee doelde hij op de Geest die zij die in hem geloofden zouden ontvangen; de Geest was er namelijk nog niet, want Jezus was nog niet tot Gods majesteit verheven.(Joh.7:37-39)
Vervulling vindt plaats binnen het proces van geestelijke groei. Iedere gelovige kent pieken en dalen in zijn relatie met God. We hebben het nodig telkens weer vervuld te worden. Petrus en anderen werden in korte tijd meerdere malen vervuld met Gods Geest (Handelingen 2:4; 4:8 en 4:31). Later blijkt Petrus vol te zijn van zichzelf, want hij liet zich leiden door angst voor mensen.(Gal.2:11-15) Hieruit blijkt dat we allemaal zwak en afhankelijk van Gods genade zijn. We hebben telkens weer vervulling met Gods Geest nodig. Vervulling kan gepaard gaan met bijzondere verschijnselen, maar dat hoeft niet. God is de Gever, Hij geeft wanneer, aan wie en hoe Hij wil.
Vanuit dit kader nog eens de vraag: Hoe word ik vervuld met de Heilige Geest? Je wordt voller van de Geest wanneer God het middelpunt van je leven is. God wil in het centrum van ons leven staan en Hij geeft ons verschillende mogelijkheden om daarin te groeien:
Bid voortdurend. We worden in de bijbel regelmatig opgeroepen vaak en veel te bidden. Ook heeft God zijn Geest beloofd aan wie Hem daar om vragen. (Luc.11:13)
Belijd je zonden en vecht er tegen. Kies ervoor om eerlijk te zijn tegen jezelf. Wees bereid om onder ogen te zien waar je God uit je leven weghoudt. Deel dit met God en vraag vergeving. Niet eenmalig, maar maak hier een dagelijkse praktijk van. Leer om je zonden aan anderen te belijden. Op deze manier leer je om jezelf nederig en kwetsbaar (ootmoedig) op te stellen. In de bijbel staat dat God hoogmoed weerstaat, maar nederigen geeft Hij genade (Jac.4:6). Wanneer God je dingen duidelijk maakt: Luister ernaar. Hij doet dit door zijn Woord, via preken, via gesprekken met ander en op allerlei manieren. Hij is vrij zijn eigen manier te kiezen. Sta open voor zijn correctie. Hij houdt van je en verlangt ernaar je genadig te zijn. (Jes. 30:18)
Laat God je denken vernieuwen. God wil ons vernieuwen en Hij begint met ons denken. Kies ervoor om God in je denken te betrekken. Sla de bijbel erop na en vul je gedachten met zijn Woord. Vraag je bij je eigen mening af wat God ervan vindt en zoek uit of Hij er iets over gezegd heeft in zijn Woord. Vraag de Geest om je denken om te vormen.
Moedig elkaar aan. Zoek andere gelovigen op. In samenkomsten, bijbelkringen, gewoon thuis, maar deel je geloof met anderen. Bid voor anderen en laat voor je bidden. Ook mannen als Paulus schroomden niet om voorbede te vragen (Ef.6:19,20), hij was zich bewust van zijn eigen kleinheid en afhankelijkheid. Hij had God, maar ook anderen nodig. Het was niet vanzelfsprekend, hij vroeg erom.
Aanbid God. Laat Hem toe in heel je leven. Houd niets achter. Echte aanbidding doe je met heel je leven. Met je tijd, je geld, je lichaam en je zang. God wil graag alles van ons: Broeders en zusters, met een beroep op Gods barmhartigheid vraag ik u om uzelf als een levend, heilig en God welgevallig offer in zijn dienst te stellen, want dat is de ware eredienst voor u.(Rom.12:1)
In het gebed voor elkaar is Paulus ons tweeduizend jaar geleden voorgegaan:
Moge Hij (God) vanuit zijn rijke luister uw innerlijke wezen kracht en sterkte schenken door zijn Geest, zodat door uw geloof Christus kan gaan wonen in uw hart, en u geworteld en gegrondvest blijft in de liefde. Dan zult u met alle heiligen de lengte en de breedte, de hoogte en de diepte kunnen begrijpen, ja de liefde van Christus kennen die alle kennis te boven gaat, opdat u zult volstromen met Gods volkomenheid.
Aan hem die door de kracht die in ons werkt bij machte is oneindig veel meer te doen dan wij vragen of denken, aan hem komt de eer toe, in de kerk en in Christus Jezus, tot in alle generaties, tot in alle eeuwigheid. Amen. (Ef.3:16-21).