Ik ga op reis en neem mee…


Eindelijk! De zomervakantie komt in zicht! Voor de meeste studenten in ieder geval. Ik kan je vertellen ik kijk er al naar uit! Ik vind het heerlijk om te reizen en mijn hoofd zit vol plannen. Zoals je in dit bintje kunt lezen zijn er heel wat leden met mooie en bijzondere reisplannen. Soms gebeuren er tijdens de reis onverwachte dingen of je komt ineens een leuk reismaatje tegen! Je weet nooit van te voren wat er gaat gebeuren, reizen blijft altijd spannend!


Het leuke aan al die reisverhalen is dat ze mij doen denken aan het leven met God. Wat zijn wij nou anders dan een groep reizigers. De bijbel vertelt ons over al die geloofsgenoten die ons voorgegaan zijn. Zij noemden zichzelf ook reizigers, vreemdelingen op aarde. Op reis naar een beter vaderland. Ondanks dat ze slechts een glimp konden opvangen van hun reisdoel hielden ze vol. Ondanks tegenslagen, rampen, of wat hun ook overkwam. In de bijbel zegt God over deze reizigers het volgende: ‘Omdat ze zo bleven volharden, omdat ze steeds hun reisdoel voor ogen hielden schaam Ik me er niet voor hun God genoemd te worden en heb Ik voor hun een stad gereedgemaakt’. Wow dat is mooi! God staat gewoon met open armen op je te wachten! Hij is al bezig met de voorbereidingen voor alle reizigers die onderweg zijn. Geweldig!

Maar wat betekent dat dan voor je leven hier op aarde? Je hebt hier toch ook nog van alles te doen? Doet je leven hier er dan niet meer toe? Kan je op deze manier nog iets voor de wereld betekenen?

Zeker wel! Je leven word op deze manier veel mooier, je gaat zo juist meer betekenen voor de mensen om je heen! Je leven krijgt zin. Je gaat je doel ontdekken! Je bent geen bokser meer die in het wilde weg wat rondslaat of een hardloper die doelloos rondjes rent! Integendeel, je weet waar je voor gaat, je bent onderweg om de overwinningskrans te ontvangen.

In het boek ‘onversneden christendom’ maakt de schrijver, C.S. Lewis, een bijzondere regel duidelijk: ‘Mik op de hemel en je krijgt de aarde op de koop toe, mik op de aarde en je krijgt geen van beide.’

Lewis maakt duidelijk hoe ieder mens het verlangen in zich heeft naar iets dat in deze wereld niet te verkrijgen is. Je verlangt ergens naar maar nooit word je verlangen volledig bevredigt. Je hebt misschien een fantastische vriendin, eindelijk de juiste opleiding, of je kan eindelijk die wereldreis gaan maken. Toch zal je altijd een verlangen blijven houden naar meer. Je houdt in je leven altijd het gevoel alsof er toch iets tussen je vingers is doorgeglipt. De bevrediging voldoet nooit volledig aan het verlangen…

In zijn boek ‘onversneden christendom’ beschrijft Lewis 3 manieren waarop mensen omgaan met het feit dat ze verlangens hebben die op aarde niet volledig vervult worden.

De eerste manier is de dwaze manier. Je rent de ene droom na de andere achterna om steeds maar weer te ontdekken dat dit het toch net niet is. Je ontdekt dat je vriendin toch niet de perfecte is en zoekt weer een andere en in het begin denk je dat die perfect is maar na enige tijd ben je weer een illusie rijker en zoek je weer verder. Je maakt de grootste plannen en jaagt steeds maar weer nieuwe dromen na in de hoop uiteindelijk toch die bevrediging te vinden waar je zo naar verlangt. Dit is de dwaze manier, je denkt elke keer dat je ‘het’ gevonden hebt en je word elke keer weer teleurgesteld.

Een andere manier is de manier van een ontgoocheld, wijs geworden mens. Je hebt ontdekt dat het geen zin heeft om steeds achter nieuwe luchtkastelen aan te rennen en je hebt je hier bij neergelegd. Je bent realistisch en weet dat je het volmaakte toch nooit zal krijgen. Je hebt geleerd om je mooiste verwachtingen te onderdrukken en je geniet van wat je wel hebt.

De laatste manier is de christelijke manier. Je mag op zoek gaan naar je diepste verlangens en geloven dat God jou niet met verlangens geschapen heeft zonder dat daar bevrediging voor bestaat. Als je verlangens hier op aarde nooit volmaakt bevredigd kunnen worden mag dat voor jou een teken zijn dat je geschapen bent voor een andere wereld. Je mag op reis gaan en geloven dat God voor jou een hemelse stad aan het gereedmaken is die je grootste verwachtingen zal overtreffen. Die verlangens in je hart moet je levend houden! Je verlangen naar je echte vaderland mag het hoofddoel van je leven worden! Tijdens het schrijven van deze column kwam een prachtig oud gezang in me op. Laat het je kracht geven op je reis!


Nooit kan ’t geloof te veel verwachten,

Des Heilands woorden zijn gewis.

’t Faalt aardse vrienden vaak aan krachten,

Maar nooit een vriend als Jezus is.

Wat zou ooit zijne macht beperken?

’t Heelal staat onder zijn gebied.

Wat zijne liefde wil bewerken,

Ontzegt Hem zijn vermogen niet.

 

Die hoop moet al ons leed verzachten.

Komt reisgenoten, ’t hoofd omhoog.

Voor hen die ’t heil des Heren wachten,

Zijn bergen vlak en zeeën droog.

O zaligheid, niet af te meten,

O vreugd, die alle smart verbant!

Daar is de vreemdelingschap vergeten

En wij, wij zijn in ’t vaderland!